zondag 5 december 2010

In de schaduw van de Moskee van Yoff Layene















Aan het strand van Yoff staat een groot en mooi wit geschilderd gebouw. In de namiddag liggen, lopen of sporten er honderden jongeren het liefst met een MP3 met oordopje aangesloten in een oor. Het andere oor blijft vrij om naar vrienden te luisteren of naar de oceaan.

Seydina Limamou LAYE is in1843 geboren in het vissersdorp Yoff. Hij is nooit naar school geweest en heeft jarenlang als visser gewerkt. Rond zijn 40ste levensjaar overleed zijn moeder en kort daarna besloot hij het woord van Allah uit te dragen. Zijn volgelingen zijn de ‘Layene’ die jaarlijks in de maand augustus samenkomen op het terrein van de het grote mausoleum in Yoff onder de rook van Dakar. De achtergronden van de Layene en waar zij in geloven en hoe zij daar naar handelen wordt uiteengezet op een meertalige website www.layene.sn

Tweede Kamerlid Ahmed Marcouch werd in November 2010 door het dagblad Trouw naar zijn visie gevraagd op de ‘vrije wil’. Citerend: „Leuk dat Trouw zo’n vraag stelt. Maar ik weet wat zo’n visie met mensen doet: het maakt ze passief. Veel moslims leven in het lotsdenken. „Ze geloven dat de getuigenis, de aalmoes, de ramadan, bidden en de hadj (de bedevaart naar Mekka, red.) hen superieur maakt, beter dan anderen. Ook als ze slechte vaders zijn, geen werk hebben of hun opleiding niet hebben afgemaakt. Zolang ze de rituelen maar hebben geëerbiedigd, is wat in het leven volgt te wijten aan het lot. Dat is ook een vorm van leven zonder vrije wil: als individu kom je er nauwelijks aan te pas. „Het is een gevaarlijke en contraproductieve houding. Wordt de toekomst van je kinderen bepaald door het lot, dan hoef je hen niet op te voeden. En je hoeft ook niet je best te doen bij sollicitaties.”

Het woord ‘lotsdenken’ is niet te vinden in de woordenboeken. Het zal een combinatie zijn van het religieuze begrip ‘predestinatie’, het fatalisme en het lot - het noodlot. Ofwel alles is voorbestemd en je kan daar geen invloed op uit oefenen. Dit alles staat lijnrecht op het principe van de eigen ‘vrije wil’ waarvan de ontwikkeling nauw is verbonden met (op)voeding en de kans om kennis te vergaren. De kans om kennis te vergaren is weer nauw verbonden met politieke beslissingen zoals voldoende onderwijsmogelijkheden die op kwaliteit en op de vraag en het aanbod uit de arbeidsmarkt zijn afgestemd.

Bij de Layene staan de lessen ofwel getuigenissen van Seydina Limamou Laye en zijn opvolgers centraal op de studiedagen en vele bijeenkomsten. Daar gaat veel tijd in zitten voor de grote schare volgelingen. Hierdoor is de infrastructuur van Yoff nooit echt van de grond gekomen ondanks de meer dan zestig raadsleden. Yoff maakt een verwaarloosde en vervuilde indruk. De bouwkundig staat van het gemeentehuis representeert wat zich in het gehele stadje afspeelt. Het merendeel van de huizen en gebouwen zijn niet afgebouwd. De publieke scholen zien er uit als ruines en de klassen zijn overvol. Wie het kan betalen stuurt zijn kinderen naar de vele kleine en grote privé-scholen die echter niet veel hogere kwaliteit bieden. Als je te arm bent voor de privé-scholen maar wel wat geld over hebt dan kunnen de kinderen naar de zogenaamd Franco-Arabe scholen waar een mengeling van Koran en Frans onderwijs wordt gegeven. Ook in deze scholen het beeld van overvolle en verveloze klassen.

Als men rond Layene een tevredenheids onderzoek zou houden dan zou de klachtenlijst zeer groot zijn. Aan het geloof wordt immers niet getwijfeld dus dat zit wel goed. Men klaagt echter wel veel over het gebrek aan inkomsten en hiermee wordt niet altijd inkomsten uit werk mee bedoeld. Het gebrek aan gezondheidszorg, sanitaire voorzieningen, gratis onderwijs, werk voor (on) geschoolden. Deze problematiek wordt geheel aan de Staat verweten. De overheid zou corrupt zijn en alle inkomsten zelf houden! Op de vraag of de bevolking bereid is belasting te betalen over inkomsten (uit werk of uit giften) wordt afkeurend gereageerd. De overheid zou immers alles opmaken en niet aan de bevolking besteden!

Er zijn alhier maar weinigen die zich realiseren dat democratisch geïnde belastingen tot een verbetering van de leefomstandigheden voor iedereen zou kunnen leiden. Is dit de ‘contraproductieve’ houding waar Markouch over spreekt? Is dit de passieve houding vanwege het ‘lotsdenken’ die zo kenmerkend zou zijn voor Islamieten in bijvoorbeeld Afrika? Natuurlijk er moet wel ‘werk’ zijn. Maar dan moet er ook gewerkt worden. En stel dat Toyota, Unilever, Johnson & Johnson en nog vele andere producenten en aantal fabrieken in Yoff zou plaatsen dan moet er ernstig rekening gehouden worden met het grote aantal Islamitische, Christelijke en andere officiële feest en vrije dagen in Senegal. Dit nog los van het grote aantal religieuze feesten en bidmomenten per dag. En daarnaast het aantal benodigde vrije dagen voor het bijwonen van geboortes, huwelijken en begrafenissen die traditioneel bezocht moeten worden ook als de familie honderden kilometers verder woont.

De productiviteit in de fabrieken zou op minder dan 50% uit komen. Het bijscholen van medewerkers zou echter opnieuw een productiviteitsverlies meebrengen o.a. vanwege de lage kwaliteit van het genoten onderwijs. Investeerders hebben het in Senegal ook niet echt makkelijk. Men wordt weliswaar met open armen ontvangen maar al snel wordt men in de bovenste lagen van gecorrumpeerde adviseurs opgenomen en als je dan niet goed op let dan is er al veel van het investeringsgeld besteed vóór dat je ook maar iets van de grond hebt kunnen krijgen. Waar Abraham de mosterd haalde staat niet in de Koran. Maar hier weten de vaak zeer intelligente mensen dat bijzonder goed. De vaak bijzonder hartelijke ontvangsten en grote gastvrijheid zijn over het algemeen zeer gemeend. Maar het vangen van vissen en het jagen op groot wild zit in het bloed van bijna iedere bewoner van Senegal.

Er zijn aldus nog vele bergen te verzetten voordat ook Senegal zich kan ontwikkelen naar een land waar de ‘vrije wil’ zich in de persoonlijkheid van de burgers kan ontvouwen. Zo’n grote verandering impliceert natuurlijk dat de bewoners het ‘Goddelijke’ in zich zelf moeten zoeken en zich niet afhankelijk moeten laten maken van wat de buren en andere geestelijk leiders hun voorhouden. Het vergt een andere kijk op religieuze, ethische en morele vraagstukken. Met name de acceptatie dat niet God maar het individu bepaalt of er vooruitgang te boeken is. De oude volksvertellers hebben hier steeds minder te vertellen. De jeugd trekt massaal naar de internet cafés en de Senegalese Hip Hoppers en Rappers vertellen in een aantrekkelijke mengelmoes van lokale talen en in het Frans en Engels hoe het ook anders en beter zou kunnen. Er zit wel degelijk muziek in dit land!


maandag 30 augustus 2010

Mislukte ontwikkelingshulp in Dakar?

Goed nieuws voor de tegenstanders van ontwikkelingshulp en de critici op de ontwikkelingssamenwerking. In de afgelopen 2 jaar zijn er meer dan 50 buitenlandse organisaties in Dakar opgehouden met hulpverlenen. Noodgedwongen door de opdrogende donatiebronnen hebben zij zich schielijk terug getrokken. Met als belangrijkste excuus de mondiale crisis. Deze teruggang is nog niet aan haar eind. Veel voorheen goedlopende sociale of onderwijs projecten in Dakar en omstreken hebben het zeer moeilijk. In sommige gevallen bleek dat de exploitatie ondersteuning van ontwikkelingsprojecten vooral een commerciële achtergrond had. Met name de Parijs-Dakar Rally. Toen deze rally in 2008 verdween was de hulp aan o.a. Senegal snel afgelopen.

Yoff is de grootste wijk van Dakar, officieel wonen er officieel 60.000 mensen. Inofficieel zijn er meer dan 120.000 inwoners. Van dit grotere aantal leven er meer dan 70% op de armoede grens, vaak onder barre omstandigheden. Gelukkig doet de Overheid er wat aan. De wet tegen het bedelen op straat is nieuw leven ingeblazen. Momenteel buigt de Rechtbank in Dakar zich over een aantal zaken tegen volwassenen die er van worden ‘verdacht’ op straat te bedelen.

De Senegalese Association Dakarkids (voorheen samen met Dakarkidz/Dakarsport Nederland en sinds 2008 geheel onafhankelijk) heeft de afgelopen jaren zeer intensief en met succes meegewerkt aan een lobby tegen de vele illegale Koranschooltjes die niets anders deden dan 10tallen kinderen 14 uur per dag de straat op te sturen om te bedelen. In Yoff waren er in 2007 nog meer dan 40 Daara’s inmiddels zijn er minder dan 5 over die hoofdzakelijk kinderen uit Guinee laten bedelen. Het merendeel van de geweerde Senegalese Talibe’s is nu gewoon weer terug bij hun ouders.

Een interessante ontdekking na onderzoek door Association Dakarkids in samenwerking met o.a. catis.nl was, dat de niet reguliere buitenlandse hulp aan de bedelende straatkinderen juist nieuwe Koranschooltjes aantrok. Het in 2005 in het leven geroepen opvangproject Dakarkidz in Yoff werd al snel bekend bij andere leiders van Koranschooltjes of bracht volwassen mannen die eerst bijvoorbeeld automonteur waren in een slechtlopend eigen bedrijfje er toe om zelf maar een Koranschooltje met eigen dorpskinderen op te zetten. Vanaf 2005 tot 2008 kwam er bijna maandelijks een nieuwe Koranschool bij in Yoff.

De Daara van Dakarkidz betaalde de Marabout een salaris en de kinderen leken een redelijk goed leven te hebben in het opvanghuis te Yoff. Dat raakte snel bekend bij de collega’s van de goed betaalde Dakarkidz Marabout. In 2007 bleek echter dat er naast de 22 Talibe’s meer dan 20 andere familieleden of vrienden van de Marabout meegenoten van de goede gaven uit Nederland. Ook de niet Nederlandse leiding van het Dakarkidz project leefde vanaf 2005 tot 2007 zeer goed van de extra inkomsten die het project genoot uit diverse buitenlandse potjes.

Een diplomatieke oplossing om de gerezen misstanden op te lossen stuitte op soms heftige tegenstand van de toenmalige leiding en bij sommige medewerkers die hun luxe positie dreigden te verliezen. Het ging immers om hun boterham waar zij overigens weinig voor deden. De nieuwe coördinator maar ook verschillende kritische Senegalese medewerkers (dus tegenstanders) werd het leven op sommige momenten zeer zuur gemaakt. Terecht ontslagen medewerkers maakten amok, stalen goederen van de organisatie mee en schreven roddel acties op het internet. De bevolking in Yoff wist echter wel beter en waren een grote steun voor de ‘opruimers’.

Vanaf 2007 werden de inkomsten uit buitenlandse donaties ingezet om nieuwe werkvormen te ontwikkelen die voornamelijk aan de meest kwetsbare groeperingen ten goede zouden komen. Er was immers nooit eerder onderzoek gedaan naar welke vorm van opvang, scholing en begeleiding van straatkinderen wél effectief zou zijn. Ook moest duidelijk gaan worden welk type onderwijzer en opvoeder geschikt zou zijn. Toen in 2009 de donaties van Dakarkidz Nederland ophielden voelde de Senegalese organisatie in Yoff zich behoorlijk in de steek gelaten door de Nederlanders. Waarom? Omdat je na een heldere toezegging en tijdens een opbouwproces niet zomaar weg kan lopen. Tegelijkertijd werd echter duidelijk dat door de monetaire crisis ook veel andere door buitenlanders ondersteunde projecten in Senegal hun ‘hulp’ kwijt zouden raken of zeer mariginaal verder zouden kunnen.

Vanaf 2009 werd het steeds duidelijker dat er ook voor de Dakarkids projecten uit o.a. Nederland nog nauwelijks fondsen zouden komen. De Goede Doelen markt in Nederland rolt met elkaar over de grond over elke Euro en ook de publieke opinie raakt overspoeld met negatieve berichten over het ontwikkelingswerk met name in Afrika. Men zou ‘hulpmoe’ zijn. De kritiek op het ontwikkelingswerk is niet geheel onterecht. Hulp leid immers in vele gevallen tot afhankelijkheid en niet altijd tot zelfstandig. Er moet aldus goed gekeken worden naar de verdeling van de beschikbare fondsen en gezocht worden naar duurzame samenwerking.

Dakarkids Senegal is al vanaf 2008 naar samenwerking gaan zoeken met lokale hulpverlenende stichtingen. Typerend was de geslotenheid met betrekking tot hun inkomsten en effectiviteit van hun geboden hulp. Toch was de doelgroep het zelfde en door het afnemen van de inkomsten gingen vanaf begin 2010 de deuren en de boeken langzaam maar zeker open. Over twee zaken werd men het onderling al snel eens. Door de grote werkeloosheid en het gebrek aan werk is Yoff arm en de overheid armlastig. Ten tweede het ontbreekt in Yoff aan goed gecoördineerde hulpverlening en doorverwijzing. 


Er is dus werk aan de winkel. Werkgelegenheid stimulerende projecten initiëren en het opzetten van een sociaal dienstencentrum voor de bevolking waar men doorverwezen kan worden naar de verschillende hulp projecten die ieder een eigen specialiteit hebben.

Lees meer op www.dakarkids.info