Posts tonen met het label Oxfam Novib. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Oxfam Novib. Alle posts tonen

woensdag 2 juli 2014

Over trauma's en vakantie


De scholen zijn gesloten. Elk jaar opnieuw kijk ik tijdens de schoolvakantie terug op de ontwikkeling van al ‘mijn’ Afrikaanse kinderen. Dat is geen sinecure. Verwachtingen moeten op nul gezet worden. Hoe ging het ieder kind een schooljaar terug, en hoe heeft ieder kind zich het afgelopen jaar kunnen ontwikkelen? Wat is er goed gegaan en waren er eventuele blokkades of zelfs stilstand? Hebben de begeleiders het goed gedaan? Heb ik het goed gedaan?

Het merendeel van onze kinderen heeft vreselijke dingen meegemaakt vóór dat zij bij ons kwamen. Die ervaringen zitten diep weggemoffeld. En hebben invloed op hun gedrag en opnamevermogen. Door luisteren, gesprekken, structuur, warmte, en aandacht voor hun emoties zien wij kinderen langzaam maar zeker zichzelf vinden. Sommige kinderen maken een schijnaanpassing door. Die hebben te veel meegemaakt. De wonden zitten diep. Die hebben meer tijd nodig. Dat kan gelukkig. Wij maken geen haast.

Sommige kinderen moeten soms weer even los van ons. Gewoon vakantie vieren bij vriendjes of kennissen. Wij vragen immers ook veel van hen. Hun beste therapeuten blijken lotgenoten te zijn. Oudere jongens die bij ons zijn opgegroeid en nu opvoeder/begeleider van de nieuwe kinderen zijn. Ik besteed veel aandacht aan onze oudere jongeren. Leer hen goed te luisteren en te kijken en werk mee aan hun oordeelsvermogen. Het doet ook hen pijn als zij een bepaald kind niet kunnen bereiken. Dat is een goed teken. Dat betekend dat zij hun werk met liefde doen.

Bovenstaand maakt het leven met deze kinderen daarom ook zo bijzonder. Kinderen met diepe krassen op hun ziel. Al vele jaren maken zij deel van mijn leven uit. Soms schrijf ik er over hen. Of ik laat via foto’s met verandering zien. Van gespannen vermoeide koppies naar ontspannen blije gezichten. Zij vinden het leuk om elkaar terug te zien. Leve Facebook.

Of ik schrijf elders over trauma’s, ontkenning en verdringing en krijg dan brieven met emotionele en soms diep verdrietige reacties. Over verloren jaren door trauma’s en verlies.

Zoals van een veel ouder iemand die na meer dan vijftig jaar ontkenning instortte en ontdekte dat het (kamp)kind in hem nooit een kans had gekregen. Het zat opgesloten in zijn buik, dáár waar het gevoelsleven huist. Hij dacht dat niemand het wilde leren kennen. Pas na het maken van het beeldje in klei en vele gesprekken was er bevrijding. Kon hij luisteren naar zijn volwassen zoon. En samen huilden zij en konden elkaar voor het eerst omhelzen. Zo’n brief raakt ook mij heel diep.

Door het samenzijn met ‘mijn Afrikaanse kinderen’, met hun ondeugende, schrandere en blijmoedige karakter raak ik geïnspireerd en kan ik soms andere mensen in verre landen een beetje op weg helpen. En laten we wel wezen. Dat terugkijken zorgt ervoor dat wij weer zin krijgen in het aanstaande jaar. 

Om dit werk vol te houden is het van belang ‘bij’ te blijven. Voor de komende weken eerst een grote stapel heerlijke boeken doorlezen en de tuin in. Dat schilderijtje met boeken staat op mijn computer als ‘reminder’. Lezen, schrijven en een beetje tuinieren is immers ook op vakantie zijn.










zaterdag 17 mei 2014

Afrikaanse toverdrankjes en andere rituelen als therapie bij een dissociatieve identiteitsstoornis


Op 28 maart 2013 schreef ik over Dakarkid J. Lees daaronder het vervolg. J. een jaar later.

Dit is geen mooi verhaal. Sinds een paar maanden hebben wij een nieuwe jongen in ons opvanghuis. Wij noemen hem hier maar J. want hij werd op Kerstavond gebracht. Hij is dertien, te slank en eigenlijk iets te klein voor zijn leeftijd. Hij heeft een vriendelijk en charmant gezicht en grote vragende ogen die soms en onverwacht kunnen veranderen in een donkere blik. Ook zijn lippen verstrakken dan en zijn gezichtsuitdrukking veranderd van open naar boos gesloten. In zijn mondhoeken spelen zich dan zenuwtrekjes af en zijn stemgeluid heeft een ander timbre. J. kan zeer behulpzaam zijn en wist al na korte tijd goed de weg in het gehele huis.

Aan tafel, als wij met z’n allen eten kan hij heel zwijgzaam zijn of samenzweerderig fluisteren en afkeurende geluiden mompelen. Op andere momenten is hij vrolijk en kan met veel plezier anekdotes vertellen die vaak gaan over vreemd gedrag van anderen op school of op straat. Het zijn dan de anekdotes van een observator die een voor hem vreemde wereld beschrijft waar hij zelf niet aan deelneemt.

J. kan heel lief en voorkomend zijn. Hij is dan zeer hulpvaardig en voert snel kleine taken uit. Hij luistert aandachtig en lijkt dan tevens te willen leren. Hij kan toenadering zoeken en bijna affectief zijn. De lichte verkramptheid die hij dan meebrengt lijkt op charmante onhandigheid of zenuwachtigheid. Soms wil hij het té goed doen en dan moet de taak of opdracht meerdere keren uitgelegd worden.

J. laat geld stelen. Hij spoorde een andere jongen aan die ook nog niet zo lang bij ons woont om geld te stelen. Hij observeert een tijdje waar het geld te halen zou zijn. Ontwikkelt dan een strategie. Spreekt het scenario langdurig door met zijn makkelijk te beïnvloeden vazal en laat de vazal het geld stelen. Natuurlijk komt het uit. De dief wordt zwaarder gestraft dan de mededader. Maar na de derde keer werd het patroon duidelijk. J. was steeds betrokken geweest en bleek het plan bedacht te hebben.

Wij hanteren een open systeem. Als er iets gejat is dan wordt het uitgebreid aan tafel of in de woonkamer met alle kinderen besproken. De dader(s) worden aangespoord om van A tot Z te vertellen hóe zij te werk zijn gegaan en wát zij met het gestolen geld of voedsel hebben gedaan. Wat zij gekocht hebben of bij welke voetbaltafel in de buurt zij met het gestolen geld hebben gespeeld. Dan, vertellen wij hoe wij er achter zijn gekomen en hoe het ‘verhoor’ is verlopen. En welke straf wij hebben opgelegd. Onze straffen zijn extreem mild in vergelijk met de straffen die in Senegalese families worden gegeven. Wij werken mee aan schaamte door het ‘open te gooien’. 

Dieven worden hier in Senegal over het algemeen buitengewoon hard geslagen. En vaak met broekriemen of stokken bewerkt. Tot bloedens toe. J. blijkt dit vroeger herhaaldelijk te hebben ondergaan. Hij is zelfs een aantal keren door speciale Marabouts (traditionele genezers) behandeld, met anti-steel kruiden en speciale drankjes. Er is ook een klein schaapje geofferd en J. kreeg een lange veter om zijn heupen met kleine leren zakjes waarin Koranspreuken en toverkruiden zijn genaaid.

J. is aangemeld door zijn moeder. Een moeder van de Serer stam die op 15 jarige leeftijd is verleid door een 12 jaar oudere Lebou –man. De Lebou zijn de oorspronkelijke vissers uit onze wijk. De moeder was als dienstmeisje naar Dakar gekomen en werkte bij een bevriende familie van de verleider. Toen de moeder zwanger bleek vluchtte de man naar de omgeving van St. Louis en heeft zijn zoon J. nooit gezien. De jonge moeder ontmoete een paar jaar later een andere Lebou man. Zij trouwden en zij kregen samen een tweeling en nog een derde jongen. De kleine J. werd echter nooit echt in de nieuwe familie opgenomen waar de moeder minder als schoondochter maar eerder als dienstmeid werd opgenomen.

J. was het onechte en ongewenste kind wat al vroeg leerde om onzichtbaar te zijn in de sociale context van de grote Lebou familie. Families die scholing uit de weg gaan want de bewerkelijke visvangst bracht genoeg inkomen als iedereen van jongs af aan zou meewerken. Door de leegvisserij van de grote trawlers uit Europa, China en Japan is de armoede onder de Lebou vissers aan de kust van Senegal de laatste twintig jaar bijzonder toegenomen. Hierdoor kwamen huwelijken onder druk te staan en verlieten veel mannen hun gezinnen om nooit meer terug te komen.

De moeder van J. werd gedwongen om buitenshuis te gaan werken als schoonmaakster maar moest wel haar volledige salaris inleveren. Na het laatste kind was de liefde tussen de moeder en de man over. De moeder leefde met haar vier jongens in een zijkamer van de binnenplaats en moest na haar schoonmaakwerk bij een Europees-Senegalees echtpaar eenmaal thuis gekomen de was doen voor de gehele Lebou familie. Verleden najaar is zij weggegaan uit de familie. Zij mocht alleen J. meenemen. Na enige weken heeft zij J. bij ons aangemeld. Zij had onvoldoende geld om hem te eten te geven en J. bleek hele dagen door de wijk te zwerven. Ook omdat hij geen schoolspullen had.

J. is dus anders dan onze andere kinderen. J. blijkt dubbel aandacht nodig te hebben. J. heeft twee zeer verschillende persoonlijkheden in dat slanke wat nerveuze lichaam. Met die grote soms prachtige en dan weer zo donkere ogen. J. leeft in twee werelden. De ene wereld is een gedroomde wereld. Het is de wereld waarin hij zijn vader ontmoet die een succesvol zakenman blijkt te zijn in St. Louis en al jaren naar zijn zoon J. verlangt die het zo goed doet op school en zo slim en charmant is waardoor de vader enorm veel van hem houdt. Op een dag ontmoet J. eindelijk zijn vader die hem met betraande ogen aankijkt en niets anders kan zeggen dan - ik heb altijd van je gehouden mijn zoon.

De andere wereld van J. is de klagende moeder die hem aan zich bind door álles met hem te bespreken. Haar dagelijkse zorgen, haar haat tegen die twee mannen die haar vier kinderen hebben geschonken maar niets voor haar en haar kinderen willen doen. De klagende en verlaten moeder zit dan in haar kamertje met het 15watt lampje. Haar schaarse bezittingen in een paar zakken. Een mat met een goedkope ingezakte matras is haar stoel. J. zit op enige afstand op de grond tegen de muur geleund met opgetrokken knieën en luistert en reageert soms beleefd of semi-grappig op de klaagzang van zijn moeder. J. heeft zelf nauwelijks kleding of bezittingen. Dat is hij gewend. Zijn enig houvast is die verre vader die zo veel van hem houd.

J. en ik hebben onlangs een lang gesprek gehad. - J. weet je eigenlijk wel dat wij hier in huis heel veel van je houden? – Ook al steel je de hele toko leeg. Want eigenlijk steel jij van jezelf. Want alles wat hier is, is er ook voor jou en dus ook ván jou.

J. kijkt verschrikt op. - Ja J. wij houden van jou want wij denken dat wij weten waarom jij zo bent. Er wonen twee héél verschillende jongens in jou. Twee jongens die elkaar niet goed kennen en toch al heel lang samen wonen. Ons probleem is dat wij eigenlijk maar met één van de twee om kunnen gaan. Jij zal dus een keuze moeten maken wie van de twee mag blijven. Die twee jongens die in jou wonen zijn allebei even goed en soms heel ondeugend met momenten van opjutten tot stelen van spullen of geld wat niet van een van die twee jongens is. 

Je zal dus moeten kiezen wie hier mag blijven wonen. Want diegene die hier van jou mag blijven wonen die zal alle liefde en aandacht krijgen die nodig is om wat vroeger allemaal gebeurd is een beetje goed te krijgen. De liefde en aandacht kan er ook voor zorgen dat jij je hersenen gaat gebruiken om het goed te doen op school en dat je vrienden krijgt die niet behoeven te kiezen uit één van die jongens die in jou wonen. Jou aanstaande vrienden hebben toch ook het recht om te weten met wie zij bevriend zijn!

J. laat zijn hoofd zakken. Zijn schouders trekken iets naar elkaar toe en zijn blote voeten zoeken elkaar. Hij ziet er zo kwetsbaar uit. Het lijkt wel alsof wij achter zijn geheim zijn gekomen. Zijn dubbelleven. Zijn gedroomde realiteiten die hem de kracht gaven om alle problemen en de afwijzingen te kunnen overleven. Zijn wijze van (negatieve) aandacht vragen door te stelen, straf te krijgen en dan vergeven te worden omdat J. zich dan een tijdje voorbeeldig gedraagt en dan kleine complimenten krijgt. Complimenten die hij zo hard nodig heeft.

De grote loyaliteit aan zijn moeder kan hem zeker vergeven worden. Hij is haar zoon, haar surrogaat man én de beschermende surrogaat vader van de jongere andere drie kinderen. Toch wel wat te veel voor een jongen van dertien.

J. eigenlijk heb je wel mazzel – Je hebt nu een tamelijk witte vader en nog belangrijker een oudere broer (opvoeder L.) die ook jou grote broer, oom, vriend en begeleider is. En J. wij hebben besloten dat we nog beter voor je gaan zorgen dan de laatste maanden. We gaan géén kasten voor jou op slot doen. Je mag overal aanzitten. En je mag naar buiten wanneer je maar wilt, als je het maar even meldt want dat is normaal! Je moet zelf maar gaan kiezen wie jij wil zijn. En je moet eens gaan nadenken waar jij eigenlijk naar toe wilt. Niet vandaag maar in de toekomst. Want het is jou toekomst. 

J. hief zijn hoofd weer op hij zat er niet meer zo verslagen bij. Maar leek eerder opgelucht. Alsof er een grote last van hem was afgevallen. De laatste weken lijkt J. wat meer ontspannen te zijn. Gisteren trok ik hem even naar me toe. Je doet het goed J., je doet het goed!

J. zal echter niet snel kunnen veranderen. Hij heeft veel tijd nodig om de trauma’s van voorheen te kunnen wegwerken. Die tijd gaat hij ook krijgen. Er is in Europa een discussie gaande over het probleem waar J. kennelijk mee kampt (dissociatieve identiteitsstoornis). In Villa Dakarkids zijn wij niet zo van de etiketjes en labels. Liever bieden wij een heldere structuur met veel regelmaat en rust momenten waarin er voldoende vrijheid is voor ieder individu om zijn eigen persoonlijkheid te ontwikkelen. 

De andere kinderen in huis zijn door de open gesprekken over wat goed en slecht is voldoende in staat om J. ook te helpen met het vinden van zijn persoonlijkheid. Daarbij komt dat kinderen toch niet doen wat je hun zegt. Je moet hen voordoen of voorleven hoe jij het zou willen hebben. En wie is er eigenlijk wél normaal? 

Hoe gaat het nu met J. - 16 mei 2014

Wij zijn meer dan een jaar verder. J. heeft vele worstelingen met zijn persoonlijkheden door gemaakt. De heftige band met zijn moeder veroorzaakt de grootste problemen. Het is een wederzijdse haat-liefde verhouding en zij laten elkaar nauwelijks los. J. slaapt 's nachts bij zijn moeder in de kamer en gaat overdag naar school en is daarna bij ons voor het middag en avond eten. Zijn moeder zegt nooit geld te hebben voor zijn eten, drinken, kleding en schoolspullen. Toch is zij zeker 15 kilo dikker geworden in het afgelopen jaar. Zij is kookster in een Senegalees-Frans gezien in de rijke mensen buurt van Dakar. Zij verdient 60 euro per maand voor zes dagen werken van 7.00 tot 15.00 uur. 

J. is het afgelopen jaar vaak 'in de fout gegaan'. Hij pikt kleine bedragen door boodschappen half uit te voeren. Hij komt dan met minder terug dan was gevraagd. Of hij pikt gehaalde boodschappen terug en wisselt deze in voor geld in de winkel waar hij voor ons de boodschappen haalde. 

Op school zorgt hij ervoor dat hij voor alles net een 6 haalt. Dus hij gaat wel over. Zo doet J. het met alles. Hij loopt voortdurend op het scherp van de snede. Onlangs kwam hij uit school. Hij had met typex het woord 'normal' op zijn arm geschreven. Sindsdien word hij 'normal' genoemd. De wens om 'normal' te zijn was kennelijk meester van de gedachte. De warmte, structuur en confrontaties met zijn gedrag lijken aan te slaan bij J. Toch vermoed ik dat hij nog een zeer lange weg heeft te gaan. In zijn ogen leeft voortdurend een ander vuur. Een onbestemd vuur. 

Zijn stem kan warm en sympathiek zijn. Als hij liegt of ontkend dan fluistert hij bijna. Gelukkig laat hij zich niet ontmoedigen en blijft hij komen. In de zomervakantie gaat hij drie maanden naar Sandiara. Wij hebben een plek voor hem gevonden bij een oude wijze natuurgenezer. Hopend dat J. tussen de kruiden en planten zich nog 'normaler' gaat voelen. 





West Afrikaanse maskers geven over het algemeen 
een gemoedstoestand weer.

De Marabouts en de traditionele genezers worden 
ondanks de aanwezigheid van de Islam en het Christendom 
door een zeer groot deel van de bevolking geraadpleegd. 

Op alle markten kan men kruiden, drankjes, steentjes, schelpjes 
en voorwerpen vinden die gebruikt worden als preventie 
of als therapie bij de dagelijkse of nachtelijke ongemakken. 

De vele hals, arm en buikveters met de zogenoemde Gris-Gris 
worden veelal via de Marabouts betrokken. 














Op deze uitsnede van de grote tekening is duidelijk te zien dat de oudere Dakarkids bij de jongens waken als zij op de mat (links) slapen

De magen van een ieder zijn goed gevuld. 
De meisjes zijn dun en aan het werk getekend 

maandag 5 augustus 2013

Angst voor negers bij IND Nederland neemt toe


Lamine is een neger en daar is hij trots op. Ook het woord neger vind hij geen probleem, het is geen scheldwoord in Senegal. Hij is echter in eigen land nooit in elkaar geslagen omdat hij een donkere huid heeft. Zelf ben ik een Indo maar in mijn DNA blijken ook sporen te zitten die terug gaan naar het oude Perzië. Vroeger was ik een klein slank Indoventje met pikzwart haar en donkere ogen en een bruine glanzende huid die onder de Hollandse zomerzon vlot donkerder werd. Als Hollands kind werd mij vaak gevraagd of ik uit onze voormalige kolonie Nederlands-Indië kwam? Vervolgens werd mij gevraagd of ik een kuiltje zou graven in onze achtertuin als WC. En kreeg ik te horen dat ik een poep Chinees was. En dat ik stonk. En dat ik een hoerenkind zou zijn en mijn moeder een Indische hoer. Dat was Nederland in de jaren ’60 van de vorige eeuw. In de voorgaande 15 jaren waren 350.000 uit Nederlands-Indië afkomstige Nederlanders en 'gemengdbloedigen' noodgedwongen naar Nederland gekomen. Nederland had grote moeite met die bruin gekleurde vreemdelingen met hun eigen cultuur en grote gastvrijheid. 

Gelukkig had ik een hoog blonde ander half jaar oudere broer die een kop groter was en vreselijk sterk. Die haalde ik er bij als er weer werd gescholden of geslagen. Hij sloeg dan de zonen van de bloemenkwekers de dorpstraat door. En als wij hen dan op zondagen achter hun in het donker geklede ouders de katholieke kerk in zagen lopen met hun zondagse kleding. Dan wezen wij met een waarschuwende vinger naar hen, wacht maar ná de kerk krijgen wij jullie nog wel een keer. Pas na mijn veertigste begon ik op een Arameen of een Turk te lijken. Of op een ‘verlopen Tamil’ wat mij eens giecheldend werd toegeroepen door twee ondeugende Marokkaantjes in de Amsterdamse Van Woustraat. Toen ik met mijn koffers naar huis liep na een 25urige en een vet vertraagde vlucht uit Laos waar ik zes weken had meegewerkt aan een ontwikkelingswerk programma in de brandende zon. Ik kon er toen om lachen. Dit was Nederland begin jaren ’90 van de vorige eeuw.

Onlangs is Lamine door de Nederlandse Immigratie- en Naruralisatiedienst ofwel de IND een bezoekvisum van vier weken aan Nederland geweigerd. Hij zou onbetrouwbaar zijn. Foute informatie hebben verstrekt en het stiekeme plan hebben om in Nederland te willen blijven. Ook de Nederlandse uitnodigers zouden onbetrouwbaar zijn. En ook ik als zijn begeleider op de heen en terugreis, zouden kennelijk niet door hebben hoe onbetrouwbaar en stiekem Lamine eigenlijk is. Lamine is al negen jaar mijn pleegzoon. Dit is nooit geformaliseerd in de zin van een adoptie. Maar Lamine heeft niemand anders behalve mij. Lamine heeft een sleutelpositie in onze Senegalese stichting en is sinds 2010 een gewaardeerd medewerker met een arbeidsovereenkomst een salaris én een auto waar hij een eigen bedrijfje om heen heeft opgezet. Hij rijdt tegen vergoeding buitenlandse ontwikkelingswerkers en ondernemers rond die projecten in Senegal bezoeken en staat een deel af aan de huishoudpot. Lamine spreekt daarnaast voortreffelijk Engels, Frans en 4 lokale talen waardoor hij als dienstverlener/chauffeur van grote waarde is voor de vele buitenlandse bezoekers die door hem op veler verzoek rond geleid worden.

Lamine heeft er geen enkel belang bij om in het zure Nederland te willen gaan wonen. Hij heeft veel vrienden, werk, een inkomen en een eigen bedrijfje in Senegal. Lamine is zeer leergierig en wil graag de bedrijven en organisaties, maar ook onze vele vrienden in Nederland (terug) zien die ons beiden hebben uitgenodigd. Wij kozen voor een fietstocht door Nederland want op de fiets leer je Nederland het beste kennen. Wij zouden veel foto’s gaan maken waardoor wij de achterblijvers in Senegal konden vertellen wat er leuk of juist veel minder leuk in Nederland is. 

Met veel zorg en aandacht hebben wij Lamine geholpen zijn ‘dossier’ voor te bereiden. Ook wij zijn al jaren bekend met het schrikbewind wat de IND hanteert. Eén foutje en alles moet opnieuw met de kans om nooit meer een visum te mogen aanvragen. De fouten die de IND zelf maakt zijn nauwelijks bespreekbaar. Het dossier van Lamine was 100% compleet met extra informatie over de motivatie rond het reisdoel.  De IND is een publiekelijk afgesloten ‘zelfstandige dienst’ die te vergelijken is met de voormalige Oost-Duitse STASI. De Nederlandse wetgeving m.b.t. ‘openbaarheid bestuur’ wordt met groot gemak met voeten getreden door de IND want die wet wordt met succes onder het tapijt van de privacy wetgeving geveegd. Dus informeren naar een afwijzing en inzage in het dossier waar ook de afgenomen gesprekken in zijn opgenomen is uit den boze. De IND zelf verschanst zich achter een indrukwekkende lijst van Loketten en Postbussen zonder een duidelijk adres en er zijn ook geen foto’s te vinden waar de gebouwen van de IND in Nederland op zijn te zien. Op de wereldwijde Nederlandse ambassade en consulaire afdelingen wordt het IND beleid uitgevoerd door speciaal daartoe opgeleide Nederlandse medewerkers.

Vooralsnog wil ik er vanuit gaan dat er bij de IND en de IND onderafdelingen op de buitenlandse ambassades aardige en vooral gezagsgetrouwe ambtenaren werken. Hard werkende mensen die er op geselecteerd zijn geen eigen mening hebben maar 'de zaak' dienen. En die zaak is zoveel mogelijk vreemdelingen uit Nederland weg te houden met name uit 'risicolanden' zoals Senegal. Dat is hun werk. Het zou mij zelfs niet verbazen dat er bij de IND veel mensen rond lopen die het soms of vaak niet eens zijn met het door de IND gevoerde beleid. Dan is ontslag nemen een moeilijke keuze want dat raakt dan je werk en inkomen. En bij wie kan je eigenlijk terecht in Nederland als je bij de IND hebt gewerkt? De politie? Want wat kán je eigenlijk als je bijvoorbeeld jarenlang visumbeoordelaar bent geweest bij de IND? Wordt je eigenlijk ontslagen bij de IND als ‘jou’ klanten alsnog op de vlucht slaan omdat zij niet goed door jou zijn beoordeeld? 

De beoordelaar van de IND stelde per mail de volgende vragen aan de uitnodigende familie in Nederland aan mij werd niets gevraagd:

Geachte mevrouw B.,

Ik refereer aan het telefonisch onderhoud van vandaag.
Graag zou ik wat meer informatie van uw kant willen ontvangen over de fietstocht en de sponsors/bedrijven ten behoeve van de waterpomp.
Graag zou ik een programma  ontvangen dat de heer Deijman en Lamine Sarr zullen volgen tijdens hun fietstocht door Nederland.

De visumafdeling dient uiterlijk woensdag een beslissing te nemen. Alvast hartelijke dank voor de toelichting.

-          Hoe heeft u de heer Deijman en Lamine Sarr leren kennen ?
-          Wie betaalt hun vliegticket ?
-          Om welke Nederlandse bedrijven gaat het ?
-          Zijn er ook andere sponsoren ?
-          Hebben ze een afspraak met de bedrijven / sponsoren ?
-          Leveren deze bedrijven geld ? Technologie ?
-          Waar worden de pompen geïnstalleerd ? 

Hier was duidelijk iemand aan het werk die het dossier van Lamine niet goed had bestudeerd. Uiteraard zijn deze nieuwe vragen vlot en zeer helder door ons beantwoord. Inclusief referenties naar onze website en blogberichten waar alles over Lamine en onze reis is te vinden. Opvallende slordigheid was dat mijn naam verkeerd werd geschreven. Op de foto’s en documenten onderaan dit artikel kunt u vervolgens de gegeven informatie en de afwijzing zien. Wij hebben immers niets verbergen en het gaat nergens anders om dan een visum voor 4 weken onder begeleiding en samen heen-samen terug vliegtickets.

Op maandag 29 juli heeft Lamine persoonlijk zijn dossier ingeleverd op de consulaire afdeling in Dakar. Hij kon zijn paspoort woensdag om 14:00 uur op komen halen. Op woensdag 1 augustus werd Lamine kort en bondig na twee uur wachten, kort en krachtig en zonder excuses verteld dat hij de volgende dag terug moest komen ‘want er was een document nog niet binnen’. Op donderdag na weer een lange tijd wachten werd hem door het loket een papier in het Nederlands gesteld aangereikt. Lamine is slim maar leest nog geen Nederlands. Hij zag echter in zijn paspoort dat er geen visum in was gestempeld. Eenmaal thuis konden wij het afwijzingsformuliertje samen door nemen.

Met de vertaling had ik door emoties en boosheid overmand de grootste moeite. Hoe leg je in een andere taal uit dat Lamine, zijn uitnodigers en ikzelf als notoire leugenaars worden neergezet?  Hoe leg je aan Lamine uit dat hij er 100% van verdacht wordt in Nederland te willen blijven en ons dus gaat belazeren. Wij zouden de IND bij wijze van spreken dankbaar moeten zijn. De psychologische kennis van de IND is kennelijk van zeer hoog niveau waardoor zij circa 30 minuten nodig hebben om onze Lamine volledig te doorzien. De psychiaters van het Pieter Baan Centrum in Utrecht hebben soms maanden nodig om een cliënt te onderzoeken en maken dan toch nog vaak verkeerde inschattingen. De IND zit zelfs op twee stoelen. Die van de beoordelende psycholoog en de andere stoel is het controleren van de door Lamine en ons aangedragen bewijzen zoals zijn arbeidsovereenkomst, zijn salarisstroken etc. Maar die zijn 100% ok. Echter niet volgens de IND?

Het IND zélf is dusdanig overtuigd van hun gelijk dat zij op geen enkele wijze opening van zaken wensen te geven. Zelfs de Belasting Dienst en hun FIOD kunnen openlijker beoordeeld worden dan de IND. Onderwijl heb ik begrepen dat meer dan 50% van de visum aanvragen vanuit Senegal worden afgewezen. Dus daar heb je geen werk meer aan als IND. De resterende aanvragen zijn lang verblijf aanvragen en dan is er een veel kleiner percentage kort verblijf aanvragen. Wij gaan daarom ook formeel bezwaar aantekenen tegen de beslissing van de IND om Lamine een visum te weigeren. Wij zullen hier voortdurend openlijk verslag van doen. En we gaan er dan maar vanuit dat de IND meeleest. Want wij houden wel van open kaart spelen.

Waar wij echter weinig aan kunnen doen is de xenofobische en paranoïde houding van de beleidsbepalers van de IND ten opzichte van ‘vreemdelingen’ zoals Lamine. Het blijft immers een gekleurde Senegalees die ondanks het feit dat zijn pleegvader een blanke Nederlander is (evenals de uitnodigende partij). Hij er toch van verdacht wordt een liegend  en onbetrouwbaar sujet te zijn die zijn eigen pleegvader en vrienden zou belazeren. Want dat mocht ik hem namens de IND uitleggen.

Wat de situatie extra pikant maakt is mijn overigens goede en zakelijk contact met de ambassade in Dakar. Juist het a.s. werkjaar 2014 worden er veel langlopende subsidie en samenwerking projecten aangegaan op agrarisch gebied tussen de Senegalese en Nederlandse overheid. Deze agrarische projecten zijn zeer belangrijk voor het land en tuinbouwbeleid in Nederland en de duurzame voedselketen die in Nederland zwaar onder druk staat. Nederland heeft bijzonder hard nieuwe import nodig van met name biologische producten. Daarnaast kan Nederland veel ‘hardware’ en kennis gaan leveren op technologisch gebied en hiermee een uitweg uit de crisis bewerkstelligen. Mijn rol om als consultant op te treden namens de Senegalese overheid en steun te verlenen bij hun aanvragen die via agentschap.nl en de ambassade in Dakar lopen heeft de afgelopen periode steeds meer vorm gekregen. Het betreft overeenkomsten die Nederland veel werk en inkomsten gaan opleveren. Die heeft Nederland hard nodig in het a.s. decennium.

Ik sta echter aan de kant van Senegal en mijn bijdrage en adviezen zijn essentieel voor een geslaagde samenwerking tussen Senegal en Nederland. Maar ik sta ook aan de kant van Lamine. - Zal ik mij dan druk gaan maken voor de Nederlandse belangen?  Of toch maar verder gaan met andere niet Nederlandse partijen die net zo graag aan Senegal leveren? – De komende twee maanden wachten wij op het IND antwoord naar aanleiding van ons bezwaarschrift. Wij dienen uiteraard ook een nieuwe visum aanvraag voor Lamine in.  Wij houden iedereen op de hoogte via dit blog Facebook en andere media. Ons verdriet en boosheid heeft weer plaats gemaakt voor Hollandse nuchterheid en als de IND de stem van het volk vertegenwoordigd en dus bang voor Negers zijn dan kopen de IND’ers en hun aanhangers hun groenten maar ergens anders. Lamine en ik zijn trouwens zonder enig visum probleem van harte welkom in Indonesië, China en Brazilië. Grote concurrenten van Nederland op land en tuinbouwgebied. Daar gaan we alvast over nadenken. Want als Lamine Nederland niet mag zien wat heb ik daar dan nog te zoeken?


Lamine eind 2004 - Hij was net hersteld van een zware ziekte
 die door ons was verholpen. 
Hij is toen maar meteen gebleven. 
Er was immers niemand anders.

Lamine met Kids in 2013

Lamine zit ook in het bestuur van onze voetbalschool in Sandiara


Lamine heeft naast zijn werk als opvoeder bij Dakarkids ook een eigen bedrijfje. 
Hij spaart voor een nieuwe auto. 

Dakarkid Demba is de volgende Dakarkid 
die een eigen bedrijfje op zal starten.


De fietsroute die Lamine en ik zouden rijden. 
Het was ook een fondsenwerving route. 


De afwijzing door de IND van 01-08-2013






Let op de geautomatiseerde vinkjes




Wij blijven zeer strijdvaardig. 
Evenals de uitnodigers en onze vele vrienden in Nederland.

maandag 15 juli 2013

Slavernij nog steeds lucratief


Slaaf zijn betekend dat je niet vrij bent en dat een ander persoon de eigenaar is van jou lichaam. - Het merendeel van de kinderen die wij in onze opvanghuizen opnemen hebben een verleden als slaaf. Onlangs nog werd een twaalfjarige jongen bij ons gebracht. Door een tante. Die de uitbuiting van haar neefje niet meer aan kon zien. De moeder van het neefje was verleden jaar na een lang ziekbed overleden. De vader van het neefje is een door polio gehandicapte man met een marktkraampje wat nauwelijks genoeg oplevert. Al vele jaren terug besloten de vader en moeder niet meer samen te wonen. Het jongetje groeide op in de huurkamer van zijn moeder en grootmoeder. De vader heeft het jongetje nooit als zijn kind erkend. Het jongetje is ook nooit ‘aangegeven’. Hij heeft geen papieren. Voor de wet bestaat hij niet. 

In 2008 werd het jongetje aangereden door een vrachtwagen. Een lang lidteken onder zijn navel en een beschadiging op zijn voorhoofd verteld het verhaal van een langdurige opname in een ziekenhuis. Met daarna een periode van lang liggen en langzaam opknappen in de benauwde huurkamer. Terwijl het jongetje langzaam opknapte werd de moeder steeds zieker. Hierdoor is Cherno nooit naar school geweest. Hij had het te druk met de verzorging van zijn moeder en met de vele klusjes die zijn grootmoeder hem gaf. Cherno kan goed vegen en schoonmaken. Hij pakt lege kopjes weg en wast deze meteen. Hij komt ongevraagd terug met een doekje en maakt het tafelblad even schoon. Zijn naam schrijven kan hij niet. Nadat hij wakker was geworden naast zijn reeds koud en stijf wordende moeder heeft grootmoeder meteen de begrafenis geregeld. De moeder werd rond vijf uur 's middags op de zelfde dag begraven. Het jongetje was bij de rouwende en biddend zingende buurvrouwen en grootmoeder achter gebleven. Hij is nooit bij het graf geweest. Een achteraf gelegen 'armenhoek' op de algemene begraafplaats. Waar veel doden liggen zonder grafsteen of andere aanduiding.

Het jongetje werd een jongen die niet meer alles wilde doen wat zijn grootmoeder hem opdroeg. Hij bleef steeds langer weg als hij een boodschap moest doen. Hij kwam steeds vaker langs bij zijn tante, de veel jongere zus van zijn moeder. Omdat de tante bloedverwant is en de grootmoeder te oud zou zijn heeft de tante de juridische verantwoordelijkheid voor het jongetje op zich genomen en er bij de grootmoeder op aan gedrongen om het jongetje naar school te sturen. Maar de grootmoeder had het jongetje te hard nodig voor de schoonmaak en het huishouden. De jongen accepteerde de klappen met de stok van grootmoeder steeds minder en bleef soms hele dagen weg en gaf aan dat hij bij zijn tante wilde wonen. Tante heeft twee kinderen en onvoldoende ruimte en middelen om een derde opgroeiend kind op te kunnen nemen. Het was de tante die het jongetje bij ons bracht. Mager, bedrukt op blote voeten en een halfvolle plastic zak met al zijn kleding. In de auto op weg naar ons landelijk gelegen opvanghuis sprak hij niet. De andere jongens begroeten hem hartelijk en met die begrijpende blik. Ah weer een, gezellig!

Nieuwe kinderen worden op de eerste dag bij ons goed in de huidcrème gezet. Zij leren dat zij échte zeep mogen gebruiken en zich lekker kunnen douchen. Dan krijgen zij als eerste een nieuwe kledingset veelal bestaand uit een echte onderbroek (de eerste in hun leven) en voetbalkleding en fijne slippers. Dan nog een paar strandschoenen voor de voetbaltraining. Een spijkerbroek en nog wat korte broeken en T-shirtjes. Bijna alles komt van onze lokale markt waar de ongesorteerde Rode Kruis kledingbalen van één kubieke meter voorzien in een mooie stapel gebruikte kleding uit Europa voor nog geen 10 Euro. Cherno was blij en aangeslagen van zoveel positieve aandacht en warmte. Hij huilde stil en legde zijn hoofd tegen mijn rug toen hij op een krukje achter mij zat in een kring tijdens de thee. De andere jongens lachten hem niet uit. Hadden zij niet het zelfde meegemaakt toen zij bij ons kwamen.

Aan het einde van de dag maakten wij ons op om naar Dakar terug te keren. Cherno vroeg verlegen aan Lamine of hij mee terug mocht. Waarom? vroegen wij hem. Hij wilde nog een paar dagen bij Lamine, Demba en mij blijven en hij wist dat wij na 4 dagen weer terug zouden komen. Wij voelden aan dat de eerste dag overweldigend was geweest en dat hij meer tijd nodig zou hebben om te wennen aan zijn nieuwe onderkomen. Hij ging mee terug en heeft dagenlang bij de grote jongens zoals Demba en Lamine maar ook aan mijn bureau onze ‘lifestyle’ in zich opgenomen. Hij genoot van het schone huis en de orde en regelmaat. En als er bezoek kwam dan deed hij net of hij al jaren bij ons woonde en luisterde stilletjes mee. Bij het wieden van onze binnen tuintjes zag hij dat de hibiscus een nieuwe en nog gesloten bloemknop had. “Zo ben jij ook Cherno”. Hij keek mij verbaast aan. De volgende ochtend kwam hij mij opgetogen halen. “De bloemknop is open kom maar kijken”. Zo ben jij ook Cherno, zo ben jij nu ook.

De herdenkingen in Nederland op 1 juli 2013 rond de afschaffing van de slavernij in de Nederlandse koloniën viel samen met het bezoek van Obama aan Senegal. Nederland (toen nog meer dan 1 miljoen vierkante kilometer) begon rijkelijk laat met het afschaffen van de slavernij die al in 1814 was begonnen. De zo door oud Minister President Balkenende geroemde VOC mentaliteit werd pas vanaf 1860 getemperd door een aantal wetswijzigingen die uiteindelijk tot afschaffing van de formele slavernij in de Nederlandse Koloniën zou gaan leiden. Onder druk van de Engelsen stopte de Hollanders in 1871 met het ‘contracteren’ van manlijke bewoners uit Ghana die via fort Elmina naar Java werden verscheept om daar als soldaat een twintigjarig contract moesten uit dienen. Veel van hun ‘gemengdbloedige’ nakomelingen zijn nog door mijn oom Pa van der Steur in zijn weeshuizen op Java opgenomen geweest.

Feitelijk wordt er herdacht dat de christelijke moraal niet toe staat dat christenen andere christenen tot hun slaaf maken. Dit licht zagen de Nederlandse wetgevers behoorlijk laat. Na de formele afschaffing van de slavernij in de westerse landen werden de Koelie (dagloner) contracten zeer populair. De laatste Nederlandse Koelieordonnanties zijn in 1941 ingetrokken. Toen kwam het Freelance werken en de nieuwste variant is de ZZP regeling. Het voordeel van de ZZP regeling is dat je een keuze hebt.  Je werkt of je werkt niet. De ‘onvrijwillige’ dienstverlening is zo oud als de mensheid. 

Massaconsumptie heeft eraan bijgedragen dat de slavernij nog steeds en in vele varianten onderdeel uitmaakt van alle economieën. Vreemd genoeg wordt er zelden ‘herdacht’ dat er nog dagelijks miljoen mensen als slaaf worden gebruikt in de Arabische landen, India, Zuid Amerika, Azië en Afrika. Grote protestacties en handelssancties zouden de olie, de kleding en het voedsel in de ontwikkelde landen stukken duurder maken. En ook minder consumeren is kennelijk geen optie. De gemiddelde Nederlander consumeert circa 78% meer dan een gemiddelde Senegalees. Als honderd Nederlanders 7% van hun overconsumptie jaarlijks aan onze kinderen zoals Cherno zouden overmaken dan zouden wij minsten duizend kinderen een geweldige toekomst kunnen geven. Of helpt ‘hulp’ niet?

Toen president Obama bij de ‘The door of No Return’ op het Senegalese ‘slaveneiland’ Goree stond. Beantwoorde hij de vele vragen over zijn bezoek aan het slavenhuis als volgt: Hij en zijn familie "waren zich ten volle bewust van de omvang van de slavenhandel". Het kan niet anders dat Obama vooral als diplomaat dit niets zeggende antwoord gaf.

Obama zal beslist op de hoogte zijn geweest van het reeds meer dan twintig jaar oude dispuut over de werkelijke omvang van de slavenhandel vanuit een van de ook door Nederland in bezit geweest zijnde koloniale handelspost in Senegal. Wetenschappelijk onderzoek heeft al langer geleden aangetoond dat het fysiek en organisatorisch onmogelijk is geweest om de zo graag aangehaalde ‘meer dan twintig miljoen slaven’ door de deur ‘Of no Return’ te krijgen. Daar was het eiland te klein voor en de zee aan de die deur was veel te woest. Het hele verhaal is een scam schreef Professor Philip Curtin al in de jaren ’90 van de vorige eeuw. In Senegal weet men ook wel beter. Maar niemand mag openlijk de ‘Goree Business’ aanvallen. Daar zij de financiële belangen te groot voor. 

De slavenhandel in het zogenaamde Senegambia gebied heeft een geschiedenis die terug gaat tot ver voor de 13de eeuw. Als het ene gebiedje oorlog voerde met een ander gebiedje dan werden de overwonnen bewoners van baby tot bejaarde ‘ingelijfd’ en als het mee zat werden er veel lokale lijfeigenen verkocht aan de rond reizende handelaren. Door de Islamisering van West Afrika werden de aanwijzingen die de Koran geeft omtrent de omgang met slaven overgenomen. Net zoals in het oude testament staat er ook in de Koran niet dat men géén slaven mag houden. Zwakkeren (zoals kinderen) mogen ‘onderworpen, worden. En die mogen vooral ‘bidden’ dat het op een dag allemaal beter zal worden. Want een grote kennis van de Koran maakt je ‘vrij’ en dwingt respect af.

Er zijn op onze planeet miljoenen kinderen onder de vijftien die van kinds af aan ingezet worden als huishoudelijke hulp of in kleine productie units. In Senegal bedelen meer dan 100.000 jongetjes op straat in opdracht van hun ‘religieuze’ leider om zijn inkomen te verzorgen. Deze Talibé zijn op jonge leeftijd uit hun dorpen weggehaald en weten veelal niet eens meer waar zij vandaan komen. Er zullen honderd duizenden kleine en groter wordende meisjes zijn die bij zogenaamde ooms en tantes in huizen wonen. Nooit naar school zullen gaan en dagelijks ingezet worden voor alle zware klussen die hun eigenaren niet willen doen. Goedkoper kan het niet.

De kinderen die bij ons worden opgenomen mogen elkaar geen ‘bevelen’ geven. Jongere kinderen worden juist vrijgehouden van taken door de ouderen. Alle voorkomende klussen worden eerlijk en naar vermogen over iedereen verdeeld. Onze structuur zorgt voor homogeniteit en loyaliteit. En plezier en gezelligheid. In sommige gevallen duurt het meer dan twee jaar voor dat onze kinderen hun verleden hebben verwerkt. Pas dan kunnen er nieuwe individuele leerwegen ingeslagen worden. Wij geven hun ruim de tijd om bij te komen. Hun vriendjes zijn altijd welkom en zien dat hun eigen vriendjes veranderen. De vriendjes die dat begrijpen vertellen daar thuis over. Hun ouders of onderwijzers spreken ons daar positief over aan. Door onze aanpak en door onze kinderen beïnvloeden wij steeds meer gezinnen. Heet dat nou ook ontwikkelingswerk?  Of geven wij de kinderen gewoonweg waar zij recht op hebben?  






Onze voetbalschool in Sandiara. 
Cherno zit vooraan met platic schoenen en een verbandje.






President Obama met echtgenote aan de achterkant van 
Villa Colas op Goree Eiland



afbeelding uit 1839 
De voorkant van Villa Anna Colas op Goree Island. 
Het gebouw dient nu als 'slavernijmuseum'.


Het door Hollanders gebouwde fort op Goree Eiland. 
Michiel de Ruyter heeft hier vaak een biertje gedronken.


Afrikaanse slavenhandel kaart vanaf circa de 13de eeuw. 
De paarse vlek betreft Senegambia en stukken van Mali. 
Veel slaven uit deze gebieden kwamen via Ghana in Amerika 
en omringende landen aan.


Maandag bonendag in Villa Dakarkids