Posts tonen met het label violence domestic senegal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label violence domestic senegal. Alle posts tonen

zaterdag 17 mei 2014

Afrikaanse toverdrankjes en andere rituelen als therapie bij een dissociatieve identiteitsstoornis


Op 28 maart 2013 schreef ik over Dakarkid J. Lees daaronder het vervolg. J. een jaar later.

Dit is geen mooi verhaal. Sinds een paar maanden hebben wij een nieuwe jongen in ons opvanghuis. Wij noemen hem hier maar J. want hij werd op Kerstavond gebracht. Hij is dertien, te slank en eigenlijk iets te klein voor zijn leeftijd. Hij heeft een vriendelijk en charmant gezicht en grote vragende ogen die soms en onverwacht kunnen veranderen in een donkere blik. Ook zijn lippen verstrakken dan en zijn gezichtsuitdrukking veranderd van open naar boos gesloten. In zijn mondhoeken spelen zich dan zenuwtrekjes af en zijn stemgeluid heeft een ander timbre. J. kan zeer behulpzaam zijn en wist al na korte tijd goed de weg in het gehele huis.

Aan tafel, als wij met z’n allen eten kan hij heel zwijgzaam zijn of samenzweerderig fluisteren en afkeurende geluiden mompelen. Op andere momenten is hij vrolijk en kan met veel plezier anekdotes vertellen die vaak gaan over vreemd gedrag van anderen op school of op straat. Het zijn dan de anekdotes van een observator die een voor hem vreemde wereld beschrijft waar hij zelf niet aan deelneemt.

J. kan heel lief en voorkomend zijn. Hij is dan zeer hulpvaardig en voert snel kleine taken uit. Hij luistert aandachtig en lijkt dan tevens te willen leren. Hij kan toenadering zoeken en bijna affectief zijn. De lichte verkramptheid die hij dan meebrengt lijkt op charmante onhandigheid of zenuwachtigheid. Soms wil hij het té goed doen en dan moet de taak of opdracht meerdere keren uitgelegd worden.

J. laat geld stelen. Hij spoorde een andere jongen aan die ook nog niet zo lang bij ons woont om geld te stelen. Hij observeert een tijdje waar het geld te halen zou zijn. Ontwikkelt dan een strategie. Spreekt het scenario langdurig door met zijn makkelijk te beïnvloeden vazal en laat de vazal het geld stelen. Natuurlijk komt het uit. De dief wordt zwaarder gestraft dan de mededader. Maar na de derde keer werd het patroon duidelijk. J. was steeds betrokken geweest en bleek het plan bedacht te hebben.

Wij hanteren een open systeem. Als er iets gejat is dan wordt het uitgebreid aan tafel of in de woonkamer met alle kinderen besproken. De dader(s) worden aangespoord om van A tot Z te vertellen hóe zij te werk zijn gegaan en wát zij met het gestolen geld of voedsel hebben gedaan. Wat zij gekocht hebben of bij welke voetbaltafel in de buurt zij met het gestolen geld hebben gespeeld. Dan, vertellen wij hoe wij er achter zijn gekomen en hoe het ‘verhoor’ is verlopen. En welke straf wij hebben opgelegd. Onze straffen zijn extreem mild in vergelijk met de straffen die in Senegalese families worden gegeven. Wij werken mee aan schaamte door het ‘open te gooien’. 

Dieven worden hier in Senegal over het algemeen buitengewoon hard geslagen. En vaak met broekriemen of stokken bewerkt. Tot bloedens toe. J. blijkt dit vroeger herhaaldelijk te hebben ondergaan. Hij is zelfs een aantal keren door speciale Marabouts (traditionele genezers) behandeld, met anti-steel kruiden en speciale drankjes. Er is ook een klein schaapje geofferd en J. kreeg een lange veter om zijn heupen met kleine leren zakjes waarin Koranspreuken en toverkruiden zijn genaaid.

J. is aangemeld door zijn moeder. Een moeder van de Serer stam die op 15 jarige leeftijd is verleid door een 12 jaar oudere Lebou –man. De Lebou zijn de oorspronkelijke vissers uit onze wijk. De moeder was als dienstmeisje naar Dakar gekomen en werkte bij een bevriende familie van de verleider. Toen de moeder zwanger bleek vluchtte de man naar de omgeving van St. Louis en heeft zijn zoon J. nooit gezien. De jonge moeder ontmoete een paar jaar later een andere Lebou man. Zij trouwden en zij kregen samen een tweeling en nog een derde jongen. De kleine J. werd echter nooit echt in de nieuwe familie opgenomen waar de moeder minder als schoondochter maar eerder als dienstmeid werd opgenomen.

J. was het onechte en ongewenste kind wat al vroeg leerde om onzichtbaar te zijn in de sociale context van de grote Lebou familie. Families die scholing uit de weg gaan want de bewerkelijke visvangst bracht genoeg inkomen als iedereen van jongs af aan zou meewerken. Door de leegvisserij van de grote trawlers uit Europa, China en Japan is de armoede onder de Lebou vissers aan de kust van Senegal de laatste twintig jaar bijzonder toegenomen. Hierdoor kwamen huwelijken onder druk te staan en verlieten veel mannen hun gezinnen om nooit meer terug te komen.

De moeder van J. werd gedwongen om buitenshuis te gaan werken als schoonmaakster maar moest wel haar volledige salaris inleveren. Na het laatste kind was de liefde tussen de moeder en de man over. De moeder leefde met haar vier jongens in een zijkamer van de binnenplaats en moest na haar schoonmaakwerk bij een Europees-Senegalees echtpaar eenmaal thuis gekomen de was doen voor de gehele Lebou familie. Verleden najaar is zij weggegaan uit de familie. Zij mocht alleen J. meenemen. Na enige weken heeft zij J. bij ons aangemeld. Zij had onvoldoende geld om hem te eten te geven en J. bleek hele dagen door de wijk te zwerven. Ook omdat hij geen schoolspullen had.

J. is dus anders dan onze andere kinderen. J. blijkt dubbel aandacht nodig te hebben. J. heeft twee zeer verschillende persoonlijkheden in dat slanke wat nerveuze lichaam. Met die grote soms prachtige en dan weer zo donkere ogen. J. leeft in twee werelden. De ene wereld is een gedroomde wereld. Het is de wereld waarin hij zijn vader ontmoet die een succesvol zakenman blijkt te zijn in St. Louis en al jaren naar zijn zoon J. verlangt die het zo goed doet op school en zo slim en charmant is waardoor de vader enorm veel van hem houdt. Op een dag ontmoet J. eindelijk zijn vader die hem met betraande ogen aankijkt en niets anders kan zeggen dan - ik heb altijd van je gehouden mijn zoon.

De andere wereld van J. is de klagende moeder die hem aan zich bind door álles met hem te bespreken. Haar dagelijkse zorgen, haar haat tegen die twee mannen die haar vier kinderen hebben geschonken maar niets voor haar en haar kinderen willen doen. De klagende en verlaten moeder zit dan in haar kamertje met het 15watt lampje. Haar schaarse bezittingen in een paar zakken. Een mat met een goedkope ingezakte matras is haar stoel. J. zit op enige afstand op de grond tegen de muur geleund met opgetrokken knieën en luistert en reageert soms beleefd of semi-grappig op de klaagzang van zijn moeder. J. heeft zelf nauwelijks kleding of bezittingen. Dat is hij gewend. Zijn enig houvast is die verre vader die zo veel van hem houd.

J. en ik hebben onlangs een lang gesprek gehad. - J. weet je eigenlijk wel dat wij hier in huis heel veel van je houden? – Ook al steel je de hele toko leeg. Want eigenlijk steel jij van jezelf. Want alles wat hier is, is er ook voor jou en dus ook ván jou.

J. kijkt verschrikt op. - Ja J. wij houden van jou want wij denken dat wij weten waarom jij zo bent. Er wonen twee héél verschillende jongens in jou. Twee jongens die elkaar niet goed kennen en toch al heel lang samen wonen. Ons probleem is dat wij eigenlijk maar met één van de twee om kunnen gaan. Jij zal dus een keuze moeten maken wie van de twee mag blijven. Die twee jongens die in jou wonen zijn allebei even goed en soms heel ondeugend met momenten van opjutten tot stelen van spullen of geld wat niet van een van die twee jongens is. 

Je zal dus moeten kiezen wie hier mag blijven wonen. Want diegene die hier van jou mag blijven wonen die zal alle liefde en aandacht krijgen die nodig is om wat vroeger allemaal gebeurd is een beetje goed te krijgen. De liefde en aandacht kan er ook voor zorgen dat jij je hersenen gaat gebruiken om het goed te doen op school en dat je vrienden krijgt die niet behoeven te kiezen uit één van die jongens die in jou wonen. Jou aanstaande vrienden hebben toch ook het recht om te weten met wie zij bevriend zijn!

J. laat zijn hoofd zakken. Zijn schouders trekken iets naar elkaar toe en zijn blote voeten zoeken elkaar. Hij ziet er zo kwetsbaar uit. Het lijkt wel alsof wij achter zijn geheim zijn gekomen. Zijn dubbelleven. Zijn gedroomde realiteiten die hem de kracht gaven om alle problemen en de afwijzingen te kunnen overleven. Zijn wijze van (negatieve) aandacht vragen door te stelen, straf te krijgen en dan vergeven te worden omdat J. zich dan een tijdje voorbeeldig gedraagt en dan kleine complimenten krijgt. Complimenten die hij zo hard nodig heeft.

De grote loyaliteit aan zijn moeder kan hem zeker vergeven worden. Hij is haar zoon, haar surrogaat man én de beschermende surrogaat vader van de jongere andere drie kinderen. Toch wel wat te veel voor een jongen van dertien.

J. eigenlijk heb je wel mazzel – Je hebt nu een tamelijk witte vader en nog belangrijker een oudere broer (opvoeder L.) die ook jou grote broer, oom, vriend en begeleider is. En J. wij hebben besloten dat we nog beter voor je gaan zorgen dan de laatste maanden. We gaan géén kasten voor jou op slot doen. Je mag overal aanzitten. En je mag naar buiten wanneer je maar wilt, als je het maar even meldt want dat is normaal! Je moet zelf maar gaan kiezen wie jij wil zijn. En je moet eens gaan nadenken waar jij eigenlijk naar toe wilt. Niet vandaag maar in de toekomst. Want het is jou toekomst. 

J. hief zijn hoofd weer op hij zat er niet meer zo verslagen bij. Maar leek eerder opgelucht. Alsof er een grote last van hem was afgevallen. De laatste weken lijkt J. wat meer ontspannen te zijn. Gisteren trok ik hem even naar me toe. Je doet het goed J., je doet het goed!

J. zal echter niet snel kunnen veranderen. Hij heeft veel tijd nodig om de trauma’s van voorheen te kunnen wegwerken. Die tijd gaat hij ook krijgen. Er is in Europa een discussie gaande over het probleem waar J. kennelijk mee kampt (dissociatieve identiteitsstoornis). In Villa Dakarkids zijn wij niet zo van de etiketjes en labels. Liever bieden wij een heldere structuur met veel regelmaat en rust momenten waarin er voldoende vrijheid is voor ieder individu om zijn eigen persoonlijkheid te ontwikkelen. 

De andere kinderen in huis zijn door de open gesprekken over wat goed en slecht is voldoende in staat om J. ook te helpen met het vinden van zijn persoonlijkheid. Daarbij komt dat kinderen toch niet doen wat je hun zegt. Je moet hen voordoen of voorleven hoe jij het zou willen hebben. En wie is er eigenlijk wél normaal? 

Hoe gaat het nu met J. - 16 mei 2014

Wij zijn meer dan een jaar verder. J. heeft vele worstelingen met zijn persoonlijkheden door gemaakt. De heftige band met zijn moeder veroorzaakt de grootste problemen. Het is een wederzijdse haat-liefde verhouding en zij laten elkaar nauwelijks los. J. slaapt 's nachts bij zijn moeder in de kamer en gaat overdag naar school en is daarna bij ons voor het middag en avond eten. Zijn moeder zegt nooit geld te hebben voor zijn eten, drinken, kleding en schoolspullen. Toch is zij zeker 15 kilo dikker geworden in het afgelopen jaar. Zij is kookster in een Senegalees-Frans gezien in de rijke mensen buurt van Dakar. Zij verdient 60 euro per maand voor zes dagen werken van 7.00 tot 15.00 uur. 

J. is het afgelopen jaar vaak 'in de fout gegaan'. Hij pikt kleine bedragen door boodschappen half uit te voeren. Hij komt dan met minder terug dan was gevraagd. Of hij pikt gehaalde boodschappen terug en wisselt deze in voor geld in de winkel waar hij voor ons de boodschappen haalde. 

Op school zorgt hij ervoor dat hij voor alles net een 6 haalt. Dus hij gaat wel over. Zo doet J. het met alles. Hij loopt voortdurend op het scherp van de snede. Onlangs kwam hij uit school. Hij had met typex het woord 'normal' op zijn arm geschreven. Sindsdien word hij 'normal' genoemd. De wens om 'normal' te zijn was kennelijk meester van de gedachte. De warmte, structuur en confrontaties met zijn gedrag lijken aan te slaan bij J. Toch vermoed ik dat hij nog een zeer lange weg heeft te gaan. In zijn ogen leeft voortdurend een ander vuur. Een onbestemd vuur. 

Zijn stem kan warm en sympathiek zijn. Als hij liegt of ontkend dan fluistert hij bijna. Gelukkig laat hij zich niet ontmoedigen en blijft hij komen. In de zomervakantie gaat hij drie maanden naar Sandiara. Wij hebben een plek voor hem gevonden bij een oude wijze natuurgenezer. Hopend dat J. tussen de kruiden en planten zich nog 'normaler' gaat voelen. 





West Afrikaanse maskers geven over het algemeen 
een gemoedstoestand weer.

De Marabouts en de traditionele genezers worden 
ondanks de aanwezigheid van de Islam en het Christendom 
door een zeer groot deel van de bevolking geraadpleegd. 

Op alle markten kan men kruiden, drankjes, steentjes, schelpjes 
en voorwerpen vinden die gebruikt worden als preventie 
of als therapie bij de dagelijkse of nachtelijke ongemakken. 

De vele hals, arm en buikveters met de zogenoemde Gris-Gris 
worden veelal via de Marabouts betrokken. 














Op deze uitsnede van de grote tekening is duidelijk te zien dat de oudere Dakarkids bij de jongens waken als zij op de mat (links) slapen

De magen van een ieder zijn goed gevuld. 
De meisjes zijn dun en aan het werk getekend 

maandag 2 juli 2012

Sex en ontwikkelingssamenwerking verhoogt kindertal in Senegal

Over de gevolgen van polygamie zijn op het Senegalese ministerie van statistiek geen cijfers bekend. Er is ook nooit onderzoek naar gedaan want daar was nooit budget voor. Vreemd genoeg is de getalsverhouding tussen het aantal vrouwelijke en mannelijke bewoners niet veel verschillend dan bij voorbeeld in Nederland (circa 52% vrouwen en 48% mannen). Omdat de gemiddelde leeftijd waarop men sterft rond de 62 jaar ligt is er geen sprake van een bedreigende vergrijzing of van wantoestanden in bejaardenhuizen laat staan een pensioengat. Bejaardenhuizen zijn hier gewoonweg nauwelijks te vinden. Een steekproef onder tien Senegalese manlijke vrienden/kennissen in mijn woonwijk laat het volgde  beeld zien: Twee vrienden hebben drie vrouwen. Twee vrienden hebben twee vrouwen. De zes overige vrienden hebben allen één echtgenote. Het totale kindertal in 47. Dus het gemiddelde ligt op 4,7 kinderen per familie. In Nederland ligt dat op  meer dan de helft lager. Hoe meer welvaart in een Senegalese familie des te lager het gemiddelde kindertal, er zijn uitzonderingen maar de algemene trend is minder kinderen. Dus als de welvaart toe zou nemen dan zullen er minder kinderen geboren worden. 

De polygame mannen met drie vrouwen maken over het algemeen een meer gestreste indruk dan de mannen met één vrouw. De vrienden met twee vrouwen verdelen veelal hun tijd met vier dagen bij vrouw een en vier dagen bij vrouw twee. De mannen met drie of twee vrouwen geven na enig gedraal wel toe dat zij niet altijd even gelukkig zijn en dat de ‘fun factor’ met meerdere vrouwen niet veel hoger is. Er is vaak onderlinge animositeit tussen de vrouwen die er goed op letten dat zij en haar kinderen op z’n minst evenveel aandacht en zorg (geld) krijgen als hun concurrenten. Voorbehoedsmiddelen zoals condooms zijn overal goed te krijgen. Maar de pil ligt al moeilijker en de morning after pil is bijna geheel taboe. Navraag bij vijf apotheken gaf de bevestiging dat zij die niet in hun pakket hadden en dat je daarvoor naar een ziekenhuis moest gaan. De pil wordt dan voorgeschreven als ‘menstruatie regulering’ dus als een medicijn. De morning after-pil is zeer moeilijk te krijgen en duidelijk bedoeld voor jonge meisjes/vrouwen die spontaan seksueel actief zijn geweest. Deze anti conceptie wordt nauwelijks gekocht, enerzijds door gebrek aan geld anderzijds door schaamte en het taboe op sex vóór het huwelijk. De meisjes rest vaak niet anders dan wassingen met lokale middeltjes die vaak ernstige gevolgen kunnen hebben voor de vaginale flora. 

Opvallend zijn de grote budgetten die pakweg de afgelopen 10 jaar zijn vrijgemaakt en opgesoupeerd door de grotere NGO’s voor HIV voorlichting in Senegal. Er zijn circa 70.000 met het HIV besmette personen in Senegal wat uiterst laag is voor een Afrikaans land met dertien miljoen inwoners. Een groot deel van de besmette patiënten komt uit de kustlanden van West Afrika en hebben in Senegal veelal als prostituee gewerkt (alweer een taboe). De landelijke campagnes hebben goed gewerkt bijna ieder kind vanaf circa 10 jaar weet wat HIV ofwel SIDA is. De kans dat zij het zouden kunnen oplopen is echter zeer laag. De jeugd is veel minder promiscue dan verondersteld o.a. door de zeer grote sociale controle en de relatief strenge leefregels die zijn opgelegd door de religieuze stromingen. Geboortebeperking en het vrij of zeer goedkoop kunnen verkrijgen van de pil is kennelijk onbespreekbaar geweest in het voor 95% Islamitische Senegal. Het gebruik van de pil zou immers kunnen betekenen dat je regelmatig sex zou hebben en geen kinderwens zou hebben. Dus sex voor het huwelijk liever niet en veel kinderen krijgen tijdens het huwelijk wél. Want het helpt vooral mee om het aantal Islamieten te vergroten en daardoor de grootste wereldreligie te worden. In 2012 telt de wereldgemeenschap circa 1 miljard moslims. Er is dus nog een lange weg te gaan. Verhoogde welvaart zou echter een lagere groei van het aantal nieuwe moslims kunnen betekenen en het lijkt er op dat men om die reden niet altijd zit te wachten op bijvoorbeeld buitenlandse ontwikkelingshulp behalve als deze omgebogen kan worden naar taken waar de regering liever geen prioriteit aan geeft maar wel voor meer ‘werkgelegenheid’ zorgt  op de ministeries. Toch denkt de jongere generatie aan één echtgenoot en maximaal twee kinderen. 

Het Ministerie voor Statistiek wilde ook niet onderzoeken of het grote aantal langdurige stroomonderbrekingen van de laatste tien jaar geboortegolven heeft veroorzaakt. Ik werd wel heel vreemd aangekeken door de onderzoekers in het ministerie met mijn rare vragen. Het is een haveloos gebouw met een grote hoeveelheid aan kapotte computers en niet werkende printers. Er werken veel mensen maar het is onduidelijk waaraan. Er is net genoeg geld voor de salarissen maar een voortdurend gebrek aan budget. Men was wel heel vriendelijk en wilde weten waarom ik zoveel belangstelling had. Toen ik uitlegde dat wij ons bezig hielden met het stimuleren van de gemeenschap door hun eigen lot in de hand te nemen (community driven change) dus ook orde op zaken te stellen in de eigen wijk werd men toch nieuwsgieriger. Er zijn immers mooie voorbeelden uit andere werelddelen waar de bevolking zelf het heft in handen nam en hun woonwijk opeens wel veranderde in een aangename woonomgeving. Zelfs de Indische buurt in Amsterdam hoopt te leren van de door hen bezochte projecten in Brazilië. In ons arrondissement zijn wij dit jaar begonnen met een campagne om de wijken schoon te krijgen als voorbereiding op een grote opknapbeurt van het lokale stadion. In tegenstelling tot de gebruikelijke weg zijn wij begonnen met de bewoners (de belanghebbenden) te vragen wat en hoe zij het graag willen hebben. De eerste overlegfase is inmiddels achter de rug en wij hebben er bij de bewoners op aangedrongen om niet vanuit de ‘slachtofferrol’ mee te denken maar hun stem als tellend en belangrijk in te brengen. Omdat wij vanaf het begin af aan kiezen voor een transparant werk en financieringsmodel verwachten wij de grootste weerstand bij de ‘machthebbers’ die immers geen invloed zullen hebben op de bestedingen en daarvan delen ‘reserveren’ voor eigen doeleinden. Heb ik dit niet keurig geschreven! Want ik wilde eigenlijk het woord corruptie schrijven.

Met de sex valt het dus reuze mee in Senegal. De jeugd kan er zeer uitdagend bij lopen en er wordt graag gelachen en geflirt op straat maar er gebeurt relatief weinig. De circa 500.000 internet aansluitingen in Senegal worden goed gebruikt voor sociale media zoals Facebook. Ook andere ‘dating’ sites zijn populair maar leiden zelden tot ontmoetingen met vreemden. Het aantal mannen en vrouwen uit bijvoorbeeld Europa op zoek naar een relatie voelen zich na een ‘klik’ en bezoek aan Senegal vaak bedrogen en uitgebuit omdat een relatie aangaan met een Senegalese man of vrouw veelal betekend dat je voor de gehele familie dient te zorgen. De romantische en soms sappige verhalen over multiculturele relaties die soms boven komen drijven verzanden al gauw in moeilijkheden rond het verkrijgen van visa en het gevoel opgelicht te zijn. Een veel groter probleem wat soms de krant haalt maar zelden een topic is voor de NGO’s en de particuliere initiatieven (PI’s) is het huiselijk geweld en de uitbuiting van jonge meisjes als schoonmaakster  en sexslavin voor de heer of zoon(s) des huizes. Het zijn vaak meisjes met een minimum aan of geheel geen schoolopleiding die jarenlang bij een vreemde of verre familie in huis wonen. Hun aantal zou wel eens vele malen groter kunnen zijn dan de straatjongens zoals de Talibes ofwel Koranschool leerlingen die door hun Koranleerkracht dagelijks uren lang uit bedelen worden gestuurd. Tel hierbij de groep kinderen op die vanaf hun twaalfde levensjaar als ‘leerling’ bij een timmerman, ijzerbewerker, winkelier of andere semi-middenstander  aan het werk moeten en het maakt duidelijk waarom het lager onderwijs door circa 72% van de aanwezige kinderen bezocht word. De resterende kinderen worden soms aangemeld en werken vervolgens thuis of in een atelier. De bilaterale hulp aan Senegal van de laatste 25 jaar is kennelijk zwaar onvoldoende gebleken om invloed uit te oefenen op het regeringsbeleid t.o.v. een transparante staatshuishouding en een stringent onderwijsbeleid. Senegal doet wel trots over hun lager onderwijs maar het staat op een zeer laag niveau en het secundaire onderwijs staat geheel en al in zeer kleine kinderschoenen en wordt geplaagd door gebrek aan goede gebouwen, goede inrichting, goed lesmateriaal en vooral een groot gebrek aan prima leerkrachten.

Neem nu 2010. Los van de bilaterale hulp van buitenlandse overheden aan de Senegalese overheid was er de multilaterale hulp van bijvoorbeeld de Wereldbank. In mij vorige artikel schreef ik al over een van de vijf wegen in Dakar die door de Wereldbank worden gefinancierd en maar niet af komen en op z’n minst niet goed gebouwd worden. Volgens de foto hieronder is er in 2010 - 3.631.918 Euro naar Senegal overgemaakt. Werk uitgevoerd door 10 NGO’s uit Nederland. Een langdurige blik op de 10 websites van de deelnemers geeft een teleurstellend inzicht over de besteding van de fondsen en op de controleerbare behaalde resultaten. Het woord transparantie was in 2010 al zeer populair maar geen van de tien NGO’s is duidelijk. Geen van de 10 NGO’s heeft een briljante mislukking naar het Instituut voor Briljante Mislukkingen ingestuurd dus vallen de resultaten in Senegal misschien onder ‘interne leerprocessen’. Wat de 10 met elkaar gemeen hebben is dat zij geen noodhulp of wederopbouw hulp verlenen. Zij doen aan kennisoverdracht, capaciteitsopbouw en dragen oplossingen aan. Toch rijst de vraag hoeveel geld hebben deze organisaties zélf nodig gehad (in Nederland en Senegal) om hun doelstelling te bereiken. Hoeveel Senegalezen zijn er duurzaam door hen opgeleid om later hun werk  over te kunnen nemen. Hoeveel Senegalezen zijn er bereikt en hebben daadwerkelijk iets duurzaams geleerd of welke blijvende veranderingen zijn aantoonbaar en vandaag de dag nog zichtbaar. Op deze vragen geven de vaak prachtige websites geen antwoord. En ook bezoek op de door de NL NGO’s genoemde locaties geven een teleurstellend beeld. Een aantal van de Senegalese medewerkers van de betrokken NGO’s hebben een tijdje goed verdiend en konden toen ook trouwen en hebben vaak leuke gezinnetjes. Ze zijn heden op zoek naar werk. Het liefst bij een NGO.

Hoe groot het bedrag is wat door Nederlandse PI’s in 2010 in Senegal is besteed is helaas onbekend. Hun branche organisatie www.partin.nl was toen nog niet volledig op dreef. En er is nog geen database beschikbaar met NAW en financiële gegevens van PI’s die bijvoorbeeld Senegal een steuntje hebben gegeven.  Wat ik zelf aan ‘natte’ gegevens heb wijst op een bedrag van circa 300.000 Euro in 2010. Opvallend hierbij is dat er zelden meer dan 5% aan kosten wordt gemaakt door de PI zelf om hun doel te bereiken. In hun boekhoudingen zijn dan ook nauwelijks loonkosten te vinden. Soms een vergoeding voor een stagiaire of een klein bedrag aan kantoorkosten. Het draagvlak van de PI’s is kennelijk bereid om hun vele werk gratis te doen. Ik beveel het lidmaatschap van de Partin organisatie van harte aan o.a. omdat kennisoverdracht en van elkaar weten en leren hun succes bij de donateurs én ontvangers alleen maar groter kan maken. En laten we wel wezen een waterpomp door UNICEF geïnstalleerd kost vaak 10x meer dan een waterpomp door een PI en is even duurzaam. En stel dat de 10 genoemde NGO’s op het 2010 lijstje geen subsidies meer krijgen van de overheid? Neemt hun ‘draagvlak’ het dan over? Ben daarom ook reuze benieuwd naar de aanbevelingen van hun branche vereniging www.partos.nl. Kan Partos zich met succes verzetten tegen de Stef Blok’s en Wilders achtige types die met ongefundeerde en populistische uitspraken van de OS af willen? Of komt er na alle bezuinigingsronden alsnog een nieuwe orde aan ZZP’ers die zich als consultant voor OS projecten aanbieden en eerst hun eigen draagvlak (inkomen) moeten organiseren voor dat zij de ontwikkelingslanden kunnen helpen. 


Over consultants gesproken, ik kan mij voorstellen dat professioneel advies door ervaren (ex) NGO medewerkers de grote problemen die zijn ontstaan rond een Nederlands Educatie Centrum had kunnen vermijden. Onlangs is een groepje jongeren uit Cayar bij ons op bezoek geweest om hulp te vragen bij de overdracht van een nog steeds niet afgebouwd jongerencentrum op het strand van Cayar. De jongeren hebben verteld dat het leegstaande en onafgemaakte gebouw nu in handen is van een Amsterdamse familie en een Senegalese man die oorspronkelijk uit Dakar komt en niet uit Cayar. Een afsplitsing van dit project is wél succesvol. Onze reactie was: Lieve Cayar jongeren maak eerst een duidelijk businessplan en doe een helder voorstel over het ‘bezit’ van het gebouw. Dat kan alleen maar een stichting zijn bestuurd door vrijwilligers die publiek verantwoording afleggen aan de gemeenschap. Wij wachten nu op een reactie uit Cayar. Wij willen wel helpen want het gaat immers om een grote groep jongeren in Cayar en omgeving die al 4 jaar wachten. Grotere belangen zijn er volgens ons niet. En wat gisteren is gebeurd zou geen rol mogen spelen voor de toekomst van morgen.


Een onderzoeksgrafiek van het NCDO

The Hunger Project heeft in 20 jaar tijd op duurzame wijze meer dan 
250.000 mensen in Senegal bereikt.

Hunger Project spreiding in Senegal



 de website van Kinderen van Kayar




een nieuwe website van bezorgde Senegalese burgers



ex straatkind Assane slaapt lekker in dakarkids