Posts tonen met het label verwaarlozing. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verwaarlozing. Alle posts tonen

zaterdag 17 mei 2014

Afrikaanse toverdrankjes en andere rituelen als therapie bij een dissociatieve identiteitsstoornis


Op 28 maart 2013 schreef ik over Dakarkid J. Lees daaronder het vervolg. J. een jaar later.

Dit is geen mooi verhaal. Sinds een paar maanden hebben wij een nieuwe jongen in ons opvanghuis. Wij noemen hem hier maar J. want hij werd op Kerstavond gebracht. Hij is dertien, te slank en eigenlijk iets te klein voor zijn leeftijd. Hij heeft een vriendelijk en charmant gezicht en grote vragende ogen die soms en onverwacht kunnen veranderen in een donkere blik. Ook zijn lippen verstrakken dan en zijn gezichtsuitdrukking veranderd van open naar boos gesloten. In zijn mondhoeken spelen zich dan zenuwtrekjes af en zijn stemgeluid heeft een ander timbre. J. kan zeer behulpzaam zijn en wist al na korte tijd goed de weg in het gehele huis.

Aan tafel, als wij met z’n allen eten kan hij heel zwijgzaam zijn of samenzweerderig fluisteren en afkeurende geluiden mompelen. Op andere momenten is hij vrolijk en kan met veel plezier anekdotes vertellen die vaak gaan over vreemd gedrag van anderen op school of op straat. Het zijn dan de anekdotes van een observator die een voor hem vreemde wereld beschrijft waar hij zelf niet aan deelneemt.

J. kan heel lief en voorkomend zijn. Hij is dan zeer hulpvaardig en voert snel kleine taken uit. Hij luistert aandachtig en lijkt dan tevens te willen leren. Hij kan toenadering zoeken en bijna affectief zijn. De lichte verkramptheid die hij dan meebrengt lijkt op charmante onhandigheid of zenuwachtigheid. Soms wil hij het té goed doen en dan moet de taak of opdracht meerdere keren uitgelegd worden.

J. laat geld stelen. Hij spoorde een andere jongen aan die ook nog niet zo lang bij ons woont om geld te stelen. Hij observeert een tijdje waar het geld te halen zou zijn. Ontwikkelt dan een strategie. Spreekt het scenario langdurig door met zijn makkelijk te beïnvloeden vazal en laat de vazal het geld stelen. Natuurlijk komt het uit. De dief wordt zwaarder gestraft dan de mededader. Maar na de derde keer werd het patroon duidelijk. J. was steeds betrokken geweest en bleek het plan bedacht te hebben.

Wij hanteren een open systeem. Als er iets gejat is dan wordt het uitgebreid aan tafel of in de woonkamer met alle kinderen besproken. De dader(s) worden aangespoord om van A tot Z te vertellen hóe zij te werk zijn gegaan en wát zij met het gestolen geld of voedsel hebben gedaan. Wat zij gekocht hebben of bij welke voetbaltafel in de buurt zij met het gestolen geld hebben gespeeld. Dan, vertellen wij hoe wij er achter zijn gekomen en hoe het ‘verhoor’ is verlopen. En welke straf wij hebben opgelegd. Onze straffen zijn extreem mild in vergelijk met de straffen die in Senegalese families worden gegeven. Wij werken mee aan schaamte door het ‘open te gooien’. 

Dieven worden hier in Senegal over het algemeen buitengewoon hard geslagen. En vaak met broekriemen of stokken bewerkt. Tot bloedens toe. J. blijkt dit vroeger herhaaldelijk te hebben ondergaan. Hij is zelfs een aantal keren door speciale Marabouts (traditionele genezers) behandeld, met anti-steel kruiden en speciale drankjes. Er is ook een klein schaapje geofferd en J. kreeg een lange veter om zijn heupen met kleine leren zakjes waarin Koranspreuken en toverkruiden zijn genaaid.

J. is aangemeld door zijn moeder. Een moeder van de Serer stam die op 15 jarige leeftijd is verleid door een 12 jaar oudere Lebou –man. De Lebou zijn de oorspronkelijke vissers uit onze wijk. De moeder was als dienstmeisje naar Dakar gekomen en werkte bij een bevriende familie van de verleider. Toen de moeder zwanger bleek vluchtte de man naar de omgeving van St. Louis en heeft zijn zoon J. nooit gezien. De jonge moeder ontmoete een paar jaar later een andere Lebou man. Zij trouwden en zij kregen samen een tweeling en nog een derde jongen. De kleine J. werd echter nooit echt in de nieuwe familie opgenomen waar de moeder minder als schoondochter maar eerder als dienstmeid werd opgenomen.

J. was het onechte en ongewenste kind wat al vroeg leerde om onzichtbaar te zijn in de sociale context van de grote Lebou familie. Families die scholing uit de weg gaan want de bewerkelijke visvangst bracht genoeg inkomen als iedereen van jongs af aan zou meewerken. Door de leegvisserij van de grote trawlers uit Europa, China en Japan is de armoede onder de Lebou vissers aan de kust van Senegal de laatste twintig jaar bijzonder toegenomen. Hierdoor kwamen huwelijken onder druk te staan en verlieten veel mannen hun gezinnen om nooit meer terug te komen.

De moeder van J. werd gedwongen om buitenshuis te gaan werken als schoonmaakster maar moest wel haar volledige salaris inleveren. Na het laatste kind was de liefde tussen de moeder en de man over. De moeder leefde met haar vier jongens in een zijkamer van de binnenplaats en moest na haar schoonmaakwerk bij een Europees-Senegalees echtpaar eenmaal thuis gekomen de was doen voor de gehele Lebou familie. Verleden najaar is zij weggegaan uit de familie. Zij mocht alleen J. meenemen. Na enige weken heeft zij J. bij ons aangemeld. Zij had onvoldoende geld om hem te eten te geven en J. bleek hele dagen door de wijk te zwerven. Ook omdat hij geen schoolspullen had.

J. is dus anders dan onze andere kinderen. J. blijkt dubbel aandacht nodig te hebben. J. heeft twee zeer verschillende persoonlijkheden in dat slanke wat nerveuze lichaam. Met die grote soms prachtige en dan weer zo donkere ogen. J. leeft in twee werelden. De ene wereld is een gedroomde wereld. Het is de wereld waarin hij zijn vader ontmoet die een succesvol zakenman blijkt te zijn in St. Louis en al jaren naar zijn zoon J. verlangt die het zo goed doet op school en zo slim en charmant is waardoor de vader enorm veel van hem houdt. Op een dag ontmoet J. eindelijk zijn vader die hem met betraande ogen aankijkt en niets anders kan zeggen dan - ik heb altijd van je gehouden mijn zoon.

De andere wereld van J. is de klagende moeder die hem aan zich bind door álles met hem te bespreken. Haar dagelijkse zorgen, haar haat tegen die twee mannen die haar vier kinderen hebben geschonken maar niets voor haar en haar kinderen willen doen. De klagende en verlaten moeder zit dan in haar kamertje met het 15watt lampje. Haar schaarse bezittingen in een paar zakken. Een mat met een goedkope ingezakte matras is haar stoel. J. zit op enige afstand op de grond tegen de muur geleund met opgetrokken knieën en luistert en reageert soms beleefd of semi-grappig op de klaagzang van zijn moeder. J. heeft zelf nauwelijks kleding of bezittingen. Dat is hij gewend. Zijn enig houvast is die verre vader die zo veel van hem houd.

J. en ik hebben onlangs een lang gesprek gehad. - J. weet je eigenlijk wel dat wij hier in huis heel veel van je houden? – Ook al steel je de hele toko leeg. Want eigenlijk steel jij van jezelf. Want alles wat hier is, is er ook voor jou en dus ook ván jou.

J. kijkt verschrikt op. - Ja J. wij houden van jou want wij denken dat wij weten waarom jij zo bent. Er wonen twee héél verschillende jongens in jou. Twee jongens die elkaar niet goed kennen en toch al heel lang samen wonen. Ons probleem is dat wij eigenlijk maar met één van de twee om kunnen gaan. Jij zal dus een keuze moeten maken wie van de twee mag blijven. Die twee jongens die in jou wonen zijn allebei even goed en soms heel ondeugend met momenten van opjutten tot stelen van spullen of geld wat niet van een van die twee jongens is. 

Je zal dus moeten kiezen wie hier mag blijven wonen. Want diegene die hier van jou mag blijven wonen die zal alle liefde en aandacht krijgen die nodig is om wat vroeger allemaal gebeurd is een beetje goed te krijgen. De liefde en aandacht kan er ook voor zorgen dat jij je hersenen gaat gebruiken om het goed te doen op school en dat je vrienden krijgt die niet behoeven te kiezen uit één van die jongens die in jou wonen. Jou aanstaande vrienden hebben toch ook het recht om te weten met wie zij bevriend zijn!

J. laat zijn hoofd zakken. Zijn schouders trekken iets naar elkaar toe en zijn blote voeten zoeken elkaar. Hij ziet er zo kwetsbaar uit. Het lijkt wel alsof wij achter zijn geheim zijn gekomen. Zijn dubbelleven. Zijn gedroomde realiteiten die hem de kracht gaven om alle problemen en de afwijzingen te kunnen overleven. Zijn wijze van (negatieve) aandacht vragen door te stelen, straf te krijgen en dan vergeven te worden omdat J. zich dan een tijdje voorbeeldig gedraagt en dan kleine complimenten krijgt. Complimenten die hij zo hard nodig heeft.

De grote loyaliteit aan zijn moeder kan hem zeker vergeven worden. Hij is haar zoon, haar surrogaat man én de beschermende surrogaat vader van de jongere andere drie kinderen. Toch wel wat te veel voor een jongen van dertien.

J. eigenlijk heb je wel mazzel – Je hebt nu een tamelijk witte vader en nog belangrijker een oudere broer (opvoeder L.) die ook jou grote broer, oom, vriend en begeleider is. En J. wij hebben besloten dat we nog beter voor je gaan zorgen dan de laatste maanden. We gaan géén kasten voor jou op slot doen. Je mag overal aanzitten. En je mag naar buiten wanneer je maar wilt, als je het maar even meldt want dat is normaal! Je moet zelf maar gaan kiezen wie jij wil zijn. En je moet eens gaan nadenken waar jij eigenlijk naar toe wilt. Niet vandaag maar in de toekomst. Want het is jou toekomst. 

J. hief zijn hoofd weer op hij zat er niet meer zo verslagen bij. Maar leek eerder opgelucht. Alsof er een grote last van hem was afgevallen. De laatste weken lijkt J. wat meer ontspannen te zijn. Gisteren trok ik hem even naar me toe. Je doet het goed J., je doet het goed!

J. zal echter niet snel kunnen veranderen. Hij heeft veel tijd nodig om de trauma’s van voorheen te kunnen wegwerken. Die tijd gaat hij ook krijgen. Er is in Europa een discussie gaande over het probleem waar J. kennelijk mee kampt (dissociatieve identiteitsstoornis). In Villa Dakarkids zijn wij niet zo van de etiketjes en labels. Liever bieden wij een heldere structuur met veel regelmaat en rust momenten waarin er voldoende vrijheid is voor ieder individu om zijn eigen persoonlijkheid te ontwikkelen. 

De andere kinderen in huis zijn door de open gesprekken over wat goed en slecht is voldoende in staat om J. ook te helpen met het vinden van zijn persoonlijkheid. Daarbij komt dat kinderen toch niet doen wat je hun zegt. Je moet hen voordoen of voorleven hoe jij het zou willen hebben. En wie is er eigenlijk wél normaal? 

Hoe gaat het nu met J. - 16 mei 2014

Wij zijn meer dan een jaar verder. J. heeft vele worstelingen met zijn persoonlijkheden door gemaakt. De heftige band met zijn moeder veroorzaakt de grootste problemen. Het is een wederzijdse haat-liefde verhouding en zij laten elkaar nauwelijks los. J. slaapt 's nachts bij zijn moeder in de kamer en gaat overdag naar school en is daarna bij ons voor het middag en avond eten. Zijn moeder zegt nooit geld te hebben voor zijn eten, drinken, kleding en schoolspullen. Toch is zij zeker 15 kilo dikker geworden in het afgelopen jaar. Zij is kookster in een Senegalees-Frans gezien in de rijke mensen buurt van Dakar. Zij verdient 60 euro per maand voor zes dagen werken van 7.00 tot 15.00 uur. 

J. is het afgelopen jaar vaak 'in de fout gegaan'. Hij pikt kleine bedragen door boodschappen half uit te voeren. Hij komt dan met minder terug dan was gevraagd. Of hij pikt gehaalde boodschappen terug en wisselt deze in voor geld in de winkel waar hij voor ons de boodschappen haalde. 

Op school zorgt hij ervoor dat hij voor alles net een 6 haalt. Dus hij gaat wel over. Zo doet J. het met alles. Hij loopt voortdurend op het scherp van de snede. Onlangs kwam hij uit school. Hij had met typex het woord 'normal' op zijn arm geschreven. Sindsdien word hij 'normal' genoemd. De wens om 'normal' te zijn was kennelijk meester van de gedachte. De warmte, structuur en confrontaties met zijn gedrag lijken aan te slaan bij J. Toch vermoed ik dat hij nog een zeer lange weg heeft te gaan. In zijn ogen leeft voortdurend een ander vuur. Een onbestemd vuur. 

Zijn stem kan warm en sympathiek zijn. Als hij liegt of ontkend dan fluistert hij bijna. Gelukkig laat hij zich niet ontmoedigen en blijft hij komen. In de zomervakantie gaat hij drie maanden naar Sandiara. Wij hebben een plek voor hem gevonden bij een oude wijze natuurgenezer. Hopend dat J. tussen de kruiden en planten zich nog 'normaler' gaat voelen. 





West Afrikaanse maskers geven over het algemeen 
een gemoedstoestand weer.

De Marabouts en de traditionele genezers worden 
ondanks de aanwezigheid van de Islam en het Christendom 
door een zeer groot deel van de bevolking geraadpleegd. 

Op alle markten kan men kruiden, drankjes, steentjes, schelpjes 
en voorwerpen vinden die gebruikt worden als preventie 
of als therapie bij de dagelijkse of nachtelijke ongemakken. 

De vele hals, arm en buikveters met de zogenoemde Gris-Gris 
worden veelal via de Marabouts betrokken. 














Op deze uitsnede van de grote tekening is duidelijk te zien dat de oudere Dakarkids bij de jongens waken als zij op de mat (links) slapen

De magen van een ieder zijn goed gevuld. 
De meisjes zijn dun en aan het werk getekend 

vrijdag 22 februari 2013

Tom, een ondervoed Afrikaans kind in Nederland


Er is ophef in Nederland over een kind wat rauw voedsel moet eten van zijn moeder. Het kind mag vanwege  de ophef en dat dieet niet naar school van zijn moeder. Hij wordt vergeleken met een ondervoed Afrikaans kind. Natuurlijk is Tom (1998) loyaal aan zijn moeder (1957) want hij heeft niemand anders. Zijn vader woont in Engeland en hij heeft geen broertjes of zusjes. De Volkskrant bericht op 19/12/12 – Dat Moeder ‘Rauw’ te ver is gegaan. ‘Uit medisch onderzoek blijkt dat haar zoon te weinig voedingsstoffen binnenkrijgt en een groeiachterstand heeft. Volgens een kinderarts lijkt zijn groeicurve op die van een ondervoed kind uit Afrika, en zal hij door zijn dieet 12 cm kleiner worden dan wanneer hij normaal zou eten’. Vijf jaar geleden kwamen Tom en zijn moeder voor het eerst in beeld in de documentaire Rauw. Nu blijkt dat er weinig in de situatie van Tom en zijn moeder is veranderd. De overheid en de rechterlijke macht zijn niet met een adequate oplossing gekomen om te zorgen dat het niet uit de hand zou lopen. De kwestie is te lang blijven voortsudderen.
Het doorslaggevende argument is het belang van het kind. In dit geval heeft Kenter dat belang in twee opzichten duidelijk geschaad. Haar zoon groeit te weinig en hij gaat niet naar school. Het punt is bereikt dat Tom tegen zijn eigen moeder in bescherming moet worden genomen. Dwz dat zeggen de kinderbeschermers en een arts.

Hoe kon dit allemaal gebeuren? - De moeder van Tom had 10 jaar geleden een rauwkost droom. Tom eet daardoor sinds zijn 5de jaar alleen maar rauw, ongekookt voedsel. Hij eet geen vlees, vis, brood, rijst, zuivel of suiker. En heeft daardoor gebrek aan het IGF-1 groeihormoon. Hij kreeg landelijke bekendheid nadat een documentairemaakster, Anneloek Sollart, een film over hem maakte: Rauw. Er is daarna een tweede documentaire over hem gemaakt: Rauwer. Die heb ik via uitzendinggemist.nl kunnen zien. Omdat ik in Senegal woon en dagelijks met veel écht ondervoede kinderen te maken heb dacht ik eerst dat die Hollandse moeder niet goed snik zou zijn. Maar ik ben niet van de Rechtbank of de Kinderbescherming dus oordeel ik niet over de moeder. Zij deed mij denken aan de jonge macrobiotische en biologisch dynamische vaders en moeders uit de jaren ’80 van de vorige eeuw. Toen was de moeder van Tom ook nog een jong meisje en ik ben dus benieuwd hoe háár opvoeding en jeugd is verlopen. En toen was de moeder van Tom nog geen moeder. De moeder van Tom, heeft Tom rond 1998 gekregen toen zij circa 41 jaar oud was. Zij is dus eerder een ‘nu of nooit’  geval. De jaren ’80 ouders vertoonden toen al een hoog echtscheidingspercentage en veel van deze kinderen uit eenoudergezinnen zag ik in de Amsterdamse praktijk langs komen met ernstige opvoedingsproblematiek. Waaronder leerachterstanden, ondervoeding, chronische vermoeidheid en vaak opstandig gedrag vanaf hun twaalfde. Kleptomanie, pesten of gepest worden, stiekem gedrag* waren de veel voorkomende klachten. Veel van die kinderen hadden de zelfde uitstraling als Tom, een tikkeltje doorschijnende huid met weinig blos. Goed en geduldig kunnen luisteren maar in sommige gevallen over-aangepast gedrag. Veelal werd dat over-aangepaste gedrag ingeruild voor onaangepast gedrag nadat deze kinderen zestien jaar oud waren geworden.

Een aantal van hen hebben het niet overleefd door aids en drugsgebruik. Die kinderen zitten nog diep in mij hart, hun ouders zitten bij mij op een andere plek. Wat ik mijzelf verwijt is dat ik die ouders en kinderen niet voldoende heb kunnen helpen. De ouders waren vaak te vér doorgeschoten in hun overtuiging(en) en daardoor onbereikbaar voor een aanpak die het hun kinderen mogelijk maakte om opgenomen te worden in de sociale dynamiek van hun leeftijdsgenoten. Wij noemden deze kinderen gekscherend macrochaotisch of over-bio-actief. Deze kinderen kwamen zelden uit een groot gezin. Hooguit twee en zelden drie  broertjes of zusjes. Maar het merendeel was enig kind en had een alleenstaande vaak overbezorgde moeder. Kern van de onderliggende problematiek was affectieve verwaarlozing. De jonge vaders en de moeders hadden zich ‘bevrijd’ in de hippe jaren ’60 en de libertijnse jaren ’70. Deze vaders en de moeders waren de naoorlogse ‘babyboomers’. Dat zijn vandaag de mensen die hun pensioenen in gevaar zien komen.

Eerlijk gezegd kan mij die macrobiotiek en dat doorgeslagen veganisme gestolen worden. Niet dat ik tegen gezond eten ben maar ik ben tegen ongezond denken en doen. Iedereen weet ondertussen wel dat hysterie niets anders betekend dan de realiteit overdrijven. Iedereen weet dat psychopaten (in overvolle en dure gevangenissen) heel graag en vaak dwingend gelijk willen hebben. Daar hebben de neuroten het dan weer heel erg moeilijk mee en die gaan dan vlees eten en roken of krijgen eetstoornissen en andere zorgkosten verhogende kwalen. De uitvinder van de macrobiotiek George Osawa en Max Birchner de uitvinder van de muesli werden niet echt oud met hun gezonde levensstijl. Dan deed Mijnheer Kellogg van de cornflakes het beter die werd 91 jaar oud. Terwijl er in zijn cornflakes eerder te veel suiker en zout zou zitten. Niet zo gezond dus maar kennelijk leef je dan toch langer. Over dat stiekem* worden: tijdens mijn studiejaren in Zürich vertelde mijn hospita dat zij bevriend was geweest met een zoon van Max Birchner van de muesli. De zoon was directeur van de bekende Birchner-Benner mueslirauwkost behandeling kliniek. Eén maal per maand kwam deze zoon en bekende rauwkost apostel in afzondering een grote biefstuk eten. Later is de Muesli kliniek failliet gegaan en werd omgebouwd tot een somber psychiatrisch ziekenhuis waar ik een stage heb gedaan en waar o.a. obesitas en boulimie werden behandeld.

Als ik lees over de problemen die Tom en de moeder van Tom hebben met de overheden en de bezorgde artsen van het AMC Amsterdam en de Kinderbescherming die hem vergelijken met ‘een ondervoed kind in Afrika’ dan stijgt het bloed mij even flink naar het hoofd en krijg ik blosjes waar Tom jaloers op zou worden. Waarom moet Tom gvd vergeleken worden met een Afrikaans kind? Omdat hij alleen rauwkost te eten krijgt? Daarmee gepest wordt waardoor zijn moeder het noodzakelijk vindt om hem thuis ‘onderwijs’ te geven? In 2008 begon het en nu vijf jaar later zijn de moeder, zoon, rechtbank, kinderbescherming en de journalisten er nog steeds mee bezig en komen kennelijk geen stap verder. Als Tom zijn navelstreng weet door te knagen en 50 euro van zijn moeder pikt en dan met een leuke meid (of wordt het een jongen) eens flink gaat doorhalen bij MacDonalds en de FEBO is het pas echt nieuws. Dat zal niet al te lang meer duren want al is zijn testosteron aanmaak ernstig vertraagd er komt een dag dat al die negatieve aandacht zijn oren en neus uit zal komen. Ik wens Tom een ‘vet lekkere’ na-jeugd toe zonder al die publieke belangstelling die alleen maar het fundamentalisme van zijn moeder versterken.

De kinderen die wij hier in Senegal opvangen zijn allen écht ondervoed. Als de Senegalese kinderbescherming écht zou bestaan inclusief een échte Kinderrechter dan zouden er in Senegal circa 3 miljoen ouders moeten verschijnen en evenzoveel kinderen uit de ouderlijke macht worden ontzet. De kinderen hier krijgen nooit rauwkost en dat is pas échte kindermishandeling. Ze krijgen ook nauwelijks melk, eieren, vlees of vis. Ze slapen op matten of stukken karton in vieze kleine huisjes. Of de moeder van Tom écht van haar kind houd is niet geheel duidelijk. Hier in Senegal houden de meeste moeders wel heel veel van hun kinderen. Het verschil met de moede van Tom is het gebrek aan middelen om hun kinderen te geven wat zij zo hard nodig hebben, voldoende en gezond eten. Dat heet ‘ongelijkheid’ in de westerse termen van de ontwikkelingssamenwerking die hooguit 5% van de Afrikaanse ondervoede kinderen bereiken via UNICEF of andere Goede Doelen. Die andere 95% worden zo goed als mogelijk is door hun moeders verzorgd. De vader en moeders die hun kinderen het zelfde gunnen als Tom creëren een ander soort ongelijkheid. Een soort luxe ongelijkheid waardoor Tom door zijn leeftijd genoten wordt gepest en in een isolement dreigt te raken. Een isolement waar zelfs de Nederlandse wetten geen greep op kunnen krijgen. Behalve dit rauwkostschandaal hebben wij in Nederland ook de bouwfraude en andere grote schandalen zoals ‘belastingontwijking’ waardoor de Nederlandse politiek en economie steeds meer gaat lijken op de Afrikaanse bananen republieken. En er is hierdoor geen geld meer voor ontwikkelingssamenwerking volgens de politiek.

Daarom ben ik ook een groot voorstander van Biologisch Dynamische Internationale Samenwerking (BDIS) waarbij alle producenten en verkopers van bijvoorbeeld bio producten verplicht worden een gedeelte van hun winst af te staan aan een ‘internationaal samenwerkingsfonds’ waaruit het opzetten van bio land en tuinbouw in bijvoorbeeld Afrika bevorderd gaat worden. De kennis van de Nederlandse bio boeren is hier in Senegal zeer gewenst en als de andere niet bio boeren zich om laten scholen en dan ook naar Senegal komen en aldus hun Hollandse landerijen voor 5 jaar zouden verlaten dan kan hun Hollandse land en het omringende water eens fijn bijkomen van al die pesticiden die Tom ook binnen krijgt. Want ook al leef je op bio 40% van de pesticiden komen toch hun neus in door de verdamping tijdens het sproeien. In Senegal is er nauwelijks geld voor pesticiden dus hier is de grond nog goed en zeer vruchtbaar. Als die Hollandse boeren dan komen met een trits bio academici, logistiek jongens en media & communicatie meisjes dan zien zij behalve de miljoenen slecht gevoede kinderen ook heel veel onbedorven en slimme kinderen en jongeren die dol graag naar goede scholen willen en daarnaast graag op het land meewerken om hun ouders te helpen met een zelfverdiend inkomen.

Natuurlijk gaan de naar Senegal komende Hollandse boeren met hun gezinnen er economisch een tijdje op achteruit. Maar wat is mooier dan je doelstellingen weer te kunnen leven? Een betere en gezondere planeet en het meewerken aan het opheffen van de internationale ongelijkheid in samenwerking met een bijzonder gastvrije en best wel stoere bevolking. Albert Heijn en al die anderen kopen hun producten dan heus wel tegen écht markt conforme prijzen want die ontstaan pas als zij een gedeelte van hun winsten gedeeltelijk moeten afdragen aan de internationale ontwikkelingspot en die loopt mooi vol door de solidariteit van de trouwe bio klanten met de Nederlandse en Afrikaanse boeren die zulke heerlijke groenten en fruit telen voor hen weten te telen. Je weet wel, producten zoals ze ‘vroeger’ smaakten! Natuurlijk mag de moeder van Tom, Francis Kenter hier ook naar toe komen. De Afrikaanse kinderen zouden hier beslist baat hebben bij een schaaltje rauwkost per dag en daarnaast leert Francis meteen dat alleen rauwkost beslist onvoldoende is om een Afrikaans kind goed op weg te krijgen. Om mijn opgewondenheid over die onzin rond Tom wat kwijt te raken ga ik even een half uurtje foto’s knippen en plakken. Daar werd ik op de kleuterschool ook al rustig van.






Remke de Lange bedoelde natuurlijk Francis Kenter