Posts tonen met het label Bamako. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bamako. Alle posts tonen

zondag 12 januari 2014

Internationale burenhulp in Mali en beeldvorming over Afrika


Als je naar sommige foto’s kijkt onderaan dit bericht dan zou je denken dat het heden overal in Mali een grote puinhoop is. De beeldvorming over Afrika wordt bepaald door de veelal negatieve beelden uit kranten en TV journaals. In het overgrote deel van Mali (en de rest van Afrika) heerst echter rust, lokale vrede en nieuwe armoede. Armoede onder het overgrote deel van de bevolking die niet bereikt wordt met het hulpgeld van de buitenlandse donoren was er al veel langer. Dat was vroeger al zo en vandaag de dag alweer zo. 

De uitvoerende buitenlandse hulpinstanties hebben een groot gedeelte van het ‘hulpgeld’ zelf nodig om hun hulp uit te kunnen voeren. De lokale medewerkers hebben tot aan het eind van de internationale hulp even een leuke baan en salaris. Na het vertrek van de buitenlandse hulp zijn zij voor het merendeel weer werkeloos. Als de internationale hulptroepen vertrokken zijn dan wordt het weer tijd voor een nieuwe fotoserie over de lokale situatie. Hoe zal die er uit gaan zien? 

Vanuit Dakar kijken ook wij naar de ontwikkelingen in Mali. Het zijn immers onze buren. En als het onze buurlanden goed gaat dan hebben wij daar ook profijt van. Vanuit ons verre vaderland is verleden week (begin januari 2014) een groep technisch militaire mannen & vrouwen van Defensie mevrouw Hennis-Plasschaert na veel getwijfel alsnog naar Mali vertrokken. Naar Gao. Om kwartier te maken voor de nog nakomende NL militaire ‘verkenners’ die mee gaan helpen met het  ‘stabilisatie programma’ van de UN onder leiding van de Fransen en onze bloedeigen Bert Koenders. Er komen grote tenten, een grote keuken en een vliegveldje voor helikopters. Gao is een stadje wat in een moeilijk gebied van oostelijk Mali ligt.

De bevolking in en rond Gao heeft het de afgelopen twee jaar buitengewoon moeilijk gehad. Na veel zogenaamd Islamitisch gedoe zijn de Fransen sinds 26 januari 2013 weer de baas in Gao. Het stadje aan de Niger rivier ligt niet in het werk en voorkeur gebied van de Grote Goede Doelen zoals de SNV, Cordaid, ICCO, Oxfam Novib. Die hebben allen hun kantoren in de hoofdstad Bamako. Als je geen glanzende witte of blauwe Four Wheel Drive hebt dan zou je per bus de circa 1200 kilometer van Bamako naar Gao af kunnen leggen. Dat advies gaf de in Bamako wonende Klaas Tjoelker gisteren aan Aart van der Heide die momenteel ook in Bamako verblijft.

Klaas is getrouwd met To Tjoelker en zij is weer hoofd Ontwikkelingswerk op de NL Ambassade in Bamako. Klaas Tjoelker  woont al jaren in Mali en vind de situatie in Mali kennelijk zó veilig dat hij geen problemen ziet in een busreis voor Aart. Natuurlijk kan Aart onderweg even bijkomen in het bijzondere project Here Buru waar Yvonne Gerner van Stichting Rondom Baba verblijft. Maar daarna moet Aart toch nog een flink stuk verder met de bus. En dat zo best wel eens gevaarlijk kunnen zijn. Want de kleine boeven groepjes liggen in de bosjes langs de weg en heus niet dicht bij de buitenlandse militairen.

Aart van der Heide is al bijna dertig jaar een lokaal graag gezien gast in Mali. Hij adviseert al jaren veel lokale NGO’s en stichtingen op land en tuinbouwgebied. Anders dan de Grote Doelen schrijft Aart geen prachtige jaarverslagen waarin het lijkt of de Grote Goede Doelen héél Mali duurzaam veranderd hebben. Aart schrijft wel regelmatig kritische maar heldere verhalen over Mali in www.afrikanieuws.nl.

In en rond Gao wonen dus veel gewone mensen die slachtoffer zijn van de nationale politiek die jarenlang hun woongebied hebben verwaarloosd en waar de Grote Goede Doelen dus ook liever niet kwamen. Het was een makkie voor de “terroristen” om 2 jaar terug Gao onveilig te maken. Nu de vredesmachten aanwezig zijn is het ook de juiste tijd om de wederopbouw voor te bereiden. De Grote Goede Ontwikkelingswerk Doelen zullen de eerste jaren een afwachtende houding aannemen want die willen ‘succesvol’ kunnen werken. De kleine goede doelen zijn meestal niet zo bang en vaak veel beter geïnformeerd over de lokale situatie. Die sluiten ook geen hoofdkantoren maar blijven meestal zitten tot de wind is bij gedraaid.

Aart van der Heide heeft al jaren contact met de oprichters en harde werkers van NGO Sahel étude action pour le développement - SEAD. Een door de Malinese wet op 17 september 1988 erkende instelling. Deze instelling heeft zich tot voor de politieke en militaire ellende uitstekend bezig gehouden met het opzetten en in stand houden van agrarische projecten in vooral rond Gao. SEAD bestaat al zo lang dat de tweede generatie zit te springen om vernieuwende professionele adviezen en vooral aansluiting nodig heeft bij de wederopbouw van hun gebied. 

Daar kan Aart van der Heide met zijn grote netwerk zeker bij helpen. En als de Fransen en de mensen van Bert Koenders en To Tjoelker van de ambassade waaronder de NL militairen, na grote successen weer zijn vertrokken moet het gewone volk immers weer de draad van het dagelijks leven op kunnen pakken. Van de NL Grote Doelen zal de gemeente Gao weinig horen want die doen niet aan 'noodhulp'.

Aart moet momenteel de grootste moeite doen om naar zijn oude vrienden in Gao toe ‘te mogen’ reizen. Daar schrijft hij over op Facebook. Hij heeft ook wat geld nodig om de mensen van SEAD in hun kapot geschoten kantoor goed te kunnen helpen om de irrigatie en tuinbouw projecten weer op te kunnen starten. Natuurlijk zullen de NL militairen hun Nederlandse aardappelen, uien, en NL- Senegal sperziebonen per vliegtuig via Dakar in laten vliegen. Voor de lokale bevolking een onbetaalbare lekkernij. De nodige brandstoffen en andere goederen voor de mensen met geld komen via de honderden vrachtwagens die dagelijks op weg zijn van Dakar naar Bamako.

Verleden jaar verscheen er een boekje van de hand van Manon Straven - Bamako Bonjour - en bitterzoet verslag van vier jaar ontwikkelingswerk op het ICCO kantoor in Bamako. Manon Straven is inmiddels weer in Nederland en ik ben benieuwd of ICCO nog wat gaat doen in Mali. Liever zou ik binnenkort een verslag lezen van Aart van der Heide – Allo Gao - en hem horen vertellen over de Fransen en Nederlanders en andere buitenlanders die ‘op missie zijn’ om het ‘gewone volk’ in Gao weer vooruit te helpen. En over zijn ervaringen met de lokale bewoners die hun land weer opnieuw op moeten bouwen. Wij maken straks wat geld over naar Aart van der Heide omdat wij écht vinden dat hij een zinvolle bijdrage aan de wederopbouw van Gao kan leveren.

Aart schreef op  11 januari 2014 – PS - Aart van der Heide heel veel dank William maar ik heb liever dat je je geld voor je kinderen houdt; Als je andere goede gevers weet dan is mijn bankrekeningnummer in Nederland 94.13.90.888. 

















maandag 21 januari 2013

Parlementaire enquêtes in Senegal en Nederland over OS in 2013


Vijf keer per week krijg ik ’s morgens rond half acht een koud knuffeltje van A. Koud omdat A. Altijd iets te weinig kleding aan heeft. Zij heeft weinig kleding en wil toch elke dag iets anders aan dus ruilt zij ook kleding met andere meisjes. A. Is nu elf jaar maar lijkt eerder negen. Mager en een tikkeltje ondervoed. Met grote vaak blije en nieuwsgierige ogen komt zij elke doordeweekse ochtend haar ontbijtgeld halen samen met een andere jongen en meisje uit hetzelfde opvanghuis. Het ophalen van het ontbijtgeld heeft een functie, hierdoor kunnen wij de dagen bij houden dat zij naar school gaat. Voordat A. bij ons kwam werd zij herhaaldelijk thuis gehouden om de was te doen en het eten te koken. Thuis betekend in haar geval dat zij met haar moeder en haar drie jongere broertjes in een soort verzamelhuis voor gescheiden ofwel verlaten vrouwen woont. In het afgelopen jaar heeft A. getracht haar haardos te ontkroezen door er om de veertien dagen staartjes in te laten draaien. A, wil er gewoon niet al te ‘doorsnee’ uit zien. Veel meer dan de jongens zorgt zij ervoor dat zij elk woord Frans goed uitspreekt en zij werkt ook hard aan een mooie zinsbouw. Eigenlijk is A. een stoer meisje. Als er vroeger, en dat is niet zo lang geleden geen geld was voor avondeten dan speelde zij haar broertjes moe en sliep dan men het op de mat in de kamer die haar moeder had gehuurd in het verzamelhuis. De moeder ging dan meestal ’s avonds familieleden af om toch nog wat geld te bedelen voor het ochtend eten. Met de gebedelde 250 CFA (40 eurocent) kon zij haar kinderen ’s morgens van brood met wat margarine voorzien.

Er wonen duizenden meisjes zoals A. in onze grote wijk die onderdeel is van de stad Dakar. Meisjes die onregelmatig naar de lagere school gaan en nog minder doorstromen naar het secondaire onderwijs. Die in veel gevallen niet door hen wordt afgemaakt. De mooie cijfers van de overheid, waaruit zou moeten blijken dat meisjes gelijke kansen hebben zijn zwaar vertekend. Aan het begin van elk schooljaar worden de inschrijvingen geteld maar daarna neemt het ongecontroleerde schoolverzuim door meisjes in alle hevigheid weer toe. Er zijn meer dan 90.000 publieke scholen in Senegal. Die een bijna gelijkwaardige balans jongens/meisjes laten zien. Maar over de lagere school periode van zes jaar heeft minder dan 30% van de meisjes zes jaar volledig onderwijs genoten. Dat zesjarige schoolprogramma moet sowieso met een grote korrel zout genomen worden. De onderwijzers staken veel en zijn veelvuldig afwezig vanwege religieuze- of familiefeesten of anders. Waardoor zij vaak minder dan 20 uur per week voor de klas staan en waardoor de iets meer dan duizend lesuren per jaar op circa de helft uit komen. Als je dan als meisje veelvuldig wordt thuis gehouden. Dan kom je uit op een mogelijk lager gemiddelde van 250 lesuren per jaar voor de meisjes. Toch scoren de meisjes gemiddeld hoger bij de schaarse nationale schoolonderzoeken dan de jongens. Kennelijk is hun intelligentie maar ook hun leermotivatie hoger dan bij de jongens.

Alhoewel de Franse taal de officiële onderwijstaal is wordt er bijna 80% Wolof gesproken in de scholen van Dakar. In andere gebieden wordt er vaak een andere exotische mengeling van het lokale dialect gesproken. Het spreken van Wolof of anders heeft ook te maken met het vaak lage opleidingsniveau van de onderwijzers. Hun motivatie is eerder het relatief lage salaris dan de liefde voor kinderen. Anderzijds is het ook niet makkelijk om les te geven in veelal smerige lokalen waar maximaal ruimte is voor 40 kinderen waar alsnog soms tot 70 kinderen boven op elkaar gepakt zitten. De toegang tot het publieke onderwijs is zogenaamd gratis maar er wordt toch inschrijfgeld in rekening gebracht en ook het lesmateriaal is niet gratis. Een kind naar een publieke school laten gaan kost gemiddeld 25 Euro per maand. Inclusief ontbijt, schone kleding en schoeisel. Dat geld is er veelal niet en traditioneel hebben de jongens voorrang op de meisjes want die moeten immers later ‘kostwinner’ worden. En dat in een land waar minder dan 20% van de bevolking een soort baan heeft. Want er is nauwelijks bedrijfsleven. Wel veel bedrijvigheid in de grote steden en een grote informele sector die geen belastinginkomsten oplevert. 

De toekomst van A. is hierdoor zeer ongewis. A. heeft zoals bij meer dan 80% van alle meisjes in Senegal de wind niet mee. De kans dat zij op 15jarige leeftijd al een baby heeft is heel groot. Want vanaf dat moment is zij zogenaamd volwassen en moet door de gemiddeld 10 jaar oudere vader van het kind onderhouden worden. De kans dat de vader dat doet of kan doen is echter heel gering. Want ook hij blijft door het uitzichtloze bestaan in de armoedecirkel vierkantjes lopen. En stel dat de vader wel een salaris gaat verdienen dan droomt hij meestal over een tweede vrouw want de eerste vrouw was eigenlijk een soort hormonale speelkeuze en die past minder bij de nu succesvolle man die het lijkt te maken in de maatschappij. De moeder van A. woont met circa acht andere ‘verlaten’ vrouwen samen. Hun voormalige echtgenoten hebben allen weer een nieuw gezin. Soms wonen er wel even mannen in het huis met de acht vrouwen. Die ‘proberen’ dan voor een tijdje een van de vrouwen uit die hierdoor tijdelijk wat meer geld hebben. Deze verlovingsperiodes duren veelal niet lang. De druk op de mannen om ‘meer’ bij te dragen wordt hen veelal te veel. Of zij hebben beloftes gedaan die zij niet waar kunnen maken. De circa twintig kinderen die rond de acht vrouwen wonen zien mannen komen en gaan maar horen zelden iets van hun eigen vader. Daar krijg je ’s morgens wel koude handjes van.

Dit zeker niet vrolijke beeld van de Senegalese samenleving lijkt in schril contrast te staan met het kleurrijke beeld wat de Senegalese overheid wil schetsen aan hun donoren. De Senegalese overheid heeft dan ook een uiterst solide en goed gesmeerd netwerk van medewerkers (en neefjes en nichtjes of familie van belangrijke ambtenaren) die de honderden NGO’s uit het buitenland in een uiterst slim opgezet opvangnetwerk opnemen om zo goed mogelijk de gefourneerde budgetten de ‘juiste’ kant op te leiden. Als je met een helikopter boven de locaties waar NGO’s hun geld uitgeven zou blijven hangen dan zie je dat hun bereik een promille is op een schaal van 100%. In andere woorden de buren in de directe omgeving genieten zelden mee. Neem nu buurland Mali. In de afgelopen 7 jaar heeft Mali meer dan 1 miljard Euro per jaar aan buitenlandse ‘hulp’ ontvangen. Mali is altijd een van de troetel donoren van Nederland geweest. In 2011 en 2012 werd de algehele buitenlandse ‘hulp’ dramatisch minder en ook de diaspora stuurde aanzienlijk minder geld. De Malinese elite die uitstekende banden heeft met de NGO’s en hun geldstromen kregen o.a. grote moeite met het betalen van de studies van hun kinderen in Canada, Amerika, Frankrijk of een ander buitenland. De elite vindt immers het voortgezet onderwijs in eigen land van een veel te laag niveau. Er zijn gezinnen in Bamako die een of meerdere auto’s moesten verkopen en zelfs wat huishoudelijk personeel moesten ontslaan. Op alle fronten werd er door de Malinese regering noodgedwongen bezuinigd. Uiteraard eerst op het geld wat voor onderwijs en agricultuur was bestemd daarna op de uitbreiding van de infrastructuur en vervolgens op het leger.

Op 17 december 2012 schrijft minister Lilianne Ploumen een kamerbrief over haar recente bezoek aan Mali. Op sommige punten is de kamerbrief opmerkelijk te noemen. Citerend uit deze brief:

Ook bezocht ik een ziekenhuis dat met Nederlandse hulp ondersteund wordt en een opvangcentrum voor ontheemden. In een wijk in Bamako sprak ik met jongeren over hun kansen op de arbeidsmarkt. Zij uitten daarbij hun bezorgdheid over het voortduren van de sociaaleconomische crisis, met name het werkloosheidspercentage onder jongeren dat inmiddels maar liefst 47 % bedraagt.

Die liefst 47% uit de kamerbrief van Ploumen is een hoogst merkwaardig getal. Hoe komen de jongeren aan dat percentage van 47%? Dat zou betekenen dat 53% wél een baan heeft. Dat zou een hoger percentage aan werkende jongeren zijn dan in Senegal? In geheel West Afrika kloppen de cijfers en de statistieken zelden. Dat getal van 47% en zal eerder 90% werkeloosheid onder de Malinese jongeren zijn. Zeker de manlijke jongeren in Mali en Senegal hebben baantjes zoals jarenlang onbetaalde leerling mogen zijn in een werkplaats. Of als ‘apprenti’ achterop een busje hangen. Of in een winkeltje werken en dan zakgeld krijgen. Meisjes hebben al helemaal geen kansen op zo’n baantje. Die verdwijnen in de periferie van het schoonmaakwerk of andersoortige huishoudelijke baantjes. Of jarenlang ‘apprenti’ in een kapsalon of kledingzaakje. Het onderwijs in Mali is nog meer ondermaats dan in Senegal. De kans op betaald werk in Mali is vele malen kleiner dan in Senegal. Een goede lezer kan dat eigenlik zelf wel opmaken uit de brief van Ploumen. Mali is een sociaal en politiek puinhoop ondanks de miljarden steun en de inzet door de vele NGO’s die in Senegal en Mali nog steeds aan het werk zijn. De miljoenen aan hulp die Ploumen in haar brief dan weer toezegt en dan weer ‘bevriest’ getuigen van een zwalkend beleid wat al jaren aan de gang is. De rol van Nederlandse Ambassades in Bamako en Senegal zijn daar onderdeel van. Evenals de grote NGO’s zoals Oxfam-Novib en hun collega’s die immers ook Rijksgeld uit de OS potten ontvangen.

Minister Ploumen heeft in december met Malinese collega ministers gesproken die pas enige maanden op hun post zaten en veelal geen enkele ministeriële ervaring hadden. Een paar uur na het vertrek van Ploumen werd haar gesprekspartner van die dag premier Modibo Diarra gearresteerd door soldaten en een dag later vervangen door Diango Sissoko. Dat was op 13 december 2012. De zo door Sissoko gewenste ‘interne verzoening’ met o.a. de Toeareg bleek een mooie droom. De burgeroorlog die al vóór januari 2012 steeds openlijker werd gevoerd kwam op 11 januari 2013 in een nieuwe fase met de komst van de Franse ‘Opération Serval’ Hoe deze actie af zal lopen kan niemand voorspellen. Dat de meer dan 10 miljoen jongeren in Mali opnieuw op achterstand zijn gezet door het politieke gekrakeel en de jarenlange corruptie die gevoed werd met ‘hulpgeld’ zal meer dan duidelijk zijn. Hierbij kunnen de wél/niet miljoenen van Ploumen nauwelijks eng hulp bieden. In maart aanstaande gaat Ploumen het OS beleid voor de komende jaren toelichten. Ploumen wil iets met het bedrijfsleven. Maar of het bedrijfsleven iets met haar wil? En zij wil ook een paar ziekenhuizen in Mali gaan helpen? Zelf zou ik echter eerst een parlementaire enquête commissie aan het werk willen zien. Vergelijkbaar met de Parlementaire Enquête Financieel Stelsel zoals gehouden in 2010 door de Commissie De Wit. In het eindrapport van 11 april 2012 waren de volgende conclusies te lezen :

Eindrapport ‘Verloren Krediet II – De balans opgemaakt’
Op 11 april 2012 werd dit tweede rapport openbaar gemaakt. Dit rapport was wel een echte parlementaire enquête.
In haar eindrapport concludeerde de enquêtecommissie dat de Nederlandse autoriteiten grote fouten hadden gemaakt bij de miljardeningrepen rond Fortis/ABN AMRO en ING. Beide financiële instellingen waren in het najaar van 2008 door eigen toedoen in ernstige problemen gekomen, waardoor de financiële stabiliteit in Nederland in gevaar was gekomen. Het ministerie van Financiën en De Nederlandsche Bank waren onvoldoende voorbereid geweest op een crisis van een dergelijke omvang en waren door de crisis overrompeld. De Staat was gedwongen geweest tot grootschalige reddingsacties. De Tweede Kamer was veelal te laat en onvolledig geïnformeerd, aldus het eindrapport.[3]

Wat ik dus wenselijk vind is een parlementair enquête die over een periode van vijf tot zeven jaar de besteding van de ontwikkelingssamenwerking subsidies gaat analyseren en tevens naar het kosten/baten aspect gaat kijken. De Nederlandse NGO’s zullen dan ook hun verhaal moeten doen over hun werkwijze en bestedingspatroon. Er zijn momenteel circa 4000 personen werkzaam binnen allerhande Goede Doelen enz. die een zeer onzekere toekomst tegemoet gaan door het bezuinigingsbeleid van de huidige Nederlandse regering. Als je stevig aan de bel trekt zoals o.a. Frank van der Linde of een heldere mening hebt zoals PIETER WINSEMIUS. Dan laat je tenminste iets van je horen en zwijg je niet zoals het graf, zoals zoveel Goede Doelen in Nederland momenteel doen.  

Zo’n parlementaire enquête rond de OS potten zou ook een mogelijke hulp kunnen zijn bij de innovaties die hard nodig zijn rond het denken over ontwikkelingswerk zoals Tabitha Gerrets en Rob Wildschut van IDleaks en hun collega’s voor ogen hebben steun ik vanuit mijn positie hier in de zandbak van Senegal van harte.
Tijdelijke ‘hulp’ (die vooral weinig duurzaam is) zoals het merendeel van de NGO’s zegt te bieden is immers iets anders en zo ‘van gisteren’ dan als volwaardige partners een innovatief en duurzaam beleid afspreken en vervolgens daadkrachtig en naar vermogen aan de slag te gaan met (verre) buurlanden van Nederland zoals Mali of Senegal. Landen die in de toekomst hard nodig zijn om de voedselketen in stand te kunnen houden. Dat beetje uranium uit Mali waar Frankrijk zo graag van wil profiteren zal het Mali van ná de oorlog nauwelijks soelaas bieden. Nederland kan via de ambassades in Bamako en Dakar natuurlijk ook de regeringen van Mali en Senegal les gaan geven in het opzetten en uitvoeren van parlementaire enquêtes. Dan krijgen al die buitengewoon overbetaalde en onzichtbare parlementariërs in Senegal en Mali ook eens wat te doen. En als alle NGO’s beloven dat zij eerst een buurt- of streekcommissie opzetten om met hun een transparante werkwijze en helder financieringsbeleid af te spreken wordt het toch nog een leuk 2013. 


Op de foto rechts het meisje met de koude handjes.




de residentie van de Nederlandse ambassadeur in Dakar


 ontvangst door de ambassadeur op 15 september 2012 
van de in Senegal wonende Nederlanders

een paar dakarkids mochten ook heerlijk zwemmen 
in het mooie zwembad van de residentie



Boven en onder foto's van: l'Assemblée nationale du Sénégal





 l'Assemblée nationale du Mali

 kinderen in Mali