Posts tonen met het label Louise Ploumen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Louise Ploumen. Alle posts tonen

zaterdag 17 mei 2014

Afrikaanse toverdrankjes en andere rituelen als therapie bij een dissociatieve identiteitsstoornis


Op 28 maart 2013 schreef ik over Dakarkid J. Lees daaronder het vervolg. J. een jaar later.

Dit is geen mooi verhaal. Sinds een paar maanden hebben wij een nieuwe jongen in ons opvanghuis. Wij noemen hem hier maar J. want hij werd op Kerstavond gebracht. Hij is dertien, te slank en eigenlijk iets te klein voor zijn leeftijd. Hij heeft een vriendelijk en charmant gezicht en grote vragende ogen die soms en onverwacht kunnen veranderen in een donkere blik. Ook zijn lippen verstrakken dan en zijn gezichtsuitdrukking veranderd van open naar boos gesloten. In zijn mondhoeken spelen zich dan zenuwtrekjes af en zijn stemgeluid heeft een ander timbre. J. kan zeer behulpzaam zijn en wist al na korte tijd goed de weg in het gehele huis.

Aan tafel, als wij met z’n allen eten kan hij heel zwijgzaam zijn of samenzweerderig fluisteren en afkeurende geluiden mompelen. Op andere momenten is hij vrolijk en kan met veel plezier anekdotes vertellen die vaak gaan over vreemd gedrag van anderen op school of op straat. Het zijn dan de anekdotes van een observator die een voor hem vreemde wereld beschrijft waar hij zelf niet aan deelneemt.

J. kan heel lief en voorkomend zijn. Hij is dan zeer hulpvaardig en voert snel kleine taken uit. Hij luistert aandachtig en lijkt dan tevens te willen leren. Hij kan toenadering zoeken en bijna affectief zijn. De lichte verkramptheid die hij dan meebrengt lijkt op charmante onhandigheid of zenuwachtigheid. Soms wil hij het té goed doen en dan moet de taak of opdracht meerdere keren uitgelegd worden.

J. laat geld stelen. Hij spoorde een andere jongen aan die ook nog niet zo lang bij ons woont om geld te stelen. Hij observeert een tijdje waar het geld te halen zou zijn. Ontwikkelt dan een strategie. Spreekt het scenario langdurig door met zijn makkelijk te beïnvloeden vazal en laat de vazal het geld stelen. Natuurlijk komt het uit. De dief wordt zwaarder gestraft dan de mededader. Maar na de derde keer werd het patroon duidelijk. J. was steeds betrokken geweest en bleek het plan bedacht te hebben.

Wij hanteren een open systeem. Als er iets gejat is dan wordt het uitgebreid aan tafel of in de woonkamer met alle kinderen besproken. De dader(s) worden aangespoord om van A tot Z te vertellen hóe zij te werk zijn gegaan en wát zij met het gestolen geld of voedsel hebben gedaan. Wat zij gekocht hebben of bij welke voetbaltafel in de buurt zij met het gestolen geld hebben gespeeld. Dan, vertellen wij hoe wij er achter zijn gekomen en hoe het ‘verhoor’ is verlopen. En welke straf wij hebben opgelegd. Onze straffen zijn extreem mild in vergelijk met de straffen die in Senegalese families worden gegeven. Wij werken mee aan schaamte door het ‘open te gooien’. 

Dieven worden hier in Senegal over het algemeen buitengewoon hard geslagen. En vaak met broekriemen of stokken bewerkt. Tot bloedens toe. J. blijkt dit vroeger herhaaldelijk te hebben ondergaan. Hij is zelfs een aantal keren door speciale Marabouts (traditionele genezers) behandeld, met anti-steel kruiden en speciale drankjes. Er is ook een klein schaapje geofferd en J. kreeg een lange veter om zijn heupen met kleine leren zakjes waarin Koranspreuken en toverkruiden zijn genaaid.

J. is aangemeld door zijn moeder. Een moeder van de Serer stam die op 15 jarige leeftijd is verleid door een 12 jaar oudere Lebou –man. De Lebou zijn de oorspronkelijke vissers uit onze wijk. De moeder was als dienstmeisje naar Dakar gekomen en werkte bij een bevriende familie van de verleider. Toen de moeder zwanger bleek vluchtte de man naar de omgeving van St. Louis en heeft zijn zoon J. nooit gezien. De jonge moeder ontmoete een paar jaar later een andere Lebou man. Zij trouwden en zij kregen samen een tweeling en nog een derde jongen. De kleine J. werd echter nooit echt in de nieuwe familie opgenomen waar de moeder minder als schoondochter maar eerder als dienstmeid werd opgenomen.

J. was het onechte en ongewenste kind wat al vroeg leerde om onzichtbaar te zijn in de sociale context van de grote Lebou familie. Families die scholing uit de weg gaan want de bewerkelijke visvangst bracht genoeg inkomen als iedereen van jongs af aan zou meewerken. Door de leegvisserij van de grote trawlers uit Europa, China en Japan is de armoede onder de Lebou vissers aan de kust van Senegal de laatste twintig jaar bijzonder toegenomen. Hierdoor kwamen huwelijken onder druk te staan en verlieten veel mannen hun gezinnen om nooit meer terug te komen.

De moeder van J. werd gedwongen om buitenshuis te gaan werken als schoonmaakster maar moest wel haar volledige salaris inleveren. Na het laatste kind was de liefde tussen de moeder en de man over. De moeder leefde met haar vier jongens in een zijkamer van de binnenplaats en moest na haar schoonmaakwerk bij een Europees-Senegalees echtpaar eenmaal thuis gekomen de was doen voor de gehele Lebou familie. Verleden najaar is zij weggegaan uit de familie. Zij mocht alleen J. meenemen. Na enige weken heeft zij J. bij ons aangemeld. Zij had onvoldoende geld om hem te eten te geven en J. bleek hele dagen door de wijk te zwerven. Ook omdat hij geen schoolspullen had.

J. is dus anders dan onze andere kinderen. J. blijkt dubbel aandacht nodig te hebben. J. heeft twee zeer verschillende persoonlijkheden in dat slanke wat nerveuze lichaam. Met die grote soms prachtige en dan weer zo donkere ogen. J. leeft in twee werelden. De ene wereld is een gedroomde wereld. Het is de wereld waarin hij zijn vader ontmoet die een succesvol zakenman blijkt te zijn in St. Louis en al jaren naar zijn zoon J. verlangt die het zo goed doet op school en zo slim en charmant is waardoor de vader enorm veel van hem houdt. Op een dag ontmoet J. eindelijk zijn vader die hem met betraande ogen aankijkt en niets anders kan zeggen dan - ik heb altijd van je gehouden mijn zoon.

De andere wereld van J. is de klagende moeder die hem aan zich bind door álles met hem te bespreken. Haar dagelijkse zorgen, haar haat tegen die twee mannen die haar vier kinderen hebben geschonken maar niets voor haar en haar kinderen willen doen. De klagende en verlaten moeder zit dan in haar kamertje met het 15watt lampje. Haar schaarse bezittingen in een paar zakken. Een mat met een goedkope ingezakte matras is haar stoel. J. zit op enige afstand op de grond tegen de muur geleund met opgetrokken knieën en luistert en reageert soms beleefd of semi-grappig op de klaagzang van zijn moeder. J. heeft zelf nauwelijks kleding of bezittingen. Dat is hij gewend. Zijn enig houvast is die verre vader die zo veel van hem houd.

J. en ik hebben onlangs een lang gesprek gehad. - J. weet je eigenlijk wel dat wij hier in huis heel veel van je houden? – Ook al steel je de hele toko leeg. Want eigenlijk steel jij van jezelf. Want alles wat hier is, is er ook voor jou en dus ook ván jou.

J. kijkt verschrikt op. - Ja J. wij houden van jou want wij denken dat wij weten waarom jij zo bent. Er wonen twee héél verschillende jongens in jou. Twee jongens die elkaar niet goed kennen en toch al heel lang samen wonen. Ons probleem is dat wij eigenlijk maar met één van de twee om kunnen gaan. Jij zal dus een keuze moeten maken wie van de twee mag blijven. Die twee jongens die in jou wonen zijn allebei even goed en soms heel ondeugend met momenten van opjutten tot stelen van spullen of geld wat niet van een van die twee jongens is. 

Je zal dus moeten kiezen wie hier mag blijven wonen. Want diegene die hier van jou mag blijven wonen die zal alle liefde en aandacht krijgen die nodig is om wat vroeger allemaal gebeurd is een beetje goed te krijgen. De liefde en aandacht kan er ook voor zorgen dat jij je hersenen gaat gebruiken om het goed te doen op school en dat je vrienden krijgt die niet behoeven te kiezen uit één van die jongens die in jou wonen. Jou aanstaande vrienden hebben toch ook het recht om te weten met wie zij bevriend zijn!

J. laat zijn hoofd zakken. Zijn schouders trekken iets naar elkaar toe en zijn blote voeten zoeken elkaar. Hij ziet er zo kwetsbaar uit. Het lijkt wel alsof wij achter zijn geheim zijn gekomen. Zijn dubbelleven. Zijn gedroomde realiteiten die hem de kracht gaven om alle problemen en de afwijzingen te kunnen overleven. Zijn wijze van (negatieve) aandacht vragen door te stelen, straf te krijgen en dan vergeven te worden omdat J. zich dan een tijdje voorbeeldig gedraagt en dan kleine complimenten krijgt. Complimenten die hij zo hard nodig heeft.

De grote loyaliteit aan zijn moeder kan hem zeker vergeven worden. Hij is haar zoon, haar surrogaat man én de beschermende surrogaat vader van de jongere andere drie kinderen. Toch wel wat te veel voor een jongen van dertien.

J. eigenlijk heb je wel mazzel – Je hebt nu een tamelijk witte vader en nog belangrijker een oudere broer (opvoeder L.) die ook jou grote broer, oom, vriend en begeleider is. En J. wij hebben besloten dat we nog beter voor je gaan zorgen dan de laatste maanden. We gaan géén kasten voor jou op slot doen. Je mag overal aanzitten. En je mag naar buiten wanneer je maar wilt, als je het maar even meldt want dat is normaal! Je moet zelf maar gaan kiezen wie jij wil zijn. En je moet eens gaan nadenken waar jij eigenlijk naar toe wilt. Niet vandaag maar in de toekomst. Want het is jou toekomst. 

J. hief zijn hoofd weer op hij zat er niet meer zo verslagen bij. Maar leek eerder opgelucht. Alsof er een grote last van hem was afgevallen. De laatste weken lijkt J. wat meer ontspannen te zijn. Gisteren trok ik hem even naar me toe. Je doet het goed J., je doet het goed!

J. zal echter niet snel kunnen veranderen. Hij heeft veel tijd nodig om de trauma’s van voorheen te kunnen wegwerken. Die tijd gaat hij ook krijgen. Er is in Europa een discussie gaande over het probleem waar J. kennelijk mee kampt (dissociatieve identiteitsstoornis). In Villa Dakarkids zijn wij niet zo van de etiketjes en labels. Liever bieden wij een heldere structuur met veel regelmaat en rust momenten waarin er voldoende vrijheid is voor ieder individu om zijn eigen persoonlijkheid te ontwikkelen. 

De andere kinderen in huis zijn door de open gesprekken over wat goed en slecht is voldoende in staat om J. ook te helpen met het vinden van zijn persoonlijkheid. Daarbij komt dat kinderen toch niet doen wat je hun zegt. Je moet hen voordoen of voorleven hoe jij het zou willen hebben. En wie is er eigenlijk wél normaal? 

Hoe gaat het nu met J. - 16 mei 2014

Wij zijn meer dan een jaar verder. J. heeft vele worstelingen met zijn persoonlijkheden door gemaakt. De heftige band met zijn moeder veroorzaakt de grootste problemen. Het is een wederzijdse haat-liefde verhouding en zij laten elkaar nauwelijks los. J. slaapt 's nachts bij zijn moeder in de kamer en gaat overdag naar school en is daarna bij ons voor het middag en avond eten. Zijn moeder zegt nooit geld te hebben voor zijn eten, drinken, kleding en schoolspullen. Toch is zij zeker 15 kilo dikker geworden in het afgelopen jaar. Zij is kookster in een Senegalees-Frans gezien in de rijke mensen buurt van Dakar. Zij verdient 60 euro per maand voor zes dagen werken van 7.00 tot 15.00 uur. 

J. is het afgelopen jaar vaak 'in de fout gegaan'. Hij pikt kleine bedragen door boodschappen half uit te voeren. Hij komt dan met minder terug dan was gevraagd. Of hij pikt gehaalde boodschappen terug en wisselt deze in voor geld in de winkel waar hij voor ons de boodschappen haalde. 

Op school zorgt hij ervoor dat hij voor alles net een 6 haalt. Dus hij gaat wel over. Zo doet J. het met alles. Hij loopt voortdurend op het scherp van de snede. Onlangs kwam hij uit school. Hij had met typex het woord 'normal' op zijn arm geschreven. Sindsdien word hij 'normal' genoemd. De wens om 'normal' te zijn was kennelijk meester van de gedachte. De warmte, structuur en confrontaties met zijn gedrag lijken aan te slaan bij J. Toch vermoed ik dat hij nog een zeer lange weg heeft te gaan. In zijn ogen leeft voortdurend een ander vuur. Een onbestemd vuur. 

Zijn stem kan warm en sympathiek zijn. Als hij liegt of ontkend dan fluistert hij bijna. Gelukkig laat hij zich niet ontmoedigen en blijft hij komen. In de zomervakantie gaat hij drie maanden naar Sandiara. Wij hebben een plek voor hem gevonden bij een oude wijze natuurgenezer. Hopend dat J. tussen de kruiden en planten zich nog 'normaler' gaat voelen. 





West Afrikaanse maskers geven over het algemeen 
een gemoedstoestand weer.

De Marabouts en de traditionele genezers worden 
ondanks de aanwezigheid van de Islam en het Christendom 
door een zeer groot deel van de bevolking geraadpleegd. 

Op alle markten kan men kruiden, drankjes, steentjes, schelpjes 
en voorwerpen vinden die gebruikt worden als preventie 
of als therapie bij de dagelijkse of nachtelijke ongemakken. 

De vele hals, arm en buikveters met de zogenoemde Gris-Gris 
worden veelal via de Marabouts betrokken. 














Op deze uitsnede van de grote tekening is duidelijk te zien dat de oudere Dakarkids bij de jongens waken als zij op de mat (links) slapen

De magen van een ieder zijn goed gevuld. 
De meisjes zijn dun en aan het werk getekend 

vrijdag 22 maart 2013

Een enge witte vrouw in Dakar - I am one scary Toubab



Hier in Senegal schijnt de zon terwijl in Nederland en elders in Europa de lente maar niet wil beginnen. Op Facebook oppeppende tekstjes zoals ‘ik heb de lentekriebels en heb veel zin om sneeuw te gaan ruimen’ In de 2e Kamer gaf minister Ploumen op 15 maart uitleg over haar handelsmissieagenda. Want ontwikkelingswerk is ‘uit’ en handelsmissies zijn nu ‘in’. En als de handelsmissies onderweg zijn naar China en andere EPA landen waar Nederland geld wil gaan verdienen worden de ontwikkelingswerk items leukweg even meegenomen. In Nederland is de OS kas bijna leeg en op regeringsniveau is men begonnen aan een nieuw VOC tijdperk.


Buiten de NL politiek wordt er ook druk gediscussieerd over de toekomst van het ontwikkelingswerk want ook op dat niveau staan er duizenden banen op de tocht. De Grote Goede Doelen stichtingen houden zich muisstil want geen van hen weet nog hoeveel geld er vanuit de staatsruif over zal blijven om hun OS projecten te financieren. Een frisser geluid liet IDleaks ‘vraag maar raak’ Tabitha Gerrets horen tijdens het MYWORLD EVENT 2013. Tabitha schreef op haar Facebook pagina dat zij met ‘vochtige handen’ op weg was naar het event om haar lezing te houden. Niet zo gek natuurlijk die vochtige handen, want zij werkt bij Aqua for All. Tijdens haar betoog wenst Tabitha een meer optimistische visie op de ontwikkelingssamenwerking en dat doet zij heel goed. Ontwikkelingssamenwerking is immers een werkveld met vele grote en kleine facetten en is veel breder dan de vaak benauwend eenzijdige en negatieve berichtgeving over het bijvoorbeeld (zogenaamd) altijd maar hulpvragende Afrika.

Als magazines zoals Vice Versa en OneWorld maandelijks afwisselend als bijlage bij de grote dagbladen mee zouden kunnen liften dan zou miz de Nederlandse bevolking binnen een jaar een veel positievere visie op de ontwikkelingssamenwerking hebben. Liever zie ik de twee magazines samengaan want dat bespaart meer bomen en dan blijft er weer meer geld over voor andere leuke dingen. In beide magazines wordt overigens opvallend weinig geschreven over het lage ontwikkelingsniveau van Nederland zelf die met o.a. de Bank Schandalen en de Bouw Fraude zoveel economische schade hebben aangericht waardoor de koloniale ‘wiedergutmachungs’ OS pot met 75% wordt verminderd. Er zijn in de laatste maanden onnodig veel werkelozen bij gekomen waarvan een behoorlijk deel met hun kennis en vaardigheden en mét behoud van uikering naar ontwikkelingslanden uitgezonden zouden kunnen worden. Maar dat mag natuurlijk weer niet, want regels zijn regels en daar hebben wij er zo fijn véél van in Nederland. Terwijl men juist in barre tijden creatiever zou moeten zijn. Op het gebied van creatief crisismanagement kan Nederland veel leren in Afrika

Hier in Senegal heb ik mij trouwens nooit 'ontwikkelingswerker' gevoeld en genoemd. Ik voel mij eerder een soort intermediair tussen Europa en West Afrika. Met het accent op het samen brengen van kennis en dan sociaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. En het vanuit soms zeer verschillende culturen, stimuleren van gelijkwaardige samenwerking aan een betere toekomst voor de ontvangers én de gevers. Dat zie ik als mijn belangrijkste opgave. Of ik een idealist ben? Ik hoop het van harte! Dagelijks ben ik met veel anderen bezig met het stimuleren van hoger onderwijs en recycle projecten of met het voorbereiden van grote publieksprojecten zoals een nieuw lokaal stadion met multifunctionele functies. Een urbaan ontwikkelingsplan met een nieuwe moderne technische school waar juist die werkeloze ROC leerkrachten geweldig werk zouden kunnen leveren. Dit alles in een prachtig landschap en rond een dorp met 5000 hectaren land waar op maar 600 hectaren  land en tuinbouw wordt bedreven. Wij hebben daar een groene klas met klein internaat voor kids uit Dakar en toen kwamen de vragen uit de bevolking. Voor mij is het  vanzelfsprekend om in te gaan op vragen vanuit de lokale bevolking en samen met hén de projecten op te zetten en er dan eventueel aanvullend ontwikkelingsgeld uit bijvoorbeeld Nederland of elders uit Europa bij te zoeken.

Ontwikkelingsprojecten die zonder goed vooroverleg met de lokale bevolking (dus daar waar het moet gebeuren) door bijvoorbeeld Nederlandse ontwikkelingswerkers op Nederlandse kantoren bedacht worden. Leiden hier in Senegal nauwelijks tot zichtbare, effectieve of meetbare resultaten. Na het bedenken in Nederland worden er vervolgens Nederlandse ontwikkelingswerkers naar een land gestuurd die dan in een ‘veilig huis' in een veilige buurt (duur) worden ondergebracht en een veilige auto krijgen (4x4 Toyota) en een mooi 10x lokaal hoger modaal salaris met pensioenregeling aan de slag gaan vanuit een lokaal maar duur kantoor om met de ‘overheid’ samen te gaan werken. Maar tussen de Afrikaanse overheden en de lokale bevolking zitten vaak onoverbrugbaar grote afstanden. Waardoor het grootste deel van de beschikbare budgetten opgesoupeerd worden door de ontwikkelingswerkers en aan het vaak falende beleid van de overheid. Met die grote ontwikkelingsprojecten zoals bijv. Oxfam Senegal leef ik graag op gespannen voet want ik ben nogal resultaat gericht en als ik dan vage verhalen lees over eigenlijk niet echt bereikte resultaten dan kriebelt het.

De orde van de dag is gewoon kantoorwerk en veel overleg met de lokale bevolking die vaak zeer enthousiast aan de slag gaan als er een goed uitgewerkt en helder plan is gemaakt. Hier in Senegal betekend dat weinig tekst maar veel illustraties en foto’s en een niet al te lange tijdslijn maar vooral werken in stappen. Samen werken met de lokale bevolking is vooral hén het werk laten doen en dan steun geven en bemiddelen bij misverstanden en miscommunicatie. Hierdoor blijft er genoeg tijd over om bezoek te ontvangen. Bezoek zoals Marieke uit Amsterdam die onderweg naar haar ontwikkelingsproject in St. Louis een paar dagen bij ons in huis logeert. Lees hieronder haar impressie in het Engels en geniet van de foto’s die Marieke en de Kids van elkaar hebben gemaakt. Toubab is de benaming voor een ‘blank’ persoon. Marieke vind mijn dakarkids blog berichten nogal aan de lange kant dus vandaar dat ik haar bericht maar mee geplaatst heb. Dan kan ik het kort houden!

I am one scary Toubab

21 maart 2013 - Dakar, Senegal
Before I start to work with the kids in Saint Louis. I am first visiting Dakarkids. This Dutch organization has been a safe place for kids for many years now. I am very impressed by how well the house is organized and the boys are being raised. The kids that are living in this house all have very different backgrounds and ages. Some come from a life from the streets or have no parents. But there are also a lot of kids with a dramatic family background, emotional and physical abuse. The mother of kids such as Sedy and Yahya have contacted William to see if their sons can live in the Dakarkids house. 

There are also two really cute Dakar girls here. Their names are Abby and Aisha, they are 12 years young. They do not sleep here but do come round for a game of checkers or a hot meal. Their moms are divorced and have a tough time so extra care is definitely no luxury. Aisha and Abby love using me as human Barbie, with lots of hairclips they have a blast doing my hair. So I have spent the day walking round like a Swiss Heidi with two braids.

Dutch parents could definitely learn a lesson here at the house. The Dakar boys are raised to be perfect gentlemen and have very good manners. No elbows on the table with dinner, doing the dishes and keeping their rooms tidy. You would think that parenting is easy when you see William at work.  In a playful manner he corrects the kids that are obviously crazy about their papa William, His philosophy is giving them unconditional love and the freedom to develop themselves in to balanced adults.

In the mornings I walk around the neighborhood with William the founder and big boss of the project. He knows everybody here in Yoff and we visit some families were kids (28) are placed in foster care by Dakarkids, former Dakarkids, the local rugby club and a community center. I love taking a peek in al the small houses, meet the people and discover a little what life is like in the capital of Senegal. Some of the little toddlers that I encounter in the sandy streets, burst spontaneously into tears because they are terrified when they see me. Parents sometimes tell them that they will be taking by Toubabs, white people, when they are naughty.  Kind of like Zwarte Piet but then they other way around.



It is only 23 degrees so I haven’t taken a dip in the ocean yet, to cold after Nicaragua. But I did spend some time playing with the kids on the beach. I love how protective the kids are, they take such good care of me. Always making sure that I don’t leave any of my stuff behind, perfect for a ras-chaoot like me. And if a random man comes up to me ask for my phone number ‘because they really want to get to know me’ and there for they keep an eye on me…. If you ever have low self-esteem problems as a woman, come to Senegal. You will be surprised at how popular you are. Tomorrow I am leaving for Saint-Louise and I am very curious to see how the kids are doing, that I haven’t seen for such a long time.


























zondag 18 november 2012

Mensen van klein vermogen en de moppercultuur in Nederland


Wij hebben een imagoprobleem. D.w.z. bijna iedereen in Nederland denkt dat onze organisatie in Senegal alléén om een klein groepje arme kinderen draait. Wij doen dus iets fout. Op onze website www.dakarkids.info zijn echter meer dan tien logo’s aan te klikken die allen ‘community driven development’ projecten betreffen. Hier zijn duizenden grote en kleine mensen bij betrokken. Maar ook duizenden woorden op de verschillende pagina’s. Het is dus best wel veel lezen om te kunnen begrijpen wat wij hier in Senegal zo al doen. Wij moeten het wel zo doen want de mensen houden tegenwoordig zo van transparant en verantwoording afleggen. Daar hebben wij geen moeite mee. En wij zijn ook aan het leren om alles wat wij doen in flitsende infographics te vangen die de lezer tijd besparen en vertrouwen zouden moeten geven. Wij hebben hierdoor wel het gevoel dat wij dan aan ‘diepgang’ verliezen. Waardoor we aldus evenveel diepgang krijgen als een Hollandse surfplank op de woeste baren van de ontwikkelingssamenwerking websites. Misschien moeten wij onze website wel omdopen in Stichting Kansen en Mogelijkheden. In het Frans klinkt dat alweer heel chique, Fondation “Chances et des Possibilités”.

Onze toekomstvisie hebben wij al in een Smart Aid jasje verpakt. Die valt te lezen aan de rechterkant van dit blog. De mooie visionaire woorden van onze nieuwe minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op de laatste Afrikadag hebben wij al maanden geleden in praktijk gebracht. Dat heeft zij best wel door want zij noemt zich liever Minister voor Kansen en Mogelijkheden. Als je haar voordracht leest dan vind men haar toekomst beleid al gedeeltelijk bij ons in praktijk gebracht. Lillian Ploumen en wij hebben echter het zelfde probleem. Wat is haar draagvlak? Wie is haar draagvlak? Draagvlak is immers wat echt telt. Ploumen komt uit een toko die pertinent niet wilde bezuinigen op ontwikkelingswerk. Zij begint nu echter aan een beleid waarin zij het met minstens één miljard euro minder overheidsgeld moet gaan doen. Dat maakt haar al minder geloofwaardig. Wat dat betreft zijn wij geloofwaardiger. Wij werken niet met overheidsgeld wij bedelen bij particuliere donateurs of bij bedrijven. 
In het kader van de overheidsbezuinigingen moeten alle Nederlanders het in de komende jaren met circa 8% minder gaan doen. Dus de eerdere uitspraak van Lillian Ploumen dat zij van een euro een daalder wil maken gaat ook al niet op. Je euro wordt gewoonweg 8% minder waard. Die overige 92 euro centen gaan ons komende geluk bepalen. Want we dalen nu wel een paar plaatsjes op het lijstje van de rijkste landen van de wereld. En ik voorspel maar alvast dat er dus over een paar jaar 8% minder miljonairs zijn in Nederland. Volgens knappe koppen zijn dat er nu nog 151.000! Er zijn natuurlijk veel meer miljonairs in Nederland maar die weten dat niet of willen het liever niet denken. Dat zijn de mensen die gaan erven van hun ouders. Dat de nationale hypotheekschuld bijna even hoog is als hetgeen de pensioenfondsen in kas hebben (als ze niet liegen) zet ons nationale geluk misschien op nul. Maar dan is alles wel betaald.

Echte kansen om aan meer geld te komen voor OS liggen voor Minister Ploumen zéér dichtbij. Bij haar Belasting collega’s dus. Nederland doet al jaren mee aan belastingontwijking door de grote wereldbedrijven. Die overgrote meerderheid heeft een Trust kantoor in Nederland. En die hebben bijna allen, net zoals de Nederlandse Spoorwegen een ‘Ierse dochter’. Die daardoor 250 miljoen belasting minder betaald in Nederland. Toch gaat het spoorkaartje weer omhoog. Die fijne constructie heet heel leuk ‘The Dutch Sandwich’. Lillian Ploumen kan na wat gepolder best wel een broodje van eigen deeg uitdelen aan de OS als zij samen met Tax Justice Nederland van leer gaat trekken tegen dit amorele gedrag wat juist de ontwikkelingslanden zwaar treft in hun wankele economieën. Gek genoeg doen maar een paar leden van de OS branche organisatie www.partos.nl mee als partner van Tax JusticeNederland. Hun banden met de overheidspotjes zijn kennelijk zo nauw dat zij misschien wel geen ondersteunende en kritische partner van Tax Justice Nederland durven te zijn. Of is het gebrek aan visie en nieuwe ideeën hier debet aan. Dan krijgt Frank van der Linde toch nog gelijk!

Samenwerken biedt nieuwe kansen. Dat zijn wij ons ook hier bewust. In het afgelopen jaar zijn wij dan ook begonnen met ‘contact’ maken met andere stichtingen en NGO’s in o.a. Nederland en Senegal. De eerste vruchten van de samenwerking met een Nederlandse stichting zijn al geplukt. Dakarkids heet nu MDLL dakarkids en wij werken nu zeer nauwe samen met www.maisondelalumiere.org. Wij voelen ons ook het lieve monstertje ET wat met een wijzend en verlicht vingertje contact zoekt met de grotere NGO’s. In mijn vorige blog schrijfseltje had ik kritiek geuit op Oxfam Novib in Senegal. Ik kon nauwelijks concrete informatie vinden over hetgeen Oxfam Novib al jaren in Senegal aan het doen is. Bastiaan Kluft en Simon Henri Goldberg waren onlangs bij ons op bezoek. Het was een informele en plezierige kennismaking en Bastiaan had een keurig verslagje bij zich met uitleg over mijn vragen in het vorige blogstuk. Oxfam Novib Senegal is net als hun collega NGO kantoren een samenhang van participaties met andere NGO’s en stichtingen die in Senegal en daarbuiten de ontwikkelingen ondersteunen. Dat is een ingewikkelde materie en niet even snel uit te leggen in een paar volzinnen. Zeker niet als het er om gaat te begrijpen 'wie wat doet'. Toch blijft de vraag hangen hoe efficiënt en doeltreffend hun werkwijze is. Ik hoop hier achter te komen als ik in december Bastiaan Kluft en zijn Belgische collega Paul Henri Goldberg circa 20 vragen mag gaan stellen die in dit blog gepubliceerd gaan worden.

Op afstand volgen wij het bezuiniging gemopper in Nederland. Het deed mij denken aan de boeken van prof dr. A. Th.van Deursen uit de serie Het kopergeld van de Gouden Eeuw. Hij schreef toen prachtig over het bestaan van kleine mensen in die periode. ‘Mensen van klein vermogen’. En juist dát type mensen daar wonen wij hier zo prachtig tussen. Het verre Nederland met z’n kopergeld wat allang vervangen is voor papiergeld waar mogelijk geen goud tegen over staat. En dán de mensen alhier in Senegal die weinig kopermunten  en nog minder papiergeld hebben. Toch hoor je hen hier veel minder mopperen en klagen. Zij kunnen kennelijk veel makkelijker om gaan met hun geluk. Als zij te eten hebben en een relatief droog dak boven hun hoofd dan vinden zij dat het leven hun aan de basis al toelacht. Je ziet dat aan onze foto’s waarop kinderen breed lachen en superblij zijn met een paar nieuwe schoenen en een shirtje. Houd nou eens op met dat gemopper in Nederland maar ga er samen tegen aan, dat is pas Smart Aid.

Mopperen op Louise O. Fresco is ook al niet de moeite waard. De bomen die gehakt zijn om haar boek van 540 pagina’s te publiceren zou ze voor straf zelf bij moeten planten. In haar boek ‘Hamburgers in het paradijs’ is zij nogal voor hoogtechnologische intensieve landbouw. Want dat zou een beter antwoord zijn op de bevolkingsaanwas van pakweg 2050. Zoals zo vaak met de wetenschap heeft zij gelijk tot dat het tegendeel is bewezen. Daar kunnen wij natuurlijk niet op wachten. Wat Louise over het hoofd heeft gezien in haar boek is de kostprijs per calorie eenheid om haar ideeën waar te maken. Wat mij betreft mag zij nu even zelf gaan rekenen. De biologische landbouw vreet aanmerkelijk minder energie en calorieën dan de huidige overgesubsidieerde landbouw in Nederland. Het liefst zou ik hier een paar top telers uit Nederland hebben die hun bedrijf aan de NL overheid verkopen zodat het een natuurgebied kan worden. Die telers laten dan ook de 200.000 euro per gemiddelde boerderij schieten die zij niet zelf krijgen maar die door Campina of andere merken worden opgeslokt. Om zodoende de zuivelproducten in bijvoorbeeld de AH schappen voor een bodemprijs neer te kunnen zetten. Die telers dus, zouden alhier en samen met de lokale bevolking een pracht inkomen kunnen genereren wat Nederland schonere lucht en hier de mensen lekker veel werk zou opleveren. Er is er al eentje in Senegal. Die gaat hier echt niet zitten als er niets te verdienen zou zijn. Dat deze ondernemer niet biologisch werkt is een veel gemaakte inschatting fout. Pas over een paar jaar krijgt deze Hollandse ondernemer in Senegal te maken met vervuild bodemwater. Daar kunnen wij hun alles over vertellen