Posts tonen met het label Yoff Vert. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Yoff Vert. Alle posts tonen

vrijdag 22 maart 2013

Een enge witte vrouw in Dakar - I am one scary Toubab



Hier in Senegal schijnt de zon terwijl in Nederland en elders in Europa de lente maar niet wil beginnen. Op Facebook oppeppende tekstjes zoals ‘ik heb de lentekriebels en heb veel zin om sneeuw te gaan ruimen’ In de 2e Kamer gaf minister Ploumen op 15 maart uitleg over haar handelsmissieagenda. Want ontwikkelingswerk is ‘uit’ en handelsmissies zijn nu ‘in’. En als de handelsmissies onderweg zijn naar China en andere EPA landen waar Nederland geld wil gaan verdienen worden de ontwikkelingswerk items leukweg even meegenomen. In Nederland is de OS kas bijna leeg en op regeringsniveau is men begonnen aan een nieuw VOC tijdperk.


Buiten de NL politiek wordt er ook druk gediscussieerd over de toekomst van het ontwikkelingswerk want ook op dat niveau staan er duizenden banen op de tocht. De Grote Goede Doelen stichtingen houden zich muisstil want geen van hen weet nog hoeveel geld er vanuit de staatsruif over zal blijven om hun OS projecten te financieren. Een frisser geluid liet IDleaks ‘vraag maar raak’ Tabitha Gerrets horen tijdens het MYWORLD EVENT 2013. Tabitha schreef op haar Facebook pagina dat zij met ‘vochtige handen’ op weg was naar het event om haar lezing te houden. Niet zo gek natuurlijk die vochtige handen, want zij werkt bij Aqua for All. Tijdens haar betoog wenst Tabitha een meer optimistische visie op de ontwikkelingssamenwerking en dat doet zij heel goed. Ontwikkelingssamenwerking is immers een werkveld met vele grote en kleine facetten en is veel breder dan de vaak benauwend eenzijdige en negatieve berichtgeving over het bijvoorbeeld (zogenaamd) altijd maar hulpvragende Afrika.

Als magazines zoals Vice Versa en OneWorld maandelijks afwisselend als bijlage bij de grote dagbladen mee zouden kunnen liften dan zou miz de Nederlandse bevolking binnen een jaar een veel positievere visie op de ontwikkelingssamenwerking hebben. Liever zie ik de twee magazines samengaan want dat bespaart meer bomen en dan blijft er weer meer geld over voor andere leuke dingen. In beide magazines wordt overigens opvallend weinig geschreven over het lage ontwikkelingsniveau van Nederland zelf die met o.a. de Bank Schandalen en de Bouw Fraude zoveel economische schade hebben aangericht waardoor de koloniale ‘wiedergutmachungs’ OS pot met 75% wordt verminderd. Er zijn in de laatste maanden onnodig veel werkelozen bij gekomen waarvan een behoorlijk deel met hun kennis en vaardigheden en mét behoud van uikering naar ontwikkelingslanden uitgezonden zouden kunnen worden. Maar dat mag natuurlijk weer niet, want regels zijn regels en daar hebben wij er zo fijn véél van in Nederland. Terwijl men juist in barre tijden creatiever zou moeten zijn. Op het gebied van creatief crisismanagement kan Nederland veel leren in Afrika

Hier in Senegal heb ik mij trouwens nooit 'ontwikkelingswerker' gevoeld en genoemd. Ik voel mij eerder een soort intermediair tussen Europa en West Afrika. Met het accent op het samen brengen van kennis en dan sociaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. En het vanuit soms zeer verschillende culturen, stimuleren van gelijkwaardige samenwerking aan een betere toekomst voor de ontvangers én de gevers. Dat zie ik als mijn belangrijkste opgave. Of ik een idealist ben? Ik hoop het van harte! Dagelijks ben ik met veel anderen bezig met het stimuleren van hoger onderwijs en recycle projecten of met het voorbereiden van grote publieksprojecten zoals een nieuw lokaal stadion met multifunctionele functies. Een urbaan ontwikkelingsplan met een nieuwe moderne technische school waar juist die werkeloze ROC leerkrachten geweldig werk zouden kunnen leveren. Dit alles in een prachtig landschap en rond een dorp met 5000 hectaren land waar op maar 600 hectaren  land en tuinbouw wordt bedreven. Wij hebben daar een groene klas met klein internaat voor kids uit Dakar en toen kwamen de vragen uit de bevolking. Voor mij is het  vanzelfsprekend om in te gaan op vragen vanuit de lokale bevolking en samen met hén de projecten op te zetten en er dan eventueel aanvullend ontwikkelingsgeld uit bijvoorbeeld Nederland of elders uit Europa bij te zoeken.

Ontwikkelingsprojecten die zonder goed vooroverleg met de lokale bevolking (dus daar waar het moet gebeuren) door bijvoorbeeld Nederlandse ontwikkelingswerkers op Nederlandse kantoren bedacht worden. Leiden hier in Senegal nauwelijks tot zichtbare, effectieve of meetbare resultaten. Na het bedenken in Nederland worden er vervolgens Nederlandse ontwikkelingswerkers naar een land gestuurd die dan in een ‘veilig huis' in een veilige buurt (duur) worden ondergebracht en een veilige auto krijgen (4x4 Toyota) en een mooi 10x lokaal hoger modaal salaris met pensioenregeling aan de slag gaan vanuit een lokaal maar duur kantoor om met de ‘overheid’ samen te gaan werken. Maar tussen de Afrikaanse overheden en de lokale bevolking zitten vaak onoverbrugbaar grote afstanden. Waardoor het grootste deel van de beschikbare budgetten opgesoupeerd worden door de ontwikkelingswerkers en aan het vaak falende beleid van de overheid. Met die grote ontwikkelingsprojecten zoals bijv. Oxfam Senegal leef ik graag op gespannen voet want ik ben nogal resultaat gericht en als ik dan vage verhalen lees over eigenlijk niet echt bereikte resultaten dan kriebelt het.

De orde van de dag is gewoon kantoorwerk en veel overleg met de lokale bevolking die vaak zeer enthousiast aan de slag gaan als er een goed uitgewerkt en helder plan is gemaakt. Hier in Senegal betekend dat weinig tekst maar veel illustraties en foto’s en een niet al te lange tijdslijn maar vooral werken in stappen. Samen werken met de lokale bevolking is vooral hén het werk laten doen en dan steun geven en bemiddelen bij misverstanden en miscommunicatie. Hierdoor blijft er genoeg tijd over om bezoek te ontvangen. Bezoek zoals Marieke uit Amsterdam die onderweg naar haar ontwikkelingsproject in St. Louis een paar dagen bij ons in huis logeert. Lees hieronder haar impressie in het Engels en geniet van de foto’s die Marieke en de Kids van elkaar hebben gemaakt. Toubab is de benaming voor een ‘blank’ persoon. Marieke vind mijn dakarkids blog berichten nogal aan de lange kant dus vandaar dat ik haar bericht maar mee geplaatst heb. Dan kan ik het kort houden!

I am one scary Toubab

21 maart 2013 - Dakar, Senegal
Before I start to work with the kids in Saint Louis. I am first visiting Dakarkids. This Dutch organization has been a safe place for kids for many years now. I am very impressed by how well the house is organized and the boys are being raised. The kids that are living in this house all have very different backgrounds and ages. Some come from a life from the streets or have no parents. But there are also a lot of kids with a dramatic family background, emotional and physical abuse. The mother of kids such as Sedy and Yahya have contacted William to see if their sons can live in the Dakarkids house. 

There are also two really cute Dakar girls here. Their names are Abby and Aisha, they are 12 years young. They do not sleep here but do come round for a game of checkers or a hot meal. Their moms are divorced and have a tough time so extra care is definitely no luxury. Aisha and Abby love using me as human Barbie, with lots of hairclips they have a blast doing my hair. So I have spent the day walking round like a Swiss Heidi with two braids.

Dutch parents could definitely learn a lesson here at the house. The Dakar boys are raised to be perfect gentlemen and have very good manners. No elbows on the table with dinner, doing the dishes and keeping their rooms tidy. You would think that parenting is easy when you see William at work.  In a playful manner he corrects the kids that are obviously crazy about their papa William, His philosophy is giving them unconditional love and the freedom to develop themselves in to balanced adults.

In the mornings I walk around the neighborhood with William the founder and big boss of the project. He knows everybody here in Yoff and we visit some families were kids (28) are placed in foster care by Dakarkids, former Dakarkids, the local rugby club and a community center. I love taking a peek in al the small houses, meet the people and discover a little what life is like in the capital of Senegal. Some of the little toddlers that I encounter in the sandy streets, burst spontaneously into tears because they are terrified when they see me. Parents sometimes tell them that they will be taking by Toubabs, white people, when they are naughty.  Kind of like Zwarte Piet but then they other way around.



It is only 23 degrees so I haven’t taken a dip in the ocean yet, to cold after Nicaragua. But I did spend some time playing with the kids on the beach. I love how protective the kids are, they take such good care of me. Always making sure that I don’t leave any of my stuff behind, perfect for a ras-chaoot like me. And if a random man comes up to me ask for my phone number ‘because they really want to get to know me’ and there for they keep an eye on me…. If you ever have low self-esteem problems as a woman, come to Senegal. You will be surprised at how popular you are. Tomorrow I am leaving for Saint-Louise and I am very curious to see how the kids are doing, that I haven’t seen for such a long time.


























maandag 2 juli 2012

Sex en ontwikkelingssamenwerking verhoogt kindertal in Senegal

Over de gevolgen van polygamie zijn op het Senegalese ministerie van statistiek geen cijfers bekend. Er is ook nooit onderzoek naar gedaan want daar was nooit budget voor. Vreemd genoeg is de getalsverhouding tussen het aantal vrouwelijke en mannelijke bewoners niet veel verschillend dan bij voorbeeld in Nederland (circa 52% vrouwen en 48% mannen). Omdat de gemiddelde leeftijd waarop men sterft rond de 62 jaar ligt is er geen sprake van een bedreigende vergrijzing of van wantoestanden in bejaardenhuizen laat staan een pensioengat. Bejaardenhuizen zijn hier gewoonweg nauwelijks te vinden. Een steekproef onder tien Senegalese manlijke vrienden/kennissen in mijn woonwijk laat het volgde  beeld zien: Twee vrienden hebben drie vrouwen. Twee vrienden hebben twee vrouwen. De zes overige vrienden hebben allen één echtgenote. Het totale kindertal in 47. Dus het gemiddelde ligt op 4,7 kinderen per familie. In Nederland ligt dat op  meer dan de helft lager. Hoe meer welvaart in een Senegalese familie des te lager het gemiddelde kindertal, er zijn uitzonderingen maar de algemene trend is minder kinderen. Dus als de welvaart toe zou nemen dan zullen er minder kinderen geboren worden. 

De polygame mannen met drie vrouwen maken over het algemeen een meer gestreste indruk dan de mannen met één vrouw. De vrienden met twee vrouwen verdelen veelal hun tijd met vier dagen bij vrouw een en vier dagen bij vrouw twee. De mannen met drie of twee vrouwen geven na enig gedraal wel toe dat zij niet altijd even gelukkig zijn en dat de ‘fun factor’ met meerdere vrouwen niet veel hoger is. Er is vaak onderlinge animositeit tussen de vrouwen die er goed op letten dat zij en haar kinderen op z’n minst evenveel aandacht en zorg (geld) krijgen als hun concurrenten. Voorbehoedsmiddelen zoals condooms zijn overal goed te krijgen. Maar de pil ligt al moeilijker en de morning after pil is bijna geheel taboe. Navraag bij vijf apotheken gaf de bevestiging dat zij die niet in hun pakket hadden en dat je daarvoor naar een ziekenhuis moest gaan. De pil wordt dan voorgeschreven als ‘menstruatie regulering’ dus als een medicijn. De morning after-pil is zeer moeilijk te krijgen en duidelijk bedoeld voor jonge meisjes/vrouwen die spontaan seksueel actief zijn geweest. Deze anti conceptie wordt nauwelijks gekocht, enerzijds door gebrek aan geld anderzijds door schaamte en het taboe op sex vóór het huwelijk. De meisjes rest vaak niet anders dan wassingen met lokale middeltjes die vaak ernstige gevolgen kunnen hebben voor de vaginale flora. 

Opvallend zijn de grote budgetten die pakweg de afgelopen 10 jaar zijn vrijgemaakt en opgesoupeerd door de grotere NGO’s voor HIV voorlichting in Senegal. Er zijn circa 70.000 met het HIV besmette personen in Senegal wat uiterst laag is voor een Afrikaans land met dertien miljoen inwoners. Een groot deel van de besmette patiënten komt uit de kustlanden van West Afrika en hebben in Senegal veelal als prostituee gewerkt (alweer een taboe). De landelijke campagnes hebben goed gewerkt bijna ieder kind vanaf circa 10 jaar weet wat HIV ofwel SIDA is. De kans dat zij het zouden kunnen oplopen is echter zeer laag. De jeugd is veel minder promiscue dan verondersteld o.a. door de zeer grote sociale controle en de relatief strenge leefregels die zijn opgelegd door de religieuze stromingen. Geboortebeperking en het vrij of zeer goedkoop kunnen verkrijgen van de pil is kennelijk onbespreekbaar geweest in het voor 95% Islamitische Senegal. Het gebruik van de pil zou immers kunnen betekenen dat je regelmatig sex zou hebben en geen kinderwens zou hebben. Dus sex voor het huwelijk liever niet en veel kinderen krijgen tijdens het huwelijk wél. Want het helpt vooral mee om het aantal Islamieten te vergroten en daardoor de grootste wereldreligie te worden. In 2012 telt de wereldgemeenschap circa 1 miljard moslims. Er is dus nog een lange weg te gaan. Verhoogde welvaart zou echter een lagere groei van het aantal nieuwe moslims kunnen betekenen en het lijkt er op dat men om die reden niet altijd zit te wachten op bijvoorbeeld buitenlandse ontwikkelingshulp behalve als deze omgebogen kan worden naar taken waar de regering liever geen prioriteit aan geeft maar wel voor meer ‘werkgelegenheid’ zorgt  op de ministeries. Toch denkt de jongere generatie aan één echtgenoot en maximaal twee kinderen. 

Het Ministerie voor Statistiek wilde ook niet onderzoeken of het grote aantal langdurige stroomonderbrekingen van de laatste tien jaar geboortegolven heeft veroorzaakt. Ik werd wel heel vreemd aangekeken door de onderzoekers in het ministerie met mijn rare vragen. Het is een haveloos gebouw met een grote hoeveelheid aan kapotte computers en niet werkende printers. Er werken veel mensen maar het is onduidelijk waaraan. Er is net genoeg geld voor de salarissen maar een voortdurend gebrek aan budget. Men was wel heel vriendelijk en wilde weten waarom ik zoveel belangstelling had. Toen ik uitlegde dat wij ons bezig hielden met het stimuleren van de gemeenschap door hun eigen lot in de hand te nemen (community driven change) dus ook orde op zaken te stellen in de eigen wijk werd men toch nieuwsgieriger. Er zijn immers mooie voorbeelden uit andere werelddelen waar de bevolking zelf het heft in handen nam en hun woonwijk opeens wel veranderde in een aangename woonomgeving. Zelfs de Indische buurt in Amsterdam hoopt te leren van de door hen bezochte projecten in Brazilië. In ons arrondissement zijn wij dit jaar begonnen met een campagne om de wijken schoon te krijgen als voorbereiding op een grote opknapbeurt van het lokale stadion. In tegenstelling tot de gebruikelijke weg zijn wij begonnen met de bewoners (de belanghebbenden) te vragen wat en hoe zij het graag willen hebben. De eerste overlegfase is inmiddels achter de rug en wij hebben er bij de bewoners op aangedrongen om niet vanuit de ‘slachtofferrol’ mee te denken maar hun stem als tellend en belangrijk in te brengen. Omdat wij vanaf het begin af aan kiezen voor een transparant werk en financieringsmodel verwachten wij de grootste weerstand bij de ‘machthebbers’ die immers geen invloed zullen hebben op de bestedingen en daarvan delen ‘reserveren’ voor eigen doeleinden. Heb ik dit niet keurig geschreven! Want ik wilde eigenlijk het woord corruptie schrijven.

Met de sex valt het dus reuze mee in Senegal. De jeugd kan er zeer uitdagend bij lopen en er wordt graag gelachen en geflirt op straat maar er gebeurt relatief weinig. De circa 500.000 internet aansluitingen in Senegal worden goed gebruikt voor sociale media zoals Facebook. Ook andere ‘dating’ sites zijn populair maar leiden zelden tot ontmoetingen met vreemden. Het aantal mannen en vrouwen uit bijvoorbeeld Europa op zoek naar een relatie voelen zich na een ‘klik’ en bezoek aan Senegal vaak bedrogen en uitgebuit omdat een relatie aangaan met een Senegalese man of vrouw veelal betekend dat je voor de gehele familie dient te zorgen. De romantische en soms sappige verhalen over multiculturele relaties die soms boven komen drijven verzanden al gauw in moeilijkheden rond het verkrijgen van visa en het gevoel opgelicht te zijn. Een veel groter probleem wat soms de krant haalt maar zelden een topic is voor de NGO’s en de particuliere initiatieven (PI’s) is het huiselijk geweld en de uitbuiting van jonge meisjes als schoonmaakster  en sexslavin voor de heer of zoon(s) des huizes. Het zijn vaak meisjes met een minimum aan of geheel geen schoolopleiding die jarenlang bij een vreemde of verre familie in huis wonen. Hun aantal zou wel eens vele malen groter kunnen zijn dan de straatjongens zoals de Talibes ofwel Koranschool leerlingen die door hun Koranleerkracht dagelijks uren lang uit bedelen worden gestuurd. Tel hierbij de groep kinderen op die vanaf hun twaalfde levensjaar als ‘leerling’ bij een timmerman, ijzerbewerker, winkelier of andere semi-middenstander  aan het werk moeten en het maakt duidelijk waarom het lager onderwijs door circa 72% van de aanwezige kinderen bezocht word. De resterende kinderen worden soms aangemeld en werken vervolgens thuis of in een atelier. De bilaterale hulp aan Senegal van de laatste 25 jaar is kennelijk zwaar onvoldoende gebleken om invloed uit te oefenen op het regeringsbeleid t.o.v. een transparante staatshuishouding en een stringent onderwijsbeleid. Senegal doet wel trots over hun lager onderwijs maar het staat op een zeer laag niveau en het secundaire onderwijs staat geheel en al in zeer kleine kinderschoenen en wordt geplaagd door gebrek aan goede gebouwen, goede inrichting, goed lesmateriaal en vooral een groot gebrek aan prima leerkrachten.

Neem nu 2010. Los van de bilaterale hulp van buitenlandse overheden aan de Senegalese overheid was er de multilaterale hulp van bijvoorbeeld de Wereldbank. In mij vorige artikel schreef ik al over een van de vijf wegen in Dakar die door de Wereldbank worden gefinancierd en maar niet af komen en op z’n minst niet goed gebouwd worden. Volgens de foto hieronder is er in 2010 - 3.631.918 Euro naar Senegal overgemaakt. Werk uitgevoerd door 10 NGO’s uit Nederland. Een langdurige blik op de 10 websites van de deelnemers geeft een teleurstellend inzicht over de besteding van de fondsen en op de controleerbare behaalde resultaten. Het woord transparantie was in 2010 al zeer populair maar geen van de tien NGO’s is duidelijk. Geen van de 10 NGO’s heeft een briljante mislukking naar het Instituut voor Briljante Mislukkingen ingestuurd dus vallen de resultaten in Senegal misschien onder ‘interne leerprocessen’. Wat de 10 met elkaar gemeen hebben is dat zij geen noodhulp of wederopbouw hulp verlenen. Zij doen aan kennisoverdracht, capaciteitsopbouw en dragen oplossingen aan. Toch rijst de vraag hoeveel geld hebben deze organisaties zélf nodig gehad (in Nederland en Senegal) om hun doelstelling te bereiken. Hoeveel Senegalezen zijn er duurzaam door hen opgeleid om later hun werk  over te kunnen nemen. Hoeveel Senegalezen zijn er bereikt en hebben daadwerkelijk iets duurzaams geleerd of welke blijvende veranderingen zijn aantoonbaar en vandaag de dag nog zichtbaar. Op deze vragen geven de vaak prachtige websites geen antwoord. En ook bezoek op de door de NL NGO’s genoemde locaties geven een teleurstellend beeld. Een aantal van de Senegalese medewerkers van de betrokken NGO’s hebben een tijdje goed verdiend en konden toen ook trouwen en hebben vaak leuke gezinnetjes. Ze zijn heden op zoek naar werk. Het liefst bij een NGO.

Hoe groot het bedrag is wat door Nederlandse PI’s in 2010 in Senegal is besteed is helaas onbekend. Hun branche organisatie www.partin.nl was toen nog niet volledig op dreef. En er is nog geen database beschikbaar met NAW en financiële gegevens van PI’s die bijvoorbeeld Senegal een steuntje hebben gegeven.  Wat ik zelf aan ‘natte’ gegevens heb wijst op een bedrag van circa 300.000 Euro in 2010. Opvallend hierbij is dat er zelden meer dan 5% aan kosten wordt gemaakt door de PI zelf om hun doel te bereiken. In hun boekhoudingen zijn dan ook nauwelijks loonkosten te vinden. Soms een vergoeding voor een stagiaire of een klein bedrag aan kantoorkosten. Het draagvlak van de PI’s is kennelijk bereid om hun vele werk gratis te doen. Ik beveel het lidmaatschap van de Partin organisatie van harte aan o.a. omdat kennisoverdracht en van elkaar weten en leren hun succes bij de donateurs én ontvangers alleen maar groter kan maken. En laten we wel wezen een waterpomp door UNICEF geïnstalleerd kost vaak 10x meer dan een waterpomp door een PI en is even duurzaam. En stel dat de 10 genoemde NGO’s op het 2010 lijstje geen subsidies meer krijgen van de overheid? Neemt hun ‘draagvlak’ het dan over? Ben daarom ook reuze benieuwd naar de aanbevelingen van hun branche vereniging www.partos.nl. Kan Partos zich met succes verzetten tegen de Stef Blok’s en Wilders achtige types die met ongefundeerde en populistische uitspraken van de OS af willen? Of komt er na alle bezuinigingsronden alsnog een nieuwe orde aan ZZP’ers die zich als consultant voor OS projecten aanbieden en eerst hun eigen draagvlak (inkomen) moeten organiseren voor dat zij de ontwikkelingslanden kunnen helpen. 


Over consultants gesproken, ik kan mij voorstellen dat professioneel advies door ervaren (ex) NGO medewerkers de grote problemen die zijn ontstaan rond een Nederlands Educatie Centrum had kunnen vermijden. Onlangs is een groepje jongeren uit Cayar bij ons op bezoek geweest om hulp te vragen bij de overdracht van een nog steeds niet afgebouwd jongerencentrum op het strand van Cayar. De jongeren hebben verteld dat het leegstaande en onafgemaakte gebouw nu in handen is van een Amsterdamse familie en een Senegalese man die oorspronkelijk uit Dakar komt en niet uit Cayar. Een afsplitsing van dit project is wél succesvol. Onze reactie was: Lieve Cayar jongeren maak eerst een duidelijk businessplan en doe een helder voorstel over het ‘bezit’ van het gebouw. Dat kan alleen maar een stichting zijn bestuurd door vrijwilligers die publiek verantwoording afleggen aan de gemeenschap. Wij wachten nu op een reactie uit Cayar. Wij willen wel helpen want het gaat immers om een grote groep jongeren in Cayar en omgeving die al 4 jaar wachten. Grotere belangen zijn er volgens ons niet. En wat gisteren is gebeurd zou geen rol mogen spelen voor de toekomst van morgen.


Een onderzoeksgrafiek van het NCDO

The Hunger Project heeft in 20 jaar tijd op duurzame wijze meer dan 
250.000 mensen in Senegal bereikt.

Hunger Project spreiding in Senegal



 de website van Kinderen van Kayar




een nieuwe website van bezorgde Senegalese burgers



ex straatkind Assane slaapt lekker in dakarkids



zaterdag 23 juni 2012

Een loze put en wie het geld heeft is de baas in ontwikkelingswerk land

In onze wijk is men (zie eerste foto onderaan de tekst) al meer dan twee jaar bezig een stuk weg van hoog uit 2,5 kilometer te asfalteren en van trottoirs te voorzien. Er staat een groot en belangrijk aandoend aankondigingbord. Waarop te lezen valt wie er allemaal verantwoordelijk zijn. We hebben kunnen zien hoe er op dat kruispunt een grote betonnen put werd gebouwd waar de kanaliseringbuizen op aangesloten konden worden. Het is zo’n grote vierkante punt van drie bij drie meter met lager gelegen rondingen waar de 90 centimeter pijpen vanuit vier windrichtingen samen kunnen komen. Zag er goed uit toen. Alleen de geplande pijpleidingen vanuit die vierwindrichtingen zijn nooit aangelegd dus was die put ook overbodig. Na twee maanden werd de boel dicht gestort en weer een maand later stond er 70 centimeter water op het gehele kruispunt. Water wat nergens heen kon vanwege de heftige regenval. Enorme opstoppingen waren het gevolg. Toch durf ik met zekerheid te stellen dat het geld voor de aanleg van de kanaalpijpen wel is gefourneerd. Dat er mooi werktekeningen zijn gemaakt en klinkende afspraken over begeleiding en afwerking. Nu, een dik jaar later ziet de weg er nog steeds afschuwelijk uit. Al een maand heb ik geen werker meer gezien terwijl er nog zeker 40% van de weg en stoepen niet klaar zijn.

Op mijn reisjes door Senegal en omgeving kom ik veel onafgebouwde of vervalen gebouwen tegen ooit gefinancierd door buitenlandse NGO’s. Als ik weer eens de moed op kan brengen stop ik en vraag dan aan de bevolking wat er is gebeurt. Tsja, na drie (vaak minder) jaar waren er conflicten en was het geld op. De lokale mensen die verantwoordelijk waren zijn vertrokken en de buitenlanders waren teleurgesteld. Soms wonen er een paar families in de vervallen gebouwen. Onlangs heb ik nog een ‘voedingsbank voor arme gezinnen’ mogen bekijken die al vijf jaar geleden voor 40% is afgebouwd en nu door betonrot uit elkaar dreigt te vallen. Ooit gefinancierd  door internationale NGO’s die met prachtige websites ‘verantwoording’ aflegden en soms meedongen naar de jaarlijkse transparantprijs. Deze websites gaven hoog op van hun samenwerking met de lokale bestuurders en bevolking. De Senegalese overheid heeft in de afgelopen jaren het platteland op geen enkele wijze als prioriteit in het regeringsprogramma gehad waardoor de overheid de goedgemaakte afspraken net veel NGO’s niet zijn nagekomen. Dwz dit zijn vaak de woorden van de lokale personen waar ik een babbeltje mee had. De NGO’s trokken zich schielijk terug maar op de mooie NGO websites (als ze nog bestaan) lees je nooit verslagen van ‘vijf jaar later’ bezoekjes aan hun toen zo succesvolle projecten. Het is pas sinds een paar jaar een klein trendje om ‘briljante mislukkingen’ te bekronen. De meeste NGO’s blijken echter vanwege ‘werkdruk & tijdgebrek’ geen mislukkingen in gestuurd te hebben. Daar zou ik hen graag bij willen helpen. Een lijst van 100 is zo gemaakt en op de ‘Senegal lijst’ komen minsten 25 vanuit NL gefinancierde projecten voor. 

Om mijn opwinding en verdriet onder controle te houden lees ik graag ‘zie je wel’ verhalen. Bijvoorbeeld de thesis van Willem Elbers met de mooie titel ‘The Partnership Paradox’ januari 2012. Hij legt weliswaar in het engels maar op een aantrekkelijke manier een aantal vingers op verborgen maar zeer pijnlijke NGO plekken. Waaronder de grote machtsinvloed op ontvangende partijen. Willem Elbers heeft zijn proefschrift op de Radboud Universiteit Nijmegen mogen verdedigen en zijn copromotor was Dr. L. Schulpen. Ook al zo’n man die ik in mijn wetenschappelijke hart heb kunnen sluiten vanwege zijn soms opmerkelijke onderzoeken naar de effectiviteit van de hulp opgezet door PI’s ofwel Particuliere Initiatieven. De heren zijn beiden Sociale Wetenschap mannen. Het proefschrift van Elbers lees je niet even snel door maar het blijkt zeer de moeite waard. Ook voor mensen die het te druk hebben met het verbeteren van de  wereld en aldus weinig tijd hebben voor reflexie. Misschien is het handig om dan eerst weer eens Norbert Elias (Het Civilisatieproces) en Michel Foucault te lezen die ook zo fijn over macht heeft geschreven. Deze twee boeken worden extra bijzonder als je Afrika goed kent. Lees dan als toetje Dambisa Moyo ‘Doodlopende hulp’ en iedereen begint te begrijpen waarom die weg in onze buurt nog steeds niet klaar is en veel NGO’s de weg een beetje kwijt zijn.

In een uitgave van viceversaonline.nl licht Willem Elbers alvast een tipje van de paradoxale sluier op. Hij schrijft over de groeiende dominantie van het managementdenken. Een topic waar ondertussen geheel Nederland de wrange vruchten van plukt. De belofte was effectiviteit en efficiëntie, resultaatmeting en het einde van willekeur en incompetentie.  Onder zijn artikel is de link naar zijn proefschrift te vind. Er was na een paar dagen al kritiek op Willem. Door René Grotenhuis van Cordaid. Die kan dus snel lezen. René ziet het als theoloog (Cordaid mensen in nood – Geloven dat het kan) anders dan Willem, dat maakt zijn reactie wel duidelijk. Maar is het niet zo dat Willem Elbers juist schrijft over de macht van het geld en dat de machthebber dan de regels mag bepalen en dat de ontvangende partijen zich moeten voegen aan de opgelegde regels waardoor het niet hún regels zijn en zij dus met moeite eigenaar van de oplossing kunnen worden. Onlangs is een bedrag van 26.000 Nederlandse Euro bij ons in de buurt geïnvesteerd in een landbouw opleidingscentrum. Een bezoekje aan dat project leert dat men duidelijk niet doet wat is afgesproken en dat de opgeleide jongeren nauwelijks kans op een werkkring dus inkomen maken. Het is een soort goedbedoeld noodhulp bedrag maar heeft niets te maken met een duurzame oplossing. En het karakteriseert meteen dat de veelheid aan kort lopende NGO of PI projecten zelden duurzaam zijn. Duurzaam duurt wat langer, minstens 25 jaar ofwel één generatie.

Wat dat betreft lijken veel NGO en PI projecten veel op het asfaltdrama bij mij om de hoek, met dat mooie bord. Die weg is met de beste bedoelingen gepland in mooie en efficient c.q. resultaat gericht werkende kantoren van organisaties in binnen en buitenland. Jotum werd er op een goed moment geroepen, ons werk is klaar we gaan de opdracht geven aan de uitvoerders. Om 17.00 uur werd de airco afgezet en de brandschone oversized 4x4 Land Cruisers gingen ieder hun weg. De volgende dag had de uitvoerder de eerste bijeenkomst met de onderaannemers. De dag daarna hadden de onderaannemers een bijeenkomst met de onder-onder aannemers die hun familieleden opdracht gaven om broers en ooms en anders aangetrouwd tot ‘wegwerker’ te bombarderen. Een redelijk ervaren stoepenmaker geeft leiding aan 40 anderen die in de komende maanden allemaal een eigen stoep gaan maken, die er dan telkens uniek uit ziet. De betalingen zorgen voor veel vertraging. Want het geld gaat langdurig door veel kanalen en handen. Laten we eens 50 Euro volgen. Eén vierkante meter stoep was begroot op 50 Euro waarvan 10 Euro managementkosten. Door alle tussenpersonen blijft er van die resterende 40 Euro nog maar 15 Euro over om de stoep te maken die ziet er daarom niet best uit. De managementkosten zijn aldus 50% hoger dan noodzakelijk. Kennen wij dat probleem ook niet in Nederland?

René en Willem hebben allebei gelijk als ze zeggen dat er verandering nodig is in het omgaan met geld van anderen. De eerste verandering die nodig  blijkt is het ondersteunen van de lokale democratische processen die nodig zijn om het volk zelf de kans te geven hun eigen ontwikkeling in de hand te nemen. Stop dus je geld in lokale gemeenschap projecten en doe de knip pas open als iedereen achter de komst van die nieuwe weg staat. En breng voortdurend in woord en beeld verslag uit van de positieve en negatieve ontwikkelingen. Projecten die uitgevoerd door één lokale ondernemer en met lokale werkers die dagelijks begeleid worden en wekelijks op behaalde resultaten wordt afgerekend hebben het meeste succes omdat de lokale ondernemers en medewerkers niet van gezichtsverlies houden. Natuurlijk mag er een bijvoorbeeld Nederlandse wegen-en-stoepen bouwer uit Delft op kosten van PUM of een andere NGO aanwezig zijn om de werkers met raad en daad bij te staan. Ondanks zijn cultuur shock moet hij gewoon die weg gaan meehelpen bouwen en dagelijks in de bouwkeet en op de weg te vinden zijn. Gezellig en zinvol zo’n uitwisseling met een wekelijks foto en geld verslag. Ik geniet nu al van de foto’s op bijvoorbeeld de Oxfam Novib website.

Wij proberen of beter gezegd testen in het Afrikaanse Yoff een nieuwe vorm van ontwikkelingssamenwerking uit. De huidige computeranimaties en illustratie technieken gecombineerd met de inzet van stedenbouwkundigen en landschaparchitecten leiden tot bijzonder plezierige en concrete discussies met lokale bevolkingsgroepen. Ook de betrokkenheid word vergroot. Met video filmpjes en animaties van 2D naar 3D kan je heel goed laten zien hoe het was en hoe het kan worden. Iedereen wil dat het havenloze en oude stadion van Yoff wordt opgeknapt. Wij ook, want onze eigen 200 kinderen voetballen er dagelijks. De burgemeester heeft in Yoff niets te zeggen vanwege problemen met de oude wijze mannen. En de oude wijze mannen hebben het vertrouwen verspeeld van de Gouverneur van Dakar die over alle deelgemeenten gaat. Dus van hun moeten wij het niet hebben. Tijdens het vooronderzoek in Yoff zijn wij gestuit op een 20tal groeperingen en individuen die zich de ‘eigenaar’ van het stadion noemen of zeggen op z’n minst de volledige zeggenschap te bezitten. Géén van deze partijen en individuen kon dit echter met een formele en getekende opdracht aantonen. Toen kwamen de drie families op de proppen die ooit de terreinen hadden overgedragen aan de Commune. Zij beweerden om het hardst dat zij de énige zeggenschap zouden hebben en dat zij dus het geld voor de investeringen wilden beheren en het werk ook uit zouden laten voeren. Na onderzoek bleek dat zij met andere terreinen gecompenseerd waren en dat zij geen enkel recht meer zouden hebben. Op de vraag of zij een portfolio hadden met reeds uitgevoerde stadionprojecten hebben wij helaas geen antwoord gekregen. Eigenlijk kregen wij van niemand een behoorlijk antwoord dus dat maakte de weg vrij voor burgerinitiatief. 

In mijn volgende bericht zal ik uitgebreid aandacht besteden aan het plan rond het nieuwe stadion van Yoff. Als warmmaker voor het nieuwe Eco Stadion zijn wij onlangs begonnen met een schoonmaakcampagne die al veel tongen heeft losgemaakt.


het bord met geld van de Banque Mondiale - World Bank

de weg springt in 3 treden naar beneden naar de grote doorgaande weg


De grote loze put ligt keurig onder het asfalt. 
Hoe de veel hoger uitvallende aansluiting van de weg met het bord Route Baree 
aan moet sluiten op het veel lager gelegen gedeelte waar ook nog eens de loze put onder verborgen zit is een groot raadsel. Juist dit kruispunt is een soort trechter.


de stoep

en nog een stuk stoep ! 
er is nergens een hemelwater afvoer voorziening gepland

















al op de kleuterschool reageerde ik mij soms af 
met knippen en plakken 



vrijdag 8 juni 2012

Armoedebestrijding is ook je rotzooi opruimen

Vroeger toen alles nog goed was werd je niet oud, was je vaker ziek en maakte je weinig troep. Kranten en tijdschriften werden niet bezorgd want je kon toch niet lezen. En er was per dorp één verteller die uit één boek voorlas en de rest van de verhalen kwamen met de bezoekers mee. Er was toen gewoon nog heel weinig troep. Er werd gekookt in potten van klei of pannen van staal die opnieuw gesmolten konden worden. Pas vanaf de jaren vijftig kwam er plastic en ander moeilijk op te ruimen afval. Wij zijn sinds enige maanden gaan onderzoeken hoeveel huisvuil een gemiddeld gezin per week in onze wijk produceert. Wij weten hoeveel mensen er wonen. Dus kunnen wij de troep per hoofd van de bevolking redelijk goed uitrekenen. Wij zijn begonnen bij ons zelf en wij produceren gemiddeld 2 volle goed aangestampte vuilniszakken met huisvuil per week. Etensresten hebben wij nauwelijks en het groene afval uit de tuintjes van de jongens laten wij verdorren en mengen het later met paardenmest van de vele paarden die hier nog met karren van alles en nog wat vervoeren. In onze vuilniszakken zit weinig karton. Wel veel plastic water- en schoonmaakmiddel flessen en veel plastic zakken van heel klein tot formaat boodschappentas. En papier waaronder stukken krant die als verpakking werden gebruikt door de winkelier. Papiertjes van de jongens. Kapotte goedkope kleding waar vaak veel plastic fiber in zit. Kapotte sandalen, goedkope schoenen waar ook veel plastic in zit. Niet eens zo oud speelgoed, lege balpennen, kapotte emmers, plastic bezems want goeie zijn niet te krijgen of onbetaalbaar. 

Al met al produceren wij met gemiddeld 15 bewoners circa 5 kilo plastic per maand. Dat is dus 300 gram per persoon per maand. Ons arrondissement wordt inofficieel bewoond door circa 120.000 personen. Dat is dus circa 36.000 kilo plastic per maand. Dan heb je de vele winkeliertjes en de groothandels en alle andere bedrijfjes waaronder de weekmarkt en komen wij na veel gesprekken en observaties op nog eens circa 55.000 kilo plastic of verwante producten zoals de grote hoeveelheid gebruikte computers en TV toestellen en natuurlijk de uiterst moeilijk recyclebare mobiele telefoontjes. Al doorrekenend kwamen wij op 20 miljoen ton vuil per jaar voor heel Dakar. En waar gaat die troep naar toe? Iets meer dan de helft wordt opgehaald en afgevoerd naar grote vuilnisbelten buiten de stad en veelal in diepe kuilen gestort. Wat niet opgehaald word vind je op straat of het wordt in tuinen begraven of in diepe kuilen op het strand. Getver!

Ondanks het feit dat er in Senegal 80% minder huisvuil wordt geproduceerd dan in Nederland is het alhier buitengewoon smerig op straat vanwege het grote gebrek aan ophaal en verwerkingsdiensten. Ondertussen weten wij dat vuil geld waard is. Bijvoorbeeld 60 KW stroom per huisvuilzak. Geselecteerd en gerecycled plastic kan voor meer dan 80% hergebruikt worden. De bandenbergen zijn goed voor een aardige lokale schoenen en deurmatten fabriek. Wij hebben vastgesteld dat Senegal ook vanwege gebrek aan kennis en daadkracht veel geld op straat laat liggen. Wij hebben maar weer eens een gezellig rondje langs de notabelen en bestuurders gemaakt omdat de huidige burgemeester niets mag zeggen en op een dood zijspoor zit. Het African Studies Centre uit Leiden heeft in 2011 over deze 70 wethouders geschreven. En de conversaties waren zoals gebruikelijk weer Youp van ’t Hek achtige gesprekken met een hoog vilein cabaret gehalte. Met veel mannen in prachtige gewaden die riepen dat ‘het volk’ opgevoed moest worden en dat er geen geld was om dat te doen en dat er buitenlandse hulp nodig was. Maar Heren! Het geld ligt op straat! Kijkt  u eens naar onze foto’s en berekeningen. De foto’s die wij maken zijn schokkend, het is immers hun eigen woonomgeving. En zijn zij zelf ook niet ‘het volk’? Ja maar de verantwoordelijke voor de ecologie projecten is al een jaar ziek. Of - , er wordt op het Ministerie aan gewerkt en wij moeten dus afwachten. Nadat wij nog hebben toegevoegd dat er met gemak twee kilometer autoroute of twintig kilometer straat aangelegd kan worden met al het bouwvuil uit de straatjes van alle wijken lieten wij de geschokte en stilgevallen heren licht groen achter met hun zware bestuurlijke werkzaamheden.


Op naar het gemeentehuis wat hier trouwens Hotel de Ville heet en waar de medewerkers mogen slapen voor dat zij weer naar huis gaan. Waar is de verantwoordelijke voor het huisvuil vroegen wij aan de balie. Waarom heeft u die nodig werd er nors gevraagd? Omdat het overal zo smerig is was ons antwoord. Oh die mijnheer die daar over gaat is er vandaag niet. O ja, is hij er morgen dan wél? Nee eigenlijk ook niet! Volgende week - vroegen wij weifelend. Nou nee dan ook niet.... Laatste vraag waarom heeft jullie gemeentelijke website geen enkel telefoonnummer? Bijvoorbeeld voor vragen of klachten. Daar hebben wij geen tijd en geld voor was het antwoord. Sinds kort is er een nieuwe minister voor landelijke schoonmaak zaken. Die is zich nog aan het inwerken werd er gezegd. Zijn voorganger wordt momenteel vastgehouden op verdenking van verduistering of zo iets.

West Afrikanen wonen op het platte land of in de stad en bijna allemaal in groot familieverband. Gemiddeld tussen de tien en vijfentwintig personen en met zeer weinig privacy. In gunstige gevallen zijn er dan een of twee familieleden met een relatief vast inkomen en de resterende familieleden die zouden kunnen werken rommelen er wat bij in de marge van de magere economie. De familiekas wordt nogal eens aangevuld met geld van familieleden die buiten Senegal in een ontwikkeld land wonen en aldus volgens de familie ‘rijk’ (moeten) zijn. Er wordt veel gebeden bij ons in de omgeving omdat wij vlak bij het centrum van een religieuze broederschap wonen. Behalve de gangbare vijf keer per dag zijn er veel grote en kleine religieuze bijeenkomsten. Daarnaast gebeurt het vaak dat gezinsleden met elkaar besluiten om in kleine kring spontaan bid en zing feestjes te houden. Er wordt dan een geluidsinstallatie gehuurd met luidsprekers die op dakranden worden geplaatst de straat wordt min of meer afgezet en op vol volume schalt tot circa 01.00 uur de stem van de voorganger gevolgd door de resterende zangers. Het gebeurt ook een paar keer per jaar op 25 meter van ons huis en het lijkt wel alsof de luidsprekers voor onze ramen zijn gezet. Niemand vraagt aan de buren toestemming. 

Wij zijn dus weer terug bij ‘het volk’ want daar moet je zijn als je iets wilt veranderen. Het jonge volk speelt graag voetbal en andere sporten en enige maanden geleden hebben wij het initiatief genomen om samen met een Nederlandse stedenbouwkundige en haar Senegalese collega’s het lokale stadion grondig op te knapen. Behalve dat renovatie hard nodig is zagen wij het ook als noodzaak om openbaar keihard aan de bel te trekken vanwege de al maar slinkende publieke ruimte door de ongecontroleerde wildgroei aan huizenbouw. Door grondspeculatie is nog circa 8% publieke ruimte over voor een bevolking waarvan 60% onder de 25 jaar oud is. De jeugd heeft immers de toekomst. Of ligt dat soms anders volgens de notabelen en de lokale bestuurders? Zij waren geschokt toen wij hen de geografische kaarten lieten zien die Roos Limburg had gemaakt over de groei van Yoff sinds begin jaren '70. Het is opvallend hoe weinig huizen er daadwerkelijk afgebouwd worden. Behalve veel bouwvuil wordt ook vaak huisvuil in de half afgebouwde panden gekieperd. Gevaarlijk, omdat het ongedierte aantrekt maar ook vaak als speelruimte door kinderen wordt gebruikt die hierdoor vaak ernstige infecties op doen. 


Maar wat heeft onze omgeving aan een mooi nieuw ecologisch stadion als de rest van de omgeving steeds meer vervuild? Wij hebben vooraf gaand aan de verbouwing van het stadion een schoonmaak campagne bedacht die vandaag drie weken oud is en nu al veel reacties op heeft geleverd.  De ‘toon’ van de campagne is afgestemd op de beleving van de jonge en oude bewoners. Confronterende foto’s met weinig teksten in een soort Franse taal wat hier gebruikelijk is. Soms grappig, dan weer ontroerend afgewisseld met soms schokkende beelden. Het is een serie van circa 500 spraakmakende fotokaarten waarin uiteindelijk alle herkenbare punten van het arrondissement te zien zullen zijn. Daarnaast een Facebook pagina die na twee weken al meer dan 600 vrienden heeft en naar verwachting zal uitgroeien tot een actieplatform wat 3 op de 10 bewoners zal bereiken. Wij veranderen onze voetbalclub met de beste spelers van Yoff, naar een club in 100% gesponsorde kleding en schoeisel in strak groen en er wordt gespeeld met groene voetballen. Dat wordt lekker voordelig spelen want zij behoeven geen dure outfits meer te kopen en zij gaan tevens vertellen waarom zij zo groen zijn gaan doen. In het voorjaar van 2013 zal de eerste gratis huis aan huis Yoff Vert groenkrant verspreid gaan worden. En hierbij stuiten wij op een nieuw probleem. Een van de grootste problemen in Senegal is het verzorgen van uitingen met een heldere boodschap zoals goed geschreven brieven en andere gedrukte zaken waaronder rapportages of kwalitatief hoogstaande inzet van media zoals film en TV. Door de gebrekkige opleidingen en outillage van leraren wordt veel potentieel niet bereikt en is de kwaliteit van de uitingen uitgesproken laag en bereikt veelal niet het gewenste doel. Ook de journalistiek staat op een treurig laag inhoudelijk niveau en dat is goed te zien aan de gebrekkige en vaak liefdeloze opmaak van de landelijke kranten en tijdschriften. Er zijn in Senegal geen behoorlijke grafische of audiovisuele opleidingen op middelbaar of hoger niveau. 


Er is echter wel een zeer grote vraag naar goed verzorgde uitingen op het gebied van communicatie zoals drukwerk, websites bouwen en audiovisuele producties. Om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van het grote potentieel leergierige en vaak zeer intelligente jongeren hebben wij een Creatief Laboratorium opgezet wat op commerciële basis producties gaat verzorgen én leerlingen op zal leiden die binnen een jaar meer zullen leren dan elders in drie jaar. Geselecteerde docenten die hun vak beheersen en pedagogische vaardigheden worden bijgeschoold en kunnen als ZZP’er in het Lab aan het werk met de verplichting om dagelijks twee leerlingen te begeleiden en goed in te voeren in hun specifieke werkgebied. De ZZP’er docenten komen uitdrukkelijk niet in dienst maar worden wel administratief en inhoudelijk intensief ondersteund waardoor zij zich aan kwaliteits en leveringsafspraken kunnen houden. De kosten van het gebouw en inrichting worden gefinancierd en maandelijks hoofdelijk verrekend. De werkomgeving wordt voor Senegalese begrippen zeer ‘clean’ en niet zomaar toegankelijk voor vriendjes en vriendinnetjes. Docenten/zelfstandig ondernemers die alsnog niet optimaal functioneren voelen dat maandelijks in hun portemonnee maar ook op collegiaal vlak want er zal niets de deur uitgaan voordat iedereen het heeft gezien en beoordeeld. De hierboven geschetste aanpak breekt volledig met de Senegalese traditie van paternalisme en vriendjespolitiek. De lopende gesprekken met de aspirant docenten / ondernemers zijn daardoor zeer intensief en vaak ook emotioneel omdat men in moet zien dat men zélf verantwoordelijk is voor het eigen succes én het succes van de collega's. Een heldere overeenkomst is immers wat anders dan een contract.

De gekozen aanpak voor CreaLabYoff biedt ook (werk)perspectieven voor buitenlandse ontwikkelingswerkers/creatievelingen die op z’n minst een van de in het CreaLab benodigde disciplines volledig in de vingers hebben. Zij kunnen de CreaLab docenten en leerlingen bijstaan en door hun bijdrage hun verblijf bekostigen en tegelijkertijd op een bijzonder intensieve wijze kennis maken met Senegal. Verzoeken om inlichtingen kunnen vergezeld van een CV met foto en eventueel portfolio aan crealabyoff@gmail.com gestuurd worden. Basiskennis van de Franse taal is voldoende omdat wij graag zien dat er Engels wordt gesproken en gelezen vanwege het veel grotere aanbod van software en hardware waarbij kennis van het engels onontbeerlijk is. Introductie trainingen voor buitenlandse deelnemers aan de CreaLab projecten worden voorafgaand verzorgd door het Dakar Development Training CentreNatuurlijk blijven buitenlandse antropologen, pedagogen, psychologen, land en tuinbouw, verplegers/sters, onderwijzers, sportleiders – dus studenten van harte welkom om ons te bezoeken of een stage of training bij ons  te doen. Gewoon even schrijven!

Andere uitdagingen zijn er genoeg! Zoals bijvoorbeeld Saliou van twaalf. Hieronder op de foto met Sara een bestuurslid van een hulporganisatie uit Mbour. Saliou is doof geboren, in een zeer landelijke en arme omgeving op 100 kilometer van Dakar. Nu Saliou in de prepuberteit is gekomen wordt hij onhanteerbaar voor zijn moeder en in zijn woonomgeving. Of Saliou eens door ons bekeken kon worden was de vraag. Aida Grovestins was die middag ook bij ons op bezoek die heeft Saliou ook gezien, volgens ons vond zij hem ook heel lief. Een magere jongen van twaalf opgesloten, in een stille eigen wereld. Met veel voor hem zichtbare maar onuitspreekbare prikkels. Thuis, op straat, in de wijk en overal waar hij komt waar veel te zien en te beleven is creëert hij noodgedwongen een eigen wereld. Een wereld waarin voor Saliou alles stil blijft. Saliou leeft in een beelden wereld die hij zelf een namen heeft gegeven. Een taal die alleen Saliou kent. Je kan Saliou niet roepen. Alle vloeren zijn van steen of zand in Senegal. Stampen met je voet waardoor de trillingen hem bereiken zou wel zo fijn voor hem zijn. Klok kijken zegt hem niets. Hij kent tijdsverschillen, maar door zijn onregelmatige leven en het gebrek aan structuur is Saliou verwilderd. Saliou blijkt buitengewoon intelligent te zijn en vermoedelijk zijn wij net op tijd om hem nog veel overlevingstechnieken en gebarentaal aan te leren. Hij kan bij ons blijven als wij 100 Euro per maand extra kunnen vinden. Saliou is het meer dan waard. Wie wil een gebaar maken of de oom(s) of tante(s) van Saliou worden? Dan doen wij de rest met liefde en plezier!

Op de foto Saliou, twaalf jaar oud













dakarkid Elhadji (17) wil graag een transfer naar FC Yoff Vert