Posts tonen met het label Minister Ploumen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Minister Ploumen. Alle posts tonen

dinsdag 13 mei 2014

Sandiara en de weg van eigenbelang naar gemeenschappelijk belang


Wij zijn een keurige Senegalese stichting en doen niet aan politiek of religie. Dat staat ook in onze statuten. Wij wonen in Sandiara en maken deel uit van de bevolking. Wij hebben ook een stem. 

Toch zijn we niet vergeten wat de soms wat zeurende Duitse filosoof Friedrich Nietzsche zo ongeveer schreef. ‘Het heeft geen zin om oude tradities te veranderen. Het is beter om een nieuwe traditie te introduceren'. - En met deze uitspraak in gedachten proberen wij als medebewoners een bijdrage te leveren aan het welzijn en aan de verhoging van de welvaart in ons dorp Sandiara. Ook uit eigenbelang. Wij willen gewoonweg dat wij en ál onze kinderen een fijne (school)tijd hebben om daarna een baan te vinden en met een eigen inkomen een bijdrage te leveren aan de plaatselijke en landelijke economie en het algemeen welzijn.

De zo vaak geromantiseerde ‘oude tradities’ hebben tot op heden geen goed onderwijs en voldoende banen opgeleverd. In onze visie moet er niet op ‘de overheid’ gewacht worden maar moet iedereen zelf de handen uit de mouwen steken. Er zijn in Sandiara meer dan 1000 prima hectaren land en voldoende water beschikbaar waar goed geld verdiend kan worden. De gemeente Sandiara heeft wel een mooi nieuw leegstaand gebouw. Maar nog geen competente medewerkers die het lokaal bestuur en de administratie gaan opzetten. Ook de gezondheidszorg is onvoldoende georganiseerd. 

Daar gaan wij graag mee helpen via onze zuster stichting BioSoleil. Deze stichting bezoekt álle dorpen en luistert naar de bevolking. Wij maken dan re-en rapportages en zorgen dat de autoriteiten hiervan op de hoogte worden gesteld. De stem van het volk is immers belangrijker dan de traditionele loze beloftes door zelf benoemde autoriteiten.

Een belangrijke doelstelling van BioSoleil is het pittig meehelpen aan het creëren van minstens 1200 banen die werk bieden voor alle disciplines die nodig zijn voor de opbouw van de lokale economie. Daarnaast is er het aantrekkelijk maken van Sandiara voor buitenlandse investeerders. Met name op het gebied van de agricultuur en producenten van  tot op heden geïmporteerde artikelen. Dat verreist o.a. een goede gemeentelijke administratie die de investeerders op alle gebieden ondersteund. Ook bij het vinden van goed opgeleid lokaal personeel.

De oprichting van een nieuwe en in Senegal onbekende vorm van publieke school met  voorbereidend en hoger technisch onderwijs is al in gang gezet. Het nieuwe Lycée Technique Sandiara waar wij nauw bij betrokken zijn gaat jonge goed opgeleide medewerkers afleveren die in de directe omgeving aan de slag kunnen.

De nieuwe technocratisch ingestelde president van Senegal Macky Sall (sinds 2012) heeft een decentraliserende koers ingeslagen. Niet de hoofdstad Dakar bepaald de toekomst van de steden en dorpen maar de steden en dorpen gaan deze zélf bepalen. Zij krijgen gekozen burgemeesters en eigen budgetten. Willen de burgemeesters méér dan zullen zij daar zélf voor moeten zorgen. Dat gaat dus spannend en leuk worden op ons dorp. Sandiara is het centrum van 28 omliggende dorpen en 2000 hectaren land waarvan circa 300 hectaren in cultuur zijn gebracht. De opbrengsten zijn navenant laag. Er wordt maar één keer per jaar geoogst. Toch zou dat makkelijk twee keer jaar kunnen en dan zou de werkelijke winst met 100% stijgen.

De werkeloosheid van jongeren tot 25 jaar in West Afrika zal rond de 90% zijn. Ook voor ouderen is er nauwelijks werk te vinden. In Senegal bezoekt het merendeel van de jeugd zo lang mogelijk allerhande vormen van onderwijs. Om iets te doen te hebben. Het leid zelden tot vast werk met een vast salaris. Er is nauwelijks sprake van enige industrie in Senegal. 60% van de noodzakelijke voeding wordt geïmporteerd. Gebruiksvoorwerpen, meubilair, vervoermiddelen en andere luxe artikelen worden eveneens geïmporteerd.  

Het autopark is gemiddeld 20 jaar oud. De duizenden dagelijks aan auto’s knoeiende ‘monteurs’ zijn weliswaar inventief maar hebben geen kennis van zaken. De voor hen onbekende elektronica in jonge auto’s wordt vaak ernstig ontregeld waardoor er eerder schades ontstaan en het benzine gebruik soms verdubbeld.

Huisvuil ophalen en recycling staan op een zeer laag niveau en de vervuiling door bijvoorbeeld, plastic, oude auto’s, oude Pc’s en goedkope Chinese mobiele telefoons brengt enorme schade aan. Er worden nog steeds veel bossen gesloopt om aan brandhout te komen. Ondanks bomen aanplanting campagnes door overheid en gefinancierd met buitenlandse donaties verdwijnt er jaarlijks meer bos dan er bij komt.  Er is kennelijk nooit gedacht aan het opzetten van bomenkwekerijen in de regio’s. Aan de meer dan 700 kilometer lange kust dreigen ecologische rampen en de Sahara dringt zich steeds verder op.

Is het dan volledig hopeloos in Senegal?

Helpen de Senegalese sperziebonen, tomaatjes en mango’s die in bijna alle Nederlandse supermarkten liggen dan niet mee om de economie van Senegal te verbeteren? Nou, niet echt dus! De uit NL afkomstige aardappelen en uien die nog nadrogen van de Europese subsidie zijn lager in prijs dan de productiekosten in Senegal. De Senegalese overheid verdient in de haven snel de 20% importheffing en die wordt heus niet gebruikt om de boeren te helpen.

Bijna elk gezin in Senegal heeft wel een familielid in het buitenland wat maandelijks geld stuurt. Het is ná het staatsinkomen (voor landelijke ontwikkeling te laag) en de buitenlandse donaties of leningen de derde inkomstenstroom voor de bevolking. De vierde inkomsten bron is de informele economie, die meer weg heeft van onderlinge ruilhandel.

De staat heeft ook geen idee hoe zij zich zelf tot ‘sociaal ondernemer’ om zou kunnen scholen om op die wijze op bedrijfsmatige wijze maatschappelijke veranderingen te weeg te brengen. Maatschappelijk ‘winst’ als gedachtegoed is hier onbekend. Grondstoffen zoals in veel andere Afrikaanse landen waarom gevochten wordt zijn niet aanwezig in Senegal. Wel leveren fosfaat, zout, pinda’s en de groeiende export van groenten en fruit wat geld op.  Ruim onvoldoende om de handelsbalans positief te krijgen. 

De problemen zullen toenemen als de over het algemeen zeer intelligente en welwillende jeugd geen werk heeft en aldus geen inkomen kan genereren. En Senegal heeft zoals veel andere Afrikaanse landen een uiterst jeugdige bevolking. Hoe gaan de kinderen van de huidige jeugd over 25 jaar aan voeding, water, energie en inkomen geraken? 

De prioriteiten binnen het onderwijs zijn gericht op leren lezen en schrijven. De klassen zijn overvol door gebrek aan lokalen. Er zijn nauwelijks leermiddelen en de onderwijzers en leraren zijn onvoldoende voor hun taken toegerust en volgen het hopeloos verouderde Franse onderwijssysteem wat alleen succesvol is als de klassen maximaal zijn uitgerust en niet meer dan gemiddeld 30 leerlingen zouden bevatten i.p.v zo’n gemiddeld 60 tot soms 100 leerlingen. Op de universiteiten is de situatie niet veel beter.

De heden met zijn boek “Capital in the Twenty-First Century” furore makende econoom Thomas Piketty schrijft over economische ongelijkheid. Eind vorige eeuw heeft Piketty een uitstekend onderzoek gedaan naar succesfactoren van kleinere klassen. En inderdaad leerlingen uit klassen tot maximaal 35 deelnemers hebben grotere slagingskansen in het vervolgonderwijs en op het vinden van werk.

Nu we het toch hebben over economische ongelijkheid en ongelijke kansen hebben. - Er is een langzaam opkomende middenklasse in Senegal die een nu nog zeer kleine economische motor is. Toch bevind zich het meeste privé kapitaal bij hooguit 4% van de bevolking en bij de door giften rijk geworden religieuze broederschappen. De staat heeft bijna alle staatsinkomsten voor het eigen moeizaam draaiende staatsbestel nodig.

Er wordt veel gestaakt door de duizenden ambtenaren omdat hun salaris soms maandenlang niet wordt uitbetaald. Vooral binnen het onderwijs raken leerlingen hierdoor extra achterop want leerlingen worden naar huis gestuurd en hebben vaak 6 maanden per jaar geen onderwijs vanwege de lange vakanties, veel nationale feestdagen en de vele stakingen en gehalveerde schoolroosters door het grote aantal leerlingen.

Toch hebben de sociale media er toe bijgedragen dat de jeugd steeds meer een stem laat horen en zélf aan de slag wil zonder de bevoogding door ‘ouderen’ die respect eisen maar op geen enkele wijze kunnen aantonen dat zij competent zijn gebleken in het bijdragen aan noodzakelijke sociaal-economische ontwikkelingen.

De decentralisatie politiek van het nieuwe bewind onder leiding van president Macky Sall is een stap op de goede weg. Maar het zal een moeilijke weg zijn. Sinds dit jaar (2014) mogen gemeenten hun eigen burgemeester gaan kiezen. Het oude systeem met presidenten van de lokale commune was onderwijl doodgebloed door afhankelijkheid van de verre en slecht functionerende ministeries in de hoofdstad. 

De twee burgemeester kandidaten op ons dorp, waar zich ons tweede opvanghuis bevind zijn zeer verschillend opgeleid, beiden zijn in Sandiara geboren. De oudste kandidaat is 65 jaar en was jarenlang lagere school directeur en president van de Commune Rurale. Het is hem nooit gelukt om van Sandiara een succes te maken. Hij staat wel goed bekend als vredelievend en sociaal denkend. En hij stamt uit de grootste gevestigde familie. 

De tweede kandidaat is 10 jaar jonger en is Dr. in de chemie en werkt al 22 jaar bij een groot internationaal levensmiddelen concern in Cote d’Ivoire. Hij is geboren in een klein dorpje in de buurt van Sandiara. In zijn vrije tijd verblijft hij in Dakar of in Sandiara. Voor beide kandidaten voel ik sympathie. Het zijn zeker geen nare mannen.  

Leiders worden in Senegal gekozen op basis van charisma, vriendenkringen en orale kwaliteiten. Veel wol, weinig vlees. Zo wordt er ook heden in Sandiara campagne gevoerd. Er zijn geen verkiezingsprogramma's. Hun aanhangers stimuleren eerder een soort orale heiligverklaring van hun idool dan dat zij de aanwijsbare competenties en reeds behaalde positieve resultaten van de nieuwe kandidaten benadrukken.

De in de westerse landen bekende vorm van democratie die onmiskenbaar is gekoppeld aan goed bestuur met een goed functionerend publiek belastingstelsel is in Senegal nog relatief onbekend terrein. Ondanks hoge buitenlandse investeringen op het gebied van ‘Good Governance’ is de staatshuishouding van Senegal niet echt op orde. Door de nieuwe decentralisatie politiek zijn er grote kansen voor o.a. Sandiara om orde op zaken te stellen en de lokale economie gezond te krijgen. Daar is de hulp van de gehele bevolking voor nodig. De bevolking dient de nieuwe burgemeester en de nog te vormen gemeenteraad aan te sturen.

Dat kan door voortdurend aan te dringen op transparantie, open communicatie, onderlinge samenwerking, publieke controles, resultaat analyses en de juiste competente man/vrouw op de juiste plek te zetten pas dan kunnen investeringen in tijd en geld omgezet worden in zichtbaar succes. 

Maar ook door eigenbelang om te zetten naar het dienstbaar zijn aan het grotere belang van een gezonde en welvarende gemeenschap. Dat word de nieuwe traditie die wij nastreven. Wie dat niet wil kan altijd nog naar Dakar verhuizen. Wie wel aan de slag wil moet er rekening mee houden dat er gewoon minimaal 40 uur per week hard gewerkt moet worden. Werken geeft plichten maar ook rechten. Niets doen maakt het leven doelloos en uitzichtloos. 

**Dit artikel is ook naar het Frans vertaald en aan de bevolking van Sandiara gericht. 



Burgemeester kandidaat Aliou Faye in het licht bruin


Burgemeester kandidaat Serigne Gueye Diop 


Madame Faye van  de vrouwenvereniging voor ontwikkeling van Sandiara 
met William Deymann

Meisjes op het terrein van het Lyceum van Sandiara

Klas met leerlingen Lycée de Sandiara


2016 gaat de botanische tuin van William Deymann open 

Bijeenkomst in de tuin van Serigne Diop

Ambitieus maar haalbaar de nieuwe technische school in Sandiara

Onze voetbalschool heeft meer dan 150 leerlingen


Ons clubhuis en sportspullen winkel in Sandiara t/o Villa Dakarkids 

Sandiara Kids 

maandag 5 augustus 2013

Angst voor negers bij IND Nederland neemt toe


Lamine is een neger en daar is hij trots op. Ook het woord neger vind hij geen probleem, het is geen scheldwoord in Senegal. Hij is echter in eigen land nooit in elkaar geslagen omdat hij een donkere huid heeft. Zelf ben ik een Indo maar in mijn DNA blijken ook sporen te zitten die terug gaan naar het oude Perzië. Vroeger was ik een klein slank Indoventje met pikzwart haar en donkere ogen en een bruine glanzende huid die onder de Hollandse zomerzon vlot donkerder werd. Als Hollands kind werd mij vaak gevraagd of ik uit onze voormalige kolonie Nederlands-Indië kwam? Vervolgens werd mij gevraagd of ik een kuiltje zou graven in onze achtertuin als WC. En kreeg ik te horen dat ik een poep Chinees was. En dat ik stonk. En dat ik een hoerenkind zou zijn en mijn moeder een Indische hoer. Dat was Nederland in de jaren ’60 van de vorige eeuw. In de voorgaande 15 jaren waren 350.000 uit Nederlands-Indië afkomstige Nederlanders en 'gemengdbloedigen' noodgedwongen naar Nederland gekomen. Nederland had grote moeite met die bruin gekleurde vreemdelingen met hun eigen cultuur en grote gastvrijheid. 

Gelukkig had ik een hoog blonde ander half jaar oudere broer die een kop groter was en vreselijk sterk. Die haalde ik er bij als er weer werd gescholden of geslagen. Hij sloeg dan de zonen van de bloemenkwekers de dorpstraat door. En als wij hen dan op zondagen achter hun in het donker geklede ouders de katholieke kerk in zagen lopen met hun zondagse kleding. Dan wezen wij met een waarschuwende vinger naar hen, wacht maar ná de kerk krijgen wij jullie nog wel een keer. Pas na mijn veertigste begon ik op een Arameen of een Turk te lijken. Of op een ‘verlopen Tamil’ wat mij eens giecheldend werd toegeroepen door twee ondeugende Marokkaantjes in de Amsterdamse Van Woustraat. Toen ik met mijn koffers naar huis liep na een 25urige en een vet vertraagde vlucht uit Laos waar ik zes weken had meegewerkt aan een ontwikkelingswerk programma in de brandende zon. Ik kon er toen om lachen. Dit was Nederland begin jaren ’90 van de vorige eeuw.

Onlangs is Lamine door de Nederlandse Immigratie- en Naruralisatiedienst ofwel de IND een bezoekvisum van vier weken aan Nederland geweigerd. Hij zou onbetrouwbaar zijn. Foute informatie hebben verstrekt en het stiekeme plan hebben om in Nederland te willen blijven. Ook de Nederlandse uitnodigers zouden onbetrouwbaar zijn. En ook ik als zijn begeleider op de heen en terugreis, zouden kennelijk niet door hebben hoe onbetrouwbaar en stiekem Lamine eigenlijk is. Lamine is al negen jaar mijn pleegzoon. Dit is nooit geformaliseerd in de zin van een adoptie. Maar Lamine heeft niemand anders behalve mij. Lamine heeft een sleutelpositie in onze Senegalese stichting en is sinds 2010 een gewaardeerd medewerker met een arbeidsovereenkomst een salaris én een auto waar hij een eigen bedrijfje om heen heeft opgezet. Hij rijdt tegen vergoeding buitenlandse ontwikkelingswerkers en ondernemers rond die projecten in Senegal bezoeken en staat een deel af aan de huishoudpot. Lamine spreekt daarnaast voortreffelijk Engels, Frans en 4 lokale talen waardoor hij als dienstverlener/chauffeur van grote waarde is voor de vele buitenlandse bezoekers die door hem op veler verzoek rond geleid worden.

Lamine heeft er geen enkel belang bij om in het zure Nederland te willen gaan wonen. Hij heeft veel vrienden, werk, een inkomen en een eigen bedrijfje in Senegal. Lamine is zeer leergierig en wil graag de bedrijven en organisaties, maar ook onze vele vrienden in Nederland (terug) zien die ons beiden hebben uitgenodigd. Wij kozen voor een fietstocht door Nederland want op de fiets leer je Nederland het beste kennen. Wij zouden veel foto’s gaan maken waardoor wij de achterblijvers in Senegal konden vertellen wat er leuk of juist veel minder leuk in Nederland is. 

Met veel zorg en aandacht hebben wij Lamine geholpen zijn ‘dossier’ voor te bereiden. Ook wij zijn al jaren bekend met het schrikbewind wat de IND hanteert. Eén foutje en alles moet opnieuw met de kans om nooit meer een visum te mogen aanvragen. De fouten die de IND zelf maakt zijn nauwelijks bespreekbaar. Het dossier van Lamine was 100% compleet met extra informatie over de motivatie rond het reisdoel.  De IND is een publiekelijk afgesloten ‘zelfstandige dienst’ die te vergelijken is met de voormalige Oost-Duitse STASI. De Nederlandse wetgeving m.b.t. ‘openbaarheid bestuur’ wordt met groot gemak met voeten getreden door de IND want die wet wordt met succes onder het tapijt van de privacy wetgeving geveegd. Dus informeren naar een afwijzing en inzage in het dossier waar ook de afgenomen gesprekken in zijn opgenomen is uit den boze. De IND zelf verschanst zich achter een indrukwekkende lijst van Loketten en Postbussen zonder een duidelijk adres en er zijn ook geen foto’s te vinden waar de gebouwen van de IND in Nederland op zijn te zien. Op de wereldwijde Nederlandse ambassade en consulaire afdelingen wordt het IND beleid uitgevoerd door speciaal daartoe opgeleide Nederlandse medewerkers.

Vooralsnog wil ik er vanuit gaan dat er bij de IND en de IND onderafdelingen op de buitenlandse ambassades aardige en vooral gezagsgetrouwe ambtenaren werken. Hard werkende mensen die er op geselecteerd zijn geen eigen mening hebben maar 'de zaak' dienen. En die zaak is zoveel mogelijk vreemdelingen uit Nederland weg te houden met name uit 'risicolanden' zoals Senegal. Dat is hun werk. Het zou mij zelfs niet verbazen dat er bij de IND veel mensen rond lopen die het soms of vaak niet eens zijn met het door de IND gevoerde beleid. Dan is ontslag nemen een moeilijke keuze want dat raakt dan je werk en inkomen. En bij wie kan je eigenlijk terecht in Nederland als je bij de IND hebt gewerkt? De politie? Want wat kán je eigenlijk als je bijvoorbeeld jarenlang visumbeoordelaar bent geweest bij de IND? Wordt je eigenlijk ontslagen bij de IND als ‘jou’ klanten alsnog op de vlucht slaan omdat zij niet goed door jou zijn beoordeeld? 

De beoordelaar van de IND stelde per mail de volgende vragen aan de uitnodigende familie in Nederland aan mij werd niets gevraagd:

Geachte mevrouw B.,

Ik refereer aan het telefonisch onderhoud van vandaag.
Graag zou ik wat meer informatie van uw kant willen ontvangen over de fietstocht en de sponsors/bedrijven ten behoeve van de waterpomp.
Graag zou ik een programma  ontvangen dat de heer Deijman en Lamine Sarr zullen volgen tijdens hun fietstocht door Nederland.

De visumafdeling dient uiterlijk woensdag een beslissing te nemen. Alvast hartelijke dank voor de toelichting.

-          Hoe heeft u de heer Deijman en Lamine Sarr leren kennen ?
-          Wie betaalt hun vliegticket ?
-          Om welke Nederlandse bedrijven gaat het ?
-          Zijn er ook andere sponsoren ?
-          Hebben ze een afspraak met de bedrijven / sponsoren ?
-          Leveren deze bedrijven geld ? Technologie ?
-          Waar worden de pompen geïnstalleerd ? 

Hier was duidelijk iemand aan het werk die het dossier van Lamine niet goed had bestudeerd. Uiteraard zijn deze nieuwe vragen vlot en zeer helder door ons beantwoord. Inclusief referenties naar onze website en blogberichten waar alles over Lamine en onze reis is te vinden. Opvallende slordigheid was dat mijn naam verkeerd werd geschreven. Op de foto’s en documenten onderaan dit artikel kunt u vervolgens de gegeven informatie en de afwijzing zien. Wij hebben immers niets verbergen en het gaat nergens anders om dan een visum voor 4 weken onder begeleiding en samen heen-samen terug vliegtickets.

Op maandag 29 juli heeft Lamine persoonlijk zijn dossier ingeleverd op de consulaire afdeling in Dakar. Hij kon zijn paspoort woensdag om 14:00 uur op komen halen. Op woensdag 1 augustus werd Lamine kort en bondig na twee uur wachten, kort en krachtig en zonder excuses verteld dat hij de volgende dag terug moest komen ‘want er was een document nog niet binnen’. Op donderdag na weer een lange tijd wachten werd hem door het loket een papier in het Nederlands gesteld aangereikt. Lamine is slim maar leest nog geen Nederlands. Hij zag echter in zijn paspoort dat er geen visum in was gestempeld. Eenmaal thuis konden wij het afwijzingsformuliertje samen door nemen.

Met de vertaling had ik door emoties en boosheid overmand de grootste moeite. Hoe leg je in een andere taal uit dat Lamine, zijn uitnodigers en ikzelf als notoire leugenaars worden neergezet?  Hoe leg je aan Lamine uit dat hij er 100% van verdacht wordt in Nederland te willen blijven en ons dus gaat belazeren. Wij zouden de IND bij wijze van spreken dankbaar moeten zijn. De psychologische kennis van de IND is kennelijk van zeer hoog niveau waardoor zij circa 30 minuten nodig hebben om onze Lamine volledig te doorzien. De psychiaters van het Pieter Baan Centrum in Utrecht hebben soms maanden nodig om een cliënt te onderzoeken en maken dan toch nog vaak verkeerde inschattingen. De IND zit zelfs op twee stoelen. Die van de beoordelende psycholoog en de andere stoel is het controleren van de door Lamine en ons aangedragen bewijzen zoals zijn arbeidsovereenkomst, zijn salarisstroken etc. Maar die zijn 100% ok. Echter niet volgens de IND?

Het IND zélf is dusdanig overtuigd van hun gelijk dat zij op geen enkele wijze opening van zaken wensen te geven. Zelfs de Belasting Dienst en hun FIOD kunnen openlijker beoordeeld worden dan de IND. Onderwijl heb ik begrepen dat meer dan 50% van de visum aanvragen vanuit Senegal worden afgewezen. Dus daar heb je geen werk meer aan als IND. De resterende aanvragen zijn lang verblijf aanvragen en dan is er een veel kleiner percentage kort verblijf aanvragen. Wij gaan daarom ook formeel bezwaar aantekenen tegen de beslissing van de IND om Lamine een visum te weigeren. Wij zullen hier voortdurend openlijk verslag van doen. En we gaan er dan maar vanuit dat de IND meeleest. Want wij houden wel van open kaart spelen.

Waar wij echter weinig aan kunnen doen is de xenofobische en paranoïde houding van de beleidsbepalers van de IND ten opzichte van ‘vreemdelingen’ zoals Lamine. Het blijft immers een gekleurde Senegalees die ondanks het feit dat zijn pleegvader een blanke Nederlander is (evenals de uitnodigende partij). Hij er toch van verdacht wordt een liegend  en onbetrouwbaar sujet te zijn die zijn eigen pleegvader en vrienden zou belazeren. Want dat mocht ik hem namens de IND uitleggen.

Wat de situatie extra pikant maakt is mijn overigens goede en zakelijk contact met de ambassade in Dakar. Juist het a.s. werkjaar 2014 worden er veel langlopende subsidie en samenwerking projecten aangegaan op agrarisch gebied tussen de Senegalese en Nederlandse overheid. Deze agrarische projecten zijn zeer belangrijk voor het land en tuinbouwbeleid in Nederland en de duurzame voedselketen die in Nederland zwaar onder druk staat. Nederland heeft bijzonder hard nieuwe import nodig van met name biologische producten. Daarnaast kan Nederland veel ‘hardware’ en kennis gaan leveren op technologisch gebied en hiermee een uitweg uit de crisis bewerkstelligen. Mijn rol om als consultant op te treden namens de Senegalese overheid en steun te verlenen bij hun aanvragen die via agentschap.nl en de ambassade in Dakar lopen heeft de afgelopen periode steeds meer vorm gekregen. Het betreft overeenkomsten die Nederland veel werk en inkomsten gaan opleveren. Die heeft Nederland hard nodig in het a.s. decennium.

Ik sta echter aan de kant van Senegal en mijn bijdrage en adviezen zijn essentieel voor een geslaagde samenwerking tussen Senegal en Nederland. Maar ik sta ook aan de kant van Lamine. - Zal ik mij dan druk gaan maken voor de Nederlandse belangen?  Of toch maar verder gaan met andere niet Nederlandse partijen die net zo graag aan Senegal leveren? – De komende twee maanden wachten wij op het IND antwoord naar aanleiding van ons bezwaarschrift. Wij dienen uiteraard ook een nieuwe visum aanvraag voor Lamine in.  Wij houden iedereen op de hoogte via dit blog Facebook en andere media. Ons verdriet en boosheid heeft weer plaats gemaakt voor Hollandse nuchterheid en als de IND de stem van het volk vertegenwoordigd en dus bang voor Negers zijn dan kopen de IND’ers en hun aanhangers hun groenten maar ergens anders. Lamine en ik zijn trouwens zonder enig visum probleem van harte welkom in Indonesië, China en Brazilië. Grote concurrenten van Nederland op land en tuinbouwgebied. Daar gaan we alvast over nadenken. Want als Lamine Nederland niet mag zien wat heb ik daar dan nog te zoeken?


Lamine eind 2004 - Hij was net hersteld van een zware ziekte
 die door ons was verholpen. 
Hij is toen maar meteen gebleven. 
Er was immers niemand anders.

Lamine met Kids in 2013

Lamine zit ook in het bestuur van onze voetbalschool in Sandiara


Lamine heeft naast zijn werk als opvoeder bij Dakarkids ook een eigen bedrijfje. 
Hij spaart voor een nieuwe auto. 

Dakarkid Demba is de volgende Dakarkid 
die een eigen bedrijfje op zal starten.


De fietsroute die Lamine en ik zouden rijden. 
Het was ook een fondsenwerving route. 


De afwijzing door de IND van 01-08-2013






Let op de geautomatiseerde vinkjes




Wij blijven zeer strijdvaardig. 
Evenals de uitnodigers en onze vele vrienden in Nederland.