Posts tonen met het label dakarkids.info dakarkids fondsenwerving goededoelen.nl minbuza senegal ambassadedakar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dakarkids.info dakarkids fondsenwerving goededoelen.nl minbuza senegal ambassadedakar. Alle posts tonen

maandag 4 augustus 2014

Over de dood, kippen houden, gezond blijven en zelfstandig worden


Dakar augustus 2014 - Elk jaar is de zomerperiode een periode van reflexie. Wat is er in het afgelopen jaar gebeurd. Wat ging er goed. Wat ging er minder goed. Wat ging er fout. Wat was leuk. Wat was naar en verdrietig. Om met het laatste te beginnen. In het afgelopen jaar zijn er in mijn directe omgeving meer dan twaalf personen overleden. De jongste was zeventien jaar oud. Ibra. Na een dag ziek was hij ’s morgens in zijn slaap overleden. Een lieve, rustige jongen die op school en in onze voetbalschool niet echt opviel maar wel altijd aanwezig was en zijn werk zo goed mogelijk uitvoerde.

Wat Ibra gemeen had met de andere doden? De doodsoorzaak was onbekend. Naar de doodsoorzaak van Gasama (48) mijn buurman kon ik wel raden maar er was geen zekerheid. In 2012 vertelde hij mij dat hij zijn leven moest veranderen. Hij was als diabeticus gediagnosticeerd. Hij was boos over de ziekte die hem bij verrassing had overvallen. Als zestienjarige was hij vanuit Mali naar een oom gevlucht die toen in Parijs woonde. De oom kon hem niet verzorgen en hij werd aan zijn lot overgelaten. Hij kon intrekken in de voorraadkamer van een fourniturenwinkel niet ver van Mont Martre. De blanke oude eigenaar was weduwe geworden en zocht een jongste bediende maar ook iemand die hem gezelschap hield. Zij werden vrienden.

Door hard werken en ’s avonds studeren behaalde hij boekhouddiploma’s en hij heeft uiteindelijk een hoge functie bij Disneyland Parijs weten te bemachtigen. Van zijn gespaarde geld kocht hij een stuk grond in Yoff. En in latere jaren zou hij een huis bouwen waar zijn Senegalese echtgenote met hun kinderen zou wonen als hij in Parijs verbleef. Door zijn suikerziekte raakte hij ook in een depressie en werd afgekeurd. In het laatste jaar van zijn leven zat hij vaak voor zijn deur naast ons huis. Wij dronken dan vaak een kop koffie. En dan vertelde hij over zijn successen en verdriet. Hij werd steeds magerder, verloor in het laatste jaar meer dan vijfentwintig kilo. Veranderde vaak van arts en nam zijn medicijnen niet op tijd. Kwakzalvers vond hij de doktoren.

Een dag voor zijn sterven had hij mij met blije en fonkelende ogen aangekeken. Ik ga op reis, naar een kliniek in Parijs. Daar weten ze vast wel wat ik mankeer. Hij had er zin in. Weg van zijn immer ontevreden vrouw. Zijn broers die hem niet meer opzochten. Zijn kinderen van wie hij zich vervreemd had. Wij gaven elkaar een hand en wij omhelsden elkaar. Goeie reis wenste ik  hem. De volgende dag pas ’s avonds laat, hoorde ik dat hij op reis was gegaan. Naar het paradijs, want daar geloofde hij in. Zijn lichaam was al omstreeks 17.00 begraven. En zo ging het elke keer met de doden in mijn buurt. Doodsoorzaak onbekend en hup, weg, begraven.

In Senegal worden mannen gemiddeld niet ouder dan 60 jaar. Vrouwen 64. Het zijn onbetrouwbare cijfers. Er wordt nauwelijks onderzoek gedaan. Er is ook nog veel kindersterfte. Bij kinderen onder de vijf jaar. In bijna alle gevallen is er een relatie met ongezonde en eenzijdige voeding en ondervoeding. Uiteraard speelt het gebrek aan medische zorg ook een rol. Senegal is voor 60% afhankelijk van geïmporteerde voedingsproducten. Medicijnen komen veelal uit India of China. De bestrijdingsmiddelen die in de agricultuur worden gebruikt mogen vaak niet in de Westerse landen verkocht worden. Er is groot gebrek aan opslag van land en tuinbouw producten en een gebrekkige logistiek waardoor producten niet altijd vers gegeten worden. Het overmatig gebruik van suikers, zout en goedkope keukenolie zien er op toe dat mannen en vrouwen onnodig dik worden en vaak hoge bloeddruk en maagproblemen ontwikkelen. Kinderen hebben vaal een groeiachterstand van gemiddeld twee jaar.  

De laatste jaren maak ik mij druk over de toekomst van onze kinderen. Niet alleen over hun gezondheid maar ook hoe wij hen kunnen leren gezond te denken en te leven. En wat moeten zij gaan studeren? Welk vak kunnen zij leren. En een land waar het onderwijsbestel bijna failliet is. Waar kunnen zij betaald werk vinden? De kids kwamen bij ons als magere verschoppelingen. Na twee jaar zijn ze lekker aangekomen en gezond. Zij gaan hard vooruit op school. Zijn gelukkig. En wij met hen. Er is echter hoge werkeloosheid onder de jeugd. Baantjes bij familie is geen betaald werk waarmee je zelfstandig kan worden. Je vraagt je af wat voor zin heeft hen te begeleiden als er toch geen toekomst is.

Er is eigenlijk maar één antwoord. Zelf de toekomst gaan bepalen. Voor de Kids en mét de Kids. Door hen zelf geld te leren verdienen. Activiteiten te bedenken waar zij van léren, waar zij aan meewerken.  Hen leren projecten op te zetten, uit te voeren, te leren boekhouden. Kosten en baten te leren begrijpen. Jezelf niet rijk rekenen voordat je de omzet in je zak hebt en geld opzij hebt gelegd voor de volgende ronde.

Om te beginnen hebben wij gekozen voor een kippenhouderij. Ook een grote kippenhouderij vraagt niet al te veel uren per dag. Vooral niet als je het werk kan verdelen en een duidelijke werk methode hebt geoefend. Wij hebben veel met specialisten gesproken en veel andere kippenboerderijen en stallen bezocht. Wij weten het nu wel zo’n beetje. Hygiëne, ventilatie, voldoende water en voldoende gezond kippenvoer. Regelmatig de aarde in de stal verversen. Een leeg compartiment zeer goed reinigen. En vooral met schone werkkleding en schoenen in de stallen werken en schoenen en laarzen reinigen.

Bijkomende voordelen zijn na het slachten de organen en andere kipdelen die niet mee verkocht worden. Het kan prima gebruikt worden in onze compost. Die weer nodig is in de tuinen om de aarde op te peppen waar het bijvoer wordt verbouwd en de extra groenten.

De benodigde investering kan voor 33% uit microkredieten bestaan. En we hebben een subsidiepot aangeboord die agrarische beroepen onder jeugdigen in Senegal wil bevorderen. Kippen leveren circa 25% netto winst op na 46 dagen. Met een goede planning kunnen wij elke 14 dagen 1000 nieuwe kuikens uit zetten en ook nog eens geld besparen door hen bij te voeden uit eigen tuin. Na een jaar kunnen de microkredieten terugbetaald worden. Of eventueel, als de microkrediet verstrekker dat leuk vind kan het krediet nog een jaar ingezet worden.

Van de gemeente Sandiara hebben wij voor 25 jaar een enorm stuk mooie grond in bruikleen gekregen en de komende jaren zullen er als alles mee zit 4 kippenhuizen op flinke loopafstand van elkaar gebouwd gaan worden. Een van de kippenhuizen zal blijvend voor de BioKids gereserveerd blijven om de zorgkosten te ondervangen en om een studiefonds op te bouwen. Op onze speciale kippenhouderij pagina kan men meer lezen. Ook hoe je makkelijk een aandeel kan nemen.

Ondertussen zijn wij ook druk met het ontwerpen van een mooie ruime koeienstal waar circa 50 koeien een heerlijk leven zullen hebben. Onze koeienstal is onderdeel van een door ons opgezette campagne om koeien en ook schapen niet meer los te laten lopen. Door het vee los te laten lopen is de verwoestijning buitengewoon toegenomen. Jonge natuurlijke aanplant krijgt nauwelijks de kans om tot wasdom te komen. De herders kappen veel fris bladergroen als bijvoeding. En veel bebouwde akkers worden gedeeltelijk leeg gegraasd waardoor de oogsten te mager uit vallen. 

Om deze structurele problemen beter aan te pakken zoeken wij met hulp van onze zusterorganisatie BioSoleil konkrete samenwerking met organisaties die ons helpen om de 200 km2 rond Sandiara flink aan te pakken. Wij introduceren hen op het gemeentehuis via bijeenkomsten en helpen mee om naar financiering te zoeken.

Wij hopen dat veel aandeelhouders ons enthousiasme willen delen en ons blijven volgen. Op bezoek komen is natuurlijk altijd prima. Voor mij speelt mee dat BioKids Sandiara over twee jaar volkomen onafhankelijk is van donaties en giften. Op eigen kunnen benen staan met een sociale instelling en weten hoe je een huishoudboekje mooi kan houden  is voor al onze Kids een mooi begin van een eigen carrière. 







woensdag 2 juli 2014

Over trauma's en vakantie


De scholen zijn gesloten. Elk jaar opnieuw kijk ik tijdens de schoolvakantie terug op de ontwikkeling van al ‘mijn’ Afrikaanse kinderen. Dat is geen sinecure. Verwachtingen moeten op nul gezet worden. Hoe ging het ieder kind een schooljaar terug, en hoe heeft ieder kind zich het afgelopen jaar kunnen ontwikkelen? Wat is er goed gegaan en waren er eventuele blokkades of zelfs stilstand? Hebben de begeleiders het goed gedaan? Heb ik het goed gedaan?

Het merendeel van onze kinderen heeft vreselijke dingen meegemaakt vóór dat zij bij ons kwamen. Die ervaringen zitten diep weggemoffeld. En hebben invloed op hun gedrag en opnamevermogen. Door luisteren, gesprekken, structuur, warmte, en aandacht voor hun emoties zien wij kinderen langzaam maar zeker zichzelf vinden. Sommige kinderen maken een schijnaanpassing door. Die hebben te veel meegemaakt. De wonden zitten diep. Die hebben meer tijd nodig. Dat kan gelukkig. Wij maken geen haast.

Sommige kinderen moeten soms weer even los van ons. Gewoon vakantie vieren bij vriendjes of kennissen. Wij vragen immers ook veel van hen. Hun beste therapeuten blijken lotgenoten te zijn. Oudere jongens die bij ons zijn opgegroeid en nu opvoeder/begeleider van de nieuwe kinderen zijn. Ik besteed veel aandacht aan onze oudere jongeren. Leer hen goed te luisteren en te kijken en werk mee aan hun oordeelsvermogen. Het doet ook hen pijn als zij een bepaald kind niet kunnen bereiken. Dat is een goed teken. Dat betekend dat zij hun werk met liefde doen.

Bovenstaand maakt het leven met deze kinderen daarom ook zo bijzonder. Kinderen met diepe krassen op hun ziel. Al vele jaren maken zij deel van mijn leven uit. Soms schrijf ik er over hen. Of ik laat via foto’s met verandering zien. Van gespannen vermoeide koppies naar ontspannen blije gezichten. Zij vinden het leuk om elkaar terug te zien. Leve Facebook.

Of ik schrijf elders over trauma’s, ontkenning en verdringing en krijg dan brieven met emotionele en soms diep verdrietige reacties. Over verloren jaren door trauma’s en verlies.

Zoals van een veel ouder iemand die na meer dan vijftig jaar ontkenning instortte en ontdekte dat het (kamp)kind in hem nooit een kans had gekregen. Het zat opgesloten in zijn buik, dáár waar het gevoelsleven huist. Hij dacht dat niemand het wilde leren kennen. Pas na het maken van het beeldje in klei en vele gesprekken was er bevrijding. Kon hij luisteren naar zijn volwassen zoon. En samen huilden zij en konden elkaar voor het eerst omhelzen. Zo’n brief raakt ook mij heel diep.

Door het samenzijn met ‘mijn Afrikaanse kinderen’, met hun ondeugende, schrandere en blijmoedige karakter raak ik geïnspireerd en kan ik soms andere mensen in verre landen een beetje op weg helpen. En laten we wel wezen. Dat terugkijken zorgt ervoor dat wij weer zin krijgen in het aanstaande jaar. 

Om dit werk vol te houden is het van belang ‘bij’ te blijven. Voor de komende weken eerst een grote stapel heerlijke boeken doorlezen en de tuin in. Dat schilderijtje met boeken staat op mijn computer als ‘reminder’. Lezen, schrijven en een beetje tuinieren is immers ook op vakantie zijn.










dinsdag 13 mei 2014

Sandiara en de weg van eigenbelang naar gemeenschappelijk belang


Wij zijn een keurige Senegalese stichting en doen niet aan politiek of religie. Dat staat ook in onze statuten. Wij wonen in Sandiara en maken deel uit van de bevolking. Wij hebben ook een stem. 

Toch zijn we niet vergeten wat de soms wat zeurende Duitse filosoof Friedrich Nietzsche zo ongeveer schreef. ‘Het heeft geen zin om oude tradities te veranderen. Het is beter om een nieuwe traditie te introduceren'. - En met deze uitspraak in gedachten proberen wij als medebewoners een bijdrage te leveren aan het welzijn en aan de verhoging van de welvaart in ons dorp Sandiara. Ook uit eigenbelang. Wij willen gewoonweg dat wij en ál onze kinderen een fijne (school)tijd hebben om daarna een baan te vinden en met een eigen inkomen een bijdrage te leveren aan de plaatselijke en landelijke economie en het algemeen welzijn.

De zo vaak geromantiseerde ‘oude tradities’ hebben tot op heden geen goed onderwijs en voldoende banen opgeleverd. In onze visie moet er niet op ‘de overheid’ gewacht worden maar moet iedereen zelf de handen uit de mouwen steken. Er zijn in Sandiara meer dan 1000 prima hectaren land en voldoende water beschikbaar waar goed geld verdiend kan worden. De gemeente Sandiara heeft wel een mooi nieuw leegstaand gebouw. Maar nog geen competente medewerkers die het lokaal bestuur en de administratie gaan opzetten. Ook de gezondheidszorg is onvoldoende georganiseerd. 

Daar gaan wij graag mee helpen via onze zuster stichting BioSoleil. Deze stichting bezoekt álle dorpen en luistert naar de bevolking. Wij maken dan re-en rapportages en zorgen dat de autoriteiten hiervan op de hoogte worden gesteld. De stem van het volk is immers belangrijker dan de traditionele loze beloftes door zelf benoemde autoriteiten.

Een belangrijke doelstelling van BioSoleil is het pittig meehelpen aan het creëren van minstens 1200 banen die werk bieden voor alle disciplines die nodig zijn voor de opbouw van de lokale economie. Daarnaast is er het aantrekkelijk maken van Sandiara voor buitenlandse investeerders. Met name op het gebied van de agricultuur en producenten van  tot op heden geïmporteerde artikelen. Dat verreist o.a. een goede gemeentelijke administratie die de investeerders op alle gebieden ondersteund. Ook bij het vinden van goed opgeleid lokaal personeel.

De oprichting van een nieuwe en in Senegal onbekende vorm van publieke school met  voorbereidend en hoger technisch onderwijs is al in gang gezet. Het nieuwe Lycée Technique Sandiara waar wij nauw bij betrokken zijn gaat jonge goed opgeleide medewerkers afleveren die in de directe omgeving aan de slag kunnen.

De nieuwe technocratisch ingestelde president van Senegal Macky Sall (sinds 2012) heeft een decentraliserende koers ingeslagen. Niet de hoofdstad Dakar bepaald de toekomst van de steden en dorpen maar de steden en dorpen gaan deze zélf bepalen. Zij krijgen gekozen burgemeesters en eigen budgetten. Willen de burgemeesters méér dan zullen zij daar zélf voor moeten zorgen. Dat gaat dus spannend en leuk worden op ons dorp. Sandiara is het centrum van 28 omliggende dorpen en 2000 hectaren land waarvan circa 300 hectaren in cultuur zijn gebracht. De opbrengsten zijn navenant laag. Er wordt maar één keer per jaar geoogst. Toch zou dat makkelijk twee keer jaar kunnen en dan zou de werkelijke winst met 100% stijgen.

De werkeloosheid van jongeren tot 25 jaar in West Afrika zal rond de 90% zijn. Ook voor ouderen is er nauwelijks werk te vinden. In Senegal bezoekt het merendeel van de jeugd zo lang mogelijk allerhande vormen van onderwijs. Om iets te doen te hebben. Het leid zelden tot vast werk met een vast salaris. Er is nauwelijks sprake van enige industrie in Senegal. 60% van de noodzakelijke voeding wordt geïmporteerd. Gebruiksvoorwerpen, meubilair, vervoermiddelen en andere luxe artikelen worden eveneens geïmporteerd.  

Het autopark is gemiddeld 20 jaar oud. De duizenden dagelijks aan auto’s knoeiende ‘monteurs’ zijn weliswaar inventief maar hebben geen kennis van zaken. De voor hen onbekende elektronica in jonge auto’s wordt vaak ernstig ontregeld waardoor er eerder schades ontstaan en het benzine gebruik soms verdubbeld.

Huisvuil ophalen en recycling staan op een zeer laag niveau en de vervuiling door bijvoorbeeld, plastic, oude auto’s, oude Pc’s en goedkope Chinese mobiele telefoons brengt enorme schade aan. Er worden nog steeds veel bossen gesloopt om aan brandhout te komen. Ondanks bomen aanplanting campagnes door overheid en gefinancierd met buitenlandse donaties verdwijnt er jaarlijks meer bos dan er bij komt.  Er is kennelijk nooit gedacht aan het opzetten van bomenkwekerijen in de regio’s. Aan de meer dan 700 kilometer lange kust dreigen ecologische rampen en de Sahara dringt zich steeds verder op.

Is het dan volledig hopeloos in Senegal?

Helpen de Senegalese sperziebonen, tomaatjes en mango’s die in bijna alle Nederlandse supermarkten liggen dan niet mee om de economie van Senegal te verbeteren? Nou, niet echt dus! De uit NL afkomstige aardappelen en uien die nog nadrogen van de Europese subsidie zijn lager in prijs dan de productiekosten in Senegal. De Senegalese overheid verdient in de haven snel de 20% importheffing en die wordt heus niet gebruikt om de boeren te helpen.

Bijna elk gezin in Senegal heeft wel een familielid in het buitenland wat maandelijks geld stuurt. Het is ná het staatsinkomen (voor landelijke ontwikkeling te laag) en de buitenlandse donaties of leningen de derde inkomstenstroom voor de bevolking. De vierde inkomsten bron is de informele economie, die meer weg heeft van onderlinge ruilhandel.

De staat heeft ook geen idee hoe zij zich zelf tot ‘sociaal ondernemer’ om zou kunnen scholen om op die wijze op bedrijfsmatige wijze maatschappelijke veranderingen te weeg te brengen. Maatschappelijk ‘winst’ als gedachtegoed is hier onbekend. Grondstoffen zoals in veel andere Afrikaanse landen waarom gevochten wordt zijn niet aanwezig in Senegal. Wel leveren fosfaat, zout, pinda’s en de groeiende export van groenten en fruit wat geld op.  Ruim onvoldoende om de handelsbalans positief te krijgen. 

De problemen zullen toenemen als de over het algemeen zeer intelligente en welwillende jeugd geen werk heeft en aldus geen inkomen kan genereren. En Senegal heeft zoals veel andere Afrikaanse landen een uiterst jeugdige bevolking. Hoe gaan de kinderen van de huidige jeugd over 25 jaar aan voeding, water, energie en inkomen geraken? 

De prioriteiten binnen het onderwijs zijn gericht op leren lezen en schrijven. De klassen zijn overvol door gebrek aan lokalen. Er zijn nauwelijks leermiddelen en de onderwijzers en leraren zijn onvoldoende voor hun taken toegerust en volgen het hopeloos verouderde Franse onderwijssysteem wat alleen succesvol is als de klassen maximaal zijn uitgerust en niet meer dan gemiddeld 30 leerlingen zouden bevatten i.p.v zo’n gemiddeld 60 tot soms 100 leerlingen. Op de universiteiten is de situatie niet veel beter.

De heden met zijn boek “Capital in the Twenty-First Century” furore makende econoom Thomas Piketty schrijft over economische ongelijkheid. Eind vorige eeuw heeft Piketty een uitstekend onderzoek gedaan naar succesfactoren van kleinere klassen. En inderdaad leerlingen uit klassen tot maximaal 35 deelnemers hebben grotere slagingskansen in het vervolgonderwijs en op het vinden van werk.

Nu we het toch hebben over economische ongelijkheid en ongelijke kansen hebben. - Er is een langzaam opkomende middenklasse in Senegal die een nu nog zeer kleine economische motor is. Toch bevind zich het meeste privé kapitaal bij hooguit 4% van de bevolking en bij de door giften rijk geworden religieuze broederschappen. De staat heeft bijna alle staatsinkomsten voor het eigen moeizaam draaiende staatsbestel nodig.

Er wordt veel gestaakt door de duizenden ambtenaren omdat hun salaris soms maandenlang niet wordt uitbetaald. Vooral binnen het onderwijs raken leerlingen hierdoor extra achterop want leerlingen worden naar huis gestuurd en hebben vaak 6 maanden per jaar geen onderwijs vanwege de lange vakanties, veel nationale feestdagen en de vele stakingen en gehalveerde schoolroosters door het grote aantal leerlingen.

Toch hebben de sociale media er toe bijgedragen dat de jeugd steeds meer een stem laat horen en zélf aan de slag wil zonder de bevoogding door ‘ouderen’ die respect eisen maar op geen enkele wijze kunnen aantonen dat zij competent zijn gebleken in het bijdragen aan noodzakelijke sociaal-economische ontwikkelingen.

De decentralisatie politiek van het nieuwe bewind onder leiding van president Macky Sall is een stap op de goede weg. Maar het zal een moeilijke weg zijn. Sinds dit jaar (2014) mogen gemeenten hun eigen burgemeester gaan kiezen. Het oude systeem met presidenten van de lokale commune was onderwijl doodgebloed door afhankelijkheid van de verre en slecht functionerende ministeries in de hoofdstad. 

De twee burgemeester kandidaten op ons dorp, waar zich ons tweede opvanghuis bevind zijn zeer verschillend opgeleid, beiden zijn in Sandiara geboren. De oudste kandidaat is 65 jaar en was jarenlang lagere school directeur en president van de Commune Rurale. Het is hem nooit gelukt om van Sandiara een succes te maken. Hij staat wel goed bekend als vredelievend en sociaal denkend. En hij stamt uit de grootste gevestigde familie. 

De tweede kandidaat is 10 jaar jonger en is Dr. in de chemie en werkt al 22 jaar bij een groot internationaal levensmiddelen concern in Cote d’Ivoire. Hij is geboren in een klein dorpje in de buurt van Sandiara. In zijn vrije tijd verblijft hij in Dakar of in Sandiara. Voor beide kandidaten voel ik sympathie. Het zijn zeker geen nare mannen.  

Leiders worden in Senegal gekozen op basis van charisma, vriendenkringen en orale kwaliteiten. Veel wol, weinig vlees. Zo wordt er ook heden in Sandiara campagne gevoerd. Er zijn geen verkiezingsprogramma's. Hun aanhangers stimuleren eerder een soort orale heiligverklaring van hun idool dan dat zij de aanwijsbare competenties en reeds behaalde positieve resultaten van de nieuwe kandidaten benadrukken.

De in de westerse landen bekende vorm van democratie die onmiskenbaar is gekoppeld aan goed bestuur met een goed functionerend publiek belastingstelsel is in Senegal nog relatief onbekend terrein. Ondanks hoge buitenlandse investeringen op het gebied van ‘Good Governance’ is de staatshuishouding van Senegal niet echt op orde. Door de nieuwe decentralisatie politiek zijn er grote kansen voor o.a. Sandiara om orde op zaken te stellen en de lokale economie gezond te krijgen. Daar is de hulp van de gehele bevolking voor nodig. De bevolking dient de nieuwe burgemeester en de nog te vormen gemeenteraad aan te sturen.

Dat kan door voortdurend aan te dringen op transparantie, open communicatie, onderlinge samenwerking, publieke controles, resultaat analyses en de juiste competente man/vrouw op de juiste plek te zetten pas dan kunnen investeringen in tijd en geld omgezet worden in zichtbaar succes. 

Maar ook door eigenbelang om te zetten naar het dienstbaar zijn aan het grotere belang van een gezonde en welvarende gemeenschap. Dat word de nieuwe traditie die wij nastreven. Wie dat niet wil kan altijd nog naar Dakar verhuizen. Wie wel aan de slag wil moet er rekening mee houden dat er gewoon minimaal 40 uur per week hard gewerkt moet worden. Werken geeft plichten maar ook rechten. Niets doen maakt het leven doelloos en uitzichtloos. 

**Dit artikel is ook naar het Frans vertaald en aan de bevolking van Sandiara gericht. 



Burgemeester kandidaat Aliou Faye in het licht bruin


Burgemeester kandidaat Serigne Gueye Diop 


Madame Faye van  de vrouwenvereniging voor ontwikkeling van Sandiara 
met William Deymann

Meisjes op het terrein van het Lyceum van Sandiara

Klas met leerlingen Lycée de Sandiara


2016 gaat de botanische tuin van William Deymann open 

Bijeenkomst in de tuin van Serigne Diop

Ambitieus maar haalbaar de nieuwe technische school in Sandiara

Onze voetbalschool heeft meer dan 150 leerlingen


Ons clubhuis en sportspullen winkel in Sandiara t/o Villa Dakarkids 

Sandiara Kids 

donderdag 2 februari 2012

Winnen en verliezen - ofwel F.C. Dakarkids en de OS Nederland

In 2007 organiseerde ik een voetbalwedstrijd tussen Talibe’s en een reeds bestaande voetbalclub. Talibe’s zijn leerlingen van een Koranschool die vaak een redelijk goede conditie hebben omdat zij gemiddeld 12 uur per dag op straat lopen te bedelen om hun lesgeld aan hun leraar de Oustache te kunnen betalen. De jongens hebben meestal een plastic bak of een leeg blik bij zich waarin gekregen etenswaren zoals ongekookte rijst of suiker bewaard kan worden. De grote goudkleurig rode 2,5 liter blikken zijn eigenlijk vergelijkbaar met de Nederlandse collectebussen. Zij hebben het zelfde doel alleen de doelstelling is anders. In Nederland is collecteren inmiddels fondsenwerven gaan heten en er zijn zelfs professionele organisaties die alleen maar bedelacties opzetten en die breed op communicatie en media inzetten om zoveel mogelijk op te kunnen halen. Als de Talibe's dat zouden kunnen dan was hun probleem snel opgelost.  

De tegenpartijen op de voetbaldag waren 4 teams van een lokale voetbalclub. Ook jongens tussen de tien en vijftien jaar oud. In onze wijk heerst grote armoede en 70% van de bewoners is onder de 25 jaar. Zij wonen bijna allemaal in de dicht op elkaar gebouwde in de rechthoekige in U vorm gebouwde familiehuizen. Denk maar een buitenmuur met een ingang. Dan een open plek met links en rechts allemaal kamertjes. Aan het einde van de grote openplek weer een rijtje kamers waarvan de middenkamer meestal groter is en wat luxer want daar woont het hoofd van de familie. In de kamertjes wonen veelal hele gezinnetjes en als de kinderen ouder zijn dan slapen de jongens uit de verschillende gezinnen bij elkaar in een aparte kamer. De meisjes blijven bij de moeder slapen anders bij de grootmoeders.

Om succesvol te kunnen collecteren met je dus draagvlak creëren. Talibe’s doen dat op blote voeten in vieze en gescheurde kleding. Onbehandelde en zichtbare ontstekingen willen ook nog wel eens helpen om extra veel op te kunnen halen. Er zijn goede en slechte bedeldagen. Als het niet lekker gaat dan zitten hele groepen Talibe’s bijeen en bespreken de toestand en bedenken nieuwe strategieën. In Nederland ontwikkeld de overheid vage strategieën om minder aan ontwikkelingslanden te geven vanuit de Nationale Volkspot en de NGO’s die zich van hen afhankelijk hebben gemaakt zijn nu ook de weg een beetje kwijt. Want veel subsidies die de overheid uitdeelde was eigenlijk geleend geld waar veel rente over betaald moet worden. De meer dan 8000 PI’s ofwel Particuliere Initiatieven in Nederland raken ook steeds meer draagvlak kwijt want het Nederlandse volk krijgt de eigen rekening gepresteerd. De meest succesvolle banken in Nederland lijken de voedselbanken te worden. 

In tegenstelling tot jongens die nog een thuis hebben wonen de Talibe’s ietsje minder luxueus en ver van hun familie die in de dorpen zijn achtergebleven. Talibe’s wonen veelal in onafgebouwde huizen waar geen ramen, deuren, geen elektra en sanitaire voorzieningen zijn. De gemiddelde grote van zo’n woongroep is circa 25 jongens met een Oustache die zich ook wel Marabout laat noemen omdat hij zich dan meer status aan kan meten. Vergelijk een Oustache met een lagere school onderwijzer en een Marabout met een leraar op een gymnasium. Het is zeer onzeker of beiden een diploma hebben maar het verschil in kleding maakt al veel duidelijk. Kernactiviteit is de ‘initiatie’ van hun leerlingen in de beginselen van de Koran. Door de jongens te laten bedelen leren zij wat respect en nederigheid is. Er blijft gemiddeld 2 uur per dag over om de Koranteksten uit het hoofd te leren en de oud Arabische schriftuur te oefenen. De Oustache of Marabout heeft meestal een assistent van rond de 18 jaar en die slaat er flink op los als de leerlingen in slaap dreigen te vallen.

Er gebeurde iets wonderlijks op die voetbaldag. Van de vier wedstrijden werden er drie gewonnen door de Talibe’s. Zij waren ongetraind en minder gedisciplineerd dan de ‘echte’ voetballertjes. Die keurig in het gareel met redelijk goed schoeisel en shirtjes als aanstaande winnaars aan kwamen zetten. De felheid waarmee de Talibe’s speelden had kennelijk alles te maken met hun grote frustratie omdat zij als een soort onderklasse en voortdurende verliezers werden beschouwd. Zij zwierven immers dagelijks in ongewassen oude kleding over straat om 1 euro voor de meester en hun eigen eten bij een te bedelen. De trainers van de voetbalschooltjes keken verbaasd en boos naar hun pupillen. Die soms al jaren door hen getraind waren. Hun talentvolle jongens werden weggespeeld door een bende armoedezaaiers?

Op die dag is F.C. Dakarkids geboren. Een voetbalclub voor de allerarmste kinderen. Er wordt geen verschil gemaakt tussen Talibe’s of straatkinderen. Want eigenlijk heb je nauwelijks straatkinderen in Senegal of beter gezegd West-Afrika. Ieder kind woont wel ergens in een eigen thuis of bij een familielid. Er zijn wel weeskinderen maar die worden in 99,9% van de gevallen door andere familieleden opgevangen. Natuurlijk waren de Marabout's niet blij met ons initiatief. Hun beste leerlingen waren vaak ook hun beste bedelaars. Jongens die echter ook op het voetbalveld wilden winnen. Door grote druk uit te oefenen op de Oustache's en Marabout's en hun te wijzen op hun illegale praktijken nam het aantal onofficiële Koranschooltjes in de loop van twee jaar zeer af. Sommige Koranschool leiders gaven hun werk op maar lieten hun leerlingen onverzorgd achter. Het aantal semi-straatkinderen nam daardoor sterk toe.

Ondertussen groeide F.C. Dakarkids voorspoedig. De jongens echter ook. Door samen te gaan met een bestaande voetbalclub konden de ‘kleintjes’ doorschuiven naar de teams met hogere leeftijden van F.C. Mamasport. Heden Dakarkids/Mamasport. En weer groeiden de jongens door. In 2007 was de gemiddelde leeftijd 12 jaar nu vijf jaar later zijn die jongens 17 of ouder. In 2010 werd er aansluiting gezocht met de oudste en bekendste club van Yoff, Renaissance Sportive en werden de drie voetbalclubs de hoofd gebruikers van het lokale stadion. Dakarkids heeft een groots renovatieplan geïnitieerd voor het stadion want dat is hard nodig. En al die werkeloze vaders en jongens willen ook wel eens aan het werk.

 
Wij hebben een paar eenvoudige regels om lid te mogen worden van de voetbalclub. 1. Je moet op een school zitten 2. Je mag niet meer bedelen 3. Je krijgt alleen goede voetbalschoenen en sportkleding als je op alle trainingen aanwezig bent en als je wedstrijden speelt. 3. Als je een grote leerachterstand hebt dan kan je naar onze speciale klasjes. Of wij zorgen voor schoolgeld en begeleiding. 4. Als je wild, ongeremd, onaangepast of ziek bent dan kan je voor kortere of langere tijd in Dakarkids wonen en als het beter met je gaat wordt er een gastgezin gezocht of je kan terug naar eigen familie als er garanties zijn dat je daar serieus wordt genomen. Kort en goed als je gemotiveerd bent dan heb je meer kansen.

Dakarkids speelt graag in op de ambities van de jongens. De transformatie van schijnbare verliezers naar ambitieuze winnaars is een mooi proces om aan deel te nemen. Dakarkids bedelt de schoenen, kleding en andere materialen op lokaal niveau en in Nederland en de jongens doen hun best om er bij te mogen horen. De ambitie van de gemiddelde Nederlander om te helpen kent een eeuwen oude traditie. De zendelingen uit de 19e eeuw doen het niet veel anders dan de ontwikkelingswerkers uit de 21ste eeuw. Zij laten in Nederland van zich horen en dan gaan de digitale collectebussen hun rondes doen. Onlangs heeft Staatssecretaris Ben Knapen op veel A viertjes uitgelegd wat de visie & plannen van de overheid zijn. Eigenlijk heeft hij gezegd dat overheid vindt dat iedereen het maar zelf uit moet zoeken. Knapen lijkt wel zo’n Marbout in een kraakpand (de overheid) die met een oud boekje in onbegrijpelijke taal zijn jongens en hun moeders zoet tracht te houden. Nou geef mij dan maar de ouderwetse collectebus want het echte ‘draagvlak’ loopt op straat.