zondag 19 mei 2013

Wat hebben Aicha en Abby uit Senegal en Lotte Roos en Robine uit Nederland met elkaar gemeen?


Sinds een kleine jaar komen ook Aicha, Abby en Libasse elke ochtend om kwart over zeven hun ontbijtgeld bij ons halen. Zij zijn alle drie twaalf jaar oud en min of meer familie van elkaar. Zij wonen in een beneden etage naast Villa Dakarkids. In hun huis wonen allemaal gescheiden moeders en ook twee grootmoeders. En nog twaalf andere kleinere kinderen. Soms wonen er ook voor korte tijd nieuwe mannen. Die zij dan eventjes verloofd met een van de gescheiden vrouwen. Maar die liefdes duren meestal niet lang. Want die liefde moet ook wat opbrengen. Bijvoorbeeld huishoudgeld. En omdat de meeste mannen in Senegal geen vast werk hebben kunnen zij vaak niet meebetalen aan de dagelijkse huishoud kosten. En als de mannen gescheiden zijn dan komen zij meestal snel een ander vrouw tegen en dan is er geen geld om aan de vorige vrouw en kinderen te geven. De vorige vrouwen willen ook niet graag alleen blijven. Want het is toch wel een schande als je gescheiden bent. Als vrouw sta je toch al op de tweede plaats. Maar als geschieden vrouw sta je met gemak op de derde plaats. En als je ook nog eens een paar kinderen hebt én geen geld? Heb je dan nog wel een plaats in de Senegalese maatschappij?

De gescheiden moeders van Aicha, Abby en Libasse en van al die anderen kinderen in hun huis proberen elke dag iets te verdienen met kleine klusjes zoals de was voor iemand doen, ergens schoonmaken, zoete pap of vruchten op straat te verkopen. Of anders tweede of derde hands kleding te bemachtigen die zij een keer per week op de lokale markt kunnen kopen. Kleding die in grote balen van 1 bij 1 meter ongesorteerd uit de grote vrachtschepen uit Europa in de havens van Afrika worden gedumpt voor kiloprijzen. Een (gebruikt) kinderjurkje kost op de markt ongeveer 1 tot 2 Euro. Gewassen en gestreken kan je er wel 3 of 4 Euro voor krijgen.  Een alleenstaande moeder met bijvoorbeeld vier kinderen heeft elke dag ongeveer 3 Euro nodig. Om mee- te betalen aan het eten, de huur, het water, stroom, de zeep en andere kleine huishoudelijk uitgaven. Schoolgeld voor Aicha, Abby en Libasse was er eigenlijk niet. Toen de scholen enige weken waren geopend liepen de meisjes dagelijks op straat en Libasse moest de hele dag oud hout zoeken want daar werd dan op gekookt. 

Aan de andere kant van ons bevindt zich ook zo’n huis. Vol met gescheiden moeders en veel kinderen. Verleden jaar september hebben wij in ons huis een interne vergadering gehouden. Wij vonden het gewoonweg raar dat wij in ons huis kinderen opvangen die uit geheel andere wijken of dorpen komen en niets doen voor de kinderen die sinds kort naast ons zijn komen wonen. Wij hebben toen besloten om de twee plaatsen die nog open waren voor kinderen van ver weg niet op te vullen. Maar dat geld te gebruiken voor de buurkinderen. Kinderen die het bijna net zo moeilijk hebben als de kinderen die wij op nemen. Lamine van 23 die de leiding heeft over onze kinderen is naar de buren gestapt en heeft de moeders uitgelegd dat wij voortaan het schoolgeld, de schoolspullen en de schoenen gaan betalen. Toen bleek dat er ook geen geld was om de schoolgaande kinderen ontbijt te geven was het besluit om hen ontbijtgeld te geven snel genomen. Een maand later besloten wij ook dat de schoolgaande kinderen op hele schooldagen ook ’s middags warm bij ons eten. Om daarna even lekker onbezorgd in ons huis te kunnen spelen en dan weer naar school gaan.

Gelukkig gaat het nu goed met de kinderen. Als wij alsnog merken dat de kinderen te veel extra klusjes moeten doen ná schooltijd dan gaan wij naar de moeders om te overleggen dat al die klussen die soms tot heel laat duren, niet goed zijn voor hun schoolresultaten. Soms protesteren de moeders. Maar daar trekken wij ons niet zoveel van aan. De kinderen hebben nu een goede kans op onderwijs en behoren niet oververmoeid in de lessen te slapen. Wij begrijpen het wel. De meeste moeders hebben zelf nauwelijks op school gezeten en kunnen vaak niet lezen of schrijven. ’s Morgens als de kinderen komen om hun ontbijtgeld te halen kunnen wij aan hun handjes voelen of ze goed hebben geslapen en de vorig avond hebben gegeten. Hun handjes zijn dan warmer en hun huid glanst wat meer. Als de handjes erg koud zijn en de kinderen zien er faal uit dan gaan wij even naar de huizen met de moeders. En vragen dan "hoe het gaat". Wij horen dan over de ruzies met de ex mannen of onderling en de vele andere problemen. De basis van de ruzies of het verdriet, is meestal geldgebrek. Bijvoorbeeld door een rekening die betaald moet worden. De huur, stroom, water of medicijnen. De frustraties over de armoede worden vaak afgereageerd op de kinderen. Maar omdat wij dagelijks toezicht houden gaat het gelukkig stukken beter met onze buurtkinderen. Wat ook helpt is dat wij de kinderen serieus nemen en veel knuffelen, ook als de moeders toe kijken. Die kijken dan verbaasd, maar zijn dan wél trots op hun kinderen.

Een gesprek over “kinderrechten” met de duizenden ouders in onze wijk is een onmogelijke opgave. Over de ‘plichten’ van kinderen kan wél langdurig gesproken worden. Want kinderen zijn duur en daar moet dus wel wat tegen over staan. Die dure kinderen moeten zo jong mogelijk al meehelpen met al het huishoudelijk werk. De meeste ouders weten niet eens dat kinderen rechten hebben. De meeste ouders kennen ook de omschrijving en inhoud van de ‘rechten van de mens’ niet. Ook Senegal heeft in 1990 deze internationale verdragen getekend. Sindsdien is de positie van de kinderen in Senegal niet veel verbeterd. Hoe dat komt? Omdat bijna niemand belasting betaald. Daarom. Als je belastingen betaald aan een door het volk gekozen regering dan heb je niet alleen een stem maar verkrijg je ook rechten. En die rechten moeten de volksvertegenwoordigers dan helpen uitvoeren. De Senegalese overheid ontvangt wel belastingen over import en export goederen maar dat ‘staats inkomen’ is veel te laag om alle uitgaven te betalen die nodig zijn om een land zo goed organiseren zoals bijvoorbeeld Nederland.  Er wonen meer dan 13 miljoen mensen in Senegal. 45% van de bevolking is onder de 14 jaar oud. Er bestaat ook geen zorgverzekering dus zijn er ook onvoldoende ziekenhuizen en huisartsen. Als je als kind ziek wordt en je gaat dood. Dan ben je ’s middags om vijf uur al begraven. Er zijn dan weinig mensen om te huilen. Want het harde leven gaat gewoon door.

De rijke landen in bijvoorbeeld Europa hebben vroeger veel geld verdiend in Afrika. Eigenlijk nog wel. Belangrijke grondstoffen om apparaten te maken, diamanten, goud, olie en veel soorten eten worden allemaal goedkoop uit Afrika gehaald. De Afrikanen die goed meehelpen om deze grote hoeveelheden te verkopen aan bijvoorbeeld Europa verdienen daar zeer goed aan. Maar dat zijn er maar heel weinig. In Senegal wonen maar heel weinig mensen die behoorlijk tot heel rijk zijn. En die een beetje rijke of heel rijke mensen sturen weer hun eigen mensen de straat op als politicus of als hulpje van een politicus.En als die dan gekozen worden moeten zij toch wel doen wat de rijken hun influisteren. Ook wij kennen mensen die vroeger arm waren. En ‘politicus’ werden en na een paar jaar miljonair werden. En ze hadden heus niet zoveel van hun niet zo grote salaris gespaard. Ook hun vrienden werden zomaar rijker. Dat zijn meestal handelaren of bouwondernemers. Als er dan nieuwe verkiezingen zijn dan moeten veel van de niet herkozen politici weer veel geld terug geven aan de nieuwe regering. Ook hun snel rijk geworden vrienden moeten vaak weer veel terug geven. Maar aan wie? Juist ja aan de nieuwe machthebbers. Dus het inkomen van de overheid blijft heel lang rond cirkelen in de eigen nieuwe en oude kringen en komt niet bij het volk terecht.
En ook al noemt Senegal zich zelf een democratie. Dus een land waar iedereen die mag stemmen een stem heeft. De ontwikkelingen die recht doen aan het verbeteren van het lot van de miljoenen kinderen verlopen extreem langzaam. Dat komt door de traditionele ‘vriendjes’ politiek. Vriendjes die elkaar en dat is meestal familie, de beste (regerings-) baantjes gunnen. Ook al zijn ze er helemaal niet goed voor opgeleid.

Er zijn in Senegal wel een paar grote en kleine kinderrechten organisaties die met ontwikkelingsgeld af en toe een campagne lanceren. Maar deze campagnes bereiken alleen maar de betere wijken en de dure privé-scholen waar de sociale media dagelijks toegankelijk zijn. Er is echter geen sprake van onderlinge samenwerking of afstemming en zeker geen gezamenlijke campagnes om de regering aan te sporen en bijvoorbeeld de 150.000 lagere en middelbare scholen te bereiken. UNICEF, Oxfam Novib en andere grote organisaties benadrukken het belang van de rechten van het kind véél te weinig. Ook al beweren zij anders. Het accent op gezamenlijke campagnes in bijvoorbeeld Senegal zou moeten liggen op een aantal basis rechten en als die als daadwerkelijke voorziening zijn overgebracht dan kunnen de vervolg(kinder)rechten geïntroduceerd worden. 

Even in het kort wat problemen op een rijtje gezet: 

1. Meer dan de helft van bevolking leeft in grote armoede en hebben daardoor onvoldoende toegang tot gezond voedsel en schoon water. Kinderen worden vaak ingezet om schoon water te halen en voor allerlei klussen waardoor zij onvoldoende naar school kunnen. 
2. Het recht op een goede gezondheid staat voortdurend onder druk. 
3. Het recht op onderwijs is theorie in Senegal 40% van de kinderen gaan niet naar school. En het zogenaamd ‘gratis’ publieke onderwijs is helemaal niet zo gratis want er zijn veel bijkomende kosten. De scholen zijn vaak smerig en hebben nauwelijks voldoende lesmateriaal. 
4. Er zijn steeds meer groepen straatkinderen waaronder de ‘leerlingen’ van zogenaamde Koranscholen die geen onderwijs krijgen maar de straat op worden gestuurd om te bedelen. 
5. Veel kinderen hebben wel een naam maar géén identiteit papieren. Hierdoor worden er ook veel kinderen uit omringende landen ‘verhandeld’ en ingezet als werkkrachten. 
6. Veel meisjes worden zeer jong uitgehuwelijkt, worden besneden met als gevolg dat er maar 6 kunnen lezen en schrijven ten over staan van 10 lezende en schrijvende jongens. De positie van meisjes is dus 40% lager dan die van jongens. In de Senegal omringende landen is hun situatie nog erbarmelijker.

Sinds enige maanden hebben wij van Villa Dakarkids contact met Stichting ‘roses for children’ en  met een apart project  ‘zet Lot op 1’ van de Herman van Veen Foundation. Twee van de vele initiatieven die met en rond Herman van Veen vorm hebben gekregen. Roses for children richt op de Hoge Veluwe niet ver van een verstrooiterrein een gedenkplaats in. Als ode aan het Onbekende Kind. Een cirkel met 36 stenen uit evenzoveel landen van de wereld. Villa Dakarkids heeft op zich genomen om naar een supergrote steen in Senegal te zoeken die dan vervolgens naar de Hoge Veluwe wordt vervoerd. Er was in 2006 al een prachtige Roos Plaquette aan een ons onbekend groepje mensen in Senegal geschonken. Maar de plaquette is zoekgeraakt onder vreemde omstandigheden. Wij zijn nu namens Stichting Roos nog steeds op zoek naar deze prachtige plaquette. Maar het ziet er naar uit dat de plaquette niet meer boven water komt. Roses for Children zou daarom enorm geholpen zijn met een financiële bijdrage door donateurs die begrijpen dat zo’n monument voor alle kinderen in de wereld een morele en mentale steun kan betekenen. Er kan dan een nieuwe plaquette voor Senegal gemaakt worden. En die willen wij hier graag hebben als extra ondersteuning van onze acties.

Onze vele Dakarkids zijn inmiddels bekend met het Lot. Een werelds meisje met rasta haar en een skateboard. Lot zou overal kunnen wonen. En al onze kinderen willen nu ook zo’n skateboard of anders wel zo’n gitaar zoals de gitaar van Robine Koerts die over enige tijd een lied gaat zingen over onze Lot. Jazeker ook onze Lot. Want Aicha en Abby en veel andere meisjes hebben heel goed begrepen dat Lot een ‘campagne meisje’ is wat in de komende jaren zal uitgroeien als een icoon of symbool voor de broodnodige acties om de rechten van ieder kind onder de aandacht te brengen. Als de Zet Lot op 1 website in het Engels, Frans en hopelijk meer talen gaat verschijnen dan kunnen ook de Dakarkids en hun vriendjes en vriendinnetjes in Senegal en andere landen actief mee gaan doen met actie voeren onder de grote en kleine mensen. Aicha (die slimmerd) riep al meteen – maak kleurplaten van Lot aan op de website – dan kunnen wij die uitprinten en op school uitdelen en mooi laten kleuren. Goed idee toch!!! 










Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

plaats een reactie we horen graag van je!