Posts tonen met het label Cordaid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Cordaid. Alle posts tonen

zondag 12 januari 2014

Internationale burenhulp in Mali en beeldvorming over Afrika


Als je naar sommige foto’s kijkt onderaan dit bericht dan zou je denken dat het heden overal in Mali een grote puinhoop is. De beeldvorming over Afrika wordt bepaald door de veelal negatieve beelden uit kranten en TV journaals. In het overgrote deel van Mali (en de rest van Afrika) heerst echter rust, lokale vrede en nieuwe armoede. Armoede onder het overgrote deel van de bevolking die niet bereikt wordt met het hulpgeld van de buitenlandse donoren was er al veel langer. Dat was vroeger al zo en vandaag de dag alweer zo. 

De uitvoerende buitenlandse hulpinstanties hebben een groot gedeelte van het ‘hulpgeld’ zelf nodig om hun hulp uit te kunnen voeren. De lokale medewerkers hebben tot aan het eind van de internationale hulp even een leuke baan en salaris. Na het vertrek van de buitenlandse hulp zijn zij voor het merendeel weer werkeloos. Als de internationale hulptroepen vertrokken zijn dan wordt het weer tijd voor een nieuwe fotoserie over de lokale situatie. Hoe zal die er uit gaan zien? 

Vanuit Dakar kijken ook wij naar de ontwikkelingen in Mali. Het zijn immers onze buren. En als het onze buurlanden goed gaat dan hebben wij daar ook profijt van. Vanuit ons verre vaderland is verleden week (begin januari 2014) een groep technisch militaire mannen & vrouwen van Defensie mevrouw Hennis-Plasschaert na veel getwijfel alsnog naar Mali vertrokken. Naar Gao. Om kwartier te maken voor de nog nakomende NL militaire ‘verkenners’ die mee gaan helpen met het  ‘stabilisatie programma’ van de UN onder leiding van de Fransen en onze bloedeigen Bert Koenders. Er komen grote tenten, een grote keuken en een vliegveldje voor helikopters. Gao is een stadje wat in een moeilijk gebied van oostelijk Mali ligt.

De bevolking in en rond Gao heeft het de afgelopen twee jaar buitengewoon moeilijk gehad. Na veel zogenaamd Islamitisch gedoe zijn de Fransen sinds 26 januari 2013 weer de baas in Gao. Het stadje aan de Niger rivier ligt niet in het werk en voorkeur gebied van de Grote Goede Doelen zoals de SNV, Cordaid, ICCO, Oxfam Novib. Die hebben allen hun kantoren in de hoofdstad Bamako. Als je geen glanzende witte of blauwe Four Wheel Drive hebt dan zou je per bus de circa 1200 kilometer van Bamako naar Gao af kunnen leggen. Dat advies gaf de in Bamako wonende Klaas Tjoelker gisteren aan Aart van der Heide die momenteel ook in Bamako verblijft.

Klaas is getrouwd met To Tjoelker en zij is weer hoofd Ontwikkelingswerk op de NL Ambassade in Bamako. Klaas Tjoelker  woont al jaren in Mali en vind de situatie in Mali kennelijk zó veilig dat hij geen problemen ziet in een busreis voor Aart. Natuurlijk kan Aart onderweg even bijkomen in het bijzondere project Here Buru waar Yvonne Gerner van Stichting Rondom Baba verblijft. Maar daarna moet Aart toch nog een flink stuk verder met de bus. En dat zo best wel eens gevaarlijk kunnen zijn. Want de kleine boeven groepjes liggen in de bosjes langs de weg en heus niet dicht bij de buitenlandse militairen.

Aart van der Heide is al bijna dertig jaar een lokaal graag gezien gast in Mali. Hij adviseert al jaren veel lokale NGO’s en stichtingen op land en tuinbouwgebied. Anders dan de Grote Doelen schrijft Aart geen prachtige jaarverslagen waarin het lijkt of de Grote Goede Doelen héél Mali duurzaam veranderd hebben. Aart schrijft wel regelmatig kritische maar heldere verhalen over Mali in www.afrikanieuws.nl.

In en rond Gao wonen dus veel gewone mensen die slachtoffer zijn van de nationale politiek die jarenlang hun woongebied hebben verwaarloosd en waar de Grote Goede Doelen dus ook liever niet kwamen. Het was een makkie voor de “terroristen” om 2 jaar terug Gao onveilig te maken. Nu de vredesmachten aanwezig zijn is het ook de juiste tijd om de wederopbouw voor te bereiden. De Grote Goede Ontwikkelingswerk Doelen zullen de eerste jaren een afwachtende houding aannemen want die willen ‘succesvol’ kunnen werken. De kleine goede doelen zijn meestal niet zo bang en vaak veel beter geïnformeerd over de lokale situatie. Die sluiten ook geen hoofdkantoren maar blijven meestal zitten tot de wind is bij gedraaid.

Aart van der Heide heeft al jaren contact met de oprichters en harde werkers van NGO Sahel étude action pour le développement - SEAD. Een door de Malinese wet op 17 september 1988 erkende instelling. Deze instelling heeft zich tot voor de politieke en militaire ellende uitstekend bezig gehouden met het opzetten en in stand houden van agrarische projecten in vooral rond Gao. SEAD bestaat al zo lang dat de tweede generatie zit te springen om vernieuwende professionele adviezen en vooral aansluiting nodig heeft bij de wederopbouw van hun gebied. 

Daar kan Aart van der Heide met zijn grote netwerk zeker bij helpen. En als de Fransen en de mensen van Bert Koenders en To Tjoelker van de ambassade waaronder de NL militairen, na grote successen weer zijn vertrokken moet het gewone volk immers weer de draad van het dagelijks leven op kunnen pakken. Van de NL Grote Doelen zal de gemeente Gao weinig horen want die doen niet aan 'noodhulp'.

Aart moet momenteel de grootste moeite doen om naar zijn oude vrienden in Gao toe ‘te mogen’ reizen. Daar schrijft hij over op Facebook. Hij heeft ook wat geld nodig om de mensen van SEAD in hun kapot geschoten kantoor goed te kunnen helpen om de irrigatie en tuinbouw projecten weer op te kunnen starten. Natuurlijk zullen de NL militairen hun Nederlandse aardappelen, uien, en NL- Senegal sperziebonen per vliegtuig via Dakar in laten vliegen. Voor de lokale bevolking een onbetaalbare lekkernij. De nodige brandstoffen en andere goederen voor de mensen met geld komen via de honderden vrachtwagens die dagelijks op weg zijn van Dakar naar Bamako.

Verleden jaar verscheen er een boekje van de hand van Manon Straven - Bamako Bonjour - en bitterzoet verslag van vier jaar ontwikkelingswerk op het ICCO kantoor in Bamako. Manon Straven is inmiddels weer in Nederland en ik ben benieuwd of ICCO nog wat gaat doen in Mali. Liever zou ik binnenkort een verslag lezen van Aart van der Heide – Allo Gao - en hem horen vertellen over de Fransen en Nederlanders en andere buitenlanders die ‘op missie zijn’ om het ‘gewone volk’ in Gao weer vooruit te helpen. En over zijn ervaringen met de lokale bewoners die hun land weer opnieuw op moeten bouwen. Wij maken straks wat geld over naar Aart van der Heide omdat wij écht vinden dat hij een zinvolle bijdrage aan de wederopbouw van Gao kan leveren.

Aart schreef op  11 januari 2014 – PS - Aart van der Heide heel veel dank William maar ik heb liever dat je je geld voor je kinderen houdt; Als je andere goede gevers weet dan is mijn bankrekeningnummer in Nederland 94.13.90.888. 

















maandag 5 augustus 2013

Angst voor negers bij IND Nederland neemt toe


Lamine is een neger en daar is hij trots op. Ook het woord neger vind hij geen probleem, het is geen scheldwoord in Senegal. Hij is echter in eigen land nooit in elkaar geslagen omdat hij een donkere huid heeft. Zelf ben ik een Indo maar in mijn DNA blijken ook sporen te zitten die terug gaan naar het oude Perzië. Vroeger was ik een klein slank Indoventje met pikzwart haar en donkere ogen en een bruine glanzende huid die onder de Hollandse zomerzon vlot donkerder werd. Als Hollands kind werd mij vaak gevraagd of ik uit onze voormalige kolonie Nederlands-Indië kwam? Vervolgens werd mij gevraagd of ik een kuiltje zou graven in onze achtertuin als WC. En kreeg ik te horen dat ik een poep Chinees was. En dat ik stonk. En dat ik een hoerenkind zou zijn en mijn moeder een Indische hoer. Dat was Nederland in de jaren ’60 van de vorige eeuw. In de voorgaande 15 jaren waren 350.000 uit Nederlands-Indië afkomstige Nederlanders en 'gemengdbloedigen' noodgedwongen naar Nederland gekomen. Nederland had grote moeite met die bruin gekleurde vreemdelingen met hun eigen cultuur en grote gastvrijheid. 

Gelukkig had ik een hoog blonde ander half jaar oudere broer die een kop groter was en vreselijk sterk. Die haalde ik er bij als er weer werd gescholden of geslagen. Hij sloeg dan de zonen van de bloemenkwekers de dorpstraat door. En als wij hen dan op zondagen achter hun in het donker geklede ouders de katholieke kerk in zagen lopen met hun zondagse kleding. Dan wezen wij met een waarschuwende vinger naar hen, wacht maar ná de kerk krijgen wij jullie nog wel een keer. Pas na mijn veertigste begon ik op een Arameen of een Turk te lijken. Of op een ‘verlopen Tamil’ wat mij eens giecheldend werd toegeroepen door twee ondeugende Marokkaantjes in de Amsterdamse Van Woustraat. Toen ik met mijn koffers naar huis liep na een 25urige en een vet vertraagde vlucht uit Laos waar ik zes weken had meegewerkt aan een ontwikkelingswerk programma in de brandende zon. Ik kon er toen om lachen. Dit was Nederland begin jaren ’90 van de vorige eeuw.

Onlangs is Lamine door de Nederlandse Immigratie- en Naruralisatiedienst ofwel de IND een bezoekvisum van vier weken aan Nederland geweigerd. Hij zou onbetrouwbaar zijn. Foute informatie hebben verstrekt en het stiekeme plan hebben om in Nederland te willen blijven. Ook de Nederlandse uitnodigers zouden onbetrouwbaar zijn. En ook ik als zijn begeleider op de heen en terugreis, zouden kennelijk niet door hebben hoe onbetrouwbaar en stiekem Lamine eigenlijk is. Lamine is al negen jaar mijn pleegzoon. Dit is nooit geformaliseerd in de zin van een adoptie. Maar Lamine heeft niemand anders behalve mij. Lamine heeft een sleutelpositie in onze Senegalese stichting en is sinds 2010 een gewaardeerd medewerker met een arbeidsovereenkomst een salaris én een auto waar hij een eigen bedrijfje om heen heeft opgezet. Hij rijdt tegen vergoeding buitenlandse ontwikkelingswerkers en ondernemers rond die projecten in Senegal bezoeken en staat een deel af aan de huishoudpot. Lamine spreekt daarnaast voortreffelijk Engels, Frans en 4 lokale talen waardoor hij als dienstverlener/chauffeur van grote waarde is voor de vele buitenlandse bezoekers die door hem op veler verzoek rond geleid worden.

Lamine heeft er geen enkel belang bij om in het zure Nederland te willen gaan wonen. Hij heeft veel vrienden, werk, een inkomen en een eigen bedrijfje in Senegal. Lamine is zeer leergierig en wil graag de bedrijven en organisaties, maar ook onze vele vrienden in Nederland (terug) zien die ons beiden hebben uitgenodigd. Wij kozen voor een fietstocht door Nederland want op de fiets leer je Nederland het beste kennen. Wij zouden veel foto’s gaan maken waardoor wij de achterblijvers in Senegal konden vertellen wat er leuk of juist veel minder leuk in Nederland is. 

Met veel zorg en aandacht hebben wij Lamine geholpen zijn ‘dossier’ voor te bereiden. Ook wij zijn al jaren bekend met het schrikbewind wat de IND hanteert. Eén foutje en alles moet opnieuw met de kans om nooit meer een visum te mogen aanvragen. De fouten die de IND zelf maakt zijn nauwelijks bespreekbaar. Het dossier van Lamine was 100% compleet met extra informatie over de motivatie rond het reisdoel.  De IND is een publiekelijk afgesloten ‘zelfstandige dienst’ die te vergelijken is met de voormalige Oost-Duitse STASI. De Nederlandse wetgeving m.b.t. ‘openbaarheid bestuur’ wordt met groot gemak met voeten getreden door de IND want die wet wordt met succes onder het tapijt van de privacy wetgeving geveegd. Dus informeren naar een afwijzing en inzage in het dossier waar ook de afgenomen gesprekken in zijn opgenomen is uit den boze. De IND zelf verschanst zich achter een indrukwekkende lijst van Loketten en Postbussen zonder een duidelijk adres en er zijn ook geen foto’s te vinden waar de gebouwen van de IND in Nederland op zijn te zien. Op de wereldwijde Nederlandse ambassade en consulaire afdelingen wordt het IND beleid uitgevoerd door speciaal daartoe opgeleide Nederlandse medewerkers.

Vooralsnog wil ik er vanuit gaan dat er bij de IND en de IND onderafdelingen op de buitenlandse ambassades aardige en vooral gezagsgetrouwe ambtenaren werken. Hard werkende mensen die er op geselecteerd zijn geen eigen mening hebben maar 'de zaak' dienen. En die zaak is zoveel mogelijk vreemdelingen uit Nederland weg te houden met name uit 'risicolanden' zoals Senegal. Dat is hun werk. Het zou mij zelfs niet verbazen dat er bij de IND veel mensen rond lopen die het soms of vaak niet eens zijn met het door de IND gevoerde beleid. Dan is ontslag nemen een moeilijke keuze want dat raakt dan je werk en inkomen. En bij wie kan je eigenlijk terecht in Nederland als je bij de IND hebt gewerkt? De politie? Want wat kán je eigenlijk als je bijvoorbeeld jarenlang visumbeoordelaar bent geweest bij de IND? Wordt je eigenlijk ontslagen bij de IND als ‘jou’ klanten alsnog op de vlucht slaan omdat zij niet goed door jou zijn beoordeeld? 

De beoordelaar van de IND stelde per mail de volgende vragen aan de uitnodigende familie in Nederland aan mij werd niets gevraagd:

Geachte mevrouw B.,

Ik refereer aan het telefonisch onderhoud van vandaag.
Graag zou ik wat meer informatie van uw kant willen ontvangen over de fietstocht en de sponsors/bedrijven ten behoeve van de waterpomp.
Graag zou ik een programma  ontvangen dat de heer Deijman en Lamine Sarr zullen volgen tijdens hun fietstocht door Nederland.

De visumafdeling dient uiterlijk woensdag een beslissing te nemen. Alvast hartelijke dank voor de toelichting.

-          Hoe heeft u de heer Deijman en Lamine Sarr leren kennen ?
-          Wie betaalt hun vliegticket ?
-          Om welke Nederlandse bedrijven gaat het ?
-          Zijn er ook andere sponsoren ?
-          Hebben ze een afspraak met de bedrijven / sponsoren ?
-          Leveren deze bedrijven geld ? Technologie ?
-          Waar worden de pompen geïnstalleerd ? 

Hier was duidelijk iemand aan het werk die het dossier van Lamine niet goed had bestudeerd. Uiteraard zijn deze nieuwe vragen vlot en zeer helder door ons beantwoord. Inclusief referenties naar onze website en blogberichten waar alles over Lamine en onze reis is te vinden. Opvallende slordigheid was dat mijn naam verkeerd werd geschreven. Op de foto’s en documenten onderaan dit artikel kunt u vervolgens de gegeven informatie en de afwijzing zien. Wij hebben immers niets verbergen en het gaat nergens anders om dan een visum voor 4 weken onder begeleiding en samen heen-samen terug vliegtickets.

Op maandag 29 juli heeft Lamine persoonlijk zijn dossier ingeleverd op de consulaire afdeling in Dakar. Hij kon zijn paspoort woensdag om 14:00 uur op komen halen. Op woensdag 1 augustus werd Lamine kort en bondig na twee uur wachten, kort en krachtig en zonder excuses verteld dat hij de volgende dag terug moest komen ‘want er was een document nog niet binnen’. Op donderdag na weer een lange tijd wachten werd hem door het loket een papier in het Nederlands gesteld aangereikt. Lamine is slim maar leest nog geen Nederlands. Hij zag echter in zijn paspoort dat er geen visum in was gestempeld. Eenmaal thuis konden wij het afwijzingsformuliertje samen door nemen.

Met de vertaling had ik door emoties en boosheid overmand de grootste moeite. Hoe leg je in een andere taal uit dat Lamine, zijn uitnodigers en ikzelf als notoire leugenaars worden neergezet?  Hoe leg je aan Lamine uit dat hij er 100% van verdacht wordt in Nederland te willen blijven en ons dus gaat belazeren. Wij zouden de IND bij wijze van spreken dankbaar moeten zijn. De psychologische kennis van de IND is kennelijk van zeer hoog niveau waardoor zij circa 30 minuten nodig hebben om onze Lamine volledig te doorzien. De psychiaters van het Pieter Baan Centrum in Utrecht hebben soms maanden nodig om een cliënt te onderzoeken en maken dan toch nog vaak verkeerde inschattingen. De IND zit zelfs op twee stoelen. Die van de beoordelende psycholoog en de andere stoel is het controleren van de door Lamine en ons aangedragen bewijzen zoals zijn arbeidsovereenkomst, zijn salarisstroken etc. Maar die zijn 100% ok. Echter niet volgens de IND?

Het IND zélf is dusdanig overtuigd van hun gelijk dat zij op geen enkele wijze opening van zaken wensen te geven. Zelfs de Belasting Dienst en hun FIOD kunnen openlijker beoordeeld worden dan de IND. Onderwijl heb ik begrepen dat meer dan 50% van de visum aanvragen vanuit Senegal worden afgewezen. Dus daar heb je geen werk meer aan als IND. De resterende aanvragen zijn lang verblijf aanvragen en dan is er een veel kleiner percentage kort verblijf aanvragen. Wij gaan daarom ook formeel bezwaar aantekenen tegen de beslissing van de IND om Lamine een visum te weigeren. Wij zullen hier voortdurend openlijk verslag van doen. En we gaan er dan maar vanuit dat de IND meeleest. Want wij houden wel van open kaart spelen.

Waar wij echter weinig aan kunnen doen is de xenofobische en paranoïde houding van de beleidsbepalers van de IND ten opzichte van ‘vreemdelingen’ zoals Lamine. Het blijft immers een gekleurde Senegalees die ondanks het feit dat zijn pleegvader een blanke Nederlander is (evenals de uitnodigende partij). Hij er toch van verdacht wordt een liegend  en onbetrouwbaar sujet te zijn die zijn eigen pleegvader en vrienden zou belazeren. Want dat mocht ik hem namens de IND uitleggen.

Wat de situatie extra pikant maakt is mijn overigens goede en zakelijk contact met de ambassade in Dakar. Juist het a.s. werkjaar 2014 worden er veel langlopende subsidie en samenwerking projecten aangegaan op agrarisch gebied tussen de Senegalese en Nederlandse overheid. Deze agrarische projecten zijn zeer belangrijk voor het land en tuinbouwbeleid in Nederland en de duurzame voedselketen die in Nederland zwaar onder druk staat. Nederland heeft bijzonder hard nieuwe import nodig van met name biologische producten. Daarnaast kan Nederland veel ‘hardware’ en kennis gaan leveren op technologisch gebied en hiermee een uitweg uit de crisis bewerkstelligen. Mijn rol om als consultant op te treden namens de Senegalese overheid en steun te verlenen bij hun aanvragen die via agentschap.nl en de ambassade in Dakar lopen heeft de afgelopen periode steeds meer vorm gekregen. Het betreft overeenkomsten die Nederland veel werk en inkomsten gaan opleveren. Die heeft Nederland hard nodig in het a.s. decennium.

Ik sta echter aan de kant van Senegal en mijn bijdrage en adviezen zijn essentieel voor een geslaagde samenwerking tussen Senegal en Nederland. Maar ik sta ook aan de kant van Lamine. - Zal ik mij dan druk gaan maken voor de Nederlandse belangen?  Of toch maar verder gaan met andere niet Nederlandse partijen die net zo graag aan Senegal leveren? – De komende twee maanden wachten wij op het IND antwoord naar aanleiding van ons bezwaarschrift. Wij dienen uiteraard ook een nieuwe visum aanvraag voor Lamine in.  Wij houden iedereen op de hoogte via dit blog Facebook en andere media. Ons verdriet en boosheid heeft weer plaats gemaakt voor Hollandse nuchterheid en als de IND de stem van het volk vertegenwoordigd en dus bang voor Negers zijn dan kopen de IND’ers en hun aanhangers hun groenten maar ergens anders. Lamine en ik zijn trouwens zonder enig visum probleem van harte welkom in Indonesië, China en Brazilië. Grote concurrenten van Nederland op land en tuinbouwgebied. Daar gaan we alvast over nadenken. Want als Lamine Nederland niet mag zien wat heb ik daar dan nog te zoeken?


Lamine eind 2004 - Hij was net hersteld van een zware ziekte
 die door ons was verholpen. 
Hij is toen maar meteen gebleven. 
Er was immers niemand anders.

Lamine met Kids in 2013

Lamine zit ook in het bestuur van onze voetbalschool in Sandiara


Lamine heeft naast zijn werk als opvoeder bij Dakarkids ook een eigen bedrijfje. 
Hij spaart voor een nieuwe auto. 

Dakarkid Demba is de volgende Dakarkid 
die een eigen bedrijfje op zal starten.


De fietsroute die Lamine en ik zouden rijden. 
Het was ook een fondsenwerving route. 


De afwijzing door de IND van 01-08-2013






Let op de geautomatiseerde vinkjes




Wij blijven zeer strijdvaardig. 
Evenals de uitnodigers en onze vele vrienden in Nederland.

donderdag 2 augustus 2012

Is ontwikkelingsamenwerking domweg burenhulp?

Volgens de encyclo.nl is burenhulp (ik citeer) te beschouwen als een vorm van vrijwillige inzet waarbij het vaak gaat om spontane, kortstondige hulp. Burenhulp richt zich op mensen die in nood zitten, hulp nodig hebben, en daarvoor niet op de spontane inzet van vrienden of familie kunnen rekenen. Tijdens een enorme regenbui over Dakar las ik op de internetversie van Trouw.nl dat Cordaid een van de grootse ontwikkelingsorganisaties in Nederland een ‘sociale onderneming’ gaat worden. Daar schrok ik wel van. Er zit dus een Nederlandse ontwikkelingswerkorganisatie collega in zwaar weer. En wij zitten in buurland Senegal. Niet helemaal naast de deur van Cordaid maar we zijn toch een soort buren. Want waren zij voorheen dan geen sociale onderneming? Welnu Cordaid gaat saneren en dat gaat tussen de 25 en misschien wel 50 arbeidsplaatsen kosten. Er komt wel een sociaal plan voor de mensen die ontslagen gaan worden. Dat komt omdat er nieuwe werknemers in dienst genomen gaan worden ‘met nieuwe kwaliteiten’ volgens directeur René Grotenhuis. Bij Cordaid werken nu 248 mensen. In 2010 waren dat er nog 267. Dat valt te lezen op de Cordaid website op een pagina die ‘Wat verdient de directeur van Cordaid’ heet. Kennelijk rekent René Grotenhuis zich zelf niet bij de groep die af moet vloeien. Hij werkt volgens dezelfde pagina immers als boegbeeld in 37 landen van de Cordaid organisatie en is daardoor gesprekspartner van bisschoppen en ministers over heel de wereld. Zo iemand kan niet gemist worden. Wie er dus wel uit moeten bij Cordaid en wie er plaats moeten maken voor ‘mensen met nieuwe kwaliteiten’ mogen voor deze keer ook een open sollicitatie bij ons komen doen dakarkids@gmail.com.

Wij zijn namelijk reuze nieuwsgierig waarom zij ‘eruit’ moeten en we gaan natuurlijk de openstaande vacatures van Cordaid monitoren want we zijn reuze nieuwsgierig welke ‘nieuwe kwaliteiten’ er nu gevraagd gaan worden bij Cordaid. Wij hebben het vermoeden dat het om een groep van stagiaires zal gaan. Die kosten nauwelijks iets en hebben nog geen werkervaring en toch blijft het nodige personeelsbestand op niveau. Dat is ook sociaal want waar moeten dat nieuwe bloed anders heen om ervaring op te doen. René Grotenhuis heeft wel een soort nieuw aanpak voor ogen. Hij zegt ‘we willen ondernemender en slagvaardiger worden, er komen acht zogeheten business units op gebieden als gezondheid, noodhulp en microkrediet’. Volgens mij zijn dat er drie maar ok we wachten af. Zelf hebben wij al een jaar of acht goede ervaringen met onze business units. Ook tijdens de veelvuldig stroomuitval werkt onze business unit ‘noodhulp’ gewoon door. Als je in nood zit en er is geen stroom dan kan je gewoon op de houten deur van onze unit kloppen en dan doet  een van ons 24 uur per dag de deur open. Wij hebben twee deuren in onze business unit. Een voordeur voor hoger bezoek zoals ministers, bisschoppen en Imams. Onze achterdeur is discreter en jaarlijks weten veel zieke moeders en/of zwervende straatkinderen de achterdeur te vinden.  Alhoewel wij 369.967 donateurs minder dan Cordaid hebben en ook 22.975 vrijwilligers minder hebben dan Cordaid verschillen wij dus weinig van Cordaid. Onze business unit burenhulp is echter het grootst. Wij brengen hulpzoekenden in contact met onze buren of de kleine en grote overheden en als de hulpvraag duidelijk is dan zijn bijna al onze buren bereid om te helpen naar eer en vermogen. Want laten we wel wezen. Een van de grootste problemen bij het ontwikkelingswerk is de voortdurende bevolkingsaanwas. Het is nogal makkelijk om te beweren dat bijvoorbeeld 25 jaar ontwikkelingssamenwerking nauwelijks heeft geholpen als er in die zelfde 25 jaar 1.5 miljard mensen bij zijn gekomen in de doelgebieden. Je zou dan eerder veronderstellen dat het effect van ontwikkelingswerk maar  ook effectieve noodhulp juist een bijdrage levert aan de bevolkingsgroei.

Een mooie reden om dus maar meteen te stoppen met ontwikkelingswerk en noodhulp toch? Cordaid werkt samen met partner Caritas en die hebben weer een afdeling in Senegal. Cordaid en Caritas hebben beiden een katholieke achtergrond. Op de caritas-senegal pagina straalt het katholieke je tegemoet. Niets mis mee hoor moeten ze zelf weten. Senegal is 95% islamitisch georiënteerd maar staat buitengewoon tolerant tegenover andere religieuze stromingen. Dat zou mogelijk wel eens anders kunnen worden als de welvaart in Senegal zou toenemen. Vooral als dit met geld uit Arabische landen zou gebeuren want die eisen nog wel eens dat er pas geld komt als het voor 100% aan alle islamitische doelstellingen voldoet. In andere woorden men moet de Sharia boven de grondwet stellen en leven zoals in de Arabische landen gebruikelijk is. Het is niet verwonderlijk dat landen zoals Koeweit en de Emiraten nauwelijks nog geld schenken aan Senegal. Daar is de bijzondere cultuur van Senegal te sterk voor gebleken. De aanwezigheid van meer dan 35 etnische groeperingen met hun eigen regels en traditionele gebruiken zijn sterker gebleken dan de verleiding van grote sommen geld uit de Arabische landen. Daarbij komt ook nog dat de Senegalese overheid de belangrijkste religieuze stromingen de Mouride en Tidiane rijkelijk van ‘enveloppen’ voorziet. Politiek en religie zijn in Senegal nauwelijks gescheiden. Cordaid partner Caritas kan met haar jaarlijkse 3 miljoen dollar dan ook niet veel betekenen. Wat beiden met elkaar gemeen hebben is zijn de redelijk goed functionerende ‘prikkel & overleg’ platformen ofwel hun afdelingen marketing & communicatie.

Vreemd genoeg lees ik op geen van de Cordaid of Caritas websites iets over Community Based Development ofwel vanuit de (lokale) gemeenschap geïnitieerde ontwikkeling als oplossing voor de problemen in de wereld. De gedachte dat ontwikkeling en verandering van ‘binnenuit’ ofwel de arme gemeenschap laat zijn slachtofferrol varen en wordt positief actief in het ophouden van de eigen broek is onderhand toch wel gemeengoed aan het worden. Daar zouden Cordaid en Caritas een grote rol in kunnen spelen. Zij praten immers toch ook met ministers en bisschoppen en tientallen landen. Dus burenhulp uit bijvoorbeeld Nederland in de vorm hulpgoederen, geld en expertise na dat een lokale gemeenschap een analyse van hun problemen heeft gemaakt en er inzicht is in wat zij allemaal zelf kunnen doen en welke hulp zij eventueel nodig hebben. Als Cordaid zichzelf weet om te turnen naar niet 8 maar 3 business units. Dan zou hun organisatie er als volgt uit kunnen zien. Unit 1 haalt geld en goederen op bij donateurs. Unit 2 blijft politiek druk uitoefenen op wereldleiders, ministers, bisschoppen en Imams. Unit 3 wordt een uitzendbureau van uitstekend voor hun taak opgeleide ‘buurtwerkers’ die lokale bevolkingen helpen met hun ontwikkeling. Dat doen zij minimaal 5 jaar tegen lokaal salaris en zij wonen op lokaal niveau in de buurt waar zij aan het werk gaan. Het liefst in combinatie met een goed werkend internetcafé en hulp bij het schrijven en goed opmaken van brieven en ander campagne materiaal. De Cordaid medewerkers worden als het ware heuse buurtbewoners zonder dat zij geplaagd worden door familieverbanden en oud zeer. E.a. betekent wel dat Cordaid Nederland hooguit uit 45 medewerkers in NL zal bestaan. Dat de functie van René Grotenhuis overbodig wordt en dat de uitgezonden Cordaid medewerkers een minimum aan begeleiding nodig hebben. Ofwel beschikken over de door Grotenhuis genoemde ‘nieuwe kwaliteiten’ die niet uitgehold worden door zorgmanagers of iets van die soort. De nieuwe medewerkers moeten immers in hun buurt laten zien dat zij hetgeen wat zij preken ook zelf moeten kunnen. Zoveel mogelijk hun eigen broek ophouden. 
Ik zie dat het buiten weer even droog is en ga de buurt even in.






Dakarkids kunnen na verblijf in onze Villa in Dakar in Jardin Godaguene een opleiding doen. Er is een eigen Dakarkids onderkomen met begeleiding. De tuin bevind zich op circa 100 kilometer van Dakar. De kids zijn vaak zeer trots op hun zelf verbouwde biologische producten.



Als het in Nederland regent of ook als het mooi weer is dan 
is er in Rotterdam op 21 augustus iets leuks te doen.
Roos Limburg studeert af op een door www.dakarkids.info 
geïnitieerd buurtproject in Yoff/Dakar.

zaterdag 23 juni 2012

Een loze put en wie het geld heeft is de baas in ontwikkelingswerk land

In onze wijk is men (zie eerste foto onderaan de tekst) al meer dan twee jaar bezig een stuk weg van hoog uit 2,5 kilometer te asfalteren en van trottoirs te voorzien. Er staat een groot en belangrijk aandoend aankondigingbord. Waarop te lezen valt wie er allemaal verantwoordelijk zijn. We hebben kunnen zien hoe er op dat kruispunt een grote betonnen put werd gebouwd waar de kanaliseringbuizen op aangesloten konden worden. Het is zo’n grote vierkante punt van drie bij drie meter met lager gelegen rondingen waar de 90 centimeter pijpen vanuit vier windrichtingen samen kunnen komen. Zag er goed uit toen. Alleen de geplande pijpleidingen vanuit die vierwindrichtingen zijn nooit aangelegd dus was die put ook overbodig. Na twee maanden werd de boel dicht gestort en weer een maand later stond er 70 centimeter water op het gehele kruispunt. Water wat nergens heen kon vanwege de heftige regenval. Enorme opstoppingen waren het gevolg. Toch durf ik met zekerheid te stellen dat het geld voor de aanleg van de kanaalpijpen wel is gefourneerd. Dat er mooi werktekeningen zijn gemaakt en klinkende afspraken over begeleiding en afwerking. Nu, een dik jaar later ziet de weg er nog steeds afschuwelijk uit. Al een maand heb ik geen werker meer gezien terwijl er nog zeker 40% van de weg en stoepen niet klaar zijn.

Op mijn reisjes door Senegal en omgeving kom ik veel onafgebouwde of vervalen gebouwen tegen ooit gefinancierd door buitenlandse NGO’s. Als ik weer eens de moed op kan brengen stop ik en vraag dan aan de bevolking wat er is gebeurt. Tsja, na drie (vaak minder) jaar waren er conflicten en was het geld op. De lokale mensen die verantwoordelijk waren zijn vertrokken en de buitenlanders waren teleurgesteld. Soms wonen er een paar families in de vervallen gebouwen. Onlangs heb ik nog een ‘voedingsbank voor arme gezinnen’ mogen bekijken die al vijf jaar geleden voor 40% is afgebouwd en nu door betonrot uit elkaar dreigt te vallen. Ooit gefinancierd  door internationale NGO’s die met prachtige websites ‘verantwoording’ aflegden en soms meedongen naar de jaarlijkse transparantprijs. Deze websites gaven hoog op van hun samenwerking met de lokale bestuurders en bevolking. De Senegalese overheid heeft in de afgelopen jaren het platteland op geen enkele wijze als prioriteit in het regeringsprogramma gehad waardoor de overheid de goedgemaakte afspraken net veel NGO’s niet zijn nagekomen. Dwz dit zijn vaak de woorden van de lokale personen waar ik een babbeltje mee had. De NGO’s trokken zich schielijk terug maar op de mooie NGO websites (als ze nog bestaan) lees je nooit verslagen van ‘vijf jaar later’ bezoekjes aan hun toen zo succesvolle projecten. Het is pas sinds een paar jaar een klein trendje om ‘briljante mislukkingen’ te bekronen. De meeste NGO’s blijken echter vanwege ‘werkdruk & tijdgebrek’ geen mislukkingen in gestuurd te hebben. Daar zou ik hen graag bij willen helpen. Een lijst van 100 is zo gemaakt en op de ‘Senegal lijst’ komen minsten 25 vanuit NL gefinancierde projecten voor. 

Om mijn opwinding en verdriet onder controle te houden lees ik graag ‘zie je wel’ verhalen. Bijvoorbeeld de thesis van Willem Elbers met de mooie titel ‘The Partnership Paradox’ januari 2012. Hij legt weliswaar in het engels maar op een aantrekkelijke manier een aantal vingers op verborgen maar zeer pijnlijke NGO plekken. Waaronder de grote machtsinvloed op ontvangende partijen. Willem Elbers heeft zijn proefschrift op de Radboud Universiteit Nijmegen mogen verdedigen en zijn copromotor was Dr. L. Schulpen. Ook al zo’n man die ik in mijn wetenschappelijke hart heb kunnen sluiten vanwege zijn soms opmerkelijke onderzoeken naar de effectiviteit van de hulp opgezet door PI’s ofwel Particuliere Initiatieven. De heren zijn beiden Sociale Wetenschap mannen. Het proefschrift van Elbers lees je niet even snel door maar het blijkt zeer de moeite waard. Ook voor mensen die het te druk hebben met het verbeteren van de  wereld en aldus weinig tijd hebben voor reflexie. Misschien is het handig om dan eerst weer eens Norbert Elias (Het Civilisatieproces) en Michel Foucault te lezen die ook zo fijn over macht heeft geschreven. Deze twee boeken worden extra bijzonder als je Afrika goed kent. Lees dan als toetje Dambisa Moyo ‘Doodlopende hulp’ en iedereen begint te begrijpen waarom die weg in onze buurt nog steeds niet klaar is en veel NGO’s de weg een beetje kwijt zijn.

In een uitgave van viceversaonline.nl licht Willem Elbers alvast een tipje van de paradoxale sluier op. Hij schrijft over de groeiende dominantie van het managementdenken. Een topic waar ondertussen geheel Nederland de wrange vruchten van plukt. De belofte was effectiviteit en efficiëntie, resultaatmeting en het einde van willekeur en incompetentie.  Onder zijn artikel is de link naar zijn proefschrift te vind. Er was na een paar dagen al kritiek op Willem. Door René Grotenhuis van Cordaid. Die kan dus snel lezen. René ziet het als theoloog (Cordaid mensen in nood – Geloven dat het kan) anders dan Willem, dat maakt zijn reactie wel duidelijk. Maar is het niet zo dat Willem Elbers juist schrijft over de macht van het geld en dat de machthebber dan de regels mag bepalen en dat de ontvangende partijen zich moeten voegen aan de opgelegde regels waardoor het niet hún regels zijn en zij dus met moeite eigenaar van de oplossing kunnen worden. Onlangs is een bedrag van 26.000 Nederlandse Euro bij ons in de buurt geïnvesteerd in een landbouw opleidingscentrum. Een bezoekje aan dat project leert dat men duidelijk niet doet wat is afgesproken en dat de opgeleide jongeren nauwelijks kans op een werkkring dus inkomen maken. Het is een soort goedbedoeld noodhulp bedrag maar heeft niets te maken met een duurzame oplossing. En het karakteriseert meteen dat de veelheid aan kort lopende NGO of PI projecten zelden duurzaam zijn. Duurzaam duurt wat langer, minstens 25 jaar ofwel één generatie.

Wat dat betreft lijken veel NGO en PI projecten veel op het asfaltdrama bij mij om de hoek, met dat mooie bord. Die weg is met de beste bedoelingen gepland in mooie en efficient c.q. resultaat gericht werkende kantoren van organisaties in binnen en buitenland. Jotum werd er op een goed moment geroepen, ons werk is klaar we gaan de opdracht geven aan de uitvoerders. Om 17.00 uur werd de airco afgezet en de brandschone oversized 4x4 Land Cruisers gingen ieder hun weg. De volgende dag had de uitvoerder de eerste bijeenkomst met de onderaannemers. De dag daarna hadden de onderaannemers een bijeenkomst met de onder-onder aannemers die hun familieleden opdracht gaven om broers en ooms en anders aangetrouwd tot ‘wegwerker’ te bombarderen. Een redelijk ervaren stoepenmaker geeft leiding aan 40 anderen die in de komende maanden allemaal een eigen stoep gaan maken, die er dan telkens uniek uit ziet. De betalingen zorgen voor veel vertraging. Want het geld gaat langdurig door veel kanalen en handen. Laten we eens 50 Euro volgen. Eén vierkante meter stoep was begroot op 50 Euro waarvan 10 Euro managementkosten. Door alle tussenpersonen blijft er van die resterende 40 Euro nog maar 15 Euro over om de stoep te maken die ziet er daarom niet best uit. De managementkosten zijn aldus 50% hoger dan noodzakelijk. Kennen wij dat probleem ook niet in Nederland?

René en Willem hebben allebei gelijk als ze zeggen dat er verandering nodig is in het omgaan met geld van anderen. De eerste verandering die nodig  blijkt is het ondersteunen van de lokale democratische processen die nodig zijn om het volk zelf de kans te geven hun eigen ontwikkeling in de hand te nemen. Stop dus je geld in lokale gemeenschap projecten en doe de knip pas open als iedereen achter de komst van die nieuwe weg staat. En breng voortdurend in woord en beeld verslag uit van de positieve en negatieve ontwikkelingen. Projecten die uitgevoerd door één lokale ondernemer en met lokale werkers die dagelijks begeleid worden en wekelijks op behaalde resultaten wordt afgerekend hebben het meeste succes omdat de lokale ondernemers en medewerkers niet van gezichtsverlies houden. Natuurlijk mag er een bijvoorbeeld Nederlandse wegen-en-stoepen bouwer uit Delft op kosten van PUM of een andere NGO aanwezig zijn om de werkers met raad en daad bij te staan. Ondanks zijn cultuur shock moet hij gewoon die weg gaan meehelpen bouwen en dagelijks in de bouwkeet en op de weg te vinden zijn. Gezellig en zinvol zo’n uitwisseling met een wekelijks foto en geld verslag. Ik geniet nu al van de foto’s op bijvoorbeeld de Oxfam Novib website.

Wij proberen of beter gezegd testen in het Afrikaanse Yoff een nieuwe vorm van ontwikkelingssamenwerking uit. De huidige computeranimaties en illustratie technieken gecombineerd met de inzet van stedenbouwkundigen en landschaparchitecten leiden tot bijzonder plezierige en concrete discussies met lokale bevolkingsgroepen. Ook de betrokkenheid word vergroot. Met video filmpjes en animaties van 2D naar 3D kan je heel goed laten zien hoe het was en hoe het kan worden. Iedereen wil dat het havenloze en oude stadion van Yoff wordt opgeknapt. Wij ook, want onze eigen 200 kinderen voetballen er dagelijks. De burgemeester heeft in Yoff niets te zeggen vanwege problemen met de oude wijze mannen. En de oude wijze mannen hebben het vertrouwen verspeeld van de Gouverneur van Dakar die over alle deelgemeenten gaat. Dus van hun moeten wij het niet hebben. Tijdens het vooronderzoek in Yoff zijn wij gestuit op een 20tal groeperingen en individuen die zich de ‘eigenaar’ van het stadion noemen of zeggen op z’n minst de volledige zeggenschap te bezitten. Géén van deze partijen en individuen kon dit echter met een formele en getekende opdracht aantonen. Toen kwamen de drie families op de proppen die ooit de terreinen hadden overgedragen aan de Commune. Zij beweerden om het hardst dat zij de énige zeggenschap zouden hebben en dat zij dus het geld voor de investeringen wilden beheren en het werk ook uit zouden laten voeren. Na onderzoek bleek dat zij met andere terreinen gecompenseerd waren en dat zij geen enkel recht meer zouden hebben. Op de vraag of zij een portfolio hadden met reeds uitgevoerde stadionprojecten hebben wij helaas geen antwoord gekregen. Eigenlijk kregen wij van niemand een behoorlijk antwoord dus dat maakte de weg vrij voor burgerinitiatief. 

In mijn volgende bericht zal ik uitgebreid aandacht besteden aan het plan rond het nieuwe stadion van Yoff. Als warmmaker voor het nieuwe Eco Stadion zijn wij onlangs begonnen met een schoonmaakcampagne die al veel tongen heeft losgemaakt.


het bord met geld van de Banque Mondiale - World Bank

de weg springt in 3 treden naar beneden naar de grote doorgaande weg


De grote loze put ligt keurig onder het asfalt. 
Hoe de veel hoger uitvallende aansluiting van de weg met het bord Route Baree 
aan moet sluiten op het veel lager gelegen gedeelte waar ook nog eens de loze put onder verborgen zit is een groot raadsel. Juist dit kruispunt is een soort trechter.


de stoep

en nog een stuk stoep ! 
er is nergens een hemelwater afvoer voorziening gepland

















al op de kleuterschool reageerde ik mij soms af 
met knippen en plakken