Posts tonen met het label neopotisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label neopotisme. Alle posts tonen

zaterdag 1 december 2012

De dood van een Talibé


Het was druk geweest op het busstation van Thies. Asanne had meegeholpen om de bagage op het dak van de meer dan veertig jaar oude Renault autobus vast te sjorren. Zoals gewoonlijk waren er weer meer passagiers dan  beschikbare zitplaatsen verkocht. Door het overgewicht op het dak zakte de bus bijna door luchtgeveerde schokbrekers. Asanne was moe. Vroeg in de ochtend waren zij uit St. Louis vertrokken en na een paar uur herladen zou dus bus rond middernacht in St. Louis terug keren. Op de achterkant van de bus waren lang geleden twee smalle ladders gelast. Aan de onderkant verbonden met een lange treeplank waarop een of twee ‘apprenti’ konden staan. Asanne werkte al weer twee jaar als apprenti op de bus van Sering de oude chauffeur die hij nog kende toen hij in de koranschool woonde.

Asanne had achterin de bus bij de achterdeur op een heel klein klapbankje gezeten. Veel passagiers waren al in slaap gevallen en de warme lucht in de bus maakte dat Asanne de achterdeur opendeed en onder het rijden met een wijdbeens sprong naar de ladder op de achterkant van de bus klauterde. Hij vond de warme avondlucht en de wind heerlijk. De wind tilde zijn hemd op en de koelere lucht streek over zijn magere bovenlichaam. De bus slingerde zich over donkere weg af en toe wat snelheid terugnemend als er een schaars verlicht dorp werd gepasseerd. Asanne had er een gewoonte van gemaakt om zijn armen om de ladder heen te slaan en rechtopstaand kon hij toch wat slaap inhalen. Hij droomde dan vaak over verre reizen en oorden waar hij foto’s van had gezien in oude tijdschriften. Of over zijn oudere broer die met een boot ’s nachts was vertrokken en nu in Spanje zou wonen. Kort voor middennacht wipte de achteras van de bus door een onverhoeds scherpe bocht en diepe kuil en slingerde de slapende Asanne van het kleine treeplankje.

Het lichaam van de slapende Asanne kwam hard met het asfalt in aanraking. Zijn gestrekte lichaam rolde met grote vaart van het hoger gelegen talud. Om een paar meter lager door de hoog opgeschoten struiken tot stilstand te komen. Pas in St. Louis zou men bemerken dat Asanne er niet meer was. Sering en de andere apprenti maakten zich geen zorgen. Zij waren moe en zouden Asanne in de ochtend wel weer zien. Als de bus opnieuw zou vertrekken. De vroege ochtendzon scheen over het magere gezicht van Asanne. Hij leek veel jonger dan zeventien. Alhoewel hij niet zeker wist of hij wel zeventien jaar oud zou zijn. Op zijn dorp werden nooit geboorteaangiftes gedaan. Er werd eerst gekeken of het kind levensvatbaar was. Asanne had twee zusjes gehad die kort na de geboorte waren gestorven. Ndeye zijn moeder had de vier weken oude tweeling ’s morgens dood gevonden. Asanne was vijf jaar oud geweest en had op de mat geslapen met zijn andere broertjes toen hij wakker werd van de zacht huilende Ndeye die de beide baby’s dicht tegen zich aan had gedrukt en gebeden prevelde afgewisseld met en toon van verdriet die hij nooit eerder had gehoord. Asanne was stil bij zijn moeder gaan zitten. Aan het eind van de middag waren de baby’s in lappen gewikkeld en buiten het dorp in een diepe kuil begraven. Gorgui de dorpsoudste had gebeden opgezegd. Asanne had op zijn hurken gezeten naar de gezichten van de grote mensen gekeken. Verweerde gezichten. Zijn vader was er niet geweest die kwam alleen tijdens de ramadan en bracht dan soms kleine cadeautjes mee uit het verre Dakar. Vader hield dan ook de nieuwe baby vast terwijl de andere kinderen om hem heen stonden.

Het ochtendlicht verwarmde het lichaam van Asanne. Zijn ogen gingen open. Langzaam trok de warmte door zijn bovenlichaam naar beneden. Zijn hemd was door de rolpartij gescheurd en lag open en half gedrapeerd langs zijn armen. Uit zijn afgezakte oude zwarte broek stak de rode voetbalbroek van zijn geliefde Spaanse voetbalclub waar zijn oudere broer dicht bij zou wonen. Het bewustzijn kwam langzaam in Asanne terug. Hij probeerde zich te bewegen. Dat lukte niet. Op het gezicht van Asanne verscheen een glimlach. Hij kon niet begrijpen dat zijn lichaam niet wilde luisteren. Vroeger ging dat als vanzelf. Hij wist ook dat hij geen pijn had. Hij kende pijn. Als hij door zijn koranleraar met een stok of een riem werd geslagen had hij geleerd niet te schreeuwen maar juist de pijn in te slikken. Want hoe harder hij huilde des te harder sloeg de Oustache. Hij was soms te moe geweest om de oude Arabische woorden die samen een spreuk of gebed vormenden telkens en opnieuw te herhalen. De woorden herkende hij op de houten afgeronde planken die de andere leerlingen voortdurend met elkaar ruilden.

Ndeye zijn moeder was stil geweest toen haar werd verteld dat Souleymane haar echtgenoot had laten weten dat hij in Dakar een tweede vrouw had getrouwd. Ook de andere vrouwen in het kleine dorp wisten wat dit betekende. Er zou minder geld uit Dakar komen. Enige maanden later was Modou uit het andere dorp bij Ndeye langsgegaan. Hij had Ndeye verteld dat hij geen boer meer zou zijn het land was te droog geweest en hij voelde zich verlicht door nieuwe inzichten. Hij had een nieuwe roeping. Hij was tot het besluit gekomen om zich als koranleraar in St. Louis te gaan vestigen. Hij wilde zijn eigen Daara openen en gunde ook de vele jongens in het dorp de mogelijkheid om zich tot Allah te wenden door studie van de Koran. Hij had al 17 kleine volgelingen en vroeg ook aan Ndeye of zij een of twee van haar jongens aan hem toe wilde vertrouwen. Vroeger, voor de grote droogte was er niet ver het dorp ook een Daara geweest. Het was een afgeschermd stuk land en bij de ingang was door de leerlingen een lemen gebouw met een dak van riet en gedroogde takken gebouwd waar zij met soms wel vijftig jongens les hadden gekregen van de strenge maar vriendelijke Oustache Mbaye. De jongens waren altijd schoon geweest en hadden ook vele uren op het land doorgebracht om te zaaien en te oogsten. Alleen op de woensdagmiddagen zwermden de vele jongens uit met hun halve kalabasschalen om suiker, rijst, bonen of ander eten bij hun ouders en buren op te halen. De volle schalen waren een teken van waardering voor de goede zorgen van de koranleraar. Dat was vroeger.

Asanne was ongeveer zeven jaar oud geweest en met zijn drie jaar oudere broer en achttien andere jongens in een oude witte bus zonder glas in de ramen naar St. Louis vertrokken. Ndeye had gezegd dat zij niet mochten huilen en goed naar de Oustache moesten luisteren. Hun leven zou veranderen en beter worden had Ndeye gezegd. Asanne had zijn moeder lang aangekeken en in haar gezicht gezocht of er ergens een uitdrukking was waardoor hij bij haar kon blijven. Net zoals de andere moeders had Ndeye een grote wijde hoofd en schouderdoek omgeslagen en leek hiermee te willen vertellen dat haar besluit vast stond. De schaarse bezittingen van de twintig jongens waren in drie grote linnen zakken samengebracht en op het dak vastgebonden. Asanne was geschrokken van het rauwe geluid van de motor. Het was de eerste keer dat hij in een bus zat en hij verbaasde zich over de wijze waarop het landschap onder en opzij van de bus hem meenam naar het onbekende oord waar hij enige uren later in het donker terecht zou komen. Modou die vroeger boer was geweest wilde nu Oustache genoemd worden. Hij verteld de jongens in de bus dat hij voor hen zijn leerlingen en zijn Talibes, alles had opgegeven. Zijn vrouw en kinderen zouden achterblijven en hij zou hun de weg wijzen naar kennis die groter was dan het leven. Door armoede en eenvoud zouden zij eerder begrijpen wat de boodschap van Mohammed zou zijn. Als zij hem zouden volgen zoals hij Oustache Modou, Mohammed volgde. Dan zou de beloning in het paradijs vele malen groter en mooier zijn dan het harde leven op aarde. De jongens waren onder de indruk geweest van Modou die zo veranderd leek en in zijn lange witte Boeboe gewaad en nu zoveel indruk maakte.

Asanne zou bijna zeven jaar in het ommuurde grondstuk vlak bij de zee verblijven. Er was een kleine kamer voor de Oustache met een gordijn als deur. Door de jaren heen had de Oustache ook vaak kleine papiertjes opgerold met daarop een krachtige spreuk uit de koran. De rolletjes werden met wat zand in een leren zakje genaaid en van een zwarte koordje voorzien. Soms met kralen versierd. Deze gris-gris werden als talisman verkocht aan mensen die kracht of bescherming nodig hadden. De Oustache was steeds succesvoller geworden met de verkoop van zijn gris-gris. Hij werd nu ook Marabout genoemd. De jongens sliepen naast de kamer van de koranleraar. Onder een groot afdak waar ook de opgerolde matten stonden en de linnen zakken met oude kleding. Elke dag werd er water gezocht in de wijk en sleepten een paar leerlingen de 10 liter waterflessen naar de Daara. Veel tijd voor koranlessen was er nooit geweest. Alle jongens brachten op blote voeten vaak meer dan twaalf uur per dag door met bedelen. Er moest immers door iedere jongen meer dan 500 CFA opgehaald worden. Op straat was het vaak ook leuker dan in de Daara. Er veel te beleven en als je geluk had dan vulde het grote lege tomatenpuree blik zich met rijst, suiker of gekregen etensresten. Die 500 CFA bleven echter wel verplicht maar de extra hapjes waren wel een prettige aanvulling. Vooral als het ’s nachts koud was dan was het prettig geweest als er nog wat extra eten voor het slapen verorberd kon worden. De jongens sliepen dicht tegen elkaar aan. De warmte die zij elkaar konden geven onder het dunnen laken was niet altijd voldoende geweest.

Asanne had met verbazing geaccepteerd dat zijn lichaam niet meer wilde bewegen. Hij had de pogingen opgegeven om signalen te geven aan zijn benen en armen. Die bleven roerloos. De warmte van de zon nam toe en Asanne begon licht te zweten soms werden zijn ogen vochtig maar door de zon verdampte het weinig vocht. De kleine mieren op zijn voeten voelde hij nauwelijks. Telkens opnieuw kwamen er beelden van vroeger als een fototentoonstelling voor zijn ogen. Er waren ook momenten dat hij de geur van zijn moeder dacht te ruiken of Maimouna. Haar handen waren zo zacht geworden door de zeep als hij door haar gebaad werd. Asanne was verliefd geworden op Maimouna. Hij was veertien en Maimouna twaalf. Met haar zou hij gaan trouwen dat stond vast en als Allah het wilde zou het ook zo gebeuren.

Asanne dacht aan haar lieve gezichtje wat hij al zo veel jaren kende. Maimouna woonde een paar straten verder. In een groot huis met veel belangrijke mensen. Er waren zelfs twee auto’s en de vader van Maimouna werd elke ochtend door een chauffeur weg gereden. Maimouna liep dagelijks naar haar school en Asanne zorgde ervoor dat hij zo vaak mogelijk in haar straat of dicht bij de school was om haar onopvallend te kunnen begroeten. Soms was er na schooltijd gelegenheid geweest om wat langer te praten op een ingetogen en toch vrolijke manier. Want eigenlijk mocht Asanne in het geheel niet praten met een meisje uit de hogere klasse. Het was Maimouna geweest die had besloten om de vriendschap toe te staan. Asanne had dat zeer bewonderd. Een meisje dat zelfstandig overkwam en hem de kleine bedelaar, aandacht wist te schenken. Er waren dagen geweest dag  Asanne kwaad en opstandig was geweest over zijn schrale leven dat zo uitzichtloos leek. De oudere jongens in de koranschool van Oustache Modou waren soms met ruzie vertrokken. Zij accepteerden het gezag van Modou niet meer. Het was Modou goed gegaan. Hij had van de gebedelde inkomsten eerst een klein winkeltje kunnen kopen. En later opnieuw een grotere winkel. Hij woonde allang niet meer in het kamertje zonder deur met dat lichtblauwe gordijn. Daar woonde nu zijn assistent die eigenlijk de korangeschriften beter kende dan Modou zelf.

Er was ruzie geweest tussen de oudere jongens en de Oustache. De jongens waren woedend weggelopen. De Oustache had hen nageroepen dat zij zijn beste leerlingen waren en dat hij zo veel voor hen had betekend. De jongens hadden zich niet meer omgedraaid. En Asanne was verbaasd geweest over het gemak waarmee de jongens zich vrij hadden gemaakt. Een jaar later zou Asanne het zelfde doen. Hij had Sering al eerder leren kennen. Een chauffeur op een grote bus die na zijn ritten vaak op een bankje had gezeten voor zijn huisje. Asanne had hem gevraagd hoe het onderweg op de reizen toe ging en waar de bus zoal kwam. Sering had gezegd ‘ga meer eens mee dan zie je waar ik over spreek’. Asanne was een paar keer mee geweest zonder toestemming van de Oustache. Het geld wat Sering hem had gegeven voor zijn hulp had Asanne ’s avonds aan de Oustache gegeven. Wanneer Asanne precies apprenti werd wist hij niet meer. Hij had zijn weinige kleding verzameld en had tegen de andere jongens in de Daara gezegd dat hij voortaan in de bus zou slapen. Niemand had hem tegengehouden en niemand zou hem geluk wensen. 

De zon had het lichaam van Asanne opgewarmd maar Asanne had het steeds kouder gekregen. De beelden die hij zo scherp voor zich had gezien werden steeds vager en kleurden zich met het geel van de zon. Asanne vond het een mooi spel en glimlachte want hij wist dat hij op weg naar het paradijs was. Pas twee dagen later stopte de oude witte bus aan de andere kant van de weg. Sering de chauffeur probeerde nog de knopen van het hemd van Asanne dicht te doen. Zijn trillende vingers voelden dat het te laat was. Hij streek over het verharde en uitgedroogde gezicht van Asanne en voelde onder zijn hand de bevroren glimlach van Asanne. 












NB: In West Afrika worden 100.000den meisjes en jongens het recht op opgroeien binnen hun eigen familie en het recht op regulier onderwijs ontzegd door exploitatie van hun levenslust. Jongens die in de informele 'koranscholen' opgroeien hebben het nu hun jarenlange verblijf extra moeilijk om sociaal te integreren. 

Zij spreken veelal geen Frans en kunnen nauwelijks lezen en schrijven. 
Meisjes vanaf 10 jaar oud worden 'uitgeleend' aan familieleden 
of moeten jarenlang als werkster in rijkere gezinnen aan de slag. 



donderdag 10 mei 2012

Eindelijk een APP voor ontwikkelingswerkers NGO’s of PI’s

Dure woorden zoals 'Animisme, Paternalisme, Patronage, Nepotisme, de Trias Politica, Broederschappen" – Je zal er meer mee te maken krijgen als ontwikkelingswerker in bijvoorbeeld West Afrika! Als ik de dure woorden uitspreek dan wringt mijn tong zich in bochten. Na zoveel jaren in een Franstalig gebied begin ik zelfs al te schrijven met een Frans accent. Ik heb het nu even niet over noodhulp, bilaterale en multilaterale projecten maar eerder over kindsoldaten, straatkinderen, boeren in dorpen en de positie van meisjes en vrouwen. Gevolg van buitenlandse interventies zijn dan medisch/sociale opvangprojecten, onderwijs projecten, agrarische projecten en sinds enige jaren duurzame (milieu) projecten. In hoofdlijnen zijn dit de vier gebieden waar de NGO’s en de particuliere initiatieven (PI’s) zich mee bezig houden. In tegenstelling tot de NGO’s die veelal een ‘werkdomein of specialisatie’ kiezen gaan de PI’s veel breder  aan de slag. Zij worden dan ook niet geplaagd door al teveel formaliteiten die door ‘Den Haag’ of het hoofdkantoor van een NGO zijn opgelegd. Bij de NGO’s en de PI’s zijn de doelstellingen vaak zeer duidelijk maar tijdens de uitvoering worden zij vaak geplaagd door onvoorziene tegenslagen die direct te maken hebben met de cultuurverschillen bij de ‘ontvangende partijen’.

Als ontwikkelingswerker heb je inlevingsvermogen nodig en een open vizier en zijn je grootste tegenstanders paternalisme en patronage. Het is jammer dat Geert Wilders zo boos is op de Islam want juist hij schurkt zo graag tegen paternalisme en patronage aan. Hierdoor zou Geert de ideale lokale directeur zijn van een lokaal NGO project met een groot budget om bijvoorbeeld de voedselproductie in Islamitisch West-Afrika dusdanig op gang te krijgen waardoor er zoveel extra wordt verbouwd dat er bijna 50% naar Nederland geëxporteerd kan worden. Voor zijn vertrek naar Touba regelt hij in Brussel nog even dat de landbouwsubsidies worden afgebouwd in gelijke tred met de resultaten van zijn inzet in West Afrika. Zijn naar populisme neigende aanpak is ideaal om de vele keuterboertjes op de plattelanden van West Afrika te motiveren. In de tussentijd kunnen de werkeloos geraakte boeren in Nederland omgeschoold worden door Nederlandse training instituten om goed geïnstrueerd naar West Afrika te vertrekken. Voor alleen gaande boeren werkt de KRO samen met de West Afrikaanse Islamitische Omroep aan speciale productie ‘Boer Zoekt Vrouw in West Afrika’. Global warming begint immers ook in de slaapkamer. Mocht Geert die als Indo best wel goed tegen de warmte bestand is toch liever naar Amerika immigreren (daar voelt hij zich veilig zei hij onlangs) dan zou Maxime Verhagen het ook wel eens heel leuk kunnen doen in West Afrika. Zijn tobberigheid zou aldaar als bedachtzaamheid uitgelegd kunnen worden en in de orale cultuur van de West Afrikanen neemt men vaak alle tijd om de zaken goed door te spreken. Hier ligt een kans voor Maxime.

Wij weten allemaal dat animisme de voorloper was van religie. En dat het merendeel van de ontwikkelingswerkers uit een van de monotheïstische landen komt. Ofwel landen met een eeuwen oude christelijke cultuur die ook door moderne ongelovigen niet valt te ontkennen. In Nederland wonen minder dan 3 miljoen mensen die pertinent een ander geloof hebben. Waar Geert Wilders zo bang voor is begrijp ik niet zo goed. Er is een grote kans dat over vijftig jaar weer een groot aantal klimhallen in bijzondere en in ongebruik geraakte gebouwen gevestigd kunnen worden. Toen Nederland nog het grootste Islamitische land ter wereld was hebben twee Nederlandse architecten Klingenberg en Dingemans nog een prachtige moskee voor de stad Medan op Sumatra ontworpen. Dit was zeker niet de enige moskee die de Nederlanders in Indië hebben gebouwd. Dat waren nog eens tijden. In 1929 schreef Jef Last een liedje over een type ontwikkelingswerker die toen nog zendeling werden genoemd. Hier de eerste vier regels op de foto beneden het artikel het gehele liedje. ‘Nu ‘ik je landen heb genomen – en je arbeid niet betaald – weet je, dat je moet geloven, - wat de zendeling verhaalt’ -. De zendelingen kregen vrij baan toen de Ethische Politiek werd ingevoerd. Zij kwamen vooral om het animisme onder de Inlanders te bestrijden en mocht het zo zijn dat de Inlanders inmiddels de Islam aanhingen dan zouden de mooiere schoolgebouwen en de betere sanitaire voorzieningen de weg wel plaveien naar kerkgebouwen waar één God vereerd werd en de wil van de zendeling wet werd naast de door Nederlands bestuur opgelegde wetten naar Nederlands model. Het aanbidden van bomen, grote stenen, onzichtbare dieren, geesten en voorouders werd als ‘not done’ verklaard. En de Islamisering van Nederlands-Indië moest een halt toegeroepen worden de Sharia werd door de Nederlanders als onwettig beschouwd en was een bedreiging voor de productie van de zeer winstgevende export naar Nederland. 

Als je bijvoorbeeld in West Afrika aankomt als ontwikkelingswerker dan krijg je vanzelfsprekend een aantal lokale collega’s. Deze collega’s hebben allemaal een vader of anders een broer van- of een oom die de familie scepter hebben overgenomen. Zijn woord is ten alle tijden belangrijker dan het salaris/vergoeding of de aandacht die een buitenlandse NGO of PI schenken aan de lokale collega die het ‘project’ komt ondersteunen. Als de vader of oom besluit dat het familielid niet bij een blanke NGO of PI mag werken dan is zijn wil wet. Als het wel mag zit er iets achter. Dit paternalisme vindt zijn oorsprong in de oude dorpsculturen waarbij de familievaders een leider aanwijzen die als Chef wordt aangesteld. Door patronage weet hij zich verzekerd van steun voor het door hem gevoerde beleid. Het belonen met gunsten is immers lucratiever dan het niet gunnen. Want dat moet je uitleggen. Als ondanks het beleid van de patriarch de oogsten mislukken en de inkomsten dalen dan wil nepotisme ofwel het begunstigen van familieleden nog wel eens een voortreffelijk middel zijn om de zo moeizaam opgebouwde positie en welvaart van de patriarch in stand te houden. De patriarch is inmiddels lid geworden van een broederschap en onderneemt reizen naar een van de hoofdzetels van zo’n broederschap in bijvoorbeeld Touba, Tivaouane of Layene. Hij ontmoet daar gelijkgestemden en vindt zelfs een inspirerend idool en wordt dan zijn volgeling. Het idool inspireert de kleine patriarch tot nieuwe vormen van leiding geven en religieuze beleving in zijn familie en dorp. En ook de kleding van de kleine patriarch wordt beïnvloed door de modetrends in de religieuze centra. De kleding wordt steeds minder geschikt als werkkleding op de landerijen en ook de stoel in de Bantaba (ontmoetingsplaats) word hoger en mooier dan de andere stoelen.

Als je als ontwikkelingswerker in West Afrika aankomt dan dien je rekening te houden met de grote invloed die de religie heeft op de staat. De regeringsleden zijn voor 95% aanhangers van één van de genoemde broederschappen die pas in de tweede plaats ‘volksvertegenwoordiger zijn’. De scheidingslijn tussen religie en staat is bijzonder dun. Als de broederschappen morgen ieder een eigen Bank zouden openen dan zou onmiddellijk zichtbaar worden dat zij over veel meer kapitaal beschikken dan de overheid. Het volk leert immers al jong dat goed leiderschap best wel wat mag kosten, doneren aan je geestelijk leider is immers de weg naar verlossing en mogelijk een positie aan de zijde van je leider. Als dan de NGO’s en de PI’s met buitenlands (gratis) geld voor aanvulling van de staats- of dorpskas zorgen dan is dat natuurlijk prachtig. Want naast de bereidheid om te helpen uit naastenliefde is er ook nog zoiets als een collectief schuldgevoel wat gevoed wordt door gebrekkige kennis over bijvoorbeeld het koloniale verleden van Holland en de daarbij behorende ontkenningsproblematiek. Ongecontroleerd ‘willen helpen’ als informeel Particulier Initiatief kan echter ook tot vergroting van de bestaande problematiek leiden en draagt weinig bij aan de lange termijn oplossing. 

In mijn vorige blogbijdrage maakt ik gewag van een Koran School /Daara op 50 met afstand van ons projectonderkomen Villa Dakarkids. Van de week hadden wij ’s avonds in de gehele wijk een langdurige stroomonderbreking. Daar zijn wij aan gewend. Onmiddellijk veranderde onze wijk naar een situatie zoals 800 jaar geleden in een dicht bebouwde grote nederzetting. In het donker de contouren van kleine en grote gebouwen met hier en daar een olielampje of vuurtje. Op het grote en smerige terrein van de Daara was een groepje Talibé bezig met het opwarmen van gekregen gekookte rijst met wat groenten in een groot leeg conservenblik. Tijdens het passeren werd ik door de jongens uitgenodigd om bij het vuurtje te komen staan. De smerige prak werd ondertussen opgegeten en er werd geanimeerd vragen gesteld over onze Dakarkids die kennelijk veel vaker oude kleding en eten kwamen brengen dan ik wist. Aan mij werd gevraagd of er niet een groepje jongens dagelijks les in lezen en schrijven gegeven kon worden. Ik heb toen gezegd dat de Oustache ofwel Koranschool leider altijd persoonlijk bij ons langs mag komen met zo'n vraag. Ik heb er aan toegevoegd dat áls hij het niet zelf komt vragen, dat ik dan over circa twee weken aan hém zal vragen waarom hij niet is langs gekomen. De jongens en ik wisten dat hij dat nooit zou doen. Hij verlangt immers minstens 500 CFA (85 euro cent) per dag per kind als betaling voor zijn Koranlessen. Regulier onderwijs voor zijn kinderen zouden zijn verdienmodel echter grote schade aan kunnen brengen. Over twee weken ga ik bij de Oustache langs met een medewerker van het gemeentehuis om te vragen waarom hij zijn kinderen het recht op goed onderwijs onthoud (wordt vervolgd).

'Weet je nog wie mevrouw L. is?' vroeg een oudere Talibé mij bij het vuurtje. Na diep nadenken herinnerde ik mij een oudere dame uit de buurt van Holland die met haar 20 jaar jongere Senegalese minnaar in 2008 wanhopig om financiële noodhulp had gesmeekt voor háár Talibé project in een nieuwbouwwijk waar veel onafgebouwde huizen stonden en waar groepen met jongens met een zichzelf Koran-leerkracht noemende man woonden. Mevrouw L. Was in 2006 in Yoff neergestreken nadat zij plotseling weduwe was geworden. Al snel kreeg zij een vriend en begon zij met het helpen van Talibé. Het was aanvankelijk een kleine groep van circa acht jongens uit een dorp niet ver bij Linguere vandaan.  Door de geboden hulp van mevrouw L. Steeg het aantal nieuwkomers ui het dorp met sprongen. Als mobieltjes het persoonlijk geluk verhogen dan is de groei van het Talibé project van mevrouw L. een mooi voorbeeld. Er werd indertijd druk naar het dorp van de jongens gebeld dat de Koranschool meer leerlingen kon opnemen door de hulp van mevrouw L. Binnen twee jaar was de erfenis op en mevrouw was er niet in geslaagd om voldoende donateurs en subsidies te verzamelen om haar project in stand te houden. Door de financiële zorgen en het wiet en drankgebruik van haar minnaar was ook die relatie bekoeld en heeft mevrouw L. in 2008 schielijk het land verlaten om nooit meer terug te komen. Inmiddels was de Daara die door haar geholpen werd uitgegroeid tot 34 jongens uit het zelfde dorp die in 2011 uit hun kraakpand werden gezet en op het landje vlak bij ons project terecht zijn gekomen. Er wonen nu 42 jongens met hun Koran leerkracht. 22 jongens slapen buiten omdat de hut te klein is voor iedereen. De jongens zijn verplicht om meer dan 500 CFA per dag ( 80 eurocent) en eten op straat te bedelen. Dat kost hun gemiddeld 12 uur per dag.

West Afrika staat vol met onafgewerkte en onafgebouwde gebouwen die ooit door reeds lang verdwenen NGO’s en PI’s zijn neergezet met de beste bedoelingen. De gemiddelde levensduur van dergelijke projecten is minder dan drie jaar. Toen was het vuur eruit of moest ‘het volk’ het ‘zelf’ kunnen doen was de algemene doelstelling. Het geïnvesteerde kapitaal is aan bouwmateriaal, eventueel inrichting, eten en vergoedingen op gegaan. Op deze wijze zijn er miljoenen Euro’s op informele wijze in de economie van Senegal verdwenen. Het is als het ware cadeau gegeven aan de Staat die bemerkte dat niets doen veel meer oplevert dan wél iets doen en bijvoorbeeld de ‘buitenlandse hulp’ te reguleren en ordentelijk te verdelen. De bilaterale en multilaterale hulp aan bijvoorbeeld Senegal heeft ogenschijnlijk weinig zichtbare verandering op ‘staatshuishouding’ niveau gebracht maar over een periode van bijvoorbeeld 20 jaar is er wel zeer veel ten goede veranderd door deze hulp. Het langzame secularisering proces, de trek vanuit het platte land naar de steden en de explosieve bevolkingsgroei is een van de grootste tegenkrachten op de weg naar ontwikkeling. Aspirant ontwikkelingswerkers dienen eenmaal aangekomen dan ook rekening te houden met de dure woorden waarmee dit blogartikel vol staat. 

Ideaal zou een APP zijn waarin de dure woorden en de ‘do’s and don’ts’  in een ontwikkelingsland op makkelijke wijze te vinden zijn. Heerlijk zo’n Development APP met extra WiKi en daarnaast gezondheidstips, kleding tips (wat trek je aan als je lang een moskee of heilige boom loopt). Of hoe ga je om met een verliefdheid met een lokaal iemand en hoe vertel je het thuis of aan je baas. Hoe schat je eigendomsverhoudingen in. Hoe schat je corruptie in en hoe ga je daar mee om. Of hoe ga je om met het idee dat veel lokalen vinden dat de christelijke landen eigenlijk een ‘schuld’ komen inlossen met jou project als metafoor terwijl de lokale mensen vinden ‘give me or us the money’ dan doen wij het zelf wel. En vergeet dan ook niet dat jij door hún god werd gezonden dus ben je alleen maar een boodschapper. Ja, hij zou er toch écht moeten komen die Development App. Inclusief de historie en analyse van de vele projecten die prima zijn verlopen of mislukten. Heeft U vragen of bijzondere verhalen. Ik redigeer deze gaarne voor de nieuwe APP - dakarkids@gmail.com of ddtcentre@gmail.com.

Development App. inclusief de historie en analyse 
van de vele projecten die prima zijn verlopen of mislukten.

Tom Poes is slim. Hij heeft het kapitaal van Heer Bommel ooit verdubbeld. 
Was het oud-geld van Bommel eigenlijk uit Nederlands-Indië afkomstig?

Een liedje van Jef Last uit 1929 - uit 
Liedjes op den maat van de rottan



De grote door Nederlanders ontworpen moskee in Medan

Touba -Senegal

Tivaouane -Senegal

Yoff - Layene - Senegal

Schoon water is ook een groot probleem in Senegal

Talibe in Yoff eten vaak een koude prak

Dakarkids stimuleert community projecten in Yoff - Senegal  


je kan ook wat doen voor en met de dakarkids in Yoff-Layene - Senegal