Posts tonen met het label Senegal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Senegal. Alle posts tonen

maandag 5 augustus 2013

Angst voor negers bij IND Nederland neemt toe


Lamine is een neger en daar is hij trots op. Ook het woord neger vind hij geen probleem, het is geen scheldwoord in Senegal. Hij is echter in eigen land nooit in elkaar geslagen omdat hij een donkere huid heeft. Zelf ben ik een Indo maar in mijn DNA blijken ook sporen te zitten die terug gaan naar het oude Perzië. Vroeger was ik een klein slank Indoventje met pikzwart haar en donkere ogen en een bruine glanzende huid die onder de Hollandse zomerzon vlot donkerder werd. Als Hollands kind werd mij vaak gevraagd of ik uit onze voormalige kolonie Nederlands-Indië kwam? Vervolgens werd mij gevraagd of ik een kuiltje zou graven in onze achtertuin als WC. En kreeg ik te horen dat ik een poep Chinees was. En dat ik stonk. En dat ik een hoerenkind zou zijn en mijn moeder een Indische hoer. Dat was Nederland in de jaren ’60 van de vorige eeuw. In de voorgaande 15 jaren waren 350.000 uit Nederlands-Indië afkomstige Nederlanders en 'gemengdbloedigen' noodgedwongen naar Nederland gekomen. Nederland had grote moeite met die bruin gekleurde vreemdelingen met hun eigen cultuur en grote gastvrijheid. 

Gelukkig had ik een hoog blonde ander half jaar oudere broer die een kop groter was en vreselijk sterk. Die haalde ik er bij als er weer werd gescholden of geslagen. Hij sloeg dan de zonen van de bloemenkwekers de dorpstraat door. En als wij hen dan op zondagen achter hun in het donker geklede ouders de katholieke kerk in zagen lopen met hun zondagse kleding. Dan wezen wij met een waarschuwende vinger naar hen, wacht maar ná de kerk krijgen wij jullie nog wel een keer. Pas na mijn veertigste begon ik op een Arameen of een Turk te lijken. Of op een ‘verlopen Tamil’ wat mij eens giecheldend werd toegeroepen door twee ondeugende Marokkaantjes in de Amsterdamse Van Woustraat. Toen ik met mijn koffers naar huis liep na een 25urige en een vet vertraagde vlucht uit Laos waar ik zes weken had meegewerkt aan een ontwikkelingswerk programma in de brandende zon. Ik kon er toen om lachen. Dit was Nederland begin jaren ’90 van de vorige eeuw.

Onlangs is Lamine door de Nederlandse Immigratie- en Naruralisatiedienst ofwel de IND een bezoekvisum van vier weken aan Nederland geweigerd. Hij zou onbetrouwbaar zijn. Foute informatie hebben verstrekt en het stiekeme plan hebben om in Nederland te willen blijven. Ook de Nederlandse uitnodigers zouden onbetrouwbaar zijn. En ook ik als zijn begeleider op de heen en terugreis, zouden kennelijk niet door hebben hoe onbetrouwbaar en stiekem Lamine eigenlijk is. Lamine is al negen jaar mijn pleegzoon. Dit is nooit geformaliseerd in de zin van een adoptie. Maar Lamine heeft niemand anders behalve mij. Lamine heeft een sleutelpositie in onze Senegalese stichting en is sinds 2010 een gewaardeerd medewerker met een arbeidsovereenkomst een salaris én een auto waar hij een eigen bedrijfje om heen heeft opgezet. Hij rijdt tegen vergoeding buitenlandse ontwikkelingswerkers en ondernemers rond die projecten in Senegal bezoeken en staat een deel af aan de huishoudpot. Lamine spreekt daarnaast voortreffelijk Engels, Frans en 4 lokale talen waardoor hij als dienstverlener/chauffeur van grote waarde is voor de vele buitenlandse bezoekers die door hem op veler verzoek rond geleid worden.

Lamine heeft er geen enkel belang bij om in het zure Nederland te willen gaan wonen. Hij heeft veel vrienden, werk, een inkomen en een eigen bedrijfje in Senegal. Lamine is zeer leergierig en wil graag de bedrijven en organisaties, maar ook onze vele vrienden in Nederland (terug) zien die ons beiden hebben uitgenodigd. Wij kozen voor een fietstocht door Nederland want op de fiets leer je Nederland het beste kennen. Wij zouden veel foto’s gaan maken waardoor wij de achterblijvers in Senegal konden vertellen wat er leuk of juist veel minder leuk in Nederland is. 

Met veel zorg en aandacht hebben wij Lamine geholpen zijn ‘dossier’ voor te bereiden. Ook wij zijn al jaren bekend met het schrikbewind wat de IND hanteert. Eén foutje en alles moet opnieuw met de kans om nooit meer een visum te mogen aanvragen. De fouten die de IND zelf maakt zijn nauwelijks bespreekbaar. Het dossier van Lamine was 100% compleet met extra informatie over de motivatie rond het reisdoel.  De IND is een publiekelijk afgesloten ‘zelfstandige dienst’ die te vergelijken is met de voormalige Oost-Duitse STASI. De Nederlandse wetgeving m.b.t. ‘openbaarheid bestuur’ wordt met groot gemak met voeten getreden door de IND want die wet wordt met succes onder het tapijt van de privacy wetgeving geveegd. Dus informeren naar een afwijzing en inzage in het dossier waar ook de afgenomen gesprekken in zijn opgenomen is uit den boze. De IND zelf verschanst zich achter een indrukwekkende lijst van Loketten en Postbussen zonder een duidelijk adres en er zijn ook geen foto’s te vinden waar de gebouwen van de IND in Nederland op zijn te zien. Op de wereldwijde Nederlandse ambassade en consulaire afdelingen wordt het IND beleid uitgevoerd door speciaal daartoe opgeleide Nederlandse medewerkers.

Vooralsnog wil ik er vanuit gaan dat er bij de IND en de IND onderafdelingen op de buitenlandse ambassades aardige en vooral gezagsgetrouwe ambtenaren werken. Hard werkende mensen die er op geselecteerd zijn geen eigen mening hebben maar 'de zaak' dienen. En die zaak is zoveel mogelijk vreemdelingen uit Nederland weg te houden met name uit 'risicolanden' zoals Senegal. Dat is hun werk. Het zou mij zelfs niet verbazen dat er bij de IND veel mensen rond lopen die het soms of vaak niet eens zijn met het door de IND gevoerde beleid. Dan is ontslag nemen een moeilijke keuze want dat raakt dan je werk en inkomen. En bij wie kan je eigenlijk terecht in Nederland als je bij de IND hebt gewerkt? De politie? Want wat kán je eigenlijk als je bijvoorbeeld jarenlang visumbeoordelaar bent geweest bij de IND? Wordt je eigenlijk ontslagen bij de IND als ‘jou’ klanten alsnog op de vlucht slaan omdat zij niet goed door jou zijn beoordeeld? 

De beoordelaar van de IND stelde per mail de volgende vragen aan de uitnodigende familie in Nederland aan mij werd niets gevraagd:

Geachte mevrouw B.,

Ik refereer aan het telefonisch onderhoud van vandaag.
Graag zou ik wat meer informatie van uw kant willen ontvangen over de fietstocht en de sponsors/bedrijven ten behoeve van de waterpomp.
Graag zou ik een programma  ontvangen dat de heer Deijman en Lamine Sarr zullen volgen tijdens hun fietstocht door Nederland.

De visumafdeling dient uiterlijk woensdag een beslissing te nemen. Alvast hartelijke dank voor de toelichting.

-          Hoe heeft u de heer Deijman en Lamine Sarr leren kennen ?
-          Wie betaalt hun vliegticket ?
-          Om welke Nederlandse bedrijven gaat het ?
-          Zijn er ook andere sponsoren ?
-          Hebben ze een afspraak met de bedrijven / sponsoren ?
-          Leveren deze bedrijven geld ? Technologie ?
-          Waar worden de pompen geïnstalleerd ? 

Hier was duidelijk iemand aan het werk die het dossier van Lamine niet goed had bestudeerd. Uiteraard zijn deze nieuwe vragen vlot en zeer helder door ons beantwoord. Inclusief referenties naar onze website en blogberichten waar alles over Lamine en onze reis is te vinden. Opvallende slordigheid was dat mijn naam verkeerd werd geschreven. Op de foto’s en documenten onderaan dit artikel kunt u vervolgens de gegeven informatie en de afwijzing zien. Wij hebben immers niets verbergen en het gaat nergens anders om dan een visum voor 4 weken onder begeleiding en samen heen-samen terug vliegtickets.

Op maandag 29 juli heeft Lamine persoonlijk zijn dossier ingeleverd op de consulaire afdeling in Dakar. Hij kon zijn paspoort woensdag om 14:00 uur op komen halen. Op woensdag 1 augustus werd Lamine kort en bondig na twee uur wachten, kort en krachtig en zonder excuses verteld dat hij de volgende dag terug moest komen ‘want er was een document nog niet binnen’. Op donderdag na weer een lange tijd wachten werd hem door het loket een papier in het Nederlands gesteld aangereikt. Lamine is slim maar leest nog geen Nederlands. Hij zag echter in zijn paspoort dat er geen visum in was gestempeld. Eenmaal thuis konden wij het afwijzingsformuliertje samen door nemen.

Met de vertaling had ik door emoties en boosheid overmand de grootste moeite. Hoe leg je in een andere taal uit dat Lamine, zijn uitnodigers en ikzelf als notoire leugenaars worden neergezet?  Hoe leg je aan Lamine uit dat hij er 100% van verdacht wordt in Nederland te willen blijven en ons dus gaat belazeren. Wij zouden de IND bij wijze van spreken dankbaar moeten zijn. De psychologische kennis van de IND is kennelijk van zeer hoog niveau waardoor zij circa 30 minuten nodig hebben om onze Lamine volledig te doorzien. De psychiaters van het Pieter Baan Centrum in Utrecht hebben soms maanden nodig om een cliënt te onderzoeken en maken dan toch nog vaak verkeerde inschattingen. De IND zit zelfs op twee stoelen. Die van de beoordelende psycholoog en de andere stoel is het controleren van de door Lamine en ons aangedragen bewijzen zoals zijn arbeidsovereenkomst, zijn salarisstroken etc. Maar die zijn 100% ok. Echter niet volgens de IND?

Het IND zélf is dusdanig overtuigd van hun gelijk dat zij op geen enkele wijze opening van zaken wensen te geven. Zelfs de Belasting Dienst en hun FIOD kunnen openlijker beoordeeld worden dan de IND. Onderwijl heb ik begrepen dat meer dan 50% van de visum aanvragen vanuit Senegal worden afgewezen. Dus daar heb je geen werk meer aan als IND. De resterende aanvragen zijn lang verblijf aanvragen en dan is er een veel kleiner percentage kort verblijf aanvragen. Wij gaan daarom ook formeel bezwaar aantekenen tegen de beslissing van de IND om Lamine een visum te weigeren. Wij zullen hier voortdurend openlijk verslag van doen. En we gaan er dan maar vanuit dat de IND meeleest. Want wij houden wel van open kaart spelen.

Waar wij echter weinig aan kunnen doen is de xenofobische en paranoïde houding van de beleidsbepalers van de IND ten opzichte van ‘vreemdelingen’ zoals Lamine. Het blijft immers een gekleurde Senegalees die ondanks het feit dat zijn pleegvader een blanke Nederlander is (evenals de uitnodigende partij). Hij er toch van verdacht wordt een liegend  en onbetrouwbaar sujet te zijn die zijn eigen pleegvader en vrienden zou belazeren. Want dat mocht ik hem namens de IND uitleggen.

Wat de situatie extra pikant maakt is mijn overigens goede en zakelijk contact met de ambassade in Dakar. Juist het a.s. werkjaar 2014 worden er veel langlopende subsidie en samenwerking projecten aangegaan op agrarisch gebied tussen de Senegalese en Nederlandse overheid. Deze agrarische projecten zijn zeer belangrijk voor het land en tuinbouwbeleid in Nederland en de duurzame voedselketen die in Nederland zwaar onder druk staat. Nederland heeft bijzonder hard nieuwe import nodig van met name biologische producten. Daarnaast kan Nederland veel ‘hardware’ en kennis gaan leveren op technologisch gebied en hiermee een uitweg uit de crisis bewerkstelligen. Mijn rol om als consultant op te treden namens de Senegalese overheid en steun te verlenen bij hun aanvragen die via agentschap.nl en de ambassade in Dakar lopen heeft de afgelopen periode steeds meer vorm gekregen. Het betreft overeenkomsten die Nederland veel werk en inkomsten gaan opleveren. Die heeft Nederland hard nodig in het a.s. decennium.

Ik sta echter aan de kant van Senegal en mijn bijdrage en adviezen zijn essentieel voor een geslaagde samenwerking tussen Senegal en Nederland. Maar ik sta ook aan de kant van Lamine. - Zal ik mij dan druk gaan maken voor de Nederlandse belangen?  Of toch maar verder gaan met andere niet Nederlandse partijen die net zo graag aan Senegal leveren? – De komende twee maanden wachten wij op het IND antwoord naar aanleiding van ons bezwaarschrift. Wij dienen uiteraard ook een nieuwe visum aanvraag voor Lamine in.  Wij houden iedereen op de hoogte via dit blog Facebook en andere media. Ons verdriet en boosheid heeft weer plaats gemaakt voor Hollandse nuchterheid en als de IND de stem van het volk vertegenwoordigd en dus bang voor Negers zijn dan kopen de IND’ers en hun aanhangers hun groenten maar ergens anders. Lamine en ik zijn trouwens zonder enig visum probleem van harte welkom in Indonesië, China en Brazilië. Grote concurrenten van Nederland op land en tuinbouwgebied. Daar gaan we alvast over nadenken. Want als Lamine Nederland niet mag zien wat heb ik daar dan nog te zoeken?


Lamine eind 2004 - Hij was net hersteld van een zware ziekte
 die door ons was verholpen. 
Hij is toen maar meteen gebleven. 
Er was immers niemand anders.

Lamine met Kids in 2013

Lamine zit ook in het bestuur van onze voetbalschool in Sandiara


Lamine heeft naast zijn werk als opvoeder bij Dakarkids ook een eigen bedrijfje. 
Hij spaart voor een nieuwe auto. 

Dakarkid Demba is de volgende Dakarkid 
die een eigen bedrijfje op zal starten.


De fietsroute die Lamine en ik zouden rijden. 
Het was ook een fondsenwerving route. 


De afwijzing door de IND van 01-08-2013






Let op de geautomatiseerde vinkjes




Wij blijven zeer strijdvaardig. 
Evenals de uitnodigers en onze vele vrienden in Nederland.

woensdag 29 mei 2013

Vrijdag en Robinson gaan door Nederland fietsen


Wij zijn onlangs een crowd funding campagne gaan opstarten om fondsen te werven voor een BluePump en het opknappen van het onderkomen voor onze Groene Leerlingen. Een groep van onze ex straatkinderen, jongens dus. Jongens die het vermogen én talent hebben om boer, tuinman, handelaar of bedrijfsleider te worden. Wij hebben in 2012 een huis voor hen gevonden wat opgeknapt moet worden en een paar grote tuinen waar water en andere voorzieningen moeten komen. Andere Dakarkids die dóór willen leren kunnen doorstromen naar het vervolgonderwijs via ons opvanghuis in Dakar of anders verhuizen naar het landelijke lyceum in het zelfde stadje waar onze groene projecten zich bevinden. Dit kan nu vanwege onze een nieuwe zuster organisatie. Onze oudste Dakarkids zijn Lamine en Demba en zij zijn beiden verantwoordelijk voor het wel en wee van de jongere Dakarkids. Association Dakarkids heeft daarnaast een grote groep vrijwilligers die betrokken zijn op de vele kleine en grote deel projecten die deel uit maken van ons ‘community development’ programma.

Voor Dakarkid Lamine zag de toekomst er in 2004 bepaald niet rooskleurig uit. Hij was al vijftien maar leek eerder twaalf jaar oud. Zijn oogwit was bedekt met gele en rode vlekjes. Zijn donkere huid was faal grijs. Zijn veel oudere halfbroer had geassisteerd bij een NGO project waar ik in opdracht van een buitenlandse donor een controle had uitgevoerd.  Op de weg terug vroeg de broer of wij even konden stoppen bij zijn ouderlijk huis. Het bleek een onafgewerkt huisje te zijn aan de rand van een moerasgebied. In de doorgerookte kamertjes woonden zijn vader met zijn derde echtgenote. De broer van Lamine was de eerste zoon van de vader. De eerste echtgenote was al jaren eerder overleden. De tweede echtgenote was de moeder van Lamine. Lamine zat buiten op een krukje. Alleen en op afstand van zijn familie. De moeder was psychisch in de war geraakt nadat de één jaar jongere zus van Lamine in een put was gevallen. De zus was kort daarna overleden aan vermoedelijk innerlijke bloedingen. Er was geen geld geweest voor een ziekenhuis. Sinds het overlijden van haar enige dochter had de moeder geen oog meer voor haar enige zoon. En ook geen woorden meer.

Het huwelijk met de derde vrouw was zeer vruchtbaar. Er waren in vlot tempo vijf kinderen geboren. De tweede vrouw had stilzwijgend een kleine kamer met haar zoon Lamine betrokken. Om zes uur in de ochtend staat zij op en vertrekt naar de centrale markt om daar verse bonen te kopen. Vanaf acht uur ’s morgens tot acht uur ’s avonds verkoopt de moeder haar bonen vanaf een kleine wankele tafel. Zo doet zij dat al vijftien jaar. Stilzwijgend. De halfbroer nam Lamine mee naar het NGO kerstfeest. Omdat Lamine niemand anders kende dan zijn halfbroer en mij eerder had ontmoet blijf hij in mijn schaduw en was behulpzaam bij het opruimen. Drie dagen later stond Lamine voor de deur van mijn huis. Of hij mocht komen helpen met het huis was zijn vraag. Hij kon de vele planten water geven die om het huis heen in grote bakken aan de binnenmuren waren geplaatst. Mijn bureau stond onder een raam met zicht op het voor terras. Na verloop van tijd zag ik veel water onder het entree hek naar buiten stromen. Achter het huis stond Lamine met de tuinslang in zijn hand bij de bananenboom te slapen.

Toen ik hem wakker maakte glimlachte hij verlegen. En hij vroeg verlegen maar ook enigszins bang voor afwijzing. ‘Mag ik hier komen wonen’? Waarom wil je dat vroeg ik hem? Lamine verteld dat  hij door ziekte al drie jaar nauwelijks naar school was geweest. Ja hij ging wel maar hij werd vaak weg gestuurd omdat hij in de klas lag te slapen. Hij was zeer achteropgeraakt en al vijftien jaar. Men had hem al maanden daarvoor gezegd maar een baantje te gaan zoeken. Maar Lamine is een Mandinka. En die werken niet onder een baas. Zij drijven liever handel om zodoende zelfstandig te blijven. De ouders van Lamine kwamen van platteland en waren tijdens de grote droogte aan het begin van de jaren ’80 van de vorige eeuw naar de grote stad getrokken. De familie hadden jarenlang in een barak van gevonden hout gewoond en pas de laatste jaren was er wat geld geweest voor betonblokken. Het huisje had een dak met golfplaten en elk jaar werd er een stukje aangebouwd. In 2004 woonden bijna 500.000 mensen in de ‘spontane’ wijk. Zonder riolering en waterleiding. Ontlasting word in beerputten opgevangen die hun restanten vrijgeven als er overstromingen zijn tijdens de regenperiode. Ideaal voor malaria en cholera.

Lamine heeft het overleefd. Later bleken er meer jong overleden kinderen te zijn geweest. Daar wordt niet over gesproken. Want Allah wikt én beschikt. En het leven gaat immers door. Het werd mij steeds meer duidelijk dat Lamine niemand had die écht iets voor hem zou kunnen betekenen.  En Lamine had kennelijk besloten dat ik de persoon zou gaan zijn die wél iets voor hem zou gaan betekenen. Hij is nooit meer terug gekeerd naar zijn familie. Een bloed onderzoek wees uit dat Lamine verschillende keren malaria heeft gehad die een chronisch patroon begon te krijgen. Ook heden heeft het lichaam van Lamine een paar dagen per maand een moeilijke periode. Hij mag ook geen hoge koorts krijgen want dat zou dodelijk zijn. Nu, bijna tien jaar later is Lamine sterk en gezond met op de achtergrond de sluimerende mogelijkheid dat de malaria en die andere ziekte plotseling kan toeslaan. Lamine is niet alleen. Er zijn duizenden jongeren zoals hij die door ondervoeding en onvoldoende behandelde ziekten in hun jonge jaren de kans lopen om chronisch ziek te worden en plotseling te overlijden.

Het doet innerlijk pijn om hier over te schrijven. Het is intiem en persoonlijk. Maar wel de realiteit. Een Afrikaanse realiteit. Want in Nederland met ons overspannen maar voortreffelijke zorgstelsel is alles gebaseerd op repareren en kwaliteitszorg. Een paar jaar geleden hebben Lamine en ik samen de film (een serie) Robinson Crusoe op DVD gezien. Waarin Crusoe die zelf enige jaren slaaf is geweest, zich ontfermt over een ontsnapte slaaf die hij Vrijdag noemt. Genoemd naar de dag van zijn bevrijding. De film gaat over een oudere witte man en een jongere zwarte man die door het lot samen zijn gebracht en door de jaren heen met elkaar leren leven en elkaar zijn gaan begrijpen. Er groeit ook een diepe emotionele band tussen beiden. Die soms hevig onder druk komt te staan vanwege cultuurverschillen. Het is de warme sympathie en de wederzijdse afhankelijkheid die hen dan weer samen brengt. Lamine en ik moesten soms verschrikkelijk lachen om de problemen die Vrijdag en Robinson met elkaar hadden. Zij kwamen ons méér dan bekend voor. 

Lamine is pas gaan lezen en schrijven vanaf zijn zeventiende. De uitdaging was het rijbewijs. Hij moest immers de theorielessen kunnen volgen en verkeersborden kunnen lezen. Een maand na zijn achttiende verjaardag haalde hij met glans zijn rijbewijs. De computer deed de rest. Facebook en andere sociale media bieden veel beeldmateriaal maar ook kleine teksten. Afrikaanse jongeren voelen haarfijn aan dat de sociale media ‘hun’ gebied is. Meer dan 60% van de oudere Senegalezen kan niet lezen of schrijven. Dan is er nog een hoog percentage half analfabeten. De Afrikaanse jeugd in de grote steden (binnenkort woont ook half Afrika in steden) communiceren zeer veel via Facebook en ook sms’en komt in zwang. De digitalisering van de Afrikaanse jeugd is daarom hún terrein. Dit proces steun ik van harte. Het geeft de jeugd een stem die pas over een paar jaar gehoord zal worden. Maar het broeit prima onder de jongeren. Onze Dakarkids leren bij ons meer achter de computer dan op hun scholen. Als elke leerling in Senegal een iPad zou hebben in plaats van de nu nog steeds in gebruik zijnde lei of de nare schriftjes van goedkoop papier met die rot pennen. Dan zouden de Senegalese kinderen binnen enige jaren het zelfde niveau hebben als bijvoorbeeld de Nederlandse schoolkinderen.

Het is voor Lamine en ook voor de andere oudere Kids een flinke uitdaging en zeker ook niet makkelijk om al zoveel verantwoordelijkheid voor elkaar te moeten dragen. Senegal is immers een land waar de ‘ouderen’ traditioneel de dienst uit maken. Maar die hebben er tot zover nog niet veel van gebakken. En door de sociale media, zien en lezen de jongeren dat het ook anders kan. Het is dus zaak om (onze) jongeren op te leiden tot ‘nieuw leiders’. - Nieuwe leiders die oog hebben voor een gezonde economie en die de sociale belangen van kinderen en ouderen standaard in hun pakket meenemen maar ook binnen de grenzen van de ecologische mogelijkheden leren denken (en doen).

In de afgelopen jaren hebben wij veel Europese en ook Amerikaanse jongeren mogen ontvangen. Die kwamen bij ons voor een korte of lange stage. Of voor een afstudeer project. Voor hen was het verkrijgen van een visum geen enkel probleem. Als onderdeel van onze fondsenwerving gaan Lamine en ik deze zomer vijf weken door Nederland fietsen. Wij gaan op tournee om onze donateurs te bedanken en misschien vinden wij nieuwe donateurs die verder kijken dan de schuldencrisis en met raad en daad onze projecten willen steunen. Voor het visum van Lamine moeten 10tallen papieren ingevuld worden. Er moeten garanties door bevriende Nederlanders worden afgegeven en wij moeten de autoriteiten er van overtuigen dat Lamine écht terug gaat naar Senegal. Terwijl wij weten dat Lamine niet eens zou willen blijven. Hij vindt vooral dat hij verantwoordelijk is voor de Kids en ziet de reis als een uitdaging om ook hen te vertellen dat Nederland weliswaar mooi is maar dat Afrika toch meer toekomst perspectieven bied. En volgend jaar wel Lamine mee naar Indonesië om mee te helpen een boek af te maken en ook om Purworedjo te bezoeken waar in de 19de eeuw honderden Afrikaanse KNIL militairen gezinnen hebben gesticht en gebatikte doeken naar Afrika stuurden die nu zo geliefd zijn als wax textiel.

Wij gaan dus gezellig vijf weken door Nederland fietsen in de maand augustus (als de autoriteiten niet moeilijk doen) en wij bereiden alvast een 15 minuten presentatie voor. Via een laptop en een kabeltje kunnen wij ‘waar dan ook’ op een TV scherm laten zien met hoeveel plezier wij ons werk doen en welke zorgen wij soms hebben. Mensen die ons willen ontvangen nemen wij graag op in onze fietsroute maar schrijf ons even een berichtje via dakarkids@gmail.com of via facebook dan fietsen wij er wel een mouw aan.

En stel dat Robinson Crusoe en Vrijdag over fietsen hadden kunnen beschikken en een routeplanner hadden gehad? Wij hebben er reuze zin in!





















zaterdag 1 december 2012

De dood van een Talibé


Het was druk geweest op het busstation van Thies. Asanne had meegeholpen om de bagage op het dak van de meer dan veertig jaar oude Renault autobus vast te sjorren. Zoals gewoonlijk waren er weer meer passagiers dan  beschikbare zitplaatsen verkocht. Door het overgewicht op het dak zakte de bus bijna door luchtgeveerde schokbrekers. Asanne was moe. Vroeg in de ochtend waren zij uit St. Louis vertrokken en na een paar uur herladen zou dus bus rond middernacht in St. Louis terug keren. Op de achterkant van de bus waren lang geleden twee smalle ladders gelast. Aan de onderkant verbonden met een lange treeplank waarop een of twee ‘apprenti’ konden staan. Asanne werkte al weer twee jaar als apprenti op de bus van Sering de oude chauffeur die hij nog kende toen hij in de koranschool woonde.

Asanne had achterin de bus bij de achterdeur op een heel klein klapbankje gezeten. Veel passagiers waren al in slaap gevallen en de warme lucht in de bus maakte dat Asanne de achterdeur opendeed en onder het rijden met een wijdbeens sprong naar de ladder op de achterkant van de bus klauterde. Hij vond de warme avondlucht en de wind heerlijk. De wind tilde zijn hemd op en de koelere lucht streek over zijn magere bovenlichaam. De bus slingerde zich over donkere weg af en toe wat snelheid terugnemend als er een schaars verlicht dorp werd gepasseerd. Asanne had er een gewoonte van gemaakt om zijn armen om de ladder heen te slaan en rechtopstaand kon hij toch wat slaap inhalen. Hij droomde dan vaak over verre reizen en oorden waar hij foto’s van had gezien in oude tijdschriften. Of over zijn oudere broer die met een boot ’s nachts was vertrokken en nu in Spanje zou wonen. Kort voor middennacht wipte de achteras van de bus door een onverhoeds scherpe bocht en diepe kuil en slingerde de slapende Asanne van het kleine treeplankje.

Het lichaam van de slapende Asanne kwam hard met het asfalt in aanraking. Zijn gestrekte lichaam rolde met grote vaart van het hoger gelegen talud. Om een paar meter lager door de hoog opgeschoten struiken tot stilstand te komen. Pas in St. Louis zou men bemerken dat Asanne er niet meer was. Sering en de andere apprenti maakten zich geen zorgen. Zij waren moe en zouden Asanne in de ochtend wel weer zien. Als de bus opnieuw zou vertrekken. De vroege ochtendzon scheen over het magere gezicht van Asanne. Hij leek veel jonger dan zeventien. Alhoewel hij niet zeker wist of hij wel zeventien jaar oud zou zijn. Op zijn dorp werden nooit geboorteaangiftes gedaan. Er werd eerst gekeken of het kind levensvatbaar was. Asanne had twee zusjes gehad die kort na de geboorte waren gestorven. Ndeye zijn moeder had de vier weken oude tweeling ’s morgens dood gevonden. Asanne was vijf jaar oud geweest en had op de mat geslapen met zijn andere broertjes toen hij wakker werd van de zacht huilende Ndeye die de beide baby’s dicht tegen zich aan had gedrukt en gebeden prevelde afgewisseld met en toon van verdriet die hij nooit eerder had gehoord. Asanne was stil bij zijn moeder gaan zitten. Aan het eind van de middag waren de baby’s in lappen gewikkeld en buiten het dorp in een diepe kuil begraven. Gorgui de dorpsoudste had gebeden opgezegd. Asanne had op zijn hurken gezeten naar de gezichten van de grote mensen gekeken. Verweerde gezichten. Zijn vader was er niet geweest die kwam alleen tijdens de ramadan en bracht dan soms kleine cadeautjes mee uit het verre Dakar. Vader hield dan ook de nieuwe baby vast terwijl de andere kinderen om hem heen stonden.

Het ochtendlicht verwarmde het lichaam van Asanne. Zijn ogen gingen open. Langzaam trok de warmte door zijn bovenlichaam naar beneden. Zijn hemd was door de rolpartij gescheurd en lag open en half gedrapeerd langs zijn armen. Uit zijn afgezakte oude zwarte broek stak de rode voetbalbroek van zijn geliefde Spaanse voetbalclub waar zijn oudere broer dicht bij zou wonen. Het bewustzijn kwam langzaam in Asanne terug. Hij probeerde zich te bewegen. Dat lukte niet. Op het gezicht van Asanne verscheen een glimlach. Hij kon niet begrijpen dat zijn lichaam niet wilde luisteren. Vroeger ging dat als vanzelf. Hij wist ook dat hij geen pijn had. Hij kende pijn. Als hij door zijn koranleraar met een stok of een riem werd geslagen had hij geleerd niet te schreeuwen maar juist de pijn in te slikken. Want hoe harder hij huilde des te harder sloeg de Oustache. Hij was soms te moe geweest om de oude Arabische woorden die samen een spreuk of gebed vormenden telkens en opnieuw te herhalen. De woorden herkende hij op de houten afgeronde planken die de andere leerlingen voortdurend met elkaar ruilden.

Ndeye zijn moeder was stil geweest toen haar werd verteld dat Souleymane haar echtgenoot had laten weten dat hij in Dakar een tweede vrouw had getrouwd. Ook de andere vrouwen in het kleine dorp wisten wat dit betekende. Er zou minder geld uit Dakar komen. Enige maanden later was Modou uit het andere dorp bij Ndeye langsgegaan. Hij had Ndeye verteld dat hij geen boer meer zou zijn het land was te droog geweest en hij voelde zich verlicht door nieuwe inzichten. Hij had een nieuwe roeping. Hij was tot het besluit gekomen om zich als koranleraar in St. Louis te gaan vestigen. Hij wilde zijn eigen Daara openen en gunde ook de vele jongens in het dorp de mogelijkheid om zich tot Allah te wenden door studie van de Koran. Hij had al 17 kleine volgelingen en vroeg ook aan Ndeye of zij een of twee van haar jongens aan hem toe wilde vertrouwen. Vroeger, voor de grote droogte was er niet ver het dorp ook een Daara geweest. Het was een afgeschermd stuk land en bij de ingang was door de leerlingen een lemen gebouw met een dak van riet en gedroogde takken gebouwd waar zij met soms wel vijftig jongens les hadden gekregen van de strenge maar vriendelijke Oustache Mbaye. De jongens waren altijd schoon geweest en hadden ook vele uren op het land doorgebracht om te zaaien en te oogsten. Alleen op de woensdagmiddagen zwermden de vele jongens uit met hun halve kalabasschalen om suiker, rijst, bonen of ander eten bij hun ouders en buren op te halen. De volle schalen waren een teken van waardering voor de goede zorgen van de koranleraar. Dat was vroeger.

Asanne was ongeveer zeven jaar oud geweest en met zijn drie jaar oudere broer en achttien andere jongens in een oude witte bus zonder glas in de ramen naar St. Louis vertrokken. Ndeye had gezegd dat zij niet mochten huilen en goed naar de Oustache moesten luisteren. Hun leven zou veranderen en beter worden had Ndeye gezegd. Asanne had zijn moeder lang aangekeken en in haar gezicht gezocht of er ergens een uitdrukking was waardoor hij bij haar kon blijven. Net zoals de andere moeders had Ndeye een grote wijde hoofd en schouderdoek omgeslagen en leek hiermee te willen vertellen dat haar besluit vast stond. De schaarse bezittingen van de twintig jongens waren in drie grote linnen zakken samengebracht en op het dak vastgebonden. Asanne was geschrokken van het rauwe geluid van de motor. Het was de eerste keer dat hij in een bus zat en hij verbaasde zich over de wijze waarop het landschap onder en opzij van de bus hem meenam naar het onbekende oord waar hij enige uren later in het donker terecht zou komen. Modou die vroeger boer was geweest wilde nu Oustache genoemd worden. Hij verteld de jongens in de bus dat hij voor hen zijn leerlingen en zijn Talibes, alles had opgegeven. Zijn vrouw en kinderen zouden achterblijven en hij zou hun de weg wijzen naar kennis die groter was dan het leven. Door armoede en eenvoud zouden zij eerder begrijpen wat de boodschap van Mohammed zou zijn. Als zij hem zouden volgen zoals hij Oustache Modou, Mohammed volgde. Dan zou de beloning in het paradijs vele malen groter en mooier zijn dan het harde leven op aarde. De jongens waren onder de indruk geweest van Modou die zo veranderd leek en in zijn lange witte Boeboe gewaad en nu zoveel indruk maakte.

Asanne zou bijna zeven jaar in het ommuurde grondstuk vlak bij de zee verblijven. Er was een kleine kamer voor de Oustache met een gordijn als deur. Door de jaren heen had de Oustache ook vaak kleine papiertjes opgerold met daarop een krachtige spreuk uit de koran. De rolletjes werden met wat zand in een leren zakje genaaid en van een zwarte koordje voorzien. Soms met kralen versierd. Deze gris-gris werden als talisman verkocht aan mensen die kracht of bescherming nodig hadden. De Oustache was steeds succesvoller geworden met de verkoop van zijn gris-gris. Hij werd nu ook Marabout genoemd. De jongens sliepen naast de kamer van de koranleraar. Onder een groot afdak waar ook de opgerolde matten stonden en de linnen zakken met oude kleding. Elke dag werd er water gezocht in de wijk en sleepten een paar leerlingen de 10 liter waterflessen naar de Daara. Veel tijd voor koranlessen was er nooit geweest. Alle jongens brachten op blote voeten vaak meer dan twaalf uur per dag door met bedelen. Er moest immers door iedere jongen meer dan 500 CFA opgehaald worden. Op straat was het vaak ook leuker dan in de Daara. Er veel te beleven en als je geluk had dan vulde het grote lege tomatenpuree blik zich met rijst, suiker of gekregen etensresten. Die 500 CFA bleven echter wel verplicht maar de extra hapjes waren wel een prettige aanvulling. Vooral als het ’s nachts koud was dan was het prettig geweest als er nog wat extra eten voor het slapen verorberd kon worden. De jongens sliepen dicht tegen elkaar aan. De warmte die zij elkaar konden geven onder het dunnen laken was niet altijd voldoende geweest.

Asanne had met verbazing geaccepteerd dat zijn lichaam niet meer wilde bewegen. Hij had de pogingen opgegeven om signalen te geven aan zijn benen en armen. Die bleven roerloos. De warmte van de zon nam toe en Asanne begon licht te zweten soms werden zijn ogen vochtig maar door de zon verdampte het weinig vocht. De kleine mieren op zijn voeten voelde hij nauwelijks. Telkens opnieuw kwamen er beelden van vroeger als een fototentoonstelling voor zijn ogen. Er waren ook momenten dat hij de geur van zijn moeder dacht te ruiken of Maimouna. Haar handen waren zo zacht geworden door de zeep als hij door haar gebaad werd. Asanne was verliefd geworden op Maimouna. Hij was veertien en Maimouna twaalf. Met haar zou hij gaan trouwen dat stond vast en als Allah het wilde zou het ook zo gebeuren.

Asanne dacht aan haar lieve gezichtje wat hij al zo veel jaren kende. Maimouna woonde een paar straten verder. In een groot huis met veel belangrijke mensen. Er waren zelfs twee auto’s en de vader van Maimouna werd elke ochtend door een chauffeur weg gereden. Maimouna liep dagelijks naar haar school en Asanne zorgde ervoor dat hij zo vaak mogelijk in haar straat of dicht bij de school was om haar onopvallend te kunnen begroeten. Soms was er na schooltijd gelegenheid geweest om wat langer te praten op een ingetogen en toch vrolijke manier. Want eigenlijk mocht Asanne in het geheel niet praten met een meisje uit de hogere klasse. Het was Maimouna geweest die had besloten om de vriendschap toe te staan. Asanne had dat zeer bewonderd. Een meisje dat zelfstandig overkwam en hem de kleine bedelaar, aandacht wist te schenken. Er waren dagen geweest dag  Asanne kwaad en opstandig was geweest over zijn schrale leven dat zo uitzichtloos leek. De oudere jongens in de koranschool van Oustache Modou waren soms met ruzie vertrokken. Zij accepteerden het gezag van Modou niet meer. Het was Modou goed gegaan. Hij had van de gebedelde inkomsten eerst een klein winkeltje kunnen kopen. En later opnieuw een grotere winkel. Hij woonde allang niet meer in het kamertje zonder deur met dat lichtblauwe gordijn. Daar woonde nu zijn assistent die eigenlijk de korangeschriften beter kende dan Modou zelf.

Er was ruzie geweest tussen de oudere jongens en de Oustache. De jongens waren woedend weggelopen. De Oustache had hen nageroepen dat zij zijn beste leerlingen waren en dat hij zo veel voor hen had betekend. De jongens hadden zich niet meer omgedraaid. En Asanne was verbaasd geweest over het gemak waarmee de jongens zich vrij hadden gemaakt. Een jaar later zou Asanne het zelfde doen. Hij had Sering al eerder leren kennen. Een chauffeur op een grote bus die na zijn ritten vaak op een bankje had gezeten voor zijn huisje. Asanne had hem gevraagd hoe het onderweg op de reizen toe ging en waar de bus zoal kwam. Sering had gezegd ‘ga meer eens mee dan zie je waar ik over spreek’. Asanne was een paar keer mee geweest zonder toestemming van de Oustache. Het geld wat Sering hem had gegeven voor zijn hulp had Asanne ’s avonds aan de Oustache gegeven. Wanneer Asanne precies apprenti werd wist hij niet meer. Hij had zijn weinige kleding verzameld en had tegen de andere jongens in de Daara gezegd dat hij voortaan in de bus zou slapen. Niemand had hem tegengehouden en niemand zou hem geluk wensen. 

De zon had het lichaam van Asanne opgewarmd maar Asanne had het steeds kouder gekregen. De beelden die hij zo scherp voor zich had gezien werden steeds vager en kleurden zich met het geel van de zon. Asanne vond het een mooi spel en glimlachte want hij wist dat hij op weg naar het paradijs was. Pas twee dagen later stopte de oude witte bus aan de andere kant van de weg. Sering de chauffeur probeerde nog de knopen van het hemd van Asanne dicht te doen. Zijn trillende vingers voelden dat het te laat was. Hij streek over het verharde en uitgedroogde gezicht van Asanne en voelde onder zijn hand de bevroren glimlach van Asanne. 












NB: In West Afrika worden 100.000den meisjes en jongens het recht op opgroeien binnen hun eigen familie en het recht op regulier onderwijs ontzegd door exploitatie van hun levenslust. Jongens die in de informele 'koranscholen' opgroeien hebben het nu hun jarenlange verblijf extra moeilijk om sociaal te integreren. 

Zij spreken veelal geen Frans en kunnen nauwelijks lezen en schrijven. 
Meisjes vanaf 10 jaar oud worden 'uitgeleend' aan familieleden 
of moeten jarenlang als werkster in rijkere gezinnen aan de slag. 



vrijdag 12 oktober 2012

Transparant is toch doorzichtig ? Wie trekt er eens aan de bel?


Deze week vanaf 8 oktober gaan alle Senegalese kinderen weer naar school, dus ook die van ons. En dan gaan er weer miljoenen schriftjes, schoolboeken, pennen, gummen, rugzakjes over de toonbanken in het gehele land. Bijna alles wat nodig is voor de kinderen wordt buiten Senegal gemaakt. De Senegalese overheid pakt miljoenen euro’s aan importbelasting en voelen zich dus flinke helden en rekenen zich rijk. Dat deze inkomsten ook gebruikt zouden kunnen worden om de duizenden containers met import ook in Senegal te fabriceren verdient kennelijk een ander type minister. Zo eentje die Buitenlandse Handel doet. En zich dan richt op het inkopen van machines en regelwetgeving om de import van kleding en die schoolspullen tegen te gaan en het zoveel mogelijk in eigen land te laten produceren. Dat zou heel wat noodzakelijke werkgelegenheid opleveren. Natuurlijk kan de overheid er dan weer 20% BTW over heffen maar die zijn dan wel door eigen volk opgebracht en niet in de haven die een directe aansluiting heeft op het zuurstof apparaat van de mistige regering.

Terwijl Rutte en Samson in Den Haag een nieuwe Minister Zonder Portefeuille verzinnen voor Ontwikkelingswerk, Buitenlandse Handel en Milieu. Kijken wij hier in Senegal wat de ministers die wél een portefeuille hebben zoal aan het doen zijn voor het eigen volk. Alhoewel het hier veel zonniger en heter is dan in Den Haag hangt er ook hier een fijne en moeilijk te doorgronden mist rond de Senegalese regeringsactiviteiten. Pas volgend voorjaar gaat de oppositie de huidige regering de maat nemen. Dat wachten we dan maar af. Door de hogere olieprijzen en mislukte oogsten in Amerika en elders in de wereld zijn ook in Senegal de basisvoeding prijzen gestegen. Senegal moet nog bijkomen van het 12 jarige bewind van ex-president Abdoulaye Wade. Een bewind waarbij de visserij en de land- en tuinbouw ernstig in het slop zijn geraakt. Het wegennet verkeerd in een ellendige staat waardoor het vervoer van verse landbouwproducten een hachelijke onderneming is. Toch heeft Senegal voldoende land en potentie om meer dan voldoende eigen voedsel te produceren en daarnaast een belangrijk export land te worden. Om dit doel te bereiken is er kennisoverdracht nodig. Kennisoverdracht die rekening houd met tradities en culturele verschillen in het denken en doen van de Senegalees. 

Het is juist wat Jan Pronk onlangs in Nieuwsuur naar voren bracht. Klimaatveranderingen en allerhande conflicten in de Arabische wereld doet de hulp aan Senegal uit die landen dramatisch slinken. Dat vraagt om een anders soort denken in Senegal maar ook binnen de ontwikkelingswerk wereld. Minder consumeren, meer eigen verantwoordelijkheid nemen en met name flink meehelpen de onder ontwikkelde landen op tijd in het zadel te krijgen om de voedselketen voor de a.s. 9 miljard mensen op orde te hebben. Senegal zal zich dus weer meer moeten richten op Europa en Amerika. De ontvangen hulp uit China heeft een voortdurende bijsmaak. De Chinezen zijn gewoonweg zeer slim in het ruilen van hulp voor handel en andere concessies zoals het mogen ‘wegzetten’ van duizenden Chinezen die na een hulp project zoals het bouwen van een stadion vervolgens in Senegal mogen blijven en vervolgens opnieuw veel werk uit Senegalese handen nemen. Minister Leers zou hier volslagen waanzinnig worden vanwege de spontane instroom van gelukzoekers uit de omringende landen. Ondanks allerhande handelsverdragen zijn alle grote wereldmerken zoals Nike, Adidas, Cartier etc. In Dakar voor weinig geld te koop. Wij maken graag grappen met de straatverkopers. Die bieden de horloges, pennen, parfums aan als ‘originale’. Ah bon? Echt originale? Oui, oui benadrukt de straatverkoper. Ah monsieur le vendeur dat is nou jammer. Wij zijn juist op zoek naar échte kopieën want die zijn zo veel voordeliger. De straatverkoper blijft sprakeloos achter.

Er zijn een flink aantal grote NGO’s actief in Senegal. Die zorgen volgens hun eigen websites voor een fijne lik margarine op de zeer kleine broodjes van de bevolking.  Toch blinken die NGO websites niet uit in heldere informatie. Vooral niet op ‘kosten gebied’. Je krijgt best wel een opgewonden gevoel van al die goede daden en lieve kinderkopjes als je langs die sites zapt. Maar oh wee als je blijft hangen en nou wel eens wil weten wat een project nou écht gekost heeft. Je komt dan in een soort kermis-spiegel-tent terecht. Je ziet de hele tijd je eigen verbaasde hoofd op die pagina’s. Maar je krijgt geen antwoorden. 

Neem Oxfam Novib. Ik was echt even heel blij voor hen dat zij de transparantieprijs.nl voor het meest innovatieve jaarslag hadden gewonnen. Gefeliciteerd zou je zeggen. Want je denkt dan dat het met de transparantie bij Oxfam Novib wel goed zit. Nou, toch maar eens even kijken op de jaarverslag  pagina Senegal van Oxfam Novib. Als je de pagina leest lijkt het allemaal heel succesvol maar er wordt ook over andere landen geschreven. En het ‘e-learning’ programma ‘Aprrendre a Vivre’ blijkt een Facebook pagina te zijn. Met 3.720 ‘vind-ik-leuks’ en 35 mensen die over de pagina praten. Het programma is ooit bedacht door het Nederlandse Butterflyworks.org. Mijn vraag is echter wat de kosten voor dit Senegal project geweest zijn geweest. Alle betrokken NGO ‘s hebben kosten gemaakt en die moeten uit allerlei potjes betaald zijn. Bij geen van de betrokken NGO’s heb ik hierover duidelijkheid kunnen vinden. Dat is dus weinig transparant. 

De website www.clickinfoado.sn/ is mooi gemaakt maar je kan niet zien hoeveel scholen/of bezoekers de 18 lessen hebben gevolgd. De gepubliceerde resultaten vallen mij behoorlijk tegen. De opgewonden toon van de schrijver doet vermoeden dat bijna het gehele land is voorgelicht. Maar 10 scholen en 143 leerkrachten voorlichten  en 4000 ontvangen sms’jes is leuk. Maar er zijn 7000 scholen en meer dan 4 miljoen leerlingen in Senegal. Geen van de scholen in ons arrondissement heeft ooit iets over deze lessen gehoord en gezien. De kostprijs blijft van dit alles blijft dus het grote vraagteken. Om te testen of het SMS systeem nog werkt heb ik een sms’je gestuurd naar het op Facebook gevonden nummer 21000. Ik heb gevraagd waar ik mij in Dakar op AIDS kan laten testen. Ik kreeg een boodschap terug waarin ik werd uitgenodigd om aan een prijsvraag mij te doen maar geen antwoord op mijn vraag.

Het merendeel van de scholen in Senegal heeft geen internetaansluiting laat staan een lokaal voor computeronderwijs. Alleen een zeer laag percentage leerlingen heeft een mobieltje én het geld en de vaardigheid om een sms’je te sturen met een intieme vraag. Er blijft dus niet alleen een kostenvraag hangen maar ook op welke wijze het ‘e-learning’ programma in Senegal aan de ‘man’ is gebracht. Want was Senegal wel toe aan dit (kostbare?) programma?  Butterflyworks.org en Oxfam Novib maken deel uit van partos.nl te Amsterdam. Een branchevereniging die de belangen behartigt van 120 Nederlandse particuliere ontwikkelingsorganisaties. Het merendeel van hen heeft ook meegedaan aan de jaarlijkse transparantieprijs (waarom ook niet) en naar mijn idee zou iedere deelnemer zo transparant moeten zijn dat iedere deelnemer als zodanig winnaar wordt. Want hoe kan je nou transparanter zijn dan een ander? Voor de ‘kleine goede doelen’ is er ook een vereniging die heet partin.nl. Daar zitten leden die opvallend transparanter zijn en vaak ook zeer veel lagere kosten maken om de zelfde doelen als de leden van grote broer Partos te bereiken. Maar dat terzijde. 

In het goed leesbare ontwikkelingswerk ‘vakblad’ Vice Versa heeft Frank van der Linde op 3 oktober een prikkelend artikel voor o.a. partosleden geschreven. Al eerder op 17 september schreef Frank een nog heter artikel. Waarin hij Buitenlandse Zaken oproept om de geldkraan naar de OS dicht te draaien. Een besparing van 1 miljard en meer dan 3000 medewerkers moeten dan hun organisatie én zich zelf opnieuw uit gaan vinden. Het zou de gehele OS branche op haar grondvesten doen trillen en het idee van oud-minister Bert Koenders om de ontwikkelingssector te hervormen vindt dan alsnog doorgang. Ik ben er eigenlijk wel voor! De Partosleden zullen dan net zoals de ‘kleine goede doelen’ in eigen kring en buurt donateurs moeten vinden en moeten dan vervolgens concrete resultaten en heldere kostenplaatjes laten zien aan hun draagvlak. En ook eens duidelijk beschrijven wat er zoal allemaal mis kan gaan in hun doellanden of op het eigen kantoor.

Ach misschien heb ik vandaag een wat sombere of kritische bui. Onze kinderen (12 intern en 26 in gastgezinnen) zijn bijna allemaal weer naar school. En dat betekend voor elk kind een nieuwe rugzak vol met schriften, boeken, pennen, schoolkleding, nieuwe schoenen etc. Dat kost gemiddeld 45 Euro per kind. En dat keer 38 Euro. Een totaal van 1.710 Euro. Dat is een groot bedrag voor een ‘klein goed doel’ en ik schrijf het vandaag op omwille van de transparantie en natuurlijk de fondsenwerving. Wij hebben contact met meer dan 300 buitengewoon arme gezinnen. Wij behandelen per jaar bijna duizend straatkinderen met medicijnen en verbandjes. Zwaardere gevallen mogen gerust even een weekje bijkomen. Bij onze voetbalclub spelen meer dan 150 kinderen. Je mag alleen maar lid worden als je je best doet op bent op school of in het leerbedrijf. Wij controleren de schoolresultaten en grijpen soms ook wel in. Wij zijn actief in de gemeenschap en stimuleren schoonmaak campagnes en de bouw van een nieuw stadion. Op onze website zijn alle verdere activiteiten te lezen.

Zelf ben ik blij met de status van ‘klein goed doel’ omdat wij daardoor weten wie onze klanten zijn en altijd direct in contact staan met onze 26 vrijwilligers en er is een kleine maar fijne groep donateurs die via Facebook met ons meeleeft, en wij met hen. Nieuwe vrienden zijn van harte welkom, gewoon vriend worden. Op de foto ons ‘hoofd kantoor’ met kleine Amadou die heerlijk rustig speelt terwijl ik dit stukkie schrijf. Amadou is ook op foto twee te zien als modelletje voor een succesvolle onderboeken actie op Facebook. Morgen gaan we weer naar ons nieuwe initiatief. Een Groene School in de prachtige bush van Senegal.  Een prachtige plek waar de grote goede doelen nog nooit geweest zijn. Kom gerust eens langs wij hebben niets te verbergen daar zijn we als goed doeltje te klein voor. En dat we gaan samenwerken met andere kleine mooie doelen geeft aan dat wij ook wel eens wat groter denken.









een campagne kaart voor onze nieuwe groene school in Sandiara 
op 100 kilometer van Dakar. Ook kinderen van maison de la lumiere 
kunnen later deze school bezoeken