Posts tonen met het label dakarkids. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dakarkids. Alle posts tonen

maandag 4 augustus 2014

Over de dood, kippen houden, gezond blijven en zelfstandig worden


Dakar augustus 2014 - Elk jaar is de zomerperiode een periode van reflexie. Wat is er in het afgelopen jaar gebeurd. Wat ging er goed. Wat ging er minder goed. Wat ging er fout. Wat was leuk. Wat was naar en verdrietig. Om met het laatste te beginnen. In het afgelopen jaar zijn er in mijn directe omgeving meer dan twaalf personen overleden. De jongste was zeventien jaar oud. Ibra. Na een dag ziek was hij ’s morgens in zijn slaap overleden. Een lieve, rustige jongen die op school en in onze voetbalschool niet echt opviel maar wel altijd aanwezig was en zijn werk zo goed mogelijk uitvoerde.

Wat Ibra gemeen had met de andere doden? De doodsoorzaak was onbekend. Naar de doodsoorzaak van Gasama (48) mijn buurman kon ik wel raden maar er was geen zekerheid. In 2012 vertelde hij mij dat hij zijn leven moest veranderen. Hij was als diabeticus gediagnosticeerd. Hij was boos over de ziekte die hem bij verrassing had overvallen. Als zestienjarige was hij vanuit Mali naar een oom gevlucht die toen in Parijs woonde. De oom kon hem niet verzorgen en hij werd aan zijn lot overgelaten. Hij kon intrekken in de voorraadkamer van een fourniturenwinkel niet ver van Mont Martre. De blanke oude eigenaar was weduwe geworden en zocht een jongste bediende maar ook iemand die hem gezelschap hield. Zij werden vrienden.

Door hard werken en ’s avonds studeren behaalde hij boekhouddiploma’s en hij heeft uiteindelijk een hoge functie bij Disneyland Parijs weten te bemachtigen. Van zijn gespaarde geld kocht hij een stuk grond in Yoff. En in latere jaren zou hij een huis bouwen waar zijn Senegalese echtgenote met hun kinderen zou wonen als hij in Parijs verbleef. Door zijn suikerziekte raakte hij ook in een depressie en werd afgekeurd. In het laatste jaar van zijn leven zat hij vaak voor zijn deur naast ons huis. Wij dronken dan vaak een kop koffie. En dan vertelde hij over zijn successen en verdriet. Hij werd steeds magerder, verloor in het laatste jaar meer dan vijfentwintig kilo. Veranderde vaak van arts en nam zijn medicijnen niet op tijd. Kwakzalvers vond hij de doktoren.

Een dag voor zijn sterven had hij mij met blije en fonkelende ogen aangekeken. Ik ga op reis, naar een kliniek in Parijs. Daar weten ze vast wel wat ik mankeer. Hij had er zin in. Weg van zijn immer ontevreden vrouw. Zijn broers die hem niet meer opzochten. Zijn kinderen van wie hij zich vervreemd had. Wij gaven elkaar een hand en wij omhelsden elkaar. Goeie reis wenste ik  hem. De volgende dag pas ’s avonds laat, hoorde ik dat hij op reis was gegaan. Naar het paradijs, want daar geloofde hij in. Zijn lichaam was al omstreeks 17.00 begraven. En zo ging het elke keer met de doden in mijn buurt. Doodsoorzaak onbekend en hup, weg, begraven.

In Senegal worden mannen gemiddeld niet ouder dan 60 jaar. Vrouwen 64. Het zijn onbetrouwbare cijfers. Er wordt nauwelijks onderzoek gedaan. Er is ook nog veel kindersterfte. Bij kinderen onder de vijf jaar. In bijna alle gevallen is er een relatie met ongezonde en eenzijdige voeding en ondervoeding. Uiteraard speelt het gebrek aan medische zorg ook een rol. Senegal is voor 60% afhankelijk van geïmporteerde voedingsproducten. Medicijnen komen veelal uit India of China. De bestrijdingsmiddelen die in de agricultuur worden gebruikt mogen vaak niet in de Westerse landen verkocht worden. Er is groot gebrek aan opslag van land en tuinbouw producten en een gebrekkige logistiek waardoor producten niet altijd vers gegeten worden. Het overmatig gebruik van suikers, zout en goedkope keukenolie zien er op toe dat mannen en vrouwen onnodig dik worden en vaak hoge bloeddruk en maagproblemen ontwikkelen. Kinderen hebben vaal een groeiachterstand van gemiddeld twee jaar.  

De laatste jaren maak ik mij druk over de toekomst van onze kinderen. Niet alleen over hun gezondheid maar ook hoe wij hen kunnen leren gezond te denken en te leven. En wat moeten zij gaan studeren? Welk vak kunnen zij leren. En een land waar het onderwijsbestel bijna failliet is. Waar kunnen zij betaald werk vinden? De kids kwamen bij ons als magere verschoppelingen. Na twee jaar zijn ze lekker aangekomen en gezond. Zij gaan hard vooruit op school. Zijn gelukkig. En wij met hen. Er is echter hoge werkeloosheid onder de jeugd. Baantjes bij familie is geen betaald werk waarmee je zelfstandig kan worden. Je vraagt je af wat voor zin heeft hen te begeleiden als er toch geen toekomst is.

Er is eigenlijk maar één antwoord. Zelf de toekomst gaan bepalen. Voor de Kids en mét de Kids. Door hen zelf geld te leren verdienen. Activiteiten te bedenken waar zij van léren, waar zij aan meewerken.  Hen leren projecten op te zetten, uit te voeren, te leren boekhouden. Kosten en baten te leren begrijpen. Jezelf niet rijk rekenen voordat je de omzet in je zak hebt en geld opzij hebt gelegd voor de volgende ronde.

Om te beginnen hebben wij gekozen voor een kippenhouderij. Ook een grote kippenhouderij vraagt niet al te veel uren per dag. Vooral niet als je het werk kan verdelen en een duidelijke werk methode hebt geoefend. Wij hebben veel met specialisten gesproken en veel andere kippenboerderijen en stallen bezocht. Wij weten het nu wel zo’n beetje. Hygiëne, ventilatie, voldoende water en voldoende gezond kippenvoer. Regelmatig de aarde in de stal verversen. Een leeg compartiment zeer goed reinigen. En vooral met schone werkkleding en schoenen in de stallen werken en schoenen en laarzen reinigen.

Bijkomende voordelen zijn na het slachten de organen en andere kipdelen die niet mee verkocht worden. Het kan prima gebruikt worden in onze compost. Die weer nodig is in de tuinen om de aarde op te peppen waar het bijvoer wordt verbouwd en de extra groenten.

De benodigde investering kan voor 33% uit microkredieten bestaan. En we hebben een subsidiepot aangeboord die agrarische beroepen onder jeugdigen in Senegal wil bevorderen. Kippen leveren circa 25% netto winst op na 46 dagen. Met een goede planning kunnen wij elke 14 dagen 1000 nieuwe kuikens uit zetten en ook nog eens geld besparen door hen bij te voeden uit eigen tuin. Na een jaar kunnen de microkredieten terugbetaald worden. Of eventueel, als de microkrediet verstrekker dat leuk vind kan het krediet nog een jaar ingezet worden.

Van de gemeente Sandiara hebben wij voor 25 jaar een enorm stuk mooie grond in bruikleen gekregen en de komende jaren zullen er als alles mee zit 4 kippenhuizen op flinke loopafstand van elkaar gebouwd gaan worden. Een van de kippenhuizen zal blijvend voor de BioKids gereserveerd blijven om de zorgkosten te ondervangen en om een studiefonds op te bouwen. Op onze speciale kippenhouderij pagina kan men meer lezen. Ook hoe je makkelijk een aandeel kan nemen.

Ondertussen zijn wij ook druk met het ontwerpen van een mooie ruime koeienstal waar circa 50 koeien een heerlijk leven zullen hebben. Onze koeienstal is onderdeel van een door ons opgezette campagne om koeien en ook schapen niet meer los te laten lopen. Door het vee los te laten lopen is de verwoestijning buitengewoon toegenomen. Jonge natuurlijke aanplant krijgt nauwelijks de kans om tot wasdom te komen. De herders kappen veel fris bladergroen als bijvoeding. En veel bebouwde akkers worden gedeeltelijk leeg gegraasd waardoor de oogsten te mager uit vallen. 

Om deze structurele problemen beter aan te pakken zoeken wij met hulp van onze zusterorganisatie BioSoleil konkrete samenwerking met organisaties die ons helpen om de 200 km2 rond Sandiara flink aan te pakken. Wij introduceren hen op het gemeentehuis via bijeenkomsten en helpen mee om naar financiering te zoeken.

Wij hopen dat veel aandeelhouders ons enthousiasme willen delen en ons blijven volgen. Op bezoek komen is natuurlijk altijd prima. Voor mij speelt mee dat BioKids Sandiara over twee jaar volkomen onafhankelijk is van donaties en giften. Op eigen kunnen benen staan met een sociale instelling en weten hoe je een huishoudboekje mooi kan houden  is voor al onze Kids een mooi begin van een eigen carrière. 







woensdag 2 juli 2014

Over trauma's en vakantie


De scholen zijn gesloten. Elk jaar opnieuw kijk ik tijdens de schoolvakantie terug op de ontwikkeling van al ‘mijn’ Afrikaanse kinderen. Dat is geen sinecure. Verwachtingen moeten op nul gezet worden. Hoe ging het ieder kind een schooljaar terug, en hoe heeft ieder kind zich het afgelopen jaar kunnen ontwikkelen? Wat is er goed gegaan en waren er eventuele blokkades of zelfs stilstand? Hebben de begeleiders het goed gedaan? Heb ik het goed gedaan?

Het merendeel van onze kinderen heeft vreselijke dingen meegemaakt vóór dat zij bij ons kwamen. Die ervaringen zitten diep weggemoffeld. En hebben invloed op hun gedrag en opnamevermogen. Door luisteren, gesprekken, structuur, warmte, en aandacht voor hun emoties zien wij kinderen langzaam maar zeker zichzelf vinden. Sommige kinderen maken een schijnaanpassing door. Die hebben te veel meegemaakt. De wonden zitten diep. Die hebben meer tijd nodig. Dat kan gelukkig. Wij maken geen haast.

Sommige kinderen moeten soms weer even los van ons. Gewoon vakantie vieren bij vriendjes of kennissen. Wij vragen immers ook veel van hen. Hun beste therapeuten blijken lotgenoten te zijn. Oudere jongens die bij ons zijn opgegroeid en nu opvoeder/begeleider van de nieuwe kinderen zijn. Ik besteed veel aandacht aan onze oudere jongeren. Leer hen goed te luisteren en te kijken en werk mee aan hun oordeelsvermogen. Het doet ook hen pijn als zij een bepaald kind niet kunnen bereiken. Dat is een goed teken. Dat betekend dat zij hun werk met liefde doen.

Bovenstaand maakt het leven met deze kinderen daarom ook zo bijzonder. Kinderen met diepe krassen op hun ziel. Al vele jaren maken zij deel van mijn leven uit. Soms schrijf ik er over hen. Of ik laat via foto’s met verandering zien. Van gespannen vermoeide koppies naar ontspannen blije gezichten. Zij vinden het leuk om elkaar terug te zien. Leve Facebook.

Of ik schrijf elders over trauma’s, ontkenning en verdringing en krijg dan brieven met emotionele en soms diep verdrietige reacties. Over verloren jaren door trauma’s en verlies.

Zoals van een veel ouder iemand die na meer dan vijftig jaar ontkenning instortte en ontdekte dat het (kamp)kind in hem nooit een kans had gekregen. Het zat opgesloten in zijn buik, dáár waar het gevoelsleven huist. Hij dacht dat niemand het wilde leren kennen. Pas na het maken van het beeldje in klei en vele gesprekken was er bevrijding. Kon hij luisteren naar zijn volwassen zoon. En samen huilden zij en konden elkaar voor het eerst omhelzen. Zo’n brief raakt ook mij heel diep.

Door het samenzijn met ‘mijn Afrikaanse kinderen’, met hun ondeugende, schrandere en blijmoedige karakter raak ik geïnspireerd en kan ik soms andere mensen in verre landen een beetje op weg helpen. En laten we wel wezen. Dat terugkijken zorgt ervoor dat wij weer zin krijgen in het aanstaande jaar. 

Om dit werk vol te houden is het van belang ‘bij’ te blijven. Voor de komende weken eerst een grote stapel heerlijke boeken doorlezen en de tuin in. Dat schilderijtje met boeken staat op mijn computer als ‘reminder’. Lezen, schrijven en een beetje tuinieren is immers ook op vakantie zijn.










zaterdag 23 november 2013

Nederlandse uien zorgen voor werkeloosheid in Senegal


Wij hebben in Villa Dakarkids (graag) bezoek uit Nederland en uiteraard ook uit andere landen. Kick Hommes (23) een aankomend journalist uit Amsterdam melde zich twee dagen voor zijn vertrek via Facebook vriend Marc Broere. Of wij een plekje voor Kick hadden in verband met een onderzoek in het kader van de internationale Nederlandse handelspolitiek. Kick heeft als opdracht om de ‘uien route’ beeld te brengen. Op de lokaalmondiaal website is prima te lezen waarom o.a. Kick onderweg is. De reis van Kick is tevens onderdeel van een journalistiek trainingsprogramma opgezet als Beyond Your World

Marc Broere hoort bij Vice Versa een prettig leesbaar vakblad over ontwikkelingssamenwerking. Onlangs is er nog een boek verschenen geschreven door Marc en een andere Villa Dakarkids vriendin Ellen Magnus. Dat boek gaat over omvallende heilige huisjes waar ontwikkelingswerkers jarenlang in gewoond hebben. Huisjes die niet meer veilig blijken te zijn voor de tanende publieke belangstelling voor het ontwikkelingswerk.

Gelukkig ben ik géén ontwikkelingswerker, journalist of wetenschappelijk onderzoeker. Want, om binnen die drie beroepsgroepen een onbekommerde boterham te verdienen is heden ten dage niet echt gemakkelijk. Toeval of niet het zijn juiste deze beroepsgroepen die geregeld in Villa Dakarkids verblijven om vanuit ons huis hun onderzoek te doen of om eens bij te praten. Het zijn voor 99,9% leuke en betrokken mensen die de wereld een groot hart toedragen en indien mogelijk ook door hun werk de mensheid een ‘spiegel zonder te oordelen’ voor willen houden. 

De dakarkids zorgen zo goed mogelijk voor hen. D.w.z de kids houden het huis op orde, koken, maken koffie en thee en halen boodschapjes. Daarnaast zijn zij altijd bereid zo veel mogelijk uitleg te geven over hún Senegal en zorgen voor een warme gezelligheid die onze gasten inspireert en extra moed geeft hun werkopdrachten buiten onze deuren zo goed mogelijk te volbrengen.

Kick, Lamine (24) en Demba (20) zitten vaak bij elkaar aan tafel. Gezellig en je ziet de grote ‘opgroei’ verschillen nauwelijks. Demba verkocht vroeger toen hij veel jonger was twee jaar lang elke nacht hard gekookte eieren op het vliegveld van Dakar. Dat was zijn inkomen. In 2008 kwam Demba in Villa Dakarkids wonen. In de eerste maanden wilde hij vooral ’s avonds als er een vliegtuig over ging ‘Ah Lufthansa’ of hmm Air Portugal aan het gesprek toevoegen. Dat zat er diep in. Na het overlijden van zijn vader viel de familie van Demba uiteen. Moeder verloor haar belangstelling voor haar kinderen en Demba vertrok als 14jarige onderdeur naar Dakar om voor zich zelf te gaan zorgen. Hij had nauwelijks scholing gehad in het dorpje zonder stroom. 

Vandaag de dag spreekt en schrijft Demba goed Frans en Engels. Sinds een paar maanden studeert hij ook Nederlands. Hij schrijft al behoorlijk Nederlands en gisteren vroeg hij nog ‘wat betekend  vanuit’? Ondanks ons aanbod om naar een gewone school te mogen heeft Demba gekozen voor ‘thuisstudies’. Demba wilde niet een Senegalese school omdat hij er geen vertrouwen in heeft dat hij genoeg leert. Verlegenheid over zijn zeer landelijke afkomst zal ook een rol spelen.

Lamine woont alweer bijna tien jaar bij ons. Net zoals Demba heeft Lamine als kind een buitengewoon moeilijk tijd gehad. Lamine heeft door ziekte nauwelijks scholing gehad. Vanaf zijn zeventiende heeft hij leren lezen en schrijven. Lamine spreekt nu vloeiend Engels voldoende Frans en spreekt 3 lokale talen.  Beiden zijn verantwoordelijk voor de opvang en begeleiding van onze nieuwe kleine bewoners en hebben ook veel organisatie taken binnen onze projecten. Dat doen ze heel goed. Hun leven is onvergelijkbaar met het opgroeien en de kansen die Kick heeft gekregen. Na zijn dubbele universitaire opleiding afgesloten met Master’s in geschiedenis en journalistiek is Kick ‘vrij’ om de arbeidsmarkt op te gaan. 

Mooi zo’n kans van lokaalmondiaal om onderzoek te naar de Nederlandse ‘uienroute’. Ben dan ook reuze nieuwsgierig naar het artikel wat Kick in februari 2013 mag publiceren. Want hij is bloedserieus bezig met zijn onderzoek.

Hier in Senegal is het echter om te huilen. Juist de Nederlandse én Senegalese internationale-uien-handels-politiek zorgt voor veel werkeloosheid in Senegal. In Sandiara het dorp waar wij ons tweede Dakarkidshuis hebben wonen honderden boeren die nauwelijks werk hebben. Er is 2000 hectaren beschikbaar waar op circa 300 hectaren ‘gekeuterd’ wordt. De armoede onder de kleine en wat grotere boerenfamilies is daardoor bijzonder groot.  Senegal importeert bijna 70% van het benodigde basisvoedsel. 

De Senegalese overheid verdient aan de importheffingen. Maar kennelijk te weinig om actief in het eigen land en tuinbouwbeleid te investeren. Een beleid met veel woorden maar weinig daden. Dat het zo graag naar Afrika vingerwijzende Nederland haar door de Europese Gemeenschap over gesubsidieerde landbouwproducten voor goed geld naar de ‘arme landen’ stuurt met brandstofslurpende containerschepen gaat Kick Hommes naar ik oprecht hoop eens fijntjes uitzoeken.

En hoe gaat het eigenlijk met de ontwikkelingsorganisaties zoals de Oxfam Novib’s, Cordaid’s, SNV’s uit Nederland die in West Afrika actief zijn? Hier in Senegal lezen of horen wij uitzonderlijk weinig van hen. Wat  is hun bereik eigenlijk en hoe zit het met de kosten baten calculaties? Hun voor de Goede Doelen draagvlak staan niet alleen door de crisis in Nederland onder druk. De bezuinigingen en de weinig zichtbare resultaten én het gebrek aan onderlinge samenwerking zet hun ‘sector’ zwaar onder druk. De populistische stemmingmakers zoals o.a. de VVD en PVV willen het liefst dat er géén cent naar de ontwikkelingshulp gaat. Liever verkopen zij hun te dure uien en ander lekkers aan landen zoals Senegal en verhogen daarmee de werkeloosheid. Het in o.a. Afrika verdiende geld wordt daarna ingezet om de grenzen nóg beter voor  de economische vluchtelingen uit o.a. Afrika af te sluiten.

Wij gaan daarom de komende jaren vanuit Nederland een leuk experiment doen met Nederland. Wij hebben een organisatie opgericht die BioSoleilSenegal heet. Het is een konkreet ‘banenplan’ om binnen vijf jaar 1200 banen te creëren binnen de Senegalese land- en tuinbouw sector. Ofwel 1200 banen in ons mooie dorp Sandiara. Omdat pesticiden behalve de bodem uitputten en aldus op termijn veel meer kosten opleveren dan de waarde van de winsten van de snelle gemodificeerde producten, hebben wij uiteraard gekozen voor biologische landbouw. Het groeit allemaal wat langzamer en heeft soms een klein plekje maar het past wel prima bij onze Afrikaanse mentaliteit en is gezonder voor onze kinderen en de toekomst van het land.

Het BioSoleil plan ziet er als volgt uit. Wij richten vanaf volgend jaar een veertigtal land & tuinbouw bedrijven op. Met een centraal opleidingen en coöperatief boekhoud centrum. Daarnaast logistiek, landbouwmachine verhuur, opslag, koeling, verpakking en transport afdelingen. Uitgangspunt is exportkwaliteit voor de lokale markt en dus ook geschikt voor de export. Het boekhoudcentrum herbergt ook een advies & administratie afdeling die de contacten met de Senegalese overheid en de buitenlandse subsidiegevers optimaal zal onderhouden. Hiertoe houden wij nauwgezet de Nederlandse initiatieven in de gaten zoals het Dutch Growth Fund (waar wij overigens grote vraagtekens bij hebben) en het Agentschap.nl.  Wij zorgen ervoor dat wij voldoen aan al hun voorwaarden en zijn dus reuze benieuwd waarom wij eventueel afgewezen zouden worden. Of het geld zou op moeten zijn. 

Werkeloze land en tuinbouwspecialisten uit Nederland zijn trouwens van harte welkom om ons komen te versterken. Basis Frans en ruime ervaring binnen de sector zijn een pré. Leeftijd is minder belangrijk. Wij bemiddelen dan bij het verkrijgen van een werkvisum en bij het behoud van uitkering voor maximaal twee jaar. Schrijf naar biosoleilsenegal@gmail.com.

Nu wij het toch over geld hebben. De Dakarkids doen het vaak erg goed op school of als land- en tuinbouw leerling. Door de crisis zijn de donaties afgenomen. Toch willen wij de noodzakelijke verzorgingskosten op pijl blijven houden. Daartoe hebben wij een loterij bedacht. Vanaf 1 januari 2014 kan iedereen die een reis en verblijf naar Senegal wil winnen op eenvoudige wijze meedoen met onze loterij. Eén lot kost vijf Euro. Hoe meer loten je koopt hoe meer kans je maakt op een gezellig en verrijkend verblijf in de beide Dakarkidshuizen en natuurlijk is er gelegenheid om kennis te maken met Senegal. Bekijk hier onze foto’s en de fotokaarten onder deze blogtekst. Neem anders een kijkje op onze website dakarkids.info. Doe vanaf 1 januari 2014 mee, het ticket is immers ook overdraagbaar. Wij vinden pottenkijkers juist super leuk!

November 2013 - Kick Hommes eet mee in Villa Sandiara - Lamine zit links

Lamine links vooraan - vroeg ontbijt in Villa Dakarkids

de uien route

Cheikh Sow links - Demba rechts

BioSoleilSenegal klik op de naam








vrijdag 22 februari 2013

Tom, een ondervoed Afrikaans kind in Nederland


Er is ophef in Nederland over een kind wat rauw voedsel moet eten van zijn moeder. Het kind mag vanwege  de ophef en dat dieet niet naar school van zijn moeder. Hij wordt vergeleken met een ondervoed Afrikaans kind. Natuurlijk is Tom (1998) loyaal aan zijn moeder (1957) want hij heeft niemand anders. Zijn vader woont in Engeland en hij heeft geen broertjes of zusjes. De Volkskrant bericht op 19/12/12 – Dat Moeder ‘Rauw’ te ver is gegaan. ‘Uit medisch onderzoek blijkt dat haar zoon te weinig voedingsstoffen binnenkrijgt en een groeiachterstand heeft. Volgens een kinderarts lijkt zijn groeicurve op die van een ondervoed kind uit Afrika, en zal hij door zijn dieet 12 cm kleiner worden dan wanneer hij normaal zou eten’. Vijf jaar geleden kwamen Tom en zijn moeder voor het eerst in beeld in de documentaire Rauw. Nu blijkt dat er weinig in de situatie van Tom en zijn moeder is veranderd. De overheid en de rechterlijke macht zijn niet met een adequate oplossing gekomen om te zorgen dat het niet uit de hand zou lopen. De kwestie is te lang blijven voortsudderen.
Het doorslaggevende argument is het belang van het kind. In dit geval heeft Kenter dat belang in twee opzichten duidelijk geschaad. Haar zoon groeit te weinig en hij gaat niet naar school. Het punt is bereikt dat Tom tegen zijn eigen moeder in bescherming moet worden genomen. Dwz dat zeggen de kinderbeschermers en een arts.

Hoe kon dit allemaal gebeuren? - De moeder van Tom had 10 jaar geleden een rauwkost droom. Tom eet daardoor sinds zijn 5de jaar alleen maar rauw, ongekookt voedsel. Hij eet geen vlees, vis, brood, rijst, zuivel of suiker. En heeft daardoor gebrek aan het IGF-1 groeihormoon. Hij kreeg landelijke bekendheid nadat een documentairemaakster, Anneloek Sollart, een film over hem maakte: Rauw. Er is daarna een tweede documentaire over hem gemaakt: Rauwer. Die heb ik via uitzendinggemist.nl kunnen zien. Omdat ik in Senegal woon en dagelijks met veel écht ondervoede kinderen te maken heb dacht ik eerst dat die Hollandse moeder niet goed snik zou zijn. Maar ik ben niet van de Rechtbank of de Kinderbescherming dus oordeel ik niet over de moeder. Zij deed mij denken aan de jonge macrobiotische en biologisch dynamische vaders en moeders uit de jaren ’80 van de vorige eeuw. Toen was de moeder van Tom ook nog een jong meisje en ik ben dus benieuwd hoe háár opvoeding en jeugd is verlopen. En toen was de moeder van Tom nog geen moeder. De moeder van Tom, heeft Tom rond 1998 gekregen toen zij circa 41 jaar oud was. Zij is dus eerder een ‘nu of nooit’  geval. De jaren ’80 ouders vertoonden toen al een hoog echtscheidingspercentage en veel van deze kinderen uit eenoudergezinnen zag ik in de Amsterdamse praktijk langs komen met ernstige opvoedingsproblematiek. Waaronder leerachterstanden, ondervoeding, chronische vermoeidheid en vaak opstandig gedrag vanaf hun twaalfde. Kleptomanie, pesten of gepest worden, stiekem gedrag* waren de veel voorkomende klachten. Veel van die kinderen hadden de zelfde uitstraling als Tom, een tikkeltje doorschijnende huid met weinig blos. Goed en geduldig kunnen luisteren maar in sommige gevallen over-aangepast gedrag. Veelal werd dat over-aangepaste gedrag ingeruild voor onaangepast gedrag nadat deze kinderen zestien jaar oud waren geworden.

Een aantal van hen hebben het niet overleefd door aids en drugsgebruik. Die kinderen zitten nog diep in mij hart, hun ouders zitten bij mij op een andere plek. Wat ik mijzelf verwijt is dat ik die ouders en kinderen niet voldoende heb kunnen helpen. De ouders waren vaak te vér doorgeschoten in hun overtuiging(en) en daardoor onbereikbaar voor een aanpak die het hun kinderen mogelijk maakte om opgenomen te worden in de sociale dynamiek van hun leeftijdsgenoten. Wij noemden deze kinderen gekscherend macrochaotisch of over-bio-actief. Deze kinderen kwamen zelden uit een groot gezin. Hooguit twee en zelden drie  broertjes of zusjes. Maar het merendeel was enig kind en had een alleenstaande vaak overbezorgde moeder. Kern van de onderliggende problematiek was affectieve verwaarlozing. De jonge vaders en de moeders hadden zich ‘bevrijd’ in de hippe jaren ’60 en de libertijnse jaren ’70. Deze vaders en de moeders waren de naoorlogse ‘babyboomers’. Dat zijn vandaag de mensen die hun pensioenen in gevaar zien komen.

Eerlijk gezegd kan mij die macrobiotiek en dat doorgeslagen veganisme gestolen worden. Niet dat ik tegen gezond eten ben maar ik ben tegen ongezond denken en doen. Iedereen weet ondertussen wel dat hysterie niets anders betekend dan de realiteit overdrijven. Iedereen weet dat psychopaten (in overvolle en dure gevangenissen) heel graag en vaak dwingend gelijk willen hebben. Daar hebben de neuroten het dan weer heel erg moeilijk mee en die gaan dan vlees eten en roken of krijgen eetstoornissen en andere zorgkosten verhogende kwalen. De uitvinder van de macrobiotiek George Osawa en Max Birchner de uitvinder van de muesli werden niet echt oud met hun gezonde levensstijl. Dan deed Mijnheer Kellogg van de cornflakes het beter die werd 91 jaar oud. Terwijl er in zijn cornflakes eerder te veel suiker en zout zou zitten. Niet zo gezond dus maar kennelijk leef je dan toch langer. Over dat stiekem* worden: tijdens mijn studiejaren in Zürich vertelde mijn hospita dat zij bevriend was geweest met een zoon van Max Birchner van de muesli. De zoon was directeur van de bekende Birchner-Benner mueslirauwkost behandeling kliniek. Eén maal per maand kwam deze zoon en bekende rauwkost apostel in afzondering een grote biefstuk eten. Later is de Muesli kliniek failliet gegaan en werd omgebouwd tot een somber psychiatrisch ziekenhuis waar ik een stage heb gedaan en waar o.a. obesitas en boulimie werden behandeld.

Als ik lees over de problemen die Tom en de moeder van Tom hebben met de overheden en de bezorgde artsen van het AMC Amsterdam en de Kinderbescherming die hem vergelijken met ‘een ondervoed kind in Afrika’ dan stijgt het bloed mij even flink naar het hoofd en krijg ik blosjes waar Tom jaloers op zou worden. Waarom moet Tom gvd vergeleken worden met een Afrikaans kind? Omdat hij alleen rauwkost te eten krijgt? Daarmee gepest wordt waardoor zijn moeder het noodzakelijk vindt om hem thuis ‘onderwijs’ te geven? In 2008 begon het en nu vijf jaar later zijn de moeder, zoon, rechtbank, kinderbescherming en de journalisten er nog steeds mee bezig en komen kennelijk geen stap verder. Als Tom zijn navelstreng weet door te knagen en 50 euro van zijn moeder pikt en dan met een leuke meid (of wordt het een jongen) eens flink gaat doorhalen bij MacDonalds en de FEBO is het pas echt nieuws. Dat zal niet al te lang meer duren want al is zijn testosteron aanmaak ernstig vertraagd er komt een dag dat al die negatieve aandacht zijn oren en neus uit zal komen. Ik wens Tom een ‘vet lekkere’ na-jeugd toe zonder al die publieke belangstelling die alleen maar het fundamentalisme van zijn moeder versterken.

De kinderen die wij hier in Senegal opvangen zijn allen écht ondervoed. Als de Senegalese kinderbescherming écht zou bestaan inclusief een échte Kinderrechter dan zouden er in Senegal circa 3 miljoen ouders moeten verschijnen en evenzoveel kinderen uit de ouderlijke macht worden ontzet. De kinderen hier krijgen nooit rauwkost en dat is pas échte kindermishandeling. Ze krijgen ook nauwelijks melk, eieren, vlees of vis. Ze slapen op matten of stukken karton in vieze kleine huisjes. Of de moeder van Tom écht van haar kind houd is niet geheel duidelijk. Hier in Senegal houden de meeste moeders wel heel veel van hun kinderen. Het verschil met de moede van Tom is het gebrek aan middelen om hun kinderen te geven wat zij zo hard nodig hebben, voldoende en gezond eten. Dat heet ‘ongelijkheid’ in de westerse termen van de ontwikkelingssamenwerking die hooguit 5% van de Afrikaanse ondervoede kinderen bereiken via UNICEF of andere Goede Doelen. Die andere 95% worden zo goed als mogelijk is door hun moeders verzorgd. De vader en moeders die hun kinderen het zelfde gunnen als Tom creëren een ander soort ongelijkheid. Een soort luxe ongelijkheid waardoor Tom door zijn leeftijd genoten wordt gepest en in een isolement dreigt te raken. Een isolement waar zelfs de Nederlandse wetten geen greep op kunnen krijgen. Behalve dit rauwkostschandaal hebben wij in Nederland ook de bouwfraude en andere grote schandalen zoals ‘belastingontwijking’ waardoor de Nederlandse politiek en economie steeds meer gaat lijken op de Afrikaanse bananen republieken. En er is hierdoor geen geld meer voor ontwikkelingssamenwerking volgens de politiek.

Daarom ben ik ook een groot voorstander van Biologisch Dynamische Internationale Samenwerking (BDIS) waarbij alle producenten en verkopers van bijvoorbeeld bio producten verplicht worden een gedeelte van hun winst af te staan aan een ‘internationaal samenwerkingsfonds’ waaruit het opzetten van bio land en tuinbouw in bijvoorbeeld Afrika bevorderd gaat worden. De kennis van de Nederlandse bio boeren is hier in Senegal zeer gewenst en als de andere niet bio boeren zich om laten scholen en dan ook naar Senegal komen en aldus hun Hollandse landerijen voor 5 jaar zouden verlaten dan kan hun Hollandse land en het omringende water eens fijn bijkomen van al die pesticiden die Tom ook binnen krijgt. Want ook al leef je op bio 40% van de pesticiden komen toch hun neus in door de verdamping tijdens het sproeien. In Senegal is er nauwelijks geld voor pesticiden dus hier is de grond nog goed en zeer vruchtbaar. Als die Hollandse boeren dan komen met een trits bio academici, logistiek jongens en media & communicatie meisjes dan zien zij behalve de miljoenen slecht gevoede kinderen ook heel veel onbedorven en slimme kinderen en jongeren die dol graag naar goede scholen willen en daarnaast graag op het land meewerken om hun ouders te helpen met een zelfverdiend inkomen.

Natuurlijk gaan de naar Senegal komende Hollandse boeren met hun gezinnen er economisch een tijdje op achteruit. Maar wat is mooier dan je doelstellingen weer te kunnen leven? Een betere en gezondere planeet en het meewerken aan het opheffen van de internationale ongelijkheid in samenwerking met een bijzonder gastvrije en best wel stoere bevolking. Albert Heijn en al die anderen kopen hun producten dan heus wel tegen écht markt conforme prijzen want die ontstaan pas als zij een gedeelte van hun winsten gedeeltelijk moeten afdragen aan de internationale ontwikkelingspot en die loopt mooi vol door de solidariteit van de trouwe bio klanten met de Nederlandse en Afrikaanse boeren die zulke heerlijke groenten en fruit telen voor hen weten te telen. Je weet wel, producten zoals ze ‘vroeger’ smaakten! Natuurlijk mag de moeder van Tom, Francis Kenter hier ook naar toe komen. De Afrikaanse kinderen zouden hier beslist baat hebben bij een schaaltje rauwkost per dag en daarnaast leert Francis meteen dat alleen rauwkost beslist onvoldoende is om een Afrikaans kind goed op weg te krijgen. Om mijn opgewondenheid over die onzin rond Tom wat kwijt te raken ga ik even een half uurtje foto’s knippen en plakken. Daar werd ik op de kleuterschool ook al rustig van.






Remke de Lange bedoelde natuurlijk Francis Kenter

zaterdag 1 december 2012

De dood van een Talibé


Het was druk geweest op het busstation van Thies. Asanne had meegeholpen om de bagage op het dak van de meer dan veertig jaar oude Renault autobus vast te sjorren. Zoals gewoonlijk waren er weer meer passagiers dan  beschikbare zitplaatsen verkocht. Door het overgewicht op het dak zakte de bus bijna door luchtgeveerde schokbrekers. Asanne was moe. Vroeg in de ochtend waren zij uit St. Louis vertrokken en na een paar uur herladen zou dus bus rond middernacht in St. Louis terug keren. Op de achterkant van de bus waren lang geleden twee smalle ladders gelast. Aan de onderkant verbonden met een lange treeplank waarop een of twee ‘apprenti’ konden staan. Asanne werkte al weer twee jaar als apprenti op de bus van Sering de oude chauffeur die hij nog kende toen hij in de koranschool woonde.

Asanne had achterin de bus bij de achterdeur op een heel klein klapbankje gezeten. Veel passagiers waren al in slaap gevallen en de warme lucht in de bus maakte dat Asanne de achterdeur opendeed en onder het rijden met een wijdbeens sprong naar de ladder op de achterkant van de bus klauterde. Hij vond de warme avondlucht en de wind heerlijk. De wind tilde zijn hemd op en de koelere lucht streek over zijn magere bovenlichaam. De bus slingerde zich over donkere weg af en toe wat snelheid terugnemend als er een schaars verlicht dorp werd gepasseerd. Asanne had er een gewoonte van gemaakt om zijn armen om de ladder heen te slaan en rechtopstaand kon hij toch wat slaap inhalen. Hij droomde dan vaak over verre reizen en oorden waar hij foto’s van had gezien in oude tijdschriften. Of over zijn oudere broer die met een boot ’s nachts was vertrokken en nu in Spanje zou wonen. Kort voor middennacht wipte de achteras van de bus door een onverhoeds scherpe bocht en diepe kuil en slingerde de slapende Asanne van het kleine treeplankje.

Het lichaam van de slapende Asanne kwam hard met het asfalt in aanraking. Zijn gestrekte lichaam rolde met grote vaart van het hoger gelegen talud. Om een paar meter lager door de hoog opgeschoten struiken tot stilstand te komen. Pas in St. Louis zou men bemerken dat Asanne er niet meer was. Sering en de andere apprenti maakten zich geen zorgen. Zij waren moe en zouden Asanne in de ochtend wel weer zien. Als de bus opnieuw zou vertrekken. De vroege ochtendzon scheen over het magere gezicht van Asanne. Hij leek veel jonger dan zeventien. Alhoewel hij niet zeker wist of hij wel zeventien jaar oud zou zijn. Op zijn dorp werden nooit geboorteaangiftes gedaan. Er werd eerst gekeken of het kind levensvatbaar was. Asanne had twee zusjes gehad die kort na de geboorte waren gestorven. Ndeye zijn moeder had de vier weken oude tweeling ’s morgens dood gevonden. Asanne was vijf jaar oud geweest en had op de mat geslapen met zijn andere broertjes toen hij wakker werd van de zacht huilende Ndeye die de beide baby’s dicht tegen zich aan had gedrukt en gebeden prevelde afgewisseld met en toon van verdriet die hij nooit eerder had gehoord. Asanne was stil bij zijn moeder gaan zitten. Aan het eind van de middag waren de baby’s in lappen gewikkeld en buiten het dorp in een diepe kuil begraven. Gorgui de dorpsoudste had gebeden opgezegd. Asanne had op zijn hurken gezeten naar de gezichten van de grote mensen gekeken. Verweerde gezichten. Zijn vader was er niet geweest die kwam alleen tijdens de ramadan en bracht dan soms kleine cadeautjes mee uit het verre Dakar. Vader hield dan ook de nieuwe baby vast terwijl de andere kinderen om hem heen stonden.

Het ochtendlicht verwarmde het lichaam van Asanne. Zijn ogen gingen open. Langzaam trok de warmte door zijn bovenlichaam naar beneden. Zijn hemd was door de rolpartij gescheurd en lag open en half gedrapeerd langs zijn armen. Uit zijn afgezakte oude zwarte broek stak de rode voetbalbroek van zijn geliefde Spaanse voetbalclub waar zijn oudere broer dicht bij zou wonen. Het bewustzijn kwam langzaam in Asanne terug. Hij probeerde zich te bewegen. Dat lukte niet. Op het gezicht van Asanne verscheen een glimlach. Hij kon niet begrijpen dat zijn lichaam niet wilde luisteren. Vroeger ging dat als vanzelf. Hij wist ook dat hij geen pijn had. Hij kende pijn. Als hij door zijn koranleraar met een stok of een riem werd geslagen had hij geleerd niet te schreeuwen maar juist de pijn in te slikken. Want hoe harder hij huilde des te harder sloeg de Oustache. Hij was soms te moe geweest om de oude Arabische woorden die samen een spreuk of gebed vormenden telkens en opnieuw te herhalen. De woorden herkende hij op de houten afgeronde planken die de andere leerlingen voortdurend met elkaar ruilden.

Ndeye zijn moeder was stil geweest toen haar werd verteld dat Souleymane haar echtgenoot had laten weten dat hij in Dakar een tweede vrouw had getrouwd. Ook de andere vrouwen in het kleine dorp wisten wat dit betekende. Er zou minder geld uit Dakar komen. Enige maanden later was Modou uit het andere dorp bij Ndeye langsgegaan. Hij had Ndeye verteld dat hij geen boer meer zou zijn het land was te droog geweest en hij voelde zich verlicht door nieuwe inzichten. Hij had een nieuwe roeping. Hij was tot het besluit gekomen om zich als koranleraar in St. Louis te gaan vestigen. Hij wilde zijn eigen Daara openen en gunde ook de vele jongens in het dorp de mogelijkheid om zich tot Allah te wenden door studie van de Koran. Hij had al 17 kleine volgelingen en vroeg ook aan Ndeye of zij een of twee van haar jongens aan hem toe wilde vertrouwen. Vroeger, voor de grote droogte was er niet ver het dorp ook een Daara geweest. Het was een afgeschermd stuk land en bij de ingang was door de leerlingen een lemen gebouw met een dak van riet en gedroogde takken gebouwd waar zij met soms wel vijftig jongens les hadden gekregen van de strenge maar vriendelijke Oustache Mbaye. De jongens waren altijd schoon geweest en hadden ook vele uren op het land doorgebracht om te zaaien en te oogsten. Alleen op de woensdagmiddagen zwermden de vele jongens uit met hun halve kalabasschalen om suiker, rijst, bonen of ander eten bij hun ouders en buren op te halen. De volle schalen waren een teken van waardering voor de goede zorgen van de koranleraar. Dat was vroeger.

Asanne was ongeveer zeven jaar oud geweest en met zijn drie jaar oudere broer en achttien andere jongens in een oude witte bus zonder glas in de ramen naar St. Louis vertrokken. Ndeye had gezegd dat zij niet mochten huilen en goed naar de Oustache moesten luisteren. Hun leven zou veranderen en beter worden had Ndeye gezegd. Asanne had zijn moeder lang aangekeken en in haar gezicht gezocht of er ergens een uitdrukking was waardoor hij bij haar kon blijven. Net zoals de andere moeders had Ndeye een grote wijde hoofd en schouderdoek omgeslagen en leek hiermee te willen vertellen dat haar besluit vast stond. De schaarse bezittingen van de twintig jongens waren in drie grote linnen zakken samengebracht en op het dak vastgebonden. Asanne was geschrokken van het rauwe geluid van de motor. Het was de eerste keer dat hij in een bus zat en hij verbaasde zich over de wijze waarop het landschap onder en opzij van de bus hem meenam naar het onbekende oord waar hij enige uren later in het donker terecht zou komen. Modou die vroeger boer was geweest wilde nu Oustache genoemd worden. Hij verteld de jongens in de bus dat hij voor hen zijn leerlingen en zijn Talibes, alles had opgegeven. Zijn vrouw en kinderen zouden achterblijven en hij zou hun de weg wijzen naar kennis die groter was dan het leven. Door armoede en eenvoud zouden zij eerder begrijpen wat de boodschap van Mohammed zou zijn. Als zij hem zouden volgen zoals hij Oustache Modou, Mohammed volgde. Dan zou de beloning in het paradijs vele malen groter en mooier zijn dan het harde leven op aarde. De jongens waren onder de indruk geweest van Modou die zo veranderd leek en in zijn lange witte Boeboe gewaad en nu zoveel indruk maakte.

Asanne zou bijna zeven jaar in het ommuurde grondstuk vlak bij de zee verblijven. Er was een kleine kamer voor de Oustache met een gordijn als deur. Door de jaren heen had de Oustache ook vaak kleine papiertjes opgerold met daarop een krachtige spreuk uit de koran. De rolletjes werden met wat zand in een leren zakje genaaid en van een zwarte koordje voorzien. Soms met kralen versierd. Deze gris-gris werden als talisman verkocht aan mensen die kracht of bescherming nodig hadden. De Oustache was steeds succesvoller geworden met de verkoop van zijn gris-gris. Hij werd nu ook Marabout genoemd. De jongens sliepen naast de kamer van de koranleraar. Onder een groot afdak waar ook de opgerolde matten stonden en de linnen zakken met oude kleding. Elke dag werd er water gezocht in de wijk en sleepten een paar leerlingen de 10 liter waterflessen naar de Daara. Veel tijd voor koranlessen was er nooit geweest. Alle jongens brachten op blote voeten vaak meer dan twaalf uur per dag door met bedelen. Er moest immers door iedere jongen meer dan 500 CFA opgehaald worden. Op straat was het vaak ook leuker dan in de Daara. Er veel te beleven en als je geluk had dan vulde het grote lege tomatenpuree blik zich met rijst, suiker of gekregen etensresten. Die 500 CFA bleven echter wel verplicht maar de extra hapjes waren wel een prettige aanvulling. Vooral als het ’s nachts koud was dan was het prettig geweest als er nog wat extra eten voor het slapen verorberd kon worden. De jongens sliepen dicht tegen elkaar aan. De warmte die zij elkaar konden geven onder het dunnen laken was niet altijd voldoende geweest.

Asanne had met verbazing geaccepteerd dat zijn lichaam niet meer wilde bewegen. Hij had de pogingen opgegeven om signalen te geven aan zijn benen en armen. Die bleven roerloos. De warmte van de zon nam toe en Asanne begon licht te zweten soms werden zijn ogen vochtig maar door de zon verdampte het weinig vocht. De kleine mieren op zijn voeten voelde hij nauwelijks. Telkens opnieuw kwamen er beelden van vroeger als een fototentoonstelling voor zijn ogen. Er waren ook momenten dat hij de geur van zijn moeder dacht te ruiken of Maimouna. Haar handen waren zo zacht geworden door de zeep als hij door haar gebaad werd. Asanne was verliefd geworden op Maimouna. Hij was veertien en Maimouna twaalf. Met haar zou hij gaan trouwen dat stond vast en als Allah het wilde zou het ook zo gebeuren.

Asanne dacht aan haar lieve gezichtje wat hij al zo veel jaren kende. Maimouna woonde een paar straten verder. In een groot huis met veel belangrijke mensen. Er waren zelfs twee auto’s en de vader van Maimouna werd elke ochtend door een chauffeur weg gereden. Maimouna liep dagelijks naar haar school en Asanne zorgde ervoor dat hij zo vaak mogelijk in haar straat of dicht bij de school was om haar onopvallend te kunnen begroeten. Soms was er na schooltijd gelegenheid geweest om wat langer te praten op een ingetogen en toch vrolijke manier. Want eigenlijk mocht Asanne in het geheel niet praten met een meisje uit de hogere klasse. Het was Maimouna geweest die had besloten om de vriendschap toe te staan. Asanne had dat zeer bewonderd. Een meisje dat zelfstandig overkwam en hem de kleine bedelaar, aandacht wist te schenken. Er waren dagen geweest dag  Asanne kwaad en opstandig was geweest over zijn schrale leven dat zo uitzichtloos leek. De oudere jongens in de koranschool van Oustache Modou waren soms met ruzie vertrokken. Zij accepteerden het gezag van Modou niet meer. Het was Modou goed gegaan. Hij had van de gebedelde inkomsten eerst een klein winkeltje kunnen kopen. En later opnieuw een grotere winkel. Hij woonde allang niet meer in het kamertje zonder deur met dat lichtblauwe gordijn. Daar woonde nu zijn assistent die eigenlijk de korangeschriften beter kende dan Modou zelf.

Er was ruzie geweest tussen de oudere jongens en de Oustache. De jongens waren woedend weggelopen. De Oustache had hen nageroepen dat zij zijn beste leerlingen waren en dat hij zo veel voor hen had betekend. De jongens hadden zich niet meer omgedraaid. En Asanne was verbaasd geweest over het gemak waarmee de jongens zich vrij hadden gemaakt. Een jaar later zou Asanne het zelfde doen. Hij had Sering al eerder leren kennen. Een chauffeur op een grote bus die na zijn ritten vaak op een bankje had gezeten voor zijn huisje. Asanne had hem gevraagd hoe het onderweg op de reizen toe ging en waar de bus zoal kwam. Sering had gezegd ‘ga meer eens mee dan zie je waar ik over spreek’. Asanne was een paar keer mee geweest zonder toestemming van de Oustache. Het geld wat Sering hem had gegeven voor zijn hulp had Asanne ’s avonds aan de Oustache gegeven. Wanneer Asanne precies apprenti werd wist hij niet meer. Hij had zijn weinige kleding verzameld en had tegen de andere jongens in de Daara gezegd dat hij voortaan in de bus zou slapen. Niemand had hem tegengehouden en niemand zou hem geluk wensen. 

De zon had het lichaam van Asanne opgewarmd maar Asanne had het steeds kouder gekregen. De beelden die hij zo scherp voor zich had gezien werden steeds vager en kleurden zich met het geel van de zon. Asanne vond het een mooi spel en glimlachte want hij wist dat hij op weg naar het paradijs was. Pas twee dagen later stopte de oude witte bus aan de andere kant van de weg. Sering de chauffeur probeerde nog de knopen van het hemd van Asanne dicht te doen. Zijn trillende vingers voelden dat het te laat was. Hij streek over het verharde en uitgedroogde gezicht van Asanne en voelde onder zijn hand de bevroren glimlach van Asanne. 












NB: In West Afrika worden 100.000den meisjes en jongens het recht op opgroeien binnen hun eigen familie en het recht op regulier onderwijs ontzegd door exploitatie van hun levenslust. Jongens die in de informele 'koranscholen' opgroeien hebben het nu hun jarenlange verblijf extra moeilijk om sociaal te integreren. 

Zij spreken veelal geen Frans en kunnen nauwelijks lezen en schrijven. 
Meisjes vanaf 10 jaar oud worden 'uitgeleend' aan familieleden 
of moeten jarenlang als werkster in rijkere gezinnen aan de slag.